Wie vecht om te overleven, is gedwongen om te verzaken aan een langetermijnvisie

20 december 2019

Dit is een brief gericht aan de Vlaamse overheid, in het bijzonder aan minister Beke.

“Ik had eens een gebroken been. Dat wist ik omdat mijn huisarts deze diagnose stelde op basis van een scan. Gelukkig was het geen complexe breuk waarbij ik een ingreep moest ondergaan, of waarvoor een scan onvoldoende is en er nog gespecialiseerd onderzoek volgt.

Nee, zorg voor lichaam of voor geest zijn niet volledig vergelijkbaar.
Maar ik doe het toch even.
Stel: je voelt je meer dan rot. Iets in jou is gebroken.
Hoe lang zou jij willen wachten op de diagnose? Op een extra onderzoek? Op hulp zodat je kan helen?

Een op de vier burgers krijgt in de loop van hun leven te maken met een geestelijk gezondheidsprobleem.
Een op de drie van hen krijgt hiervoor gepaste hulp.
Een op drie…

 

Veerle Vermeulen (CGG Vagga)

In het CGG (centrum voor geestelijke gezondheidszorg) kom je terecht als de huisarts de diagnose en de behandeling liever aan een specialist toevertrouwt. We zien dan ook kinderen, jongeren en volwassenen met gedragsproblemen, met depressieve of angstige gevoelens, met problemen in de gehechtheid, met trauma, met verslavingsproblemen, met ontwikkelingsstoornissen…
In het beste geval zit er een warm nest rond het kind waar al veel uitgeprobeerd is, vaak samen met professionals die hun job met een warm hart uitoefenen. Een betrokken zorgleerkracht, een alerte verpleegster van Kind & Gezin, een toegewijde JAC-medewerker, … Soms is er een privé-therapeut ingeschakeld of een vrijwilliger van Tejo. Gelukkig is dat vaak voldoende en geraakt het gezin weer op weg.

 

 

Maar wat als het gezin geen warm nest is? Als er sprake is van meerdere problematieken? Als een specialistische diagnose noodzakelijk is? Als er een team met diverse disciplines mee moet nadenken over de behandeling op maat van dit kind, dit gezin?
Dan heb je gespecialiseerde zorg nodig.
In het CGG krijg je die gespecialiseerde zorg aan een democratische prijs (wegens gesubsidieerd door de Vlaamse overheid), en aan de hand van consultaties: je komt en gaat na een uurtje weer weg. Dus dat valt te combineren met school of werk, zonder dat er sprake is van een ziekenhuisopname.

Recent bleek dat de CGG (er zijn er 20 in Vlaanderen) ongeveer 1,4 miljoen moeten besparen vanaf 1 januari. Dat zijn 2000 mensen mínder die behandeld kunnen worden, 500 van hen zijn kinderen en jongeren.
In een interview met minister Beke door Zorgnet-Icuro, lees ik dat het CGG nauwer moet samenwerken met andere partners, want zo zouden we de toegankelijkheid vergroten en de expertise dichter tegen de mensen brengen.
Dat staat haaks op de realiteit.
We moeten net het tegenovergestelde doen en de voordeur van het CGG en andere specialistische zorg wagenwijd openzetten voor iedereen die er nood aan heeft!

1 op 3 krijgt in de huidige situatie hulp. 1 op 3, ik herhaal het graag.
De realiteit is dat er al vele wachtenden in de hal van het CGG staan. Mensen die de weg naar de voordeur al gevonden hadden en die er zich warmen aan de solidariteit van de VTM-kijker of de Warmste Week-luisteraar.
Terwijl we daar samen wachten, wordt intussen de achterbouw gesloopt.
Wat de minister in feite zegt is dit: laat ons investeren in nog wat koterijen in de vorm van tijdelijke projecten aan de achterbouw van het CGG.
Op lange termijn is dit echt geen goed idee.

Wat we nodig hebben is een Vlaamse regering die praat met de federale collega en die bijvoorbeeld initiatieven zoals “1 Gezin 1 Plan” afstemt op de federale netwerken voor geestelijke gezondheidszorg.
Wat we écht nodig hebben is een Vlaamse overheid die nadenkt over werkingsgebieden (provinciaal, lokaal, eerstelijnszone, arrondissement) en die de kost van coördinatoren, kernpartners, trekkers, coaches, facilitators en vergadertijd in rekening brengt.
Wat hebben we nog nodig? O ja, visie. We hebben een overheid nodig die een visie ontwikkelt op structureel recht op gezondheidszorg, in plaats van te rekenen op de solidariteit en dus de portemonnee van onze burgers. De Warmste Week is een week, niet meer. Visie gaat over jaren.
Er is een verschil. Net zoals er een verschil is tussen zorg en liefdadigheid.

Uiteraard kan er in de jeugdhulpverlening nog veel verbeteren. Op dit moment is de schaarste zo groot, dat er zal gevochten worden om de schamele kruimels die nog resten na de besparingen.
Wie vecht om te overleven, is gedwongen om te verzaken aan een langetermijnvisie.

Geachte minister Beke, dit is een oprechte oproep vanwege de hoop die ik paradoxaal ook terug vind in uw mededelingen. Ik heb gelezen over uw plannen om net te investeren in de geestelijke gezondheidszorg. Dat is een opening die mogelijk een visie waarborgt.

Neem ons ernstig, beschouw ons als een gesprekspartner.
Ik beloof plechtig dat we ons constructief zullen opstellen. We zullen uw betoog spekken met argumenten, met sprekende voorbeelden, met good en bad practices, met kritische vragen en de nodige zelfreflectie, met ons groot hart voor kinderen en jongeren.

Bega alstublieft niet de vergissing dat we de geestelijke gezondheid van onze kinderen en jongeren vergroten door enkel in te zetten op tijdrovende samenwerkingsverbanden die pas na enkele jaren vruchten beginnen af te werpen. Of door louter in te zetten op online hulpverlening, of een enkele eerstelijnspsycholoog. We zullen de problemen in het beste geval sneller ontdekken, maar er zal geen geld meer over zijn om de ernstige problemen te behandelen.
Zorg én liefdadigheid kunnen ook samen gaan. Toch? De een hoeft niet op de ander te steunen.

Weet u wat?

We zullen koekjes kopen van de Warmste Week en ze meebrengen.
Het wordt gezellig.
En constructief.
Beloofd.”

Veerle Vermeulen is auteur van deze opinie. Zij is afdelingshoofd Jeugdzorg bij CGG Vagga in Antwerpen