Mosè piazza

INTERCULTUREEL BEMIDDELAAR

MOSÈ PIAZZA IN ZIEKENHUIS OOST-LIMBURG

“Ik ben van Italiaanse afkomst. Ik ben in België geboren, maar toen ik twee jaar was, verhuisden we naar Sicilië. Sinds mijn twaalfde woon ik opnieuw in Vlaanderen. Als kind waren die eerste jaren behoorlijk moeilijk. Ik kende de taal helemaal niet. Maar het is gelukt: vandaag ben ik intercultureel bemiddelaar (ICB). Sinds 2004 werk ik in het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL).

Dat is veeleer toevallig gegaan. Ik studeerde sociaal-cultureel werk in Heverlee, toen het ZOL een halftijdse ICB zocht. Ik heb de job enkele jaren gecombineerd met mijn studies. Ik heb een tijdje halftijds gewerkt, daarna voltijds en momenteel vier vijfde. Ik sta in voor de contacten in het Italiaans en het Spaans. Ik heb vier collega’s. Zij staan ten dienste van de Turkse en de Marokkaanse gemeenschap en de Arabisch sprekende doelgroep. Met de nieuwe migratie ondersteunen we ook meer andere nationaliteiten in diverse talen. Samen vormen we een team van 3,5 voltijdse equivalenten.

Een ICB is zoveel meer dan een tolk. Wist je trouwens dat we voor het tolken ook een beroep doen op externe experten? Vorig jaar meer dan 700 keer. In het Grieks, het Russisch, het Albanees … We zoeken altijd een oplossing om de taalbarrière te overbruggen.

Dagelijks kom ik als ICB op de afdelingen en de consultaties. Wie me nodig heeft, kan een afspraak boeken. Vaak word ik ook onverwacht opgeroepen. Acht op de tien keer vormt de taalbarrière het grootste probleem. Maar ook voor taboe-onderwerpen en moeilijke gesprekken word ik er vaak bij gehaald. Ja, ook de Italiaanse en de Spaanse cultuur verschilt van de Vlaamse. De manier van communiceren is anders. Hier zijn we heel direct. Ook als het over terminale ziekten of kanker gaat. In de zuiderse culturen sparen de mensen elkaar. De dood is er nog veel meer taboe. ‘Het komt wel goed’, zegt iedereen tegen elkaar. Ook al weten ze beter. De familie wil de patiënt sparen en de patiënt wil de familie niet belasten.

Als de arts vindt dat de patiënt iets moet weten, dan bemiddelen wij vaak. Ook met de familie. Vergeet niet dat Italianen van de eerste generatie vaak nog analfabeet of laaggeschoold zijn. Zelfs als ze de woorden van de arts zouden verstaan, dan nog zouden ze het vaak niet begrijpen. Bij het tolken moeten we altijd rekening houden met het scholingsniveau van mensen. Jargon of moeilijke woorden zijn uit den boze.

Ik zie een positieve evolutie. In het begin was het vaak moeilijk, met verwijten over en weer. Hulpverleners wezen patiënten vaak met de vinger: ‘je woont hier al dertig jaar en spreekt nog geen Nederlands’. Maar dat heeft vaak een reden. We mogen niet te snel oordelen. Dat gebeurt vandaag minder dan vroeger. Artsen doen vaak grote inspanningen. Als het niet lukt met woorden, dan maken ze een tekening.

In het ZOL hoort het team ICB bij de dienst Patiëntenbegeleiding, samen met onder andere de sociaal werkers. In de omgang worden we gemeenzaam ‘de tolken’ genoemd. Maar de hulpverleners weten dat we zoveel meer zijn. En ze appreciëren ons ook. Net als de patiënten en de familie.

Sinds kort werken we soms ook op afstand, via de beveiligde beeldbelsoftware Google Hangout van de FOD. Dat is natuurlijk niet hetzelfde als wanneer je echt naast de patiënt en de arts staat, maar het is gemakkelijk als je het pendelen tussen de campussen kan beperken. Ik zie het tolken op afstand veeleer als een aanvulling dan als een vervanging van de traditionele bijstand.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS