FOTOGRAAF EN DOCUMENTAIREMAKER LIEVE BLANCQUAERT

“Zorg voor iedereen, niet voor een beperkte groep mensen”

juni 2020

Wat is uw kijk op de beleidsaanbevelingen van Zorgnet-Icuro?
Ik ben geen expert, dat heb ik tijdens jullie Zorg aan Zet-debat sterk gemerkt. De andere panelleden, die in de sector werken, weten daarover veel meer. Ik voelde me een beetje een buitenstaander, maar dat was niet erg. Het maakte van mij een soort vertegenwoordiger, de stem van de burger zeg maar. Ik volg jullie voorstellen. Een vereenvoudiging van het zorgsysteem in België is echt een must, vind ik. Als je beseft dat ons land negen ministers van Volksgezondheid telt… Ik wist dat zelfs niet. Echt waar. Ik heb dat bij heel wat mensen in mijn omgeving nagevraagd. Ook zij vielen uit de lucht. Dat hebben we nu door de coronacrisis ontdekt. En dat vind ik een schande. Reken daarvan eens de kostprijs uit…, ja, dan snap ik de ergernis van de mensen. 

Wat zijn voor u de belangrijkste hefbomen voor een transformatie van de gezondheidszorg?
Ik gaf het al aan in de vorige vraag, maar de vereenvoudiging van ons zorgsysteem is noodzakelijk. Negen ministers van Volksgezondheid… in cijfers betekent dat niet zo veel, dat weet ik, maar het gaat over de symboliek ervan: dat zijn negen chauffeurs, negen kabinetten, negen minis­ters die moeten betaald worden … en dat voor een sector die in nood is. Dat krijg je aan niemand uitgelegd. Ik vind het wraakroepend.

Zo werkt zorg ook niet, volgens mij. Alles hangt aan elkaar. Als je dat systeem goed wil laten draaien, dan moet het worden geregeld vanuit één centraal punt, denk ik. En niet vanuit competitie of concurrentie, of al zeker niet vanuit geld. Zorg moet je regelen vanuit één bepaald centrum: een soort grote zorg voor ons allemaal. 

Ik geloof ook dat zorg de spiegel is van de maatschappij. De manier waarop het gezondheidssysteem in een land wordt georganiseerd, reflecteert hoe de maatschappij over haar burgers denkt. Bij de organisatie van zorg moet je daarvoor alert zijn en vertrekken vanuit: ‘wie zijn we, waarvoor staan we en wat is belangrijk voor ons?’ 

Bovendien vind ik het jammer dat de zorgsector ook een soort economie is en winstgevend moet zijn. Dat voorzieningen winst maken en dat die winst dan terugvloeit naar de zorg, dat is natuurlijk een andere vorm dan bijvoorbeeld je aandeelhouders vet uitbetalen. Als aandeelhouders eisen stellen, dan loopt het mis en dan zorg je niet voor mensen. Dat gebeurt nu ook in andere sectoren, in bedrijven, in de luchtvaartsector… Zonder uit te weiden, maar kijk eens naar de huidige situatie in Zaventem, daar zie je hetzelfde. 

Wat is uw belangrijkste boodschap voor de regering?
Als je in een machtspositie zit, dan moet je heel hard opletten dat je niet vanuit die machtspositie denkt en beslist. In dat geval moet je altijd naar een soort microscoop-situatie keren. Van daaruit moet je naar jezelf kijken en nadenken: wat zou ik willen voor mijn geliefden en voor mijzelf? Dat vind ik zo belangrijk. Om niet vanuit een bepaalde hoogte te kijken. Je moet er middenin gaan staan, tussen de mensen, elke keer opnieuw. Dat stellen we vaak vast: als het fout loopt, is het omdat machtshebbers uit de echte wereld stappen. Je moet bij elke beslissing durven in de wereld gaan staan en voelen: wat is hier belangrijk, wat is de essentie voor de burgers? 

Als je bij verkiezingen voor iemand kiest, dan verwacht ik dat die persoon – of ruimer, dat die partij – voor mij zorgt zoals mijn vader en moeder voor mij zouden zorgen. Eigenlijk geef je hen een soort boodschap mee. ‘Zorg voor mij’, dat is wat wij vragen, dat is wat zij moeten doen en moeten blijven doen. En, belangrijk, ze moeten voor iedereen zorgen, en niet enkel voor een paar mensen. Dat klinkt misschien wat profetisch, maar ik meen wat ik zeg. 

Wat ziet u als de grootste hinderpaal om uw voorstel in de praktijk te brengen?
Het kapitalisme. Altijd maar opnieuw die drang naar groei, dat is de grootste hinderpaal. En alleen maar denken aan cijfers. Zolang we blijvend vasthouden aan het gegeven dat – alleen – economische groei ons gelukkig maakt, zijn we slecht bezig. Dat valt als een pudding in elkaar. Dat kan je nooit volhouden.

 

TEKST: MIEKE VASSEUR • BEELD: SOPHIE NUYTTEN