NAIKÉ COSTA, DIRECTEUR WZC SINT-JOZEF IN ASSENEDE, ZIET ORGANISATIE VAN RESIDENTIËLE OUDERENZORG VOORGOED VERANDEREN

“KLEINSCHALIG WERKEN BINNEN EEN GROTERE STRUCTUUR WORDT DE TOEKOMST VAN DE OUDERENZORG"

25 mei 2020

Bezoek is opnieuw toegelaten in woonzorgcentra. Kinderen en kleinkinderen mogen na meer dan twee maand opnieuw hun moeder, vader en grootouders persoonlijk begroeten, weliswaar binnen een strikt afsprakenkader. Een opluchting voor velen. Ook voor de bewoners van woonzorgcentrum Sint-Jozef in Assenede. Het coronavirus had een grote impact op onze voorziening: “er waren besmette medewerkers en bewoners en moesten onze organisatie vliegensvlug aanpassen aan de nieuwe realiteit. We werken nu veel meer in vaste formaties, bubbels zeg maar; Ik denk dat dat een blijver wordt,” aldus directeur Naiké Costa.

Hoe zwaar is WZC Sint-Jozef Assenede getroffen door het coronavirus?

Toch wel behoorlijk zwaar. Al van bij het begin van epidemie kampten we met mensen die besmet waren. De testresultaten van eind maart bevestigden dat. Het virus moet volgens mij al vanaf midden maart in onze voorziening zijn intrede hebben gedaan. Bewoners die symptomen vertoonden, hebben we meteen geïsoleerd. Er waren ook besmettingen bij de medewerkers.

Hadden jullie al die tijd voldoende volk op de werkvloer om de zorg te blijven te runnen?

Uiteindelijk wel ja. We hebben de afgelopen periode werkelijk prachtige staaltjes van solidariteit gezien. Zo kwam er spontaan hulp van een dokterspraktijk waardoor we meteen vier verpleegkundigen extra konden inzetten, een zelfstandige verpleegkundige bood zich vrijwillig aan en de mensen die normaal aan de slag zijn in het centrum voor dagverzorging (dat door de coronamaatregelen de deuren moest sluiten, nvdr.) staken in het woonzorgcentrum een handje toe. Daarnaast konden we ook beroep doen op heel wat studenten die zonder les of stage zaten. Zonder al die extra handen zou het waarschijnlijk niet mogelijk geweest zijn om de zorgpermanentie rond te krijgen en goede zorg te blijven bieden. Het deed heel veel deugd om van zoveel mensen te horen dat ze ons wilden steunen omdat ze ons een warm huis vinden.

Hoe hebben jullie de zorgorganisatie in jullie voorziening aangepast?

Met onze voorziening maken we deel uit van Zorg-Saam ZKJ, een overkoepelende vzw voor meerdere woonzorgcentra. Zowel op het niveau van de overkoepelende vzw als op het niveau van de voorziening werd een crisisteam samengesteld. Dat was voor mij een comfortabele manier van werken. Verschillende experten werden zo met mekaar verbonden in een team om ons uit deze crisis te leiden. Het crisisteam van Zorg-Saam ZKJ nam de vele richtlijnen van de overheid door, interpreteerde ze en gaf ze door aan de woonzorgcentra. Elke dag ontvangen we een overzichtelijke ‘newsflash’ met de richtlijnen, procedures… die we nodig hebben om ons woonzorgcentrum verder goed te organiseren. Ook het gekende tekort aan beschermingsmateriaal heeft het crisisteam voor de verschillende huizen opgenomen. In het woonzorgcentrum houden wij de stock en het verbruik bij. Bij een tekort kan ik dat meteen aankaarten in het crisisteam, dat een oplossing zoekt.

 

“Bewoners en familie hebben elkaar geweldig gemist. Onze allereerste bezoeker was zowaar zenuwachtig om zijn moeder terug te zien.”

Het crisisteam in Sint-Jozef zelf houdt zich vooral bezig met het organiseren van het woonzorgcentrum zelf. Hoe organiseren we de cohortzorg? Hoe kunnen we zoveel mogelijk mensen testen? Hoe zorgen we ervoor dat iedereen de persoonlijke beschermingsmaterialen correct gebruikt? We moesten daar onze medewerkers voor een stukje in opleiden. Logisch, want het is geen alledaagse situatie natuurlijk. We creëerden ook flows zodat het personeel  zich correct doorheen ons woonzorgcentrum kon bewegen. Als een arts bijvoorbeeld bij meerdere patiënten een medische check moest doen, dan ging die eerst langs bij de bewoners  die niet op de cohortafdeling werden verzorgd. Daarna kwamen de covid-positieve bewoners aan de beurt. Zo verkleinden we het risico om het virus over te dragen.

Hoe reageerden de bewoners als ze te horen kregen dat ze verplicht naar een andere afdeling moesten verhuizen?

Dat is geen evidente boodschap om te brengen. Het is alsof je iemand zegt dat hij tijdelijk in een ander huis moet wonen – in dezelfde wijk weliswaar –  en ook nog eens een nieuwe huisgenoot krijgt in dat nieuwe huis. De meeste betrokken bewoners  schrokken in het begin. Maar uiteindelijk begrepen ze het wel en waren ze meegaand, net als de families.

De recentste cijfers tonen dat er steeds minder mensen besmet raken met het coronavirus. Geldt dat ook voor Sint-Jozef?

Ja, we klimmen uit het dal. Nog een klein aantal personen zit in quarantaine (het interview werd afgenomen op 20 mei). Binnenkort ontvangen we de resultaten van hun coronatest. Intussen zitten we aan de negentiende dag zonder nieuwe besmetting in ons WZC.

“We werken nu veel meer in ‘bubbels’: vaste medewerkers die op een vaste afdeling staan. Zo creëer je gesloten circuits waardoor besmettingen niet van de ene naar de andere afdeling kunnen worden overgedragen.”

Het opnieuw toelaten van bezoek komt dus op een goed moment?

Inderdaad, het is ook een veel beter moment dan toen de mogelijkheid van bezoek voor het eerst ter sprake kwam midden april. Dan was dat nog helemaal niet aan de orde. Nu wel. We nemen wel grote voorzorgsmaatregelen. Anderhalve meter afstand is verplicht, een mondmasker dragen ook. Er zit een plexischerm tussen de bewoner en de bezoeker in. Om alles praktisch te plannen maken we gebruik van een online planningstool. Per afdeling is er één persoon verantwoordelijk om de bezoeken in goede banen te leiden. Die brengt en haalt de bewoners in de cafetaria, waar de gesprekken doorgaan. Maximum  3 bewoners kunnen tegelijkertijd een bezoeker ontvangen We zetten de drie duo’s zover mogelijk uiteen. De uitdaging nu is om ervoor te zorgen dat de bewoners en bezoekers voldoende hoorbaar zijn voor elkaar. Niet evident met dat mondmasker en plexiglas. Daar moeten we nog iets op vinden. Je merkt echt tijdens de eerste ontmoetingen waarvan ik getuige was dat de mensen mekaar geweldig hebben gemist. Onze allereerste bezoeker was zowaar zenuwachtig om zijn moeder terug te zien.

Denk je dat we ooit weer terug kunnen naar het moment waarop we onbezorgd en zonder mondmaskers onze familie in het woonzorgcentrum kunnen bezoeken?

Ik hoop het van harte. Van nature ben ik een optimist. We stonden ook altijd te boek als een open huis dus ik wens dat we ooit terug kunnen gaan naar de vertrouwde bezoekregeling. Maar nu zijn we nog even gebonden aan de restrictieve methodes vrees ik.

In welke mate zal deze crisis de ouderenzorg veranderen?

We hebben heel wat in onze organisatie moeten aanpassen om deze crisis de baas te kunnen en ik vermoed dat veel zaken blijvers zijn. We werken nu veel meer in ‘bubbels’: vaste medewerkers die op een vaste afdeling staan. Zo creëer je gesloten circuits waardoor besmettingen niet van de ene naar de andere afdeling kunnen worden overgedragen. Om een simpel voorbeeld te geven: vroeger belandde de eetkar van een bepaalde afdeling weleens op een andere afdeling. Dat is nu voltooid verleden tijd.

“Mijn doel is om aan zoveel mogelijk mensen te tonen dat de ouderenzorg een leuke sector is, dat mensen hier waardig oud worden. Sociale media bieden daarvoor een uitstekend platform.”

Het wordt een uitdaging om het kleinschalige wonen met de huiselijke sfeer te koppelen aan een stevige personeelsomkadering. Ik geloof heel erg in kleinschaligheid, maar aan de andere kant moet er wel een robuuste bovenbouw zijn. Het feit dat we ons met verschillende voorzieningen konden verenigen in een overkoepelende vzw zorgde ervoor dat we sterker stonden in deze crisis. Idealiter creëer je dus een kleinschalige omgeving voor je bewoners in een grotere organisatie.

Ondanks jouw jonge leeftijd praat je bevlogen over de ouderenzorg. Wat zorgt ervoor dat je je job zo graag doet?

Daarvoor zijn verschillende redenen. Vanaf het moment dat ik mijn bachelor orthopedagogie behaalde was ik actief in leidinggevende functies. Ik ben gestart als leidinggevende in de thuiszorg. Vandaar stroomde ik door naar de sector van de residentiële ouderenzorg en sinds drie jaar ben ik nu directeur in Sint-Jozef. Ik hou van de afwisseling: iedere dag brengt iets nieuws. Vaak is het ook wel druk, maar dat vind ik best zo. Ik vind het een voorrecht om met heel veel mensen in contact te komen want communiceren doe ik enorm graag.

Dat blijkt ook op sociale media: Sint-Jozef is goed aanwezig op allerlei platformen. Binnenkort zelfs op TikTok!

Ja, dat klopt. We zitten op Facebook, Instagram en we maken eerstdaags ook een TikTok account aan. Mijn doel is om aan zoveel mogelijk mensen te tonen dat de ouderenzorg een leuke sector is, dat mensen hier waardig oud worden. Ik bied graag tegengewicht tegen de framing die bijvoorbeeld het ‘rusthuisdossier’ (dossier in Het Nieuwsblad, nvdr) met zich meebracht. We kiezen bewust om op TikTok te zitten omdat je daar echt blijdschap kan tentoonspreiden. We laten ook bewoners figureren in de filmpjes. Ook voor het rekruteren van personeel is het een aanrader: mensen die hier komen solliciteren zeggen vaak meteen: “Ik wil hier komen werken, want Sint-Jozef is een warm woonzorgcentrum.” Dan vraag ik hen waar ze dat vandaan halen. Het antwoord is vaak: “van sociale media.”

 

TEKST: JENS DE WULF