ONDERZOEK NAAR ETHISCHE ASPECTEN VAN ROBOTICA IN DE OUDERENZORG

ROBOTS MOGEN NOOIT EEN VERVANGING WORDEN VOOR MENSELIJKE ZORG

9 december 2019

Pepper, Zora en Kompaï. Die namen doen zeker een belletje rinkelen. Het zijn alle­maal robots in de zorg. De een helpt ouderen bij dagelijkse activiteiten zoals bewegen, de ander zorgt voor ondersteuning bij de dagstructuur. Maar is de evolutie van zorgrobots wel een stap in de goede richting? Theoloog en filosoof Tijs Vandemeulebroucke onderzocht in zijn doctoraat de ethische aspecten van het gebruik van robots in de ouderenzorg. ‘De technologie is indrukwekkend, maar we mogen een robot nooit zien als de vervanger van een zorgverlener. Het is belangrijk om altijd met een kritische kijk met robotica om te gaan.’

Tijs Vandemeulebroucke werkt aan het Centrum voor Biomedische Ethiek en Recht van de KU Leuven. Hij doctoreerde in de Biomedische Wetenschappen onder begeleiding van de professoren Chris Gastmans en Bernadette Dierckx de Casterlé. “Ook in de zorgsector merk je dat technologie een steeds grotere rol gaat spelen. Het gebruik van robotica is wat het meest tot de verbeelding spreekt in die evolutie. Daarom wilden we onderzoeken wat de ethische aspecten zijn in het gebruik van robots in de ouderenzorg. Mijn doctoraat concentreert zich op één type robot, namelijk de dienstenrobot die ouderen zowel sociale als fysieke ondersteuning geeft. Zora en Pepper zijn de twee meest bekende sociaal ondersteunende robots. Zora wordt bijvoorbeeld ingezet tijdens de fysiotherapie, waar ze oefeningen demonstreert aan de groep en de deelnemers aanmoedigt om mee te doen,” aldus Vandemeulebroucke. “Enerzijds onderzochten we met een empirische studie hoe de ouderen zelf staan tegenover die sociaal ondersteunende robots. We combineerden dit met een filosofisch en ethische onderzoekslijn. Concreet bestond het onderzoek uit twee literatuurstudies, een empirische en filosofisch-ethische, een focusgroep en een eigen filosofisch onderzoek. Tot slot brachten we alles samen door ethische oriëntaties naar voor te schuiven.”

IETS IS BETER DAN NIETS

“Via een rondvraag bij woonzorgcentra, OKRA-afdelingen en een oproep in Zorgwijzer brachten we een groep 70-plussers samen die nog zelfstandig thuis wonen voor een focusgroepsstudie. In een eerste fase peilden we naar hun woon- en zorgsituatie, maar ook naar hun ervaringen met robotica. Kwamen ze al eerder in aanraking met een zorgrobot? Wat stellen ze zich voor bij de ondersteuning die een zorgrobot biedt?”

“In de tweede fase bekeken we samen een verkorte versie van de documentaire ‘Ik ben Alice’. Daarin vraagt regisseur Sander Burger zich af of ouderen een relatie kunnen opbouwen met een robot. Net zoals Zora heeft de zorgrobot Alice een klein mensachtig lichaam. Haar hoofd doet wat denken aan een meisjespop. In de documentaire treedt Alice in interactie met de ouderen door bijvoorbeeld samen foto’s te bekijken. Door deze film was het voor alle deelnemers heel helder wat we bedoelden als we het over robotica hebben.”

“Ten slotte gingen de groepen dieper in op de ethiek van het gebruik van sociaal ondersteunende robots in de zorg voor ouderen. Daaruit kwamen enkele zeer duidelijke tendensen naar voor. De ouderen zagen in het gebruik van robots een risico tot ontmenselijking van de zorg en een veranderend zorgconcept in de samenleving. Volgens hen moet er gebruik gemaakt worden van technologie omdat mensen niet meer voor elkaar zorgen zoals vroeger. Daarnaast stelden de deelnemers zich ook vragen bij de impact op de autonomie en privacy van ouderen. Ze zien de robotica als een economische noodzakelijkheid in de toekomst. Wanneer de zorg te duur wordt, kunnen we terugvallen op zorgrobots. Het is voor hen niet de ideale situatie, maar iets is nog altijd beter dan niets.”

THEMA GAAT STEEDS STERKER LEVEN

Tijs Vandemeulebroucke: “Het was interessant om te merken dat er in die in­tuïties meer dan enkel toegepaste ethiek vervat zat. Het werd ook verweven met politieke en sociale reflecties: ‘zouden we nog steeds robotica inschakelen als het sociale zorgsysteem en de economie ons hier niet toe dwingen? Zouden we kiezen voor zorgrobots wanneer er vanuit de overheid meer middelen besteed worden aan zorg? Of wanneer onze kinderen, die nu allemaal veel moeten werken, echt tijd en ruimte hebben om voor ons te zorgen?’ Eén deelnemer stelde een vraag die het voor mij perfect samenvat: ‘hoe komt het dat we zo ver zijn gekomen?’”

“Er klonken ook positieve argumenten. Stel je voor dat je moet gewassen worden door een ongeïnteresseerde zorgverlener die veel te ruw is en je als voorwerp behandelt. Dat zal een robot niet doen. Die doet gewoon waarvoor hij geprogrammeerd is, zonder enige negatieve gevoelens. Het was wel opvallend dat alle ouderen uit de focusgroep dit vraagstuk zeer pragmatisch bekeken. ‘Als het moet gaan we mee in deze ontwikkeling, op voorwaarde dat het niet voor mij persoonlijk is.’ Ze zagen zeker een functie voor de zorgrobot bij mensen met dementie, personen met psychiatrische problemen of bewoners van een woonzorgcentrum. Maar opnieuw vanuit de redenering: ‘iets is beter dan niets’.”

Tijs Vandemeulebroucke

GEBRUIK OP VERSCHILLENDE NIVEAU’S

“De resultaten vanuit de focusgroepen brachten we samen met de literatuurstudies en het filosofisch onderzoek. Zo ontwikkelden we 21 oriëntaties die bedoeld zijn als praktische hulpmiddelen bij beslissingen over dit soort technologie. Het is belangrijk dat we beseffen dat de mogelijke impact van het gebruik van zorgrobots verder reikt dan de relatie tussen de ouderen en de robot. Je moet het gebruik van robotica bekijken vanuit verschillende perspectieven: individueel, organisatorisch en maatschappelijk. Op individueel vlak bijvoorbeeld mag een robot een oudere niet beknotten in zijn vrijheid. Je kan robotica zeker inzetten om ouderen te motiveren om te bewegen, maar een robot mag niet 24 uur op 24 bevelen om een rondje te stappen. In de organisatie moet op voorhand heel duidelijk gemaakt worden welke functie een robot mag opnemen en welke niet. Het feit dat derde partijen, zoals de bedrijven die de robots ontwikkelen, niet zomaar toegang hebben tot de data die de robots verzamelen slaat op het maatschappelijk vlak.”

VRAAGSTUKKEN WAAROVER WE BLIJVEN REFLECTEREN

“Daarnaast geven we ook fundamentele oriëntaties mee die uitnodigen tot reflectie. Het gebruik van robotica zal een invloed hebben op de ouderenzorg door bijvoorbeeld een nieuwe visie op zorg te creëren. Je kan het vergelijken met het gebruik van een smartphone. Dat heeft heel ons sociaal leven en de manier waarop wij met elkaar communiceren veranderd. Een robot is geen simpel gebruiksvoorwerp. Robotica zal een duidelijke impact hebben op de manier hoe wij naar bepaalde (zorg-)praktijken kijken.”

“Met die fundamentele oriëntaties pretenderen we niet dat we een eenduidig antwoord hebben. Het gebruik van zorgrobots is een vraagstuk met vele dimensies waarover blijvend gereflecteerd moet worden. De oriëntaties zijn handvaten om op zoek te gaan naar manieren om met die nieuwe technologie om te gaan. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat je als organisatie weet waarom je robotica gebruikt. Je moet weten welke zorg je wil geven en welke boodschap je wil uitdragen. Een van de oriëntaties stelt daarom ook dat je de gebruikers niet mag verloochenen. Ouderen kunnen de impressie krijgen dat de robot dingen kan die niet of nog niet mogelijk zijn.”

“Het ontwikkelen van robots die heel sterk op mensen lijken, wordt nu al hevig bekritiseerd. Dat kan immers voor verwarring zorgen bij bijvoorbeeld ouderen met dementie of mensen met psychische problemen. Je doet hen namelijk geloven dat een robot pretendeert iets of iemand te zijn wat het eigenlijk niet is. Op dat moment ben je aan het liegen tegen de gebruiker en dat moet worden vermeden.” 

NOG GEEN DUIDELIJKE SPELREGELS

“Deze nieuwe technologie is in volle ontwikkelingsfase en dat zorgt voor veel debat. Men is er nog niet aan uit wat men met deze technologie wil bereiken en waarvoor alles dient. Maar ondertussen wordt die robotica al gedropt in de maatschappij en moet die maatschappij er zelf achter komen wat ze ermee doet omdat er nog geen spelregels zijn uitgetekend.”

“Als robotica een standaardpraktijk wordt, mag die nooit als een vervanging gezien worden voor menselijke zorg. Dat is nu zeker nog niet zo, maar de druk is er wel. Bepaalde zorgrobots worden ontwikkeld als expliciet antwoord op een dalend aantal professionele en niet-professionele zorgverleners. Net dat feit tekent het debat over robotica. Juist daarom is het belangrijk om er nu al richtlijnen rond te ontwikkelen die toepasbaar zijn op zowel individueel, organisatorisch als maatschappelijk vlak.”

EEN GOEDE ROBOT

“Op dit moment worden de stemmen van de ouderen en de zorgverleners amper gehoord in het debat. Dat toont het ondemo­cratische karakter van dit soort technologie aan. Er moet een overlegplatform komen waar ouderen ook heel duidelijk een stem krijgen. Zij zijn niet enkel zorgontvangers. Zij hebben het recht om mee te bepalen hoe hun zorg georganiseerd wordt.”

“Een goede robot is volgens mij een robot die op een democratische manier tot stand is gekomen, waarvoor overleg was met alle partijen. En let op, dat wordt ook gedaan. Sommige partijen spannen zich echt in om te polsen wat de praktijk wil en nodig heeft. Een goede robot is geïntegreerd in goede zorg. De leidende vraag bij de ontwikkeling en gebruik van een robot moet zijn: ‘wat is voor ons als maatschappij, organisatie en mens goede zorg?’ Van daaruit kan je een plaats ontwikkelen waarin die robot kan worden gebruikt. Het kan natuurlijk ook zijn dat er geen plaats gevonden wordt. Ook dan moet dit gerespecteerd worden. Een zorg­organisatie, een oudere of een zorgverlener kan nooit onder druk gezet worden om een robot te gebruiken. Het gebruik van robotica kan niet van hoger hand opgelegd worden.”

KRITISCHE KIJK

“Persoonlijk vind ik het indrukwekkend wat de technologie kan. Maar stel dat we robotica gestandaardiseerd gaan gebruiken, dan zal het de fouten of tekort­komingen die het wil verhelpen alleen maar sterker maken. Ik denk dat zorg­robots geen goed hulpmiddel zijn om het tekort aan zorgverleners op te vangen. Wanneer je dat doet, dan versterkt die structuur van een tekort zich net volledig door het gebruik van zorgrobots. En dat verhindert de mensen om verder te kijken naar andere mogelijkheden. We moeten realistisch omgaan met deze technologische evolutie, maar mogen onze kritische kijk zeker niet verliezen.”

 

TEKST: KIM MARLIER • BEELD: SOPHIE NUYTTEN