VROEGER PROCUREUR, VANDAAG ALGEMEEN DIRECTEUR VAN AZ JAN PORTAELS: THIERRY FREYNE

JE MOET JE PLAATS KENNEN IN HET GEHEEL

Dat procureur des Konings Thierry Freyne algemeen directeur van AZ Jan Portaels in Vilvoorde werd, was vorig jaar stof voor heel wat krantenartikelen. Ondertussen zijn we negen maanden verder. Tijd om even te luisteren hoe Freyne de overstap heeft verwerkt, wat hij ondertussen heeft geleerd en waar zijn prioriteiten vandaag liggen.

“Ik heb nog geen seconde spijt gehad van mijn beslissing”, lacht Thierry Freyne. “De gezondheidszorg is een complexe sector met talrijke uitdagingen, een grote maatschappelijke relevantie en heel diverse stakeholders om mee samen te werken. In justitie is dat ook zo; een aantal dynamieken zijn gelijkaardig. Maar ik kan iedereen aanraden om eens van omgeving te veranderen. Het is een ontzettend persoonlijke en professionele verrijking. In de magistratuur heb ik een mooie weg afgelegd, waarbij gaandeweg mijn interesse toenam voor het aansturen en organiseren. Die vaardigheden kan ik in het ziekenhuis volop uitspelen. De veranderingen zijn enorm en het is top om daaraan te kunnen meewerken.”

Eén reden om de magistratuur te verlaten was dat u de veranderingen zo tergend traag vond gaan in justitie. Gaat het sneller in de gezondheidszorg?
Vergeleken met justitie is de zorgsector een sneltrein! Soms zou ik willen dat het nog sneller ging. Al begrijp ik goed dat je voor strategische veranderingen de tijd moet nemen om een draagvlak te ontwikkelen. Het is een uitdaging voor mij om veranderingen de tijd te geven die ze nodig hebben.

U gelooft in de CEO als een ‘dienend leider’. Wat verstaat u daaronder in een ziekenhuiscontext?
Wie een organisatie leidt, moet op de werkvloer komen en toegankelijk zijn. Ik kom geregeld in de keuken van het ziekenhuis, ik help de schoonmaakdienst met poetsen, ik loop langs in het operatiekwartier, op de afdeling geriatrie … Mijn concept is duidelijk: de artsen, de verpleegkundigen en de andere medewerkers zijn de professionals. Het is mijn opdracht om al die mensen een optimale dienstverlening te bieden, zodat ze in de beste omstandigheden hun werk kunnen doen. De algemeen directeur in een ziekenhuis is een coördinator, niet de baas. Ik dien en verzoen de belangen van alle stakeholders. Mijn taak is in de eerste plaats faciliterend. Je moet je plaats kennen in het geheel. Ik ben geen man van de macht. Was ik ook niet als magistraat. Macht interesseert me niet. Ik ben maar een van de directeurs van het ziekenhuis.

Dat is een uitgesproken visie, die allicht tot een cultuurverandering leidt in het ziekenhuis?
De cultuur in AZ Jan Portaels verandert, al kan ik moeilijk beoordelen hoe het vroeger was. Zelf geloof ik sterk in empowerment van collega’s, wat hun job ook is. Iemand van de schoonmaak is voor mij even belangrijk als de algemeen directeur. Elk heeft zijn verantwoordelijkheid. Ik breng zoveel mogelijk tijd onder de medewerkers door, al vind ik dat nog altijd onvoldoende. Ik haal daar kracht en voldoening uit. Als ik tijd had, dan zou ik graag een opleiding tot zorgkundige of verpleegkundige volgen. Ik hou van deze organisatie! Het directieteam bestaat uit heel verschillende sterke karakters en daar voel ik me goed bij. 

Gezondheidszorg en justitie hebben raakvlakken. Volgt u al die ontwikkelingen op de voet?
Justitie laat me natuurlijk niet helemaal los. Bovendien is mijn vrouw psychiatrisch verpleegkundige. Ik heb dus een bijzondere belangstelling voor de geestelijke gezondheidszorg. Ook met de spoed­gevallendienst zijn er contacten met justitie. Soms heb ik nog de reflex van de magistraat of de onderzoeksrechter, maar mijn rol hier is fundamenteel anders. Hier moet ik denken vanuit de zorg. Ik ben een fervent verdediger van het beroepsgeheim. Een ziekenhuis moet een veilige haven zijn voor de patiënten. Ik vond dat vroeger al belangrijk, maar vandaag nog meer, omdat ik er nu middenin zit. Ook de privacy van de patiënten vind ik belangrijk. Als ik met een verpleegkundige op stap ben door het ziekenhuis, ben ik altijd blij als ik zie hoe medewerkers de privacy van onze patiënten – die soms in heel kwetsbare situaties verkeren – respecteren. Dat treft mij. Ja, het kan me echt raken. Meer dan ik van mezelf had verwacht. De menselijke zorg op een geriatrische afdeling bijvoorbeeld, dat doet me iets. Als ik op de afdelingen kom, dan steek ik zelf ook de handen uit de mouwen. Vandaar dat ik graag het diploma van zorgkundige zou halen: dan mag ik op de vloer nog meer doen.

“Vergeleken met justitie is de zorgsector een sneltrein! Soms zou ik willen dat het nog sneller ging. Al begrijp ik goed dat je voor strategische veranderingen de tijd moet nemen om een draagvlak te ontwikkelen.”

Wat is er u het meest opgevallen in uw eerste maanden in de ziekenhuiswereld?
Dat de patiënt soms nog te weinig ter sprake komt. Neem de netwerkvorming. In al die gesprekken gaat het nauwelijks over de patiënt, althans dat is mijn beleving. Terwijl patiënten wel onze bestaansreden zijn. Ik wil daar geregeld aan herinnerd worden. Ik vind ook dat in dit ziekenhuis de collega’s dicht bij elkaar staan. Ik ken de meeste medewerkers ondertussen. Niet iedereen bij naam weliswaar, maar toch. Voor mij gaat het over méér dan ‘dossiers’.

Hoeveel tijd brengt u op de werkvloer door?
Mijn streefdoel is om 20 tot 25% van mijn tijd op de werkvloer aanwezig te zijn. Niet om toe te kijken, maar om te praten met de mensen. Om een handje toe te steken. En om te voelen wat er leeft. Je leert zoveel als je uit je bureau komt. Je regelt ook heel veel kwesties ter plaatse in plaats van al dat e-mailverkeer. Spijtig genoeg lukt het niet altijd om aanwezig te zijn op afdelingen, maar ik heb het engagement genomen om daaraan te werken.

Welke dossiers gaan u het meest ter harte als algemeen directeur?
Ik zie twee prioriteiten. Ten eerste de patiënttevredenheid. We hebben in AZ Jan Portaels de functie van patient experience officer ingevoerd. Het is nog wat zoeken om die functie optimaal in te vullen, maar ik ben ervan overtuigd dat we ons daarmee kunnen onderscheiden. Ten tweede wil ik met de blik op de toekomst evolueren naar een ziekenhuis als onderdeel van een echte zorgorganisatie. Vandaag is onze focus nog te eenzijdig op het curatieve gericht. We moeten ook een rol opnemen in de preventie en samen met de eerste lijn gaan naar een geïntegreerde werking.

Ook de multiculturele omgeving waarin we werken, boeit me. Diversiteit is het nieuwe normaal. Voor mijn kinderen op school is het samenleven met verschillende culturen gewoon. In het ziekenhuis moeten we daar expliciet op inzetten. Ik wil verbinding maken met de hele bevolking. We zijn hier om de gemeenschap te dienen en die gemeenschap is divers. We moeten daarvoor een beleid ontwikkelen, met aandacht voor medewerkers en patiënten. Een verpleegkundige met een hoofddoek? Ik vind het vooral vreemd dat dit vandaag nog een issue zou kunnen zijn. Het ziekenhuis moet een afspiegeling van de samenleving zijn. Anders dreigen we maatschappelijke relevantie te verliezen. Tussen diverse culturen bestaan inderdaad soms wrijvingen. Het is onze opdracht daarop een antwoord  te bieden. Dat sommige culturen met veel meer familieleden op bezoek komen en daardoor wat wrevel veroorzaken? Tja, misschien moeten we onze infrastructuur daarop aanpassen. Het is een kwestie van evolueren en keuzes maken. We hadden in Vilvoorde graag een compleet nieuw ziekenhuis gebouwd, maar dat plan is tot vandaag niet kunnen doorgaan. Toch zullen we inspanningen blijven doen om te evolueren, rekening houdend met de wijzigende noden van de hele gemeenschap.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS