ZORGCENTRA NA SEKSUEEL GEWELD

SLACHTOFFERS KRIJGEN DE REGIE IN HANDEN

Maart 2020

Sinds 2017 telt ons land drie Zorgcentra na Seksueel Geweld: in Gent, Brussel en Luik. Dit jaar of volgend jaar openen drie bijkomende centra, met name in Antwerpen, Leuven en Charleroi. De zorgcentra bewijzen hun waarde. Dankzij de nauwe samenwerking tussen ziekenhuizen, politie en parket krijgen slachtoffers de hulp en ondersteuning die ze zelf willen. Een belangrijke partner van de Zorgcentra is het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. Wij gingen praten met adjunct-directeur Liesbet Stevens en adviseur Marijke Weewauters.

“België ratificeerde in 2015 de Conventie van Istanbul die voorschrijft dat een holistische, multidisciplinaire aanpak nood­zakelijk is na seksueel geweld. Om te zien of zo’n systeem ook in België kon bestaan, gingen we op werkbezoek naar Portugal, een land waar die holistische aanpak reeds aanwezig was. Enkele ziekenhuizen die al samenwerkten met parket en politie namen het voortouw. Zij openden in het najaar van 2017 de eerste Zorgcentra na Seksueel Geweld: het UZ Gent, UMC Sint-Pieter in Brussel en UMC Luik. Na een positieve evaluatie openen binnenkort drie extra centra: in UZ Antwerpen, CHU Charleroi en UZ Leuven”, vertelt Marijke Weewauters.

“De evaluatie was over de hele lijn positief”, zegt Liesbet Stevens. “De centra vertrekken vanuit de noden van het slachtoffer. Elk slachtoffer krijgt medische hulp en psychologische ondersteuning, maar ook een forensische analyse, als ze dat willen. Door bewijsmateriaal te verzamelen, geef je de slachtoffers meer tijd om te beslissen of ze al dan niet klacht indienen. Het materiaal wordt standaard zes maanden bewaard. Het is immers niet altijd evident voor slachtoffers om onmiddellijk hulp te zoeken, laat staan klacht in te dienen. Vroeger ging bewijsmateriaal daardoor vaak verloren. Het revolutionaire aan de Zorgcentra na Seksueel Geweld is dat de noden van het slachtoffer centraal staan, niet het aanbod. Het slachtoffer krijgt het stuur in handen. Dat is psychologisch ontzettend belangrijk na een negatieve ervaring met een totaal verlies van controle.”

“Hoewel de eerste drie centra binnen een relatief beperkte regio van start gingen en er nauwelijks ruchtbaarheid aan werd gegeven, vonden op twee jaar tijd 2.300 slachtoffers hun weg ernaartoe. 67% van die slachtoffers diende effectief een klacht in, van wie velen pas na goede informatie over alle opties, ook de juridische. Klacht indienen blijft belangrijk, omdat dat de kans verhoogt dat de dader gestraft wordt en we misschien meer slachtoffers kunnen voorkomen. Voor veel slachtoffers is het van betekenis dat de dader zijn misdrijf erkent en dat ook de maatschappij erkent dat er iets gebeurd is wat niet had mogen gebeuren. Toch is het voor veel slachtoffers een drempel om klacht in te dienen. Het slachtoffer moet er klaar voor zijn.”

ACUTE OPVANG

“Een Zorgcentrum na Seksueel Geweld is geen hulpverleningscentrum in de klassieke zin,” verduidelijkt Marijke Weewauters. “Het is een centrum voor acute opvang, binnen de zeven dagen na de feiten. Het is nooit een goed idee als een slachtoffer met haar verhaal blijft zitten. Het gevaar op posttraumatische stress is groot. Een Zorgcentrum toont slachtoffers wat ze kunnen doen en dan kan de vrouw – want tot hiertoe melden hoofdzakelijk vrouwen zich aan bij de centra – zelf beslissen.”

“De centra vertrekken vanuit de noden van het slachtoffer. Elk slachtoffer krijgt medische hulp en psychologische ondersteuning, maar ook een foren­sische analyse, als ze dat willen.”

“Wie ooit slachtoffer van seksueel geweld was, loopt een verhoogd risico om opnieuw slachtoffer te worden. 45% van de slachtoffers maken het nog eens mee, van wie 20% door een andere dader. Ook dat is een reden om vrouwen hulp en ondersteuning te bieden. Slachtoffers zijn vaak geneigd de verkrachtingsmythes te internaliseren. Dat ze er zelf mee schuld aan hebben, bijvoorbeeld. Door dat te geloven, stellen ze zich kwetsbaar op en daders ‘voelen’ die kwetsbaarheid. We moeten die mythes ontkrachten. Veel slachtoffers verzetten zich niet tijdens een verkrachting, omdat ze verlamd zijn. Dat zorgt achteraf voor schuldgevoelens. Maar zo simpel is het niet. We denken allemaal dat we ons zullen verzetten en vechten, maar de helft van de vrouwen bevriest. Daar kan je niets aan doen. Sommigen ervaren zelfs een orgasme, wat nog meer schuldgevoel teweegbrengt. 

Die spiraal van zelfverwijten niet aanpakken, is schadelijk voor slachtoffers. Ze durven het taboe niet doorbreken, gaan zich afzonderen en soms zelfs roekeloos gedrag vertonen. Daarom is snel ingrijpen zo wezenlijk. Een ander rokje of wat minder drank op had niets aan de situatie veranderd. Dat moet duidelijk zijn. Je mag bij wijze van spreken naakt op straat lopen, dan nog is dat geen toestemming om seks te hebben. Die verkrachtingsmythes zijn hardnekkig aanwezig in de samenleving en slachtoffers krijgen die ook te horen: ‘Je had je maar iets deftiger moeten gedragen.’ Terwijl dat onzin is. Als je een slachtoffer wil helpen, dan moet je vooral niet te veel praten. Luister. En stel je oordeel of je oplossing uit. Seksueel geweld houdt een totaal verlies aan macht in. Om slachtoffers te helpen, moet je ze de handvatten teruggeven”, zegt Liesbet Stevens.

DE MEERWAARDE VAN HET ZIEKENHUIS

“De tevredenheid bij de slachtoffers over de Zorgcentra na Seksueel Geweld is erg hoog”, weet Marijke Weewauters. “Alle medewerkers zijn dan ook speciaal opgeleid, ook de verpleegkundigen die bewijsmateriaal verzamelen en de zeden­inspecteurs die de slachtoffers ondervragen. Dat is nieuw en leidt tot sterkere dossiers. Vroeger moest een wetsdokter het slachtoffer onderzoeken, maar die was niet opgeleid om met levende mensen te werken. Nu zijn het verpleegkundigen die getraind worden voor het forensisch onderzoek. In principe lijkt dat werk voor een arts, maar zo’n forensisch onderzoek duurt al snel anderhalf tot twee uur. Bovendien is een gynaecoloog nog geen forensisch expert. Daarom neemt een forensisch verpleegkundige nu de stalen en het casemanagement op zich.”

“Dat elk centrum aan een ziekenhuis verbonden is, is noodzakelijk”, zegt Liesbet Stevens. “Het medische en het forensische gebeuren er tegelijkertijd. Zo moet een vrouw maar naar één plek, terwijl ze vroeger van hot naar her werd gestuurd. Een ziekenhuissetting laat ook toe om een hiv-test te doen en soa-medicatie voor te schrijven. Omdat de slachtoffers in de acute fase komen, is het verder goed dat de diverse disciplines aanwezig zijn: spoedgevallendienst, gynaecologie, urologie, chirurgen, enzovoort. De verdere opvolging hoeft niet per se in het ziekenhuis te gebeuren. Een CGG of een CAW kunnen dat ook opnemen. Maar die connecties moeten we nog maken.”

“Elk centrum heeft een medisch coördinator, een arts van het ziekenhuis. Afhankelijk van de context en de historiek komen hiervoor verschillende disciplines in aanmerking. In Gent is aansluiting gezocht bij de dienst gynaecologie, in Luik bij de spoedgevallendienst en in Brussel bij het centrum voor gezinsplanning en genitale verminking. Elk centrum beschikt over een verhoorkamer, waar elk verhoor gefilmd wordt, zodat het slachtoffer maar één keer haar verhaal moet doen. Politie is niet permanent aanwezig in het ziekenhuis, maar is wel 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 oproepbaar.”

IN HEEL BELGIË

“Na het proefproject met de drie centra in Gent, Brussel en Luik is er voldoende financiering om de centra te bestendigen en uit te breiden. Dat is nodig, gezien het groot aantal meldingen. De drie nieuwe centra in Antwerpen, Charleroi en Leuven zijn in voorbereiding. Er komt heel wat bij kijken: de infrastructuur moet worden voorzien, er moeten afspraken komen tussen het ziekenhuis, de politie en het parket en de nodige opleidingen moeten worden gegeven. We hopen dit jaar nog de drie nieuwe centra te openen”, zegt Marijke Weewauters.

“Uiteindelijk streven we naar een gebiedsdekkend systeem. De plaats waar je woont, mag niet de kwaliteit van de zorg en ondersteuning bepalen die je krijgt. Het principe is dat een slachtoffer niet langer dan één uur onderweg zou mogen zijn. Maar er is ook de gerechtelijke realiteit. Het systeem moet ook afgestemd zijn op de grenzen van gerechtelijke arrondissementen,” aldus Weewouters. “Ook het wettelijk kader moet aangepast worden aan de nieuwe realiteit waarin politie, justitie en gezondheidszorg nauw samenwerken. De drie invalshoeken moeten perfect op elkaar afgestemd worden. Op het terrein zien we in elk geval heel veel goede wil.”


Op dinsdag 2 juni vindt het nationaal colloquium “Belgische Zorgcentra na Seksueel Geweld” plaats in de Crowne Plaza Le Palace in Brussel. Dit nationaal colloquium wordt georganiseerd in samenwerking met de primaire partners van de Zorgcentra na Seksueel Geweld en zal volgende thema’s aankaarten: 

  • Het nationaal model ZSG
  • De evaluatie van het pilotageproject ZSG 
  • Praktijkvoorbeelden en good practices inzake de werking van ZSG

BEROEPSGEHEIM OF MELDINGSPLICHT?

Meldcode helpt artsen juiste beslissing te nemen

In 2019 werd ook een Meldcode Seksueel Geweld voor artsen ingevoerd. Waarover gaat dit precies?
Liesbet Stevens: “De Meldcode is een initiatief van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen en de Orde der Artsen. De Meldcode helpt artsen om te beslissen wanneer ze als vertrouwenspersoon toch best melding maken, of zelfs moeten maken, van de feiten. Vaak zien we ‘handelingsschaamte’ bij huisartsen, uit onzekerheid of een gebrek aan kennis, wat leidt tot zwijgen, zelfs al laat het beroepsgeheim toe om bepaalde feiten te melden. Met een beslissingsboom geven we artsen een instrument om de juiste afweging te maken. Het is niet meer dan een advies. Maar soms moét je ingrijpen om het slachtoffer te beschermen of om meer slachtoffers te voorkomen. Het instrument helpt artsen gestructureerd een analyse te maken. Soms geven artsen zelf aan dat ze niet weten hoe ze correct kunnen handelen in een specifieke situatie. De wetgeving is erg complex. De beslissingsboom brengt licht in die duisternis. 

Dat de Orde der Artsen hieraan meewerkte, geeft de Meldcode extra gewicht. Het zou goed zijn mocht het opleidingspakket voor huisartsen, gynaecologen, spoedartsen en forensische artsen de Meldcode opnemen. Zij komen geregeld in contact met slachtoffers van seksueel geweld, maar velen vinden het moeilijk om erover te praten. Er is een zekere terughoudendheid bij hulpverleners. Ook de slachtoffers moeten een drempel overwinnen: zij moeten zich opnieuw overgeven, deze keer aan de hulpverlener. Sommigen gaan zorg vermijden, omdat ze de controle niet meer willen afgeven. Hulpverleners moeten dat weten én herkennen. Het gebeurt dat een arts een lang gesprek heeft met een pa­tiënt die een hele rugzak meezeult, zonder dat de rugzak tijdens het gesprek in beeld komt. Hulpverleners moeten weten hoe ze hierover kunnen spreken en welke woorden ze dan kunnen gebruiken.”


EXTRA MIDDELEN

Federale regering investeert 2,1 miljoen euro in uitbreiding van Zorgcentra na Seksueel Geweld

Nathalie Muylle, federaal minister van Gelijke Kansen (CD&V): “Meer en meer slachtoffers vinden hun weg naar de zorgcentra. In 2017 meldden zich elke dag gemiddeld twee slachtoffers aan, ondertussen zijn dat er drie per dag. Omdat steeds meer politiezones samenwerken met de centra, verwachten we een verdere stijging van het aantal aanmeldingen. We voorzien daarom extra middelen voor de bestaande zorgcentra, naast de oprichting van drie nieuwe centra. De middelen gaan naar infrastructuur, werkingsmiddelen en de opleiding van 180 zedeninspecteurs. Het werk van die inspecteurs loont, want maar liefst 67% van de slachtoffers dient klacht in. In een klassieke situatie doet slechts 10% van de slachtoffers aangifte.”

De bestaande zorgcentra krijgen elk 250.000 euro om hun infrastructuur uit te breiden. In Brussel zijn de werken al gestart. In Gent zal het zorgcentrum worden ondergebracht in nieuwe infrastructuur, dicht bij de spoeddienst en de huisartsenwachtpost. In Luik zal de uitbreiding pas later plaatsvinden. De werkingsmiddelen stijgen met 30% (+ 680.000 euro). Het universitair ziekenhuis in Gent krijgt daardoor een jaarbudget van 919.000 euro, dat van Brussel 1,16 miljoen euro en dat van Luik 869.000 euro.


 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: SOPHIE NUYTTEN