7 februari 2017

SAMEN VERANTWOORDELIJK IN SINT-TRUDO ZIEKENHUIS

CO-GOVERNANCE VERSTERKT VERTROUWEN TUSSEN VERPLEEGKUNDIGEN, ARTSEN EN BESTUUR

Sint-Trudo Ziekenhuis in Sint-Truiden is een van de ziekenhuizen die dromen van meer kwaliteitsvolle zorg, bevestigd met een JCI-kwaliteitslabel. “Het is onze missie om voor patiënten waardevolle zorg te bieden. Daarom hebben we de krachten gebundeld en doen we aan co-governance. Artsen, verpleegkundigen en alle medewerkers zijn nu betrokken om onze doelstellingen te realiseren”, vertelt dr. Patrick Itterbeek, die het project als hoofdarts in Sint-Trudo Ziekenhuis begeleidde.

“We gingen half 2016 van start met co-governance, op twee niveaus”, licht dr. Itterbeek toe. “Enerzijds werken de medische raad en de raad van bestuur nu als twee gelijkwaardige partners samen, in consensus. Artsen zijn dus veel intenser betrokken bij het beleid. Anderzijds werken het medische en het verpleegkundige departement nu samen in één zorg­departement. We hebben onze organisatie ingedeeld in activiteitencentra, dat zijn eenheden op een locatie waar zorggebonden activiteiten plaatsvinden. Die activiteitencentra – acht klinische en zes medisch­-technische centra – worden geleid door duo’s van een hoofdverpleegkundige en een medisch manager. Samen geven zij het beleid van hun diensten vorm.”

MEER VERANTWOORDELIJKHEID

De aanleiding om de organisatie grondig te hertekenen, was de JCI-accreditatie waaraan Sint-Trudo Ziekenhuis momenteel werkt. Dr. Itterbeek: “En cours de route merkten we dat de verantwoordelijkheden niet goed zaten. Artsen konden de kar van kwaliteit meer trekken en actief participeren. Ze kregen dus meer verantwoordelijkheden. We zochten en vonden – zonder veel problemen – artsen die medisch manager wilden worden en sloten met hen een contract af om hun verantwoordelijkheden vast te leggen. Voor die extra opdracht worden ze vrijgesteld en betaald door het artsenkorps en het ziekenhuis.”

Ook de medische raad wordt meer betrokken. “Zo waren we vanuit de medische raad betrokken bij de evaluatie en selectie van de medisch managers”, vult voorzitter van de medische raad dr. Wouter Degraeve aan. “Daaruit putten we heel wat vertrouwen om nu verder het beleid mee uit te tekenen met de raad van bestuur.”

PARADIGMASHIFT

“Het nam zo’n vier maanden tijd in beslag om de nieuwe organisatiestructuur uit te tekenen. Daarbij voerden we een paradigmashift door: in het organogram plaatsen we voortaan de patiënt en zijn zorg- en dienstverleners bovenaan in de piramide, met de hele organisatie in ondersteuning. Een symbool voor een beleid van empowerment van de patiënt en zijn zorg- en dienstverleners. Voortaan werken we bovendien met begrotings- en kwaliteitsdoelstellingen die hoofdverpleegkundigen en medisch managers samen hebben opgesteld, met de hulp van stafmedewerkers. Alle activiteitencentra hebben hun doelstellingen tijdens een conclaaf voorgesteld. De directie bewaakt die doelstellingen, maar laat de verantwoordelijkheid van de manier waarop de doelstellingen worden bereikt over aan de ‘zelfsturende teams’ van hoofdverpleegkundigen en medisch managers.”

“De inspraak van artsen is nu sterk toegenomen”, stelt dr. Degraeve vast. “Door samen met de verpleegkundigen accenten te leggen in het beleid wordt de samenwerking tussen artsen en verpleegkundigen geofficialiseerd. Heel wat artsen waren vragende partij daarvoor. Ze willen meer verantwoordelijkheden en ik geloof dat we op die manier ook aan efficiëntie winnen. Door alle stakeholders rond de tafel te brengen, draagt iedereen verantwoordelijkheid en boeken we samen vooruitgang. De keerzijde van de medaille zijn natuurlijk de extra taken die de verantwoordelijkheden met zich meebrengen. Over twee jaar evalueren we dit proefproject en zullen we nog meer inzicht hebben in de voor- en nadelen. Maar één ding staat nu al vast: het vertrouwen in ons ziekenhuis groeit merkbaar.”


“WE MOETEN AF VAN DAT WIJ-ZIJ-DENKEN”

“Vroeger werkten verpleegkundigen en artsen minder met en meer naast elkaar. Die cultuur is nu aan het veranderen”, stelt dr. Bert Goossens. Als medisch manager van de C-diensten is hij nauw betrokken bij de implementatie van co-governance.
Volgens dr. Goossens vinden artsen en verpleegkundigen elkaar gemakkelijker in het nieuwe systeem. “Als artsen iets willen aankaarten met verpleegkundigen en vice versa, kunnen ze dat. Daarom werk ik nu nauw samen met hoofdverpleegkundige Mieke Vanheers en dat verloopt vlotter en vlotter. Vroeger kon een arts bijvoorbeeld moeilijk ergens terecht met klachten over het functioneren van een verpleegkundige. En omgekeerd: voor een verpleegkundige was het lastig om artsen aan te spreken op bijvoorbeeld onvolledige dossiers. Die drempels halen we nu weg.”

EVENWICHTEN EN VERTROUWEN

“Co-governance is een middel om evenwichten te vinden en vertrouwen te creë­ren. Voor het eerst hebben we samen met het verpleegkundige departement doelstellingen uitgeschreven, een begrotingsoefening gemaakt en nagedacht over wat nodig, nuttig en haalbaar is. Voor mij is het logisch dat we dat samen doen. We moeten af van dat wij-zij-denken. Binnenkort gaan we voor een JCI-accreditering en ik zie co-governance als een middel om het draagvlak daarvoor te vergroten.” “De meesten van mijn collega-artsen zijn pro co-governance. Maar de opdracht van een medisch manager slorpt redelijk wat tijd op. Op grotere diensten neemt de taak een volledige dag per week in beslag. Die tijd kost geld en wordt onttrokken aan de klinische activiteiten. Het is een kwestie van efficiënt werken en niet te veel hooi op je vork te nemen.”


“ARTSEN WORDEN MEER MEE IN HET BAD GETROKKEN”

“Als een tandem”, omschrijft coördinerende hoofdverpleegkundige Mieke Vanheers haar samenwerking met dr. Goossens, de medisch manager met wie ze de C-diensten aanstuurt. “Dr. Goossens beschouw ik als een partner.”

“De nieuwe structuur staat nog in haar kinderschoenen, maar we merken al voordelen”, licht Mieke Vanheers toe. “Mijn job is enigszins veranderd. Ik coach nu meer, samen met onze medisch manager. We hebben samen doelstellingen geformuleerd en volgen die ook samen op. Co-governance maakt iedereen meer betrokken.” “Samen met de hoofden van de heelkundige diensten heb ik vorig jaar een risicoanalyse, doelstellingen en prioriteiten opgesteld voor de C-diensten. Nieuw was dat er ook doelstellingen voor de artsen werden vooropgesteld. Onze artsen werken nu bijvoorbeeld mee aan een uniforme ontslagbrief.”

CAPACITEITSMANAGEMENT

“Een stafmedewerker hielp ons om onze middelen te becijferen. Er werd ook een stuurgroep capaciteitsmanagement opgericht. Daarin zetelen de medisch managers, de coördinerend hoofdverpleegkundigen, de stafmedewerkers van de C-, D-, G- en spoeddiensten en de directeur patiëntenzorg. De stuurgroep volgt iedere maand de bedbezetting en doet de directie voorstellen voor een eventuele sluiting van bedden. Concreet betekent het dat we tijdens luwere periodes op sommige afdelingen enkele bedden sluiten en verpleegkundigen tijdelijk op andere afdelingen inzetten. Soms is het nog wat zoeken, maar dankzij co-governance hebben we via de medisch manager een vast aanspreekpunt naar de artsen toe. Je voelt onze cultuur veranderen: artsen worden meer mee in het bad getrokken.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS