lieve schuerman

23 mei 2017

LOKAAL DIENSTENCENTRUM ALS ONTMOETINGSPLEK

MENSEN VERBINDEN EN BRUGGEN BOUWEN

Lokale dienstencentra spelen een cruciale rol in het betrekken van de buurt en het maken van verbinding. Wzc Sint-Bernardus in Bertem slaagde er dankzij De Blankaert in om bruggen te bouwen, samenwerkingen te realiseren, mensen samen te brengen en de negatieve perceptie rond het woonzorgcentrum helemaal te keren. Directeur Lieve Schuerman doet haar verhaal.

“Goed tien jaar geleden was er enkel het woonzorgcentrum Sint-Bernardus. Aan de ene kant had je in Bertem de thuiszorg, aan de andere kant het woonzorgcentrum. Maar daartussenin liggen zoveel noden en behoeften, waarvoor we een oplossing wilden bieden. Ons eerste initiatief was een aanbod kortverblijf. En een jaar later dienden we een aanvraag in voor een lokaal dienstencentrum.”

“In de regio heerste in die jaren een concurrentie tussen de thuiszorg en het woonzorgcentrum. Ik wou daarvan af. Wat voor zin heeft het om elkaar cliënten proberen af te snoepen? We zijn complementair. Er was ook een negatieve beeldvorming rond het woonzorgcentrum. We werden ‘het klooster’ genoemd, de muur tussen de voorziening en de gemeenschap was groot. Er was een totaal verkeerde perceptie.”

“Om een lokaal dienstencentrum te beginnen, hadden we de steun van het OCMW en de gemeente nodig. Wij hebben geen financiële steun gevraagd, wel logistieke. Tegelijk hebben we toen alle thuiszorgpartners uit de regio uitgenodigd. Als lokaal dienstencentrum heb je een aantal verplichte opdrachten – het organiseren van activiteiten, lessen en informatiesessies – maar we wilden méér. En we wilden dat samen met de andere zorgaanbieders uit de regio.”

lieve schuerman
CONCRETE SAMENWERKING

“Zo organiseerden we een gezondheidsloket, waar mensen elke week gratis hun bloeddruk of hun glycemiewaarden kunnen meten. De huisartsen waren opgetogen. Want als iemand te hoge waarden heeft, verwijzen we naar de huisarts. We zorgden er ook voor dat mensen gemakkelijk naar De Blankaert konden komen. Minder mobiele mensen gingen we zelf met een busje ophalen. In het begin liep het wat moeizaam. De drempel was hoog en een jarenlange perceptie verander je niet met een vingerknip.”

“Maar we bleven ons aanbod uitbouwen, bijvoorbeeld met maaltijden aan huis. We brachten samen met de thuiszorgpartners het bestaande aanbod en de hiaten in kaart. Vandaag organiseren we dat samen met het OCMW. Het OCMW houdt ook twee keer per maand een zitdag in De Blankaert. Af en toe geeft ook een notaris ook een informatiesessie. Mensen kunnen dan vragen stellen over erfenissen, schenkingen en andere bekommernissen.”

“Door samen te werken rond concrete projecten, hebben de zorgpartners in Bertem elkaar beter leren kennen. Het concurrentiegevoel is er niet meer. Enkele thuiszorg­organisaties komen hier zelfs vergaderen.”

ZO LANG MOGELIJK THUIS

“Een jaar na de opening van De Blankaert hebben we een nachthotel en een dienst nachtzorg aan huis georganiseerd. Voor het nachthotel houden we één bed beschikbaar. Dat volstaat voorlopig en het komt tegemoet aan een reële nood. De ochtendzorg wordt door de thuiszorg verleend, niet door het woonzorgcentrum. Ook dat is goede samenwerking. De nachtzorg aan huis organiseren wij van 23 uur ’s avonds tot 6 uur ’s morgens. Het gaat om geplande bezoeken en om noodoproepen. Onze extra nachtzorgkundige mag ’s nachts de voorziening verlaten om die mensen op te zoeken. Met die kleine soepelheid slagen wij erin om mensen langer thuis te laten wonen. Want het zou te gek zijn dat mensen naar het woonzorgcentrum moeten omdat ze één keer per nacht naar het toilet moeten worden geholpen. Wij vormen met deze dienstverlening geen bedreiging voor de thuiszorg, wel integendeel.”

“Als woonzorgcentrum en lokaal dienstencentrum werken wij overigens met alle organisaties samen. We hebben geen bevoorrechte partners. De bewoners en de cliënten zijn vrij om te kiezen met wie ze samenwerken. Dat is niet altijd evident, maar het lukt.”

GEWONE DINGEN

“De nauwste partner van De Blankaert is het OCMW. Niet voor de zorg, maar voor de bekendmaking van ons programma. Ook met de gemeente werken we goed samen. We hebben samen het Charter dementievriendelijke gemeente getekend en ondernemen ook samen actie, bijvoorbeeld met een uitgestippelde dementievriendelijke wandeling. Op dit ogenblik werken we aan een project ‘Vermist’, waarmee we de buurt en de politie willen sensibiliseren om een oogje in het zeil te houden als een bewoner met dementie zou verdwalen. Twee keer per maand organiseren we in De Blankaert een Inloophuis Dementie, waar iedereen terechtkan met vragen. Ook organiseren we een achttal keer per jaar gespreksgroepen voor kinderen en partners van ouderen met dementie.”

“Vandaag slagen we erin heel wat mensen de weg naar De Blankaert te laten vinden. Niet alleen bewoners van het woonzorgcentrum, maar ook inwoners van Bertem. Mensen die elkaar vroeger kenden, vrienden of buren waren, ontmoeten elkaar nu opnieuw in het lokaal dienstencentrum. Dat verbindt mensen en gaat de vereenzaming tegen. Ook tussen het dagverzorgingscentrum en het lokaal dienstencentrum slaan we bruggen, bijvoorbeeld met een dagje verwenzorg in samenwerking met de thuiszorg. Dan stellen wij een badkamer ter beschikking en organiseren we een keuzemenu met manicure, pedicure, kapsalon, een bad met de eigen thuiszorgkundige en allerhande activiteiten. Waar nodig halen we de mensen thuis op en brengen ze ook terug.”

“Het gaat dikwijls om gewone dingen. Vier keer per jaar houden we een frietjesdag met een activiteit. Ook de petanque­dagen zijn een schot in de roos. Het initiatief kwam van OKRA. We hebben ondertussen vier petanquebanen en die zijn altijd volzet! Die initiatieven brengen veel volk over de vloer en zorgen voor leven en plezier. Dat is aangenaam voor iedereen, ook voor onze bewoners.”

“Zonder de vrijwilligers zou dit allemaal niet kunnen. De middelen van een lokaal dienstencentrum zijn erg beperkt en we wilden van meet af aan dat De Blankaert zelfbedruipend zou zijn. Gelukkig zijn er heel wat senioren die hun talenten graag inzetten. Sommigen geven les in De Blankaert, anderen steken een handje toe bij de activiteiten. Een bewoner van een assistentiewoning houdt de cafetaria open. Het lokaal dienstencentrum heeft één halftijdse verantwoordelijke. Als zij er niet is, dan zorgt de sociale dienst van het woonzorgcentrum voor permanentie. Op die manier komen we er.”

“Graag zouden wij zelf nog meer naar buiten willen komen, maar we hebben niet de middelen om buurtzorg te realiseren. Wij proberen via de thuiszorg, de huisartsen en de apothekers zo goed mogelijk ons aanbod bekend te maken, maar wie eenzaam thuis zit, vindt ons waarschijnlijk nog niet altijd. Die informatiedoorstroming kan nog beter.”

“De perceptie van het woonzorgcentrum is helemaal bijgestuurd. ‘Amai, hier kan je voor van alles terecht!’ is nu een veel gehoorde opmerking. Met de raad van bestuur willen we trouwens nog een stapje verder gaan in het uitbouwen van de site. Samen met andere zorgpartners willen we werken aan ‘veilige woonomgevingen’. We dromen van woningen voor mensen met een licht zorgprofiel, die geen behoefte hebben aan een woonzorgcentrum, maar te fragiel of vereenzaamd zijn om thuis te blijven wonen. De ondersteuning zou worden geboden door thuiszorgkundigen. Het is niet onze bedoeling om zelf thuiszorg te organiseren. Onze expertise ligt elders. We moeten als partners onze expertise delen en gezamenlijk oplossingen op maat bieden voor de noden van de mensen. We hoeven elkaar niets af te snoepen. Er is werk genoeg!”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS