ONDERZOEK TOONT NUT VROEGTIJDIGE ZORGPLANNING IN WOONZORGCENTRUM AAN

Zuchten van verlichting

Maart 2021

Het wetenschappelijke project VZP+ zocht en vond een gestandaardiseerde methode om advance care planning, zeg maar vroegtijdige zorgplanning (VZP), in de dagelijkse werking van woonzorgcentra te integreren. Zorgwijzer ging over het resultaat van vijf jaar transuniversitair onderzoek praten met postdoctoraal onderzoeker Joni Gilissen: “Vroegtijdige zorgplanning komt de kwaliteit van leven én werken ten goede.”

Wie in een woonzorgcentrum werkt, hoef je niet lang te overtuigen van de nood aan vroegtijdige zorgplanning voor elke bewoner. Maar hoe je praktisch en systematisch kwesties aankaart die vaak gevoelig liggen, is een ander paar mouwen. Communicatie is key en iedereen moet mee het bad in: onderhoudspersoneel, verpleegkundigen, zorgkundigen, huisarts en management. De afgelopen vijf jaar onderzocht postdoctoraal onderzoekster Joni Gilissen (VUB/KU Leuven) hoe de praktijk van vroegtijdige zorgplanning (VZP) werkt en hoe hij verbeterd en geïmplementeerd kan worden. Het onderzoek werd onder andere begeleid door Chris Gastmans (KU Leuven en stafmedewerker ethiek bij Zorgnet-Icuro). De methode van advance care planning werd omgezet naar de Vlaamse zorgcontext en proefondervindelijk getest gedurende acht maanden in veertien Vlaamse woonzorgcentra. De resultaten van het project zijn ernaar: klaar om breed uit te rollen.

Als je de tachtig voorbij bent en naar het woonzorgcentrum trekt, is het dan niet wat laat om aan ‘vroegtijdige’ zorgplanning te doen?

“Zorgplanning doe je best meerdere keren in je leven. Je wensen, behoeften en inzichten veranderen met de tijd. Ons instrumentarium speelt daarop in: het gaat om een continu communicatieproces. Op kantelpunten in het leven, zoals bij de verhuis naar het woonzorgcentrum, is het van belang aan te geven wat voor jou kwaliteit van leven is en hoe de zorg daarop kan inspelen.”

Hoe ziet jullie instrument eruit?

“We bieden 17 ondersteunende materialen, zoals een gespreksgids, een gesprekswijzer in zakformaat, train-de-traineropleidingen… Uit ons onderzoek bleek duidelijk de nood aan een ervaren persoon die het project met genoeg motivatie en overtuigingskracht op gang trekt en met trainingen andere sleutelpersonen in het leven van de ouderen engageert. Niet alleen zorgmedewerkers, maar zeker ook het management, vrijwilligers en onderhoudspersoneel horen daarbij. De onderhoudshulp, maar ook de persoon die het eten brengt of hen wast, heeft  soms langer en vaker contact met de ouderen. Zij zitten evengoed om een antwoord verlegen als een bewoner hen confronteert met opmerkingen, genre: ‘mij mogen ze komen halen, het heeft lang genoeg geduurd’. We hebben gemerkt dat veel medewerkers er eigenlijk naar snakten om een gesprekstool te hebben omdat ze vaak op hun ongemak bleven bij moeilijke levensvragen van de bewoners. Dat zijn momenten waarop je een gesprek kan aanknopen en de wensen van de bewoner kan leren kennen. Vroegtijdige zorgplanning is geen kwestie van selectievakjes naast de meerkeuze afvinken; je leert empathisch luisteren.”

“Vroegtijdige zorgplanning is geen kwestie van selectievakjes naast de meerkeuze afvinken; je leert empathisch luisteren.”

Empathisch luisteren, hoe doe je dat?

“Onze gespreksgids is niet bindend en legt geen beperkingen op, maar maakt alles bespreekbaar. Hij begint met algemene vragen: wat maakt u blij en hoe kunnen wij daarvoor vandaag zorgen? En dan bouwt hij op naar de meer gevoelige kwesties. Wat willen ze in geval van een Covid-19-besmetting, wat met dementie, wat als iemand van de familie sterft? Dat gaat tot en met hun wens of ze beademd willen worden als ze ooit in een coma zouden geraken. Vroegtijdige zorgplanning reikt dus heel wat verder dan het documenteren van een wilsverklaring. Je moet ook evaluaties inlassen waarop de bewoner zijn wensen kan herformuleren of herhalen, bijvoorbeeld telkens zijn situatie verandert. Elke bewoner heeft een coach, een vertrouwenspersoon, die de andere betrokken zorgverleners actief bij VZP betrekt.” 

Het voordeel van vroegtijdige zorgplanning zit dus ook aan de kant van de organisatie?

“Zeker. Woonzorgcentra zijn niet verplicht om iemand in de functie van zorgplanner in te zetten, maar de deelnemende voorzieningen aan ons project merkten de voordelen van een heus beleid rond VZP, met een rolverdeling en een takenpakket voor iedereen die op het leven van de bewoner betrokken is. Een goede structuur en afspraken scheppen meer kansen om alle bewoners aan te spreken en aan hun zorgwensen tegemoet te komen. Je anticipeert ook op crisissituaties en op het moment dat zij het niet meer kunnen zeggen. De huisarts speelt eveneens een belangrijke rol in de zorgbeslissingen, ook al maakt die vandaag geen deel uit van de zorgequipe in het woonzorgcentrum, zoals in ons omringende landen vaak wel het geval is.”

Kan je met vroegtijdige zorgplanning geld, tijd en energie besparen?

“Ook dat. De hoogste kost is de personeelskost – de gesprekken duren algauw een uur – en de inzet van een trainer die een beleid initieert en de trainers on the job traint. Eens die trainingen achter de rug brengt het alleen maar op, ook financieel en maatschappelijk. Internationale studies tonen dat aan. De zorg verloopt efficiënter als je als personeel weet wat de wensen van de bewoner zijn. Mensen beginnen tijdiger aan palliatieve zorg, wat de levenskwaliteit tot op het laatste moment aanzienlijk ten goede komt. Het gebruik van antibiotica daalt. Bewoners en hun familie zijn meer tevreden over de zorg. Er doen zich minder spoedopnames in het ziekenhuis voor. Een Australische studie uit 2006 toonde aan dat het aantal ziekenhuisopnames met 22,7% daalde ten opzichte van een groep bewoners die niet aan vroegtijdige zorgplanning deed. Een Harvard-studie uit 2017 tekende een daling op van het aantal ziekenhuisopnames tot 50%.” 

Waarmee staat of valt een goed VZP-beleid?

“Vroeg en regelmatig praten over toekomstige zorg met de bewoner en zijn naasten is enkel mogelijk met de juiste structuur, een duidelijke rolverdeling en voldoende ondersteuning van leidinggevenden. Het duidelijkste resultaat van ons onderzoek is de buy-in van het management. Waar het management vroegtijdige zorgplanning een mandaat geeft en in de dagelijkse werking inbedt, is de grootste vooruitgang merkbaar. Een helder kader met een documentatiesysteem en een procedure die iedereen betrekt, maakt dat VZP zelfs tijdens het wassen niet onbesproken blijft, geen formeel gesprek meer is, maar een open cultuur initieert en voedt. Het komt al snel ten goede aan degene voor wie we het in de eerste plaats doen: de bewoner die zijn familie geen kopzorgen wil geven, die weet dat zijn naasten en zijn zorgteam weten wat hij wil, die zelf weet wat hij wil, die zijn levenskwaliteit in handen heeft en daardoor weet dat zijn leven zinvol blijft.”

TEKST: NICO KROLS • BEELD: JAN LOCUS


Bekend maar nog onbemind

Met haar doctoraat over vroegtijdige zorgplanning in woonzorgcentra won Joni Gilissen de wetenschappelijke prijs van McKinsey & Company 2020. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt door het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) voor een origineel doctoraatsonderzoek met sociale relevantie of concrete implementatie. 

Om woonzorgcentra te ondersteunen in het opzetten van een goede vroegtijdige zorgplanning gingen Gilissen en onderzoekers van de Onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde (VUB-UGent), in samenwerking met het Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht (KU Leuven), op zoek naar een goede en duurzame manier om vroegtijdige zorgplanning te implementeren. Het project liep van september 2014 tot oktober 2020. 

In het onderzoeksrapport lezen we dat het invoeren van VZP verandering of actie op verschillende niveaus vereist. De bewoner en zijn familie doorlopen heel wat stadia vooraleer ze ‘klaar’ zijn om beslissingen te nemen; zorgverleners moeten voldoende kennis en vaardigheden hebben vooraleer ze zich comfortabel genoeg voelen om een VZP-gesprek te initiëren bij een patiënt of bewoner en zijn familie; en de organisatie moet de juiste basis bieden om dit allemaal mogelijk te maken (de juiste cultuur, structuur, ondersteunend beleid). Daarnaast is de omgeving van een woonzorgcentrum extra uitdagend voor VZP: tijdsdruk door personeelstekorten, zware zorgprofielen, korte verblijfsduur van bewoners, het groeiende aantal bewoners met dementie. Toch biedt het kader van een woonzorgcentrum ook waardevolle en unieke mogelijkheden. Er wordt vaak al multidisciplinair samengewerkt, het personeel staat in nauw contact met de bewoners en hun naasten, en er wordt gebruik gemaakt van gemeenschappelijke bewonersdossiers in de teams, en met de huisarts.

Onderzoek toont aan dat het merendeel van de ouderen graag betrokken wil worden bij beslissingen over zorg en hun toekomst. In Vlaanderen heeft 48% van de bewoners van een woonzorgcentrum een wilsverklaring bij overlijden, merkelijk meer dan het gemiddelde (32,5%) in Europa, maar er is duidelijk ruimte voor groei. Ook uit de Vlaamse kwaliteitsindicatoren van 2019 blijkt dat de helft van de bewoners (51,4%) een ‘up-to-date plan voor zorg rond het levenseinde’ heeft. De meerderheid van de Vlaamse woonzorgcentra (95%) heeft een beleid voor vroegtijdige zorgplanning ter beschikking, maar tot dusver wordt dergelijk beleid weinig tot niet in praktijk omgezet.