PRIJS VOOR DE VLAAMSE EN BRUSSELSE HUISARTS

SAMENWERKING NEDERLANDSTALIGE EN FRANSTALIGE WACHTDIENSTEN IN BRUSSEL

Dit jaar kende Domus Medica de Prijs voor de Vlaamse en Brusselse Huisarts toe aan de Brusselse huisartsen dr. Jo Butaye en dr. Annemie Deleenheer voor hun inspanningen voor een samenwerking tussen de Nederlandstalige en de Franstalige wachtdiensten in Brussel. “Een goede zaak voor zowel de patiënten als de huisartsen”, klinkt het overtuigd.

Dr. Jo Butaye: “De situatie in Brussel was moeilijk. Er zijn weinig Nederlandstalige huisartsen, waardoor we relatief veel wachten moesten doen. Tegelijk zagen we tijdens die wachten maar weinig patiënten. Dat was ook vervelend voor de huisartsen in opleiding (HAIO), die verplicht wachten op zich moesten nemen, maar soms maar één of twee patiënten zagen. De voor de hand liggende oplossing was een samenwerking met de Franstalige huisartsen. Omdat er onder hen maar weinig tweetaligen zijn, moet er sowieso ook altijd een Nederlandstalige van wacht zijn. Dat heeft allemaal veel voeten in de aarde gehad, maar uiteindelijk is het gelukt en is de samenwerking van de wachtdiensten een feit. Ik heb me hard ingezet om de oudere collega’s mee te krijgen, want het waren vooral de jongeren die pro samenwerking waren.”

Dr. Annemie Deleenheer: “Onze collega’s hebben ons voor deze prijs genomineerd. Dat is een teken van waardering. De samenwerking met de Franstaligen was jarenlang een delicaat thema. Ook voor de politieke instanties trouwens. Maar sedert 1 oktober 2016 organiseren we de wachtdiensten gezamenlijk. Dat gebeurt op vrijwillige basis, wat in het begin voor wat kinderziekten heeft gezorgd. Maar vandaag loopt het goed. Dankzij de samenwerking zien we tijdens de wachten meer patiënten. Er is een eerlijk forfaitair uurloon, er is een taxidienst en alles verloopt veilig en comfortabel. Bovendien leren we onze Franstalige collega’s beter kennen. Wie weet kunnen we in de toekomst ook op andere vlakken samenwerken. Uiteindelijk worden we op het terrein met dezelfde uitdagingen geconfronteerd. Als Nederlandstalige huisartsen hebben we hier alleen bij te winnen, want we zijn met zeer weinig. Maar ook de Franstalige collega’s zijn vragende partij voor meer samenwerking. En voor de patiënt is de situatie eenduidiger en dus laagdrempeliger; zo is er vandaag nog maar één telefoonnummer voor de wachtdienst.”

deleenheer
VERSNIPPERD BELEID

“De situatie in Brussel is heel apart”, zegt dr. Deleenheer. “Het beleid is versnipperd over de Vlaamse Gemeenschap, de Franstalige Gemeenschap en de Brusselse Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Soms is dat positief, vaak ook heel complex. Er zijn bijvoorbeeld twee vaccin-netten voor de distributie van vaccins. Preventiecampagnes beperken zich vaak tot één gemeenschap. Maar in de praktijk zijn de grenzen minder strikt. Of er ook een verschillende cultuur heerst tussen de Nederlandstalige en de Franstalige huisartsen? Ach, we hebben allebei onze eigen karaktertrekken, maar ik zie niets onoverkomelijks. We hebben onze specifieke aanpak, maar respecteren elkaar.”

Wat Franstaligen en Nederlandstaligen alvast niet scheidt, is de leefomgeving in Brussel. En die is niet zo goed. Dr. Butaye was een van de bijna honderd vooral Brusselse artsen die vorig jaar in De Standaard het beleid opriepen om dringend maatregelen te nemen voor een betere luchtkwaliteit. De oproep blijft vandaag actueel. Dr. Butaye: “Tot tien jaar geleden stonden we daar te weinig bij stil, maar meer en meer studies bevestigen de nefaste invloed van de slechte luchtkwaliteit. Als huisartsen is het onze rol om een signaal te geven. Het wordt meer en meer een maatschappelijk thema, maar de druk moet van de samenleving komen. Maar er is hoop. De Brusselse ministers voor Gezondheid hebben in juli een beleidsplan gepresenteerd waarin ze elke beleidsmaatregel willen toetsen op vlak van gezondheidszorg. Dat is nodig, want in Brussel wonen relatief veel kwetsbare mensen die het ook financieel moeilijk hebben. In Brussel heeft 36,4% van de mensen geen vaste huisarts, in Vlaanderens schommelt dat cijfer rond de 10%.”


WIJKGEZONDHEIDSCENTRUM EN GROEPSPRAKTIJK

Dr. Jo Butaye werkt al 40 jaar als huisarts in Anderlecht-Kuregem en is altijd sterk geëngageerd geweest in de Brusselse Huisartsenkring, de LOK-kwaliteitsgroepen (een groep van collega’s, artsen of apothekers-biologen, die hun medische praktijkvoering delen en kritisch beoordelen om de zorgkwaliteit te verbeteren), de navormingsactiviteiten en de opleiding van huisartsen. Vandaag werkt hij in het wijkgezondheidscentrum Medikuregem.

Butaye

“De oprichting van het wijkgezondheidscentrum kwam er op vraag van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Aanvankelijk waren er veel twijfels. We hadden vooral schrik voor misbruik en onnodige consulten. Het tegendeel is gebleken. Ik ben blij dat ik samen met mijn collega’s die stap heb gezet. Het is veel beter verlopen dan we vooraf gedacht hadden. Vandaag werken we hier met dertig mensen. Patiënten shoppen minder tussen huisartsen en wij hebben een beter zicht op wat ze doen. Omdat we met een forfaitair systeem werken, zijn we als huisarts vrijer om onze rol goed te spelen. Medikuregem ligt in een heel kwetsbaar gebied. 21% van de mensen in de regio stelt een artsenbezoek uit om financiële redenen. Er is onderconsumptie door de Brusselse bevolking. Zowel de Socialistische Mutualiteiten als de diensten van minister De Block hebben recent een grondige audit van de wijkgezondheidscentra gedaan. We hebben daaraan meegewerkt en zijn er heel goed uitgekomen. We werken coherent en interdisciplinair samen onder één dak. Dat is een groot voordeel voor de patiënten, maar ook voor de artsen en het personeel.”

Dr. Annemie Deleenheer startte haar loopbaan als HAIO bij dr. Renier in Sint-Jans-Molenbeek. Na haar opleiding vormden ze samen een associatie en werd dr. Deleenheer op haar beurt praktijkopleider voor HAIO’s. Vandaag telt de praktijk drie huisartsen. “Ik vind dat een goed getal: elk kan zijn weg uitstippelen in een vrij comfortabele context. De vakantieperiodes en de wachtdiensten zijn te combineren. Op termijn komt er misschien nog een vierde collega bij.”

De Prijs van de Vlaamse en Brusselse Huisarts ervaren beiden als een bekroning voor hun inzet voor gemeenschappelijke wachtdiensten met de Franstalige collega’s in Brussel in vzw Garde Bruxelloise Brusselse Wachtdienst (GBBW).

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE