HULPVERLENERS UIT DE CGG, PSYCHOSOCIALE REVALIDATIECENTRA EN MOBIELE HERSTELTEAMS GETUIGEN

GETUIGENISSEN VAN HULPVERLENERS UIT DE AMBULANTE GGZ TIJDENS DE CORONACRISIS

9 april 2020

Van medewerkers in CGG en revalidatiecentra tot de cliënten: heel wat mensen zien positieve kanten aan de geestelijke gezondheidszorg op afstand, zoals we die kennen door het coronavirus. Allemaal getuigen ze over nooit eerder geziene ervaringen.

 

Jan en Joline, begeleiden jongvolwassenen in het CGG

“Het unieke aan videobellen is dat je de cliënt in zijn omgeving aantreft,” steekt Jan van wal. Hij zorgt binnen zijn CGG voor de begeleiding van jongvolwassenen. “Let wel, het loopt niet altijd van een leien dakje. Sommigen kiezen ervoor om hun gesprek uit te stellen. Anderen komen niet graag zichtbaar in beeld.” Joline: “Ik heb mijn cliënten eerst allemaal opgebeld en gepolst hoe ze er zelf tegenover stonden. In eerste instantie gaven ze bijna allemaal aan van wel even te willen wachten, beeldbellen was niet zo heel erg nodig dus. Tot duidelijk werd dat deze situatie wel even ging duren. Toen stonden er heel wat cliënten voor open. Ik merk dat het vlotter gaat als je er zelf ook vlot over doet en aangeeft dat je er al goede ervaringen mee hebt gehad.” “Klopt,” zegt Jan. “Je kan altijd wel een opening vinden om contact te maken: zo is er een jongen die meest vertrouwd is met Whatsapp. Dus bellen we mekaar via Whatsapp. Dat is voor hem de meest comfortabele manier om contact te maken.”

“Een ander voordeel: je slaagt erin om – meer dan als een cliënt naar het centrum komt voor begeleiding – om de context te vatten,” aldus Jan. “Hoe contradictorisch ook, het videobellen brengt je wat dichter bij hun leefwereld,” zegt Joline. Jan vult aan: “Een cliënte woont deze periode tijdelijk in bij haar oma die Franstalig is. Dit terwijl de jonge vrouw amper het Frans machtig is. Maar door te beeldbellen kon je meteen vaststellen dat de twee een goede band hebben met elkaar. Ik was getuige van de bijzondere relatie tussen oma en kleindochter en de rol die de oma speelt in de opvoeding van haar kleindochter. Zonder videobellen was dit gesprek en deze setting wellicht niet mogelijk geweest.”

Hoe contradictorisch ook, het videobellen brengt je wat dichter bij de leefwereld van je cliënt.

“Nog een voorbeeld: een 16-jarige jongen die bij ons in begeleiding is zie ik nu een pak meer dan voor de coronaperiode. Het was tot nu nauwelijks gelukt hem op gesprek te krijgen omdat hij de afspraak vaak vergat of omdat de verplaatsing na school moeilijk was voor hem. Een thuisbegeleidster volgt dit gezin intens op en belt elke morgen om de dag samen met moeder en haar 2 kinderen te structureren. Aan de thuisbegeleidster gaf de jongen snel aan open te staan voor een afzonderlijk met mij. Dit videogesprek heeft het mogelijk gemaakt de taken te verdelen: de contextbegeleidster blijft zich focussen op de structuur en de rust in het gezin en ik heb nu meer de handen vrij voor een gesprek met de adolescent. De jongen wil trouwens het liefst in de toekomst de therapie verder zetten via videobellen. Zo kan hij dit beter combineren met zijn studies.”

“Moeilijker is het als je de cliënt nog nooit gezien hebt, zoals bij een intakegesprek,” vindt Joline. “Een cliënt stemde uiteindelijk toe om de digitale weg op te gaan, maar ze vroeg of haar verwijzer dan ook mee mocht. Zo heb ik dan het intakegesprek uiteindelijk via chat gedaan. De cliënt was aanwezig via video, en de verwijzer via een andere video.”

“Ik heb bij veel gesprekken niet het gevoel een ander soort gesprek dan als we face tot face zouden hebben gepraat. Volgens mij zal de hulpverlening na het coronavirus niet meer hetzelfde zijn. e-Health heeft nu al zijn plaats gekregen en is een blijver,” concludeert Jan.

 

Kim, begeleider van kinderen en jongeren in het CGG

Kim begeleidt kinderen en jongeren in het CGG, ook hij merkt dat de switch snel gemaakt is, zeker bij zijn cliënten: “De overschakeling naar videogesprekken is heel vlot verlopen. Ook cliënten zijn snel mee en zijn vooral blij dat ze me toch nog kunnen spreken. Voor de jongeren die ik zie, is dit allemaal eigenlijk niet zo heel nieuw. Bij de ouders is soms enig voorbehoud merkbaar, maar al bij al hebben ook zij snel de klik gemaakt.”

Waar het niet anders kan, regelen we toch een ‘echte’ ontmoeting. Hierbij nemen we wel de maatregelen over het houden van afstand in acht en waar we vroeger de cliënten een glaasje water aanboden tijdens het gesprek, zijn dat nu een paar handschoenen geworden.

“Face-to-face-gesprekken blijven echter mogelijk. Waar het niet anders kan, regelen we dus toch een ‘echte’ ontmoeting. Hierbij nemen we wel de maatregelen over het houden van afstand in acht en waar we vroeger de cliënten een glaasje water aanboden tijdens het gesprek, zijn dat nu een paar handschoenen geworden.”

Kim voelt dat het feit dat de begeleidingen kunnen doorgaan, geapprecieerd worden: “Veel cliënten zijn blij dat ze het allemaal eens kunnen vertellen hoe het nu met hen gaat. Het thema nummer één bij de begeleidingen is natuurlijk ‘hoe omgaan met corona-stress?’, wat dat ook moge betekenen. Met sommige jongeren onderhoud ik nog telefonische contacten, maar ik merk toch dat dat wat moeilijker gaat. De telefoon gebruik ik om te polsen hoe het met hen gaat.”

 

Michel, psycholoog voor volwassenen in het CGG

Michel is bezig aan een carrière van – intussen al – 42 jaar. Nooit eerder had hij al enige ervaring opgedaan met het geven van online therapiesessies. Tot corona. “Op de valreep duwde de noodwendigheid me alsnog naar dit totaal nieuwe spoor. In tijden van crisis toont een mens zich al eens flexibeler en zo toonde ik me zeker bereid om een nieuwe ervaring aan te gaan. Wat we wel niet uit het oog mogen verliezen is het therapeutische kader. Dat moet zo veel als mogelijk gehandhaafd worden.”

Online is op het eerste gezicht veel afstandelijker – je spreekt van kilometers in plaats van anderhalve meter – maar tegelijk wordt de afstand juist kleiner.

“Bij het aanbreken van de crisis contacteerde ik al mijn cliënten en ik bood hen aan om het online pad te bewandelen. Sommigen stemden in, anderen hielden de boot af. De balans is dat de meerderheid van de cliënten graag op het online aanbod inging. Online is op het eerste gezicht veel afstandelijker – je spreekt van kilometers in plaats van anderhalve meter, maar tegelijk wordt de afstand juist kleiner. Dat heeft, denk ik, alles te maken met de kracht van het beeld. Je dringt binnen in elkaars ruimte, vooral de leefwereld van de cliënt is hier een nieuw gegeven, en het beeld op zich brengt de ander juist dichterbij.”

“Ik merk dat dit voor sommige cliënten een manier is om makkelijker dan voorheen delicate gespreksonderwerpen ter sprake te brengen. Zo is er een cliënte die in de face-to-face-setting, die ongeveer een half jaar liep en ondanks mijn herhaalde voorzichtige uitnodigingen er maar niet toe kwam te spreken over haar levensontwrichtende traumatische gruwel. Wat gebeurt er bij het eerste digitale contact? Meteen vertelt ze uit zichzelf over wat haar is overkomen. Voor haar was de werkelijke afstand blijkbaar doorslaggevender dan de virtuele nabijheid. Zo zie je maar.”

“Mijn overwegend positieve ervaring zal zeker maken dat ik in de toekomst meer dan in het verleden ervoor opensta om online te werken, wat niet wegneemt dat ik indien mogelijk voor de face-to-face-setting met fysieke aanwezigheid zal kiezen omdat daar de subtiele maar belangrijke aspecten van het therapeutisch contact zich toch meer laten aanvoelen.”

 

Leen, ergotherapeut in psychosociaal revalidatiecentrum Hedera

“Op maandag 16 maart kwam uiteindelijk het bericht dat onze groepssessies niet meer konden doorgaan. Een cruciale beslissing, want het zijn net die groepssessie die zo een belangrijk deel van onze werking inpalmen. Vanaf dan was het alle hens aan dek. Maar we zijn niet bij de pakken blijven zitten. Vanaf dag één hebben we ons meteen volledig ingezet om een digitaal platform uit te bouwen. Dit was voor ons ook een zoektocht omdat we zelf niet volledig thuis zijn in de digitale wereld, maar we zijn er allen samen in geslaagd om dit te doen lukken.”

Het feit dat we meteen hebben gehandeld en een digitaal aanbod hebben voorgesteld aan de cliënten, zorgt er nu voor dat we zeer waardevol werk kunnen leveren.

“Na een paar dagen bleek iedereen mee in het verhaal. De collega’s en de cliënten. Het feit dat we meteen hebben gehandeld en een digitaal aanbod hebben voorgesteld aan de cliënten, zorgt er nu voor dat we zeer waardevol werk kunnen leveren. Dat neemt niet weg dat voor iedereen het eerste gesprek op afstand best spannend en onwennig was. Intussen zijn we ook met groepssessies via videochat gestart: een beweegsessie, een creasessie, een sessie rond mindfulness en een groepschat staan voorlopig op het programma. Na evaluatie kan dit verder uitgebreid worden. Daarnaast is er ook een besloten facebookgroep die op een laagdrempelige manier de verbinding met het centrum en met  cliënten onder elkaar verzorgt.”

“Cruciaal is dat wij naar onze cliënten de zekerheid willen bieden dat ze ook in tijden van corona blijvend kunnen rekenen op ons. Dat dit nu op dergelijke wijze gebeurt – en vlot verloopt – betekent niet dat er geen gemis is. We missen allemaal het dagelijkse directe contact, de informele babbels, ‘live’-groepssessies.”

 

Een hulpverlener uit psychosociaal revalidatiecentrum De Keerkring

“Van het moment dat de regels over social distancing serieus worden, komen we samen met het team om te bekijken wat we hiermee gaan doen. Normaal gezien bestaat onze werking voor het merendeel uit groepssessies. Deze zijn nu niet meer mogelijk. We zijn er als team vrij snel uit dat we er alles aan willen doen om een zo goed mogelijke ondersteuning te blijven bieden. Er wordt wat onderzoek gedaan naar enkele online programma’s en we kiezen voor Zoom en Whereby om te videobellen. In tussentijd proberen we onze deelnemers ook zo goed mogelijk op de hoogte te houden via mail, de website of telefonisch over de steeds wijzigende maatregelen. Het is namelijk belangrijk om hen niet te lang in onzekerheid te laten zitten.”

Er worden wekelijks enkele gesprekken gepland per deelnemer. Thema’s die vaak aan bod komen zijn: psychisch welzijn, structuur en dagplanning, thuisactiviteiten, boodschappen doen,…

“Op onze eerste ‘online’ teamvergadering werd er bekeken hoe we het gaan aanpakken. We beslissen om de deelnemers onder de therapeuten te verdelen en te beginnen met een individuele opvolging per deelnemer. Dit zal een aanpassing zijn voor iedereen, maar we staan allemaal achter dit idee. Met een goede handleiding en uitleg, krijgen we al onze deelnemers vrij snel online te zien. Er worden wekelijks enkele gesprekken gepland per deelnemer. Thema’s die vaak aan bod komen zijn: psychisch welzijn, structuur en dagplanning, thuisactiviteiten, boodschappen doen,…  We proberen samen met hen om toch een bepaalde structuur in hun dagen te krijgen omdat we het belangrijk vinden dat ze “in beweging blijven” en dat hun proces niet helemaal stil valt.”

“Ook voor ons als team is een bepaalde structuur van belang, zo start onze dag steeds met een briefing via Zoom. Hier worden de belangrijke zaken doorgebriefd, maar wordt er ook stilgestaan bij ieders welbevinden.  Voor de deelnemers vindt er om 9u30 steeds een online dagopening plaats waar ze zich vrijblijvend bij kunnen aansluiten. Er wordt ook dagelijks een originele ‘Tip van de dag’ op onze website voor de deelnemers gezet. Zo waren de tips over de B-post kaartjes, de online musea en relaxatieoefeningen om thuis te proberen al erg in trek.

“Momenteel zijn we al aan week 4 bezig, het was wat zoeken, maar we merken dat we toch een bepaalde structuur in onze werking hebben gekregen. We hebben onszelf wat opnieuw heruitgevonden, maar dit lijkt te werken voor ons en voor onze deelnemers. Zo zijn we ook al gestart met online groepssessies omdat het belangrijk is dat deelnemers ook nog met elkaar in contact komen. Ik ben er ook zeker van dat we hier als team veel sterker uitkomen en dat we nog maar eens beseffen hoe belangrijk het is om de juiste ondersteuning  en hulpverlening te kunnen aanbieden.”

 

Eddy Daems – Hulpverlener in het mobiele herstelteam Haspengouw

Eddy Daems maakt deel uit van het mobiele herstelteam Haspengouw. Normaal gaan de mobiele herstelteams aan huis bij mensen met ernstige psychische problemen. Maar in tijden van corona moeten ook zij zich opnieuw uitvinden. Eddy Daems: “Het gros van ons cliënteel bestaat uit mensen die eerder al ervaringen hebben gehad met een traject in de zorg, maar daar geen goede herinneringen aan over hebben gehouden. Vaak mijden ze de zorg. Vandaar het idee om ze in een voor hen vertrouwde situatie op te zoeken. Meestal is dat inderdaad bij hen thuis, maar in sommige gevallen kan dat ook in een park zijn of in een dagcentrum. Samen steken we dan de koppen bij mekaar en zoeken we naar oplossingen voor de problemen die ze ervaren. Die aanpak is uiteraard niet echt meer aangewezen tijdens deze coronacrisis.”

Gelukkig was het de voorbije tijd steeds goed weer waardoor ik met heel wat cliënten een wandeling kon maken, met anderen voerde ik een gesprek aan de voordeur. Een stoepgesprek zeg maar.

“Bij aanvang van de crisis hebben we onze cliënten opgebeld. In de eerste plaats om de situatie uit te leggen, maar ook om alternatieven af te spreken om toch contact te kunnen houden. Dat is namelijk heel erg belangrijk. Wij werken met een doelgroep die snel aan het zwalpen kan slaan of vereenzamen. Tijdens ons telefoontje vragen we dan hoe het met hen gaat en of ze zich gezond voelen. Eventueel kunnen we dan ook een moment afspreken waarbij ik eens langskom. Gelukkig was het de voorbije tijd steeds goed weer waardoor ik met heel wat cliënten een wandeling kon maken, met anderen voerde ik een gesprek aan de voordeur. Een stoepgesprek zeg maar. Soms doe ik ook de boodschappen.”

In de CGG en de revalidatiecentra zien we goeie praktijken rond beeldbellen. Is dat een optie voor de mobiele teams? “Eigenlijk niet. Veel van mijn cliënten hebben zelfs geen computer, laat staan dat ze met skype overweg kunnen. Met mijn collega’s kan ik wel op die manier contact houden. Ons teamoverleg kan nog steeds plaatsvinden,” aldus Daems. “Ik hoop in elk geval, in het belang van de mensen die ik begeleid, dat deze situatie niet te lang meer duurt. Je merkt bij iedereen dat de angst toeneemt in deze bijzondere tijden. Dus al zeker bij mijn cliënten. Maar zolang de lockdown duurt, vormen wandelingen en stoepgesprekken een degelijk alternatief.”

 

TEKST: JENS DE WULF