INTERVIEW MET SOCIOLOOG MONIQUE KREMER

IS ZORG EEN POLITIEKE KWESTIE?


WIE IS MONIQUE KREMER?

Monique Kremer studeerde Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en Social Policy aan de University of Sussex. Ze was als onderzoeker verbonden aan het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn, de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht en ze promoveerde op het proefschrift How Welfare States Care: Culture, Gender and Parenting in Europe. Sinds 2004 is Kremer senior wetenschappelijk medewerker en projectcoördinator bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een onafhankelijk adviesorgaan. Ze werd in september 2015 aangesteld als bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. In die hoedanigheid houdt ze zich bezig met langdurige zorg. In 2013 verscheen bij Boom/Lemma Vreemden in de verzorgingsstaat. Hoe arbeidsmigratie en sociale zekerheid te combineren.


Socioloog Monique Kremer legt in haar werk veel nadruk op verbinding. Verbinding tussen de overheid en burgers, maar ook tussen burgers onderling, en tussen verschillende groepen, bijvoorbeeld inkomensgroepen, hoog- en laagopgeleiden, en burgers met een verschillende etnische achtergrond. Die verbinding probeert Zorgnet-Icuro ook te verwezenlijken met de campagne Zorg aan Zet, die moet leiden tot een maatschappijbreed debat. Een goede aanleiding voor een gesprek. 

In aanloop naar de verkiezingen van mei 2019 lijken tal van onderwerpen belangrijker dan zorg: het klimaat, de positie van migranten, de staatsinrichting van België. Is het in de huidige periode mogelijk om zorg zo hoog op de agenda te krijgen? 

Als je aan Nederlanders vraagt waarover zij zich het meeste zorgen maken, scoort zorg heel hoog. Bijna net zo hoog als vraagstukken die over migratie gaan. Dat is omdat een heleboel mensen met zorg te maken hebben. Als je het ruim neemt, heb je in Nederland 4,1 miljoen mantelzorgers (op 17 miljoen inwoners, red.). Kijk je beperkter, dan gaat het om ongeveer een miljoen mantelzorgers. Daaraan kun je zien dat iedereen met zorg wordt geconfronteerd. We hebben allemaal een moeder, partner of buurvrouw die zorg nodig heeft. Door de vergrijzing neemt dat toe. In Nederland speelt ook het debat over de overheid die nadrukkelijk zegt dat zij een aantal zorgtaken niet meer wil verrichten. 

Daar komt nog bij – en dat zal in België ook spelen – dat naarmate je langer doorwerkt, de combinatie arbeid en zorg moeilijker wordt. Daardoor moet de zorg ook bij werkgevers en andere organisaties aan bod komen. Dus ja, zorg is in Nederland al een grote zorg.

“Het gaat er over of mensen een prijs willen betalen voor goede zorg. Want natuurlijk kost het geld en dat heeft een maatschappelijk debat nodig.” 

U hamert in uw werk erg op verbinding en in een van uw lezingen over superdiversiteit pleit u voor meer nieuwsgierigheid naar de ‘ongelijke ander’, juist in de zorg. Maar die nieuwsgierigheid en die verbinding lijken momenteel vaak te ontbreken.
Er zijn altijd tegengestelde ontwikkelingen. Het is niet zo dat alles één kant opgaat. Ik zie dat de zorg steeds meer op maat wordt gemaakt van mensen die hoger opgeleid zijn, veel kunnen werken, efficiënt zijn en hun zaakjes op orde hebben. Mensen die dingen kunnen inkopen of zorg kunnen inhuren. Dat is een dominante groep aan het worden. Aan de andere kant zie je nog veel ‘altruïstisch potentieel’ en dat heel wat mensen aangeven dat ze best iets voor een ander willen doen. Ook daar merk je een tegengestelde ontwikkeling. Als het gaat over die superdiversiteit op het terrein van migratie, dan zitten volgens de meeste statistieken in Nederland een heleboel mensen in het midden. Ze vinden dat er wel voorwaarden moeten worden gesteld aan de migratie, maar tegelijkertijd willen ze niet dat de deur wordt dichtgeslagen. Kortom: er zijn veel tegengestelde geluiden die door de politiek worden uitvergroot.

In België zijn er binnenkort verkiezingen. Het lijkt er inderdaad op dat in die context alles wordt uitvergroot. Nieuwsgierig zijn naar de ‘ongelijke ander’ in de zorg lijkt me ook zo’n onderwerp.
De vraag is dan ook of zorg een politieke kwestie moet zijn. Als het gaat om zorg zou je kunnen stellen dat er goede zorg moet worden geboden. Dat is meestal al verankerd in wetgeving, ideeën en bestaande praktijken, en veel organisaties proberen goede zorg te geven. Dus waarom zou dat een groot politiek onderwerp moeten worden? De immigratiesamenleving ís er, die superdiversiteit ís er. Als je hebt afgesproken dat er voor iedereen goede voorzieningen zullen zijn, dan is er niets politieks aan. En er zijn ook verschillen bínnen de groepen, dus zorg op maat is iets waar iedereen baat bij heeft. Een hogeropgeleide in Antwerpen heeft misschien net iets anders nodig, dan een middelbaar opgeleide in een dorp bij Leuven. Dat hoef je niet heel politiek te zien.

Moet je zorg dan los zien van de politieke context?
Het zijn twee verschillende thema’s. Als je nadenkt over zorg in het algemeen, over hoe de zorg wordt georganiseerd en wat goede zorg is, dan denk ik dat dat een minder gepolitiseerde kwestie is. Het is iets dat heel breed wordt gedeeld: zorgen over de zorg. Het lijkt me wel belangrijk dat je er aandacht voor vraagt tijdens de verkiezingen, maar ik denk dat het soms helpt om meer na te denken over wát je goede zorg vindt, dan bezig te zijn met het geld en de poppetjes. 

Monique kremer

Goede zorg ontstaat bijvoorbeeld vaak als verpleegkundigen meer autonomie hebben. In Nederland is dat een van de redenen waarom veel mensen niet meer in de zorg willen werken. Ze rennen zich de benen uit het lijf en kunnen vaak niet de zorg bieden die ze graag zouden willen bieden. Dan gaat het niet over meer geld, maar over mensen meer ruimte geven om het zo te doen dat het voldoet aan hun standaard.

Is het realistisch om te hopen dat goede zorg belangrijker wordt dan het geld of de poppetjes?
Het gaat er over of mensen een prijs willen betalen voor goede zorg. Want natuurlijk kost het geld en dat heeft een maatschappelijk debat nodig. 

Het probleem is: het debat begint vaak met de kosten, terwijl het goed is om breder na te denken over wat goede zorg precies inhoudt. Het kan best zijn dat dat niet altijd kostbaar hoeft te zijn. Bijvoorbeeld: hoe kun je als professional goed omgaan met een mantelzorger? Ik zie niet in waarom dat kostbaar zou zijn. Of iemand met een Marokkaanse achtergrond laten helpen door een Marokkaanse verpleegkundige die dezelfde taal spreekt, dat hoeft ook niet kostbaar te zijn. Er zijn veel dingen die niet met geld te maken hebben, maar met nadenken over wat je belangrijk vindt als je goede zorg wilt bieden. 

Het klinkt allemaal zo logisch. Hoe komt het dat we er zo mee worstelen om zorg structureel op die manier te benaderen?
Dat komt omdat mensen grip willen hebben op de uitgaven. Er is altijd buikpijn over de kosten die ermee gemoeid zijn, ook omdat de verwachting is dat met de vergrijzing de kosten zullen toenemen. Daarnaast heeft het te maken met allerlei protocollen die bedoeld zijn om de kwaliteit van de zorg te garanderen. En de verantwoordingssystematiek: verschillende partijen die verschillende vormen van transparantie moeten tonen. Zorg op maat botst nog weleens met al die verschillende processen, en alles bij elkaar opgeteld, zorgt dat ervoor dat het werk vaak niet meer voldoet aan de ideeën over wat goede zorg is. Zorg waarbij je als professional zelf wat meer ruimte hebt, waarbij je je professionele standaarden kunt inzetten, waarbij je ook echt maatwerk levert, want de douchebeurt bij mevrouw Janssen kan echt weleens iets langer duren dan bij mevrouw Hendrickx. 

Als je alle verschillende ideeën op de website van Zorg aan Zet ziet, dan kan je concluderen: er is enorm veel dat je kan veranderen. Is die veelheid haalbaar en betaalbaar?
Het is ook weer niet zo dat alle burgers enorm verschillende dingen nodig hebben, integendeel. De meeste mensen die zorg nodig hebben, vinden het fijn als de zorg een beetje persoonlijk is, als ze niet het idee hebben dat ze een nummer zijn. Dat zorgverleners hun naam weten en dat ze niet hun jas aanhouden, wat heel vaak gebeurt omdat er zoveel haast is. De meeste mensen willen op een aardige manier worden benaderd, dat is dus niet zo heel moeilijk. Een andere belangrijke overeenkomst is dat de meeste mensen graag ‘s morgens geholpen willen worden. Niemand wil dat de verpleegkundige pas om half één komt. Dat maakt het heel complex voor zorginstellingen, maar het laat wel zien dat mensen vaak gewoon dezelfde wensen hebben.

Ik zie wel veel verschillen in hoe om te gaan met de mantelzorger. Sommige mantelzorgers zijn graag betrokken en hebben ondersteuning of tips nodig. Die mantelzorger is vaak het uitgangspunt. Maar je hebt ook mantelzorgers die af en toe ontlast willen worden maar daarvoor zie je heel weinig mogelijkheden. Stel, een man zorgt dag in dag uit voor zijn zieke vrouw, kan de thuiszorg dan niet even op zijn vrouw passen? Zodat hij even kan gaan zwemmen bijvoorbeeld? Dat soort dingen liggen vaak heel moeilijk. De mantelzorger verschillende opties bieden, dat is heel moeilijk in het zorgstelsel. 

Een ander verschil zie je bij mensen met een migratieachtergrond. De oudere generaties spreken vaak slecht Nederlands en als ze zwakker worden of ziek zijn, doet niet iedereen moeite om goed te formuleren, of de juiste woorden te zoeken. Dat red je nu eenmaal niet als je er slecht aan toe bent. Dat is cruciaal, en roept de vraag op: leid je ook mensen op die de taal van de cliënt spreken?

Zijn er meer manieren om die verbinding te bewerkstelligen?
Om het debat wat te verbreden, wijs ik ook op het belang van de zorgvriendelijke samenleving en de attentheid die nodig is. Dat is niet alleen afhankelijk van de zorgpartijen, maar ook van bijvoorbeeld woningbouw, waarbij het belangrijk is om te kijken: hoe kun je ervoor zorgen dat mensen elkaar tegenkomen? Zodat je weet dat je iets voor een ander zou kunnen betekenen? Hoe ziet de straat er dan uit? En de wijk? Je kan meer ontmoetingsruimten maken, waar mensen elkaar tegen kunnen komen, zodat je weet dat het niet zo goed gaat met mevrouw Janssen en je misschien eens een boodschap voor haar kunt doen. 

Dat geldt ook voor de rol van winkels. In de stad waar ik mijn onderzoek doe, zitten geen winkels op loopafstand van de mensen. Als je oud of moeilijk ter been bent, is het heel moeilijk om naar de winkel te gaan. Terwijl het ook een plek is waar je anderen kan zien of waar je gezien wordt, wat heel belangrijk is. Hoe zorg je voor een infrastructuur die niet alleen de mogelijkheid biedt om dingen te kopen, want dat kun je ook online doen, maar die ook het contact bevordert? Daar gaat het om. Er zal ook meer ingezet moeten worden op buren en buurtbinding. En dat is echt geen wondermiddel hoor, sommige mensen vinden het helemaal niet zo erg om alleen te zijn. We moeten ook niet denken dat iedereen de hele tijd iemand over de vloer wil hebben. Maar je zal oplossingen moeten zoeken die niet meteen over geld of over personeelstekorten gaan. Die kwesties zorgen ervoor dat het gesprek over wat goede zorg is, wordt doodgeslagen. Maar steeds meer mensen hebben te maken met kwetsbaarheid, gezondheidsperikelen en de zorg, dus uiteindelijk denk ik dat de wal het schip wel keert. 

 

TEKST: MAARTJE LUIF • BEELD: VIA MONIQUE KREMER