Hilde Haerden

CAMPUS O³ - HUIS VAN HET KIND IN GENK

WIE MOEITE DOET OM BRUGGEN TE SLAAN, MAAKT DIALOOG MOGELIJK

Campus O³ is de Genkse versie van het Huis van het Kind. De drie in de naam verwijst naar de drie vestigingen, de O staat voor opvoeding, ondersteuning, ontwikkeling, ontmoeting, onderwijs, opgroeien … Het Huis van het Kind is dan ook niet voor één gat te vangen. Directeur Hilde Haerden leidt ons rond.

“Campus O³ is gestart in 2015, maar ontstond niet uit het niets. We hadden hier al een opvoedingswinkel, die sectoroverstijgend werkte. It takes a whole village to raise a child, luidt het spreekwoord en dat klopt ook. Er zijn linken naar gezondheid, onderwijs, talentontwikkeling … Het Huis van het Kind maakt die verwevenheid nog beter zichtbaar. De diverse sectoren werken hier niet langer fragmentair, maar zoveel mogelijk vanuit een gezamenlijke aanpak. Dat is de essentie van wat wij doen: alles waarmee we gezinnen en hun kinderen kunnen ondersteunen, zoveel mogelijk onder één dak brengen. Uiteraard moeten we nog altijd naar externe organisaties verwijzen, maar we maken er een punt van dat we mensen meteen op de goede weg zetten.”

“Als mensen of gezinnen een beroep op ons doen, laten we ze niet los zonder ze geholpen te hebben. We zeggen nooit: dat doen we niet of daarbij kunnen we jou niet helpen.”

“Nabijheid is erg belangrijk. Als Huis van het Kind willen we aanwezig zijn waar mensen leven, werken en vrije tijd beleven. We willen ons op een laagdrempel­ige manier tonen aan de mensen. Ouders komen hier gemakkelijk binnen. Mensen moeten komen omdat ze een kind hebben, niet omdat ze een probleem hebben, zeg ik aan onze medewerkers. Wij willen een ontmoetingsplek zijn, waar mensen eventueel ook vragen kunnen stellen. Het is een en-en-verhaal. Daarom is onze front office erg belangrijk. Het onthaal ziet er niet uit als een traditionele balie. We houden de drempel zo laag mogelijk, door bijvoorbeeld zelf de mensen tegemoet te komen. Wij zetten letterlijk ook een stap naar hen. Ouders zijn welkom om even te praten, voor informatie, om hun kindje te laten wegen bij Kind en Gezin … We hebben gekozen voor een concept waarin alle partners zich thuis voelen. Een soort van pop-up principe met multi­functionele plaatsen. Veel organisaties hebben hier een loketfunctie. Zo is er vanuit het OCMW iemand op Campus O³ die rond kinderrechten werkt. Als dan een vraag komt over vrijetijdsbesteding voor kinderen in armoede, dan hoeven we de ouders niet naar het OCMW te verwijzen, maar kloppen we gewoon aan bij Cindy hier in huis. Dankzij die brede insteek van allerlei organisaties, brengen we een groot en divers publiek samen.”

IEDEREEN WELKOM

“Elke organisatie in Campus O³ draagt op haar manier bij tot het welzijn en de gezondheid van kinderen en jongeren van 0 tot 24 jaar. Het is onze missie om voor die hele ruime doelgroep te werken, startend bij de prenatale fase. Zo zijn we er ook voor koppels met een kinderwens: we organiseren daarover informatieavonden en workshops en verwijzen waar nodig door naar een fertiliteitsspecialist in het ziekenhuis.”

“In 2017 hebben we zo 9.500 unieke gezinnen bereikt. Modale gezinnen, jonge gezinnen, maar ook heel kwetsbare gezinnen met multiproblematieken. We willen niet het ‘huis van het arme kind’ worden, maar het huis waar iedereen welkom is. Iedereen kan overigens af en toe een duwtje in de rug gebruiken. Elke ouder is weleens kwetsbaar, ook de hoogopgeleide en de welstellende. Jongerenthema’s zoals relaties, hotel mama, omgaan met je budget … zijn eveneens universeel.”

“Natuurlijk hebben wij oog voor de multiculturele realiteit waarin we leven. Al van in het begin zetten we daarop in. In Genk is meer dan 55% van een andere etnische origine. Er leven hier mensen van 130 etnische entiteiten. Ons medewerkers­bestand wil daarvan een weerspiegeling zijn. Als we front office en back office samentellen, kunnen wij de mensen in vijftien talen te woord staan. Komt iemand langs die alleen Russisch praat, geen probleem! Dat maakt een enorm verschil als je laagdrempelig wil zijn. Opvoeding is sowieso een thema waarin mensen zich kwetsbaar voelen. Als de klant ziet dat jij moeite doet om de brug te slaan, dan neem je meteen heel wat stress en drempels weg en maak je de dialoog mogelijk.”

“Elk jaar in september doen we met alle medewerkers en vrijwilligers van het Huis van het Kind en in samenwerking met de stad Genk huisbezoeken bij gezinnen met kinderen tot zes jaar. We bellen aan, vragen of we even binnen mogen komen en beginnen een gesprek. Het is ongelooflijk hoe open mensen zijn als je zelf de eerste stap zet. We gaan bij nieuwe gezinnen langs, maar ook bij gezinnen die al jaren in Genk wonen. Jaarlijks doen we zo’n 350 adressen aan.”

hilde haerden

VRIJWILLIGERS

“We werken samen met heel wat vrijwilligers. Elke vrijwilliger krijgt een uitgebreid intakegesprek, coaching en een goede opvolging. Zij maken mee het verschil. Ze houden ons bovendien alert: ze geven feedback, brengen ideeën aan en helpen ons om onze dienstverlening te verbeteren. Het spreekt vanzelf dat ook de vrijwilligers zich achter onze missie en onze waarden moeten kunnen scharen. Hoe we omgaan met mensen, met diversiteit … Wie moeite heeft met mensen die een hoofddoek dragen of geen varkensvlees eten, kan hier weinig komen doen.”

“Als mensen of gezinnen een beroep op ons doen, laten we hen niet los zonder hen geholpen te hebben. We zeggen nooit: dat doen we niet of daarbij kunnen we jou niet helpen. We werken holistisch en halen waar nodig extra hulp of ondersteuning binnen volgens het Wraparound Care-model. We luisteren naar de mensen, ook als ze vertellen vanuit hun buikgevoel. ‘Er is iets mis met mijn kind, ik voel het’ zei een moeder onlangs. Dan gaan wij die vrouw niet van het kastje naar de muur sturen: probeer daar eens of ga daar eens langs. Neen, dan gaan wij haar echt van nabij begeleiden tot ze een antwoord heeft. Soms lukt dat met een eenmalig consult, soms starten we ook trajecten op van zes tot acht maanden.”

“CAW en CGG zijn goede partners. Ook met het JAC onderhouden we nauwe contacten. Met de ziekenhuizen verloopt de samenwerking soms wat moeizamer, wat diffuser vooral, omdat daar nog een helder kader en een transparant organogram ontbreken. In het overleg met de medische disciplines missen we de overtuiging dat een integrale aanpak tussen medische en sociale disciplines tot betere resultaten leidt voor een veilige, gezonde en kansrijke start van kinderen. Veel hangt nog af van de goodwill en de interesse van de individuele arts. Sommigen zijn heel geëngageerd, anderen duidelijk minder. Die vrijblijvendheid moeten we eruit proberen te krijgen. Daarvoor is een beleid van bovenaf nodig, zoals in Nederland, waar wethouders, zorgverzekeraars, sterke leiders, managers en onderzoeksinstellingen de handen in elkaar slaan en daadwerkelijk impact hebben op een stevige start van iedereen. Er ontstaan wel meer en meer dwarsverbindingen, maar soms zou het best wat sneller mogen gaan.”

“Veel mensen denken dat een Huis van het Kind door zijn connectie met de lokale besturen er warmpjes bij zit. Die perceptie klopt niet. De middelen zijn schaars. We steken veel tijd en energie in het zoeken naar fondsen; tijd die we misschien beter aan onze dienstverlening zouden kunnen besteden. Want er is nog heel wat onontgonnen gebied. We werken met universiteiten en hogescholen aan onderzoek, bijvoorbeeld naar de impact in de strijd tegen kinderarmoede of de ontwikkeling van het brein bij kinderen. We willen ook nog meer bruggen slaan naar andere domeinen, zoals tewerkstelling en opleiding. Er is nog zoveel mogelijk. We geloven in wat we doen. We zijn gepassioneerd bezig, maar er is nog een hele weg te gaan met vele maatschappelijke uitdagingen.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS