VDAB-TOPMAN WIM ADRIAENS OVER WERKEN IN DE ZORG

“De aandacht voor ‘coronahelden’ zal nog meer mensen warm maken voor de zorg”

juni 2020

Een infarct op de arbeidsmarkt: zo noemt VDAB-topman Wim Adriaens de coronacrisis. Maar voor de zorgsector zijn er misschien wel opportuniteiten. “Nu ziet iedereen nog scherper het maatschappelijke belang van de zorg. En zo kunnen ook andere profielen, zoals IT-specialisten, overtuigd raken van deze sector.”

Door de coronacrisis wordt pijnlijk duidelijk hoe groot het personeelstekort is in de zorgsector. Denkt u dat dit een wake-up call zal zijn voor de maatschappij?
“Ik denk dat de maatschappij zich voordien wel al bewust was van dat grote knelpunt. Daar werd ook al volop aan gewerkt. Niet in het minst door VDAB. Wij organiseren, samen met onze opleidingspartners, 8.000 zorggerelateerde opleidingstrajecten per jaar. En op tien jaar tijd is het aantal studenten verpleegkunde met 40% toegenomen, wat volgens Vlaams zorgambassadeur Lon Holtzer vooral een verdienste van VDAB is. Door de coronacrisis ziet iedereen nu natuurlijk nog scherper het maatschappelijke belang van de zorg. Denk maar aan het kunstwerk Game Changer dat Banksy op de wereld losliet: een jongetje gooit zijn poppen van Batman en Spiderman in de prullenmand en heeft nu een superverpleegkundige in z’n handen. Ik denk dat deze crisis dus zeker zijn effect niet zal missen. Hogescholen merken nu al dat er veel meer interesse is in hun infodagen voor zorgopleidingen. En ook cursisten die al stage liepen vóór de crisis zijn dat blijven doen. Van hen horen we nu veel positieve geluiden. De waardering die ze krijgen is een echte motivatieboost.”

Welke lessen kan VDAB trekken uit deze crisis?
“De mogelijkheden van de digitalisering zijn, net als in de rest van de samenleving, ook voor VDAB duidelijk geworden. Persoonlijk was ik heel verrast over hoe we als organisatie van de ene dag op de andere de omslag konden maken naar een volledig digitale werking, zonder die te moeten onderbreken. We bereiken langs digitale weg ook meer mensen dan vooraf gedacht. Dat is zeker positief. Ook onze online cursussen bleken een enorm succes: daarin schuilt nog veel potentieel. Minister van Werk Hilde Crevits heeft ons nog vier miljoen extra gegeven om die uit te breiden, iets waar we uiteraard heel blij mee zijn. En we hopen dat mensen uit deze crisis zullen leren dat het loont om te investeren in je loopbaan en extra opleidingen te volgen. Niemand had deze crisis kunnen voorspellen, en we weten ook niet wat er zich in de toekomst nog allemaal zal voordoen. Het is dus beter om te anticiperen dan op een dag onvoorbereid in de werkloosheid te belanden.”

Verwacht u na deze crisis grote verschuivingen op de arbeidsmarkt?
“Dit is in de eerste plaats een infarct op de arbeidsmarkt. Voor de crisis ging het heel goed, de werkzaamheidsgraad was aan het stijgen. De werkloosheid is de voorbije vijf jaar ook sterk gedaald, maar nu zien we plots weer een stijging met 12%, en een halvering van het aantal vacatures. Vooral voor schoolverlaters, die vanaf juli de arbeidsmarkt betreden, zal dit een heel moeilijke periode worden. In het ideale geval zullen gezonde bedrijven snel een doorstart kunnen maken.”

“De zorg is een heel gekwalificeerde sector. Je kan niet op één-twee-drie duizend verpleegkundigen uit je mouw schudden.”

Zou dit misschien positief kunnen uitdraaien voor de zorgsector?
“Het probleem is natuurlijk dat de zorg een sterk gekwalificeerde sector is: zonder opleiding kun je er niet zomaar starten. Maar misschien dat meer mensen nu wel geneigd zullen zijn om een opleiding te starten. Bovendien heeft de sector ook andere profielen nodig, zoals IT-specialisten. Zij denken niet altijd aan de zorg, maar nu liggen er misschien wel kansen om hen te overtuigen dat toch te doen. Misschien is de verloning in andere sectoren interessanter, maar de zorg heeft als grote voordeel dat de maatschappelijke relevantie zeer groot is.”

Voorlopig zijn zorgmedewerkers nog steeds zware knelpuntberoepen. Waarom blijft dit zo’n groot probleem?
“Enerzijds heb je de dubbele vergrijzing in de samenleving, die extra zwaar weegt op de zorgsector. Steeds meer zorgprofessionals gaan op pensioen, maar er zijn ook steeds meer ouderen die zorg nodig hebben. Hoewel het aantal zorgmedewerkers jaar na jaar toeneemt, blijft het aanbod te beperkt, want de vraag wordt ook steeds groter. De sector staat dus voor de grote uitdaging om haar HR-beleid anders te organiseren. Zoals eerder gezegd, is de zorg een heel gekwalificeerde sector. Je kunt niet op één-twee-drie duizend verpleegkundigen uit je mouw schudden. Vanuit VDAB kunnen wij vooral veel anders gekwalificeerde mensen toeleiden, die dan later kunnen doorgroeien. Dat model van de ‘aantrekkende schouw’ is iets waarvoor we de zorginstellingen steeds meer warm proberen te maken, omdat het hen op middellange termijn enorm kan helpen. Al moeten ze zelf ook bereid zijn om extra te investeren. Daar is uiteraard capaciteit voor nodig. Grote ziekenhuizen en woonzorgcentra zijn wel mee in dat verhaal, maar voor kleinere organisaties ligt dat soms moeilijker.”

Wat zijn de belangrijkste strategieën van VDAB om meer mensen warm te maken voor de zorg?
“We hebben een aantal laagdrempelige oriënteringstools waarmee mensen kunnen ontdekken of ze aanleg hebben voor een zorgberoep. Een zorgende aard, een talent om samen te werken, goed verbanden kunnen leggen… Voor wie zo’n aanleg blijkt te hebben, zijn er verschillende informatiepakketten. De opleidingstrajecten duren vrij lang en zijn niet goedkoop, dus door op voorhand goed te screenen willen we vermijden dat veel mensen afhaken. En daarnaast zijn er nog campagnes zoals Dag Van De Zorg, getuigenissen van zorgprofessionals én studenten, filmpjes over de verschillende beroepen… Zulke getuigenissen van ‘ambassadeurs’ zijn altijd motiverend. Al is het wel cruciaal om een realistisch en geloofwaardig beeld te schetsen. De huidige crisis, met veel aandacht voor de ‘coronahelden’, zal natuurlijk ook veel mensen warm maken.”

Heeft de zorgsector bij de brede bevolking een goede reputatie als werkgever? Zou dat dankzij de crisis veranderd zijn?
“De reputatie was al goed, denk ik. Uit een bevraging bij jongeren tussen 15 en 25 jaar – vóór de crisis – bleek dat één op de drie een zorgberoep aantrekkelijk vindt. En nu komt daar het beeld van ‘helden van de zorg’ bij, dus dat zal wellicht nog hoger liggen. Maar er is wel een imagoprobleem bij mensen die al lang in de zorg werken. 49% zou het niet aanbevelen aan zijn eigen kinderen en 48% wil zijn werk afbouwen. Een goed retentiebeleid is dus voor veel organisaties iets waarin zeker nog potentieel schuilt. Heel wat werknemers ervaren te veel stress en emotionele belasting in hun job. Een modern HR-management is dus zeker een troef.”

Hebben mensen de juiste verwachtingen qua verloning, flexibiliteit…? Moeten die randvoorwaarden beter worden om meer mensen aan te trekken?
“Misschien wel, maar mensen weten ook waaraan ze beginnen. De verloning gebeurt op basis van barema’s en de nood aan flexibiliteit is iets wat wij als VDAB ook wel duidelijk maken, in onze filmpjes bijvoorbeeld. Nacht- en weekendwerk horen er heel vaak bij, dat willen we zeker niet wegstoppen. Maar dat kan ook een voordeel zijn: mensen met een jong gezin hebben daardoor extra tijd voor hun kinderen op andere momenten. En er is natuurlijk de werkzekerheid, een troef die we heel erg uitspelen. Als je kiest voor een opleiding in de zorg, heb je bijna honderd procent kans op werk.”

Er zijn nog veel andere knelpuntsectoren. Proberen jullie werkzoekenden soms in een bepaalde richting te pushen?
“Nee, ik vrees dat dat weinig zin heeft. Er moet toch vooral een goede match zijn tussen een bepaald persoon en een beroep of sector. Maar het is wel belangrijk om mensen perspectief te geven over hun mogelijkheden. Soms wordt aan een bepaalde sector totaal niet gedacht en dan kunnen wij vanuit VDAB de blik wel opentrekken. Heel wat mensen van allochtone origine die we naar de arbeidsmarkt leiden, hebben vanuit hun thuissituatie bijvoorbeeld veel zorgcompetenties. Zij hebben niet altijd de juiste kwalificaties voor de zorgsector en denken daar niet onmiddellijk aan, maar toch kan het zeker een goede match zijn.”

Enkel werkzoekenden kunnen bij jullie een opleiding voor knelpuntberoepen volgen. Is dat geen gemiste kans om meer zij-instromers aan te trekken?
“Wie niet werkzoekend is en toch zo’n opleiding wil volgen, kan van de Vlaamse overheid opleidingsverlof krijgen, inclusief aanmoedigingspremie. Toegegeven: het vraagt altijd nog een inspanning, maar het lijkt me toch ook een grote meerwaarde om na die opleiding te kunnen werken in een sector waar je je goed voelt.”

Wat denkt u van het idee van Jeroen Franssen van Agoria om een soort dienstplicht in de zorgsector in te voeren?
“Ik begrijp het idee wel, maar ik denk dat veel jongeren de zorgsector sowieso al appreciëren, zeker vandaag. Bij de keuze van een job is er toch vooral intrinsieke motivatie nodig en dat is iets wat je niet kunt forceren. Door jongeren goed te informeren en hen te helpen bij de zoektocht naar een opleiding die matcht met hun talenten en persoonlijkheid, bereik je volgens mij veel meer.”

Doet VDAB ook inspanningen om inactieven te verleiden tot de zorgsector?
“Daar zijn we mee bezig: we willen onder meer mensen met een RIZIV-statuut en mensen van allochtone origine aantrekken voor de sector. Vorig jaar is een oproep gelanceerd gericht op inactieven, met middelen van het het Europees Sociaal Fonds (ESF). Maar dat project zit nu nog in de experimentele fase, dus daar is het nog even wachten op resultaten.”

Wordt er ook nog gezocht naar buitenlandse werkkrachten?
“Dat deden we al een hele tijd, vanuit een concentrisch model: eerst keken we naar de andere gewesten van ons land, dan naar Europa en ten slotte eventueel nog verder. We zochten vóór de coronacrisis al in Portugal en Polen om nieuwe zorgprofessionals aan te trekken. De laatste tijd begon ook daar al een krapte te ontstaan, iets wat in de toekomst zeker niet zal verbeteren. Dus zijn we stappen aan het zetten om ook buiten Europa goede partners te vinden. Natuurlijk moet je dan altijd rekening houden met de taalbarrière, iets waarvoor we de Vooropleiding Social Profit voor Anderstaligen (VOSPA) in het leven hebben geroepen. Maar er zijn nog meer zaken die je in het achterhoofd moet houden, zoals huisvesting, een school voor de kinderen, een baan voor de partner, enzovoort. Een eenvoudige oplossing is het zeker niet.”

 

TEKST: STEFANIE VAN DEN BROECK • BEELD: MARCO MERTENS