MARGOT CLOET EN MARC GEBOERS OVER DE VORMING VAN ZIEKENHUISNETWERKEN

ZIEKENHUISNETWERKEN WILLEN AFSPRAKEN CONSOLIDEREN

Eind januari ontvingen de ziekenhuizen een gezamenlijke brief van federaal minister Maggie De Block en Vlaams minister Jo Vandeurzen. De brief nodigde de ziekenhuizen uit om tegen 15 februari hun intenties tot samenwerking in een netwerk bekend te maken. In de brief maakte de overheid ook duidelijk dat ze zal nagaan hoe de territoriale afbakening van de ziekenhuisnetwerken spoort met de eerstelijnszones. De ingediende intentieverklaringen werden overgemaakt aan de Interministeriële Conferentie van 26 februari 2018. 

De potentiële netwerken zullen in de loop van maart feedback krijgen met een overzicht van de positionering van het vooropgestelde netwerk ten opzichte van de logische zorggebieden en de eerstelijnszones. Daarnaast zal de Vlaamse overheid zich buigen over de nog onbesliste zones en ziekenhuizen, en met hen in gesprek gaan. De overheid verwacht tegen de zomer dan de inhoudelijk uitgewerkte intentieverklaringen, die ze in het najaar zal evalueren, in het licht van de zorgstrategische planning. Ook in de andere gemeenschappen wordt gewerkt aan een inventaris.

De ziekenhuizen geloven erin. Ze hebben zelf hun partners mogen kiezen.
Vaak is die keuze gebaseerd op vertrouwensrelaties die al langer bestaan of
op goede relaties tussen bestuurders, directies of groepen van artsen.
Die stevige onderbouw is een groot pluspunt.

Er komt hopelijk eindelijk schot in de erkenning van de ziekenhuisnetwerken. De voorbije jaren hebben de meeste Vlaamse ziekenhuizen hier keihard aan gewerkt, ondanks het ontbreken van een helder juridisch en wettelijk kader. In de loop van de volgende maanden zou er meer duidelijkheid moeten komen. Hetzelfde geldt voor de eerstelijnszones die in ontwikkeling zijn en waarmee de ziekenhuisnetwerken afspraken moeten maken om voor elke regio een zorgstrategisch plan te ontwerpen. We spraken erover met gedelegeerd bestuurder Margot Cloet en directeur algemene ziekenhuizen Marc Geboers.

Hoe reageerden de ziekenhuizen op de plotse stroomversnelling in dit dossier?
Het blijft een wat vreemde situatie: de ziekenhuizen moeten een intentie tot samenwerking binnen een netwerk voorleggen, maar de wettelijke en juridische contouren van die samenwerking liggen nog niet vast. Een aantal ziekenhuizen heeft het daar moeilijk mee. Maar de grote meerderheid van de ziekenhuizen heeft ondertussen al stappen gezet. In de meeste regio’s tekenen de netwerken zich duidelijk af. De enkele uitzonderingen van ziekenhuizen die zich nog niet aan een netwerk gebonden hebben – uit eigen keuze of omdat ze qua ligging wat geïsoleerd zijn – maken zich nu wat zorgen en vragen iets meer tijd. De meeste netwerken willen evenwel graag dat het nu vooruit gaat. Zij willen de gemaakte afspraken consolideren en verdere stappen zetten.

Ook Zorgnet-Icuro is blij dat er eindelijk schot in de zaak komt. De intentieverklaring is hopelijk een eerste stap naar de erkenning van de netwerken. Tegelijk dringen ook wij bij de overheid aan om nu snel de noodzakelijke juridische duidelijkheid te verschaffen. Zonder wettelijk kader hebben de netwerken weinig bewegingsruimte. Het is ook belangrijk om dan in een volgende fase de huidige financiering te bekijken en ook daar de barrières tot samenwerking uit de regelgeving te halen.

margot cloet

In maart krijgt elk potentieel netwerk feedback van de federale overheid, na overleg op een interministeriële conferentie eind februari. Verwacht u daar nog veel opmerkingen?
Zorgnet-Icuro heeft de garantie gekregen dat we voor Vlaanderen mogen meepraten. Wij staan achter de gegroeide netwerken, zoals die de voorbije maanden bottom-up ontstaan zijn. Hier en daar kunnen gemaakte keuzes wat ongelukkig lijken. Maar dat is nu eenmaal het risico als je de dingen organisch laat ontstaan. Het grote voordeel is dat er een groot enthousiasme leeft binnen de netwerken. De ziekenhuizen geloven erin. Ze hebben zelf hun partners mogen kiezen. Vaak is die keuze gebaseerd op vertrouwensrelaties die al langer bestaan of op goede relaties tussen bestuurders, directies of groepen van artsen. Die stevige onderbouw is een groot pluspunt. Komt daarbij dat wie nu nog raakt aan de samenstelling van de gevormde netwerken, een beweging in gang dreigt te zetten die alle gemaakte afspraken weer op losse schroeven zet. Het is een moeilijke puzzel die gelegd is en als je één stukje uit de puzzel gaat veranderen, wijzig je onvermijdelijk het hele plaatje. Ik denk niet dat iemand daarop zit te wachten. De kans is dus vrij groot dat de intentieverklaringen bekrachtigd worden. Uiteraard zal hier en daar wel wat commentaar komen, wat ik ook wel begrijp. Het E17-netwerk – met een ziekenhuis in Gent, Deinze, Waregem, Kortrijk en Izegem – roept bij sommige waarnemers vragen op, maar niemand kan ontkennen dat het een goed gestructureerd netwerk is dat ondertussen al meer dan twee jaar nauw samenwerkt. Je kunt die partners nu niet uit elkaar gaan spelen.

De ziekenhuisnetwerken moeten in een volgende fase ook afgestemd worden met de eerstelijnszones, die eveneens nog in ontwikkeling zijn. Hoe staat het daarmee?
Dat is inderdaad een bijkomende uitdaging. Ook over de vorming van de eerstelijnszones wordt op verschillende niveaus nog onderhandeld. De overheid streeft naar 55 eerstelijnszones en die zouden zo maximaal mogelijk moeten accorderen met de ziekenhuisnetwerken. Het is nog even afwachten hoe die puzzelstukjes in elkaar zullen vallen. Maar uiteindelijk moeten de ziekenhuisnetwerken in overleg met de eerstelijnszones in hun gebied samen een zorgstrategisch plan maken.

Ziekenhuizen die toevallig op de grens van twee eerstelijnszones liggen, zouden weleens in de verleiding kunnen komen om op die manier het werkingsgebied van hun netwerk uit te breiden of hun invloedssfeer groter te maken. Wij pleiten ervoor om hier voorzichtig mee om te gaan en de dingen niet nog complexer te maken dan ze nu al zijn.

In Gent en Antwerpen wordt de puzzel met de eerstelijnszones sowieso moeilijk, aangezien er in beide steden al twee ziekenhuisnetwerken actief zijn.
Dat klopt. In Antwerpen hebben de huisartsen zelfs al opgeroepen om toch naar één ziekenhuisnetwerk in de stad te streven. Er zijn dus nog enkele spanningsvelden, maar daar komen we – in overleg met de overheid – wel uit.

In veel netwerken wordt ondertussen al effectief samengewerkt?
Dat is zo. Van de kust tot in Limburg zijn sterke ziekenhuisnetwerken actief. In veel netwerken zijn er al behoorlijk verregaande afspraken gemaakt.

Kan het verschil in snelheid tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië nog roet in het eten gooien?
In Brussel en Wallonië is er veel minder duidelijkheid dan in Vlaanderen, maar ook daar is er beweging. Het signaal vanuit de overheid is begrepen. Ook de interministeriële conferentie van eind februari heeft de ziekenhuizen tot spoed aangemaand. Maar nogmaals, het is nu ook aan de overheid om duidelijkheid te verschaffen en een wettelijk kader te voorzien.

Wanneer zou dat kader er komen?
De teksten liggen klaar om de nodige weg af te leggen. We hopen dat de ministers hun verantwoordelijkheid nemen en dat het wetsontwerp snel voorgelegd kan worden aan de Raad van State. De tijd van aankondigen is voorbij, de ziekenhuizen hebben hun werk gedaan. Bovendien verwachten wij van de overheid nu ook snel een objectieve en correcte bepaling van de match tussen de ziekenhuisnetwerken en de eerstelijnszones. Ook hierbij zal Zorgnet-Icuro een stem in het debat hebben. Wij kijken er vol verwachting naar uit.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: PETER DE SCHRYVER