INTERVIEW MET KARINE MOYKENS EN DIRK DEWOLF

“WE MOETEN MEER BRUGGEN SLAAN"

12 juni 2020

De woonzorgcentra halen stilaan opgelucht adem nu we het ergste van de coronacrisis (voorlopig) achter de rug hebben. Toch kunnen de Vlaamse stuurlui Karine Moykens en Dirk Dewolf nog niet met vakantie, ook al zijn zij en hun teams daar wel hard aan toe. Tussen twee vergaderingen door maakten ze tijd voor een uitgebreid gesprek.

Karine Moykens is secretaris-generaal van het Vlaams Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Sinds 8 april leidt zij de Vlaamse taskforce Covid-19. Dirk Dewolf is administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, dat onder meer bevoegd is voor infectieziekten. Beiden zijn al weken meer dan voltijds bezig de coronacrisis op Vlaams niveau in goede banen te leiden.

Wanneer hoorde u voor het eerst over het Coronavirus en hoe geraakte u er precies bij betrokken?

Dirk Dewolf: Op 20 januari was er directieraad van het Agentschap Zorg en Gezondheid. Ik herinner me nog punt 22 van de varia op de agenda: ‘Wuhan’. We wisten toen dat een virus van dier op mens was overgegaan. Het was nog niet duidelijk of het ook van mens op mens werd doorgegeven. Het item kwam op de agenda omdat het Agentschap Zorg en Gezondheid de infectieziekten in Vlaanderen opvolgt. We organiseren bijvoorbeeld de contactopsporing voor tuberculose en we staan paraat bij een uitbraak van schurft of het norovirus in woonzorgcentra.

 

Dirk Dewolf, administrateur-generaal Zorg en Gezondheid

De eerste weken focusten we voor de contactopsporing vooral op wie uit China terugkwam. Alles kwam in een stroomversnelling met de krokusvakantie, toen toeristen terugkeerden uit het noorden van Italië. Rond dezelfde tijd bleek een Belgische vrouw in Frankrijk besmet en was een Spaanse vrouw besmet die had deelgenomen aan een religieuze dienst in Antwerpen. Het kwam plots heel dichtbij. We kregen meteen veel vragen van artsen en zorgverstrekkers. Al snel geraakte onze dienst overbelast en op 10 maart hebben we versterking gevraagd en gekregen van het Departement WVG.

We hebben onze mankracht georganiseerd in drie shiften, om continuïteit te garanderen. Toen het hek van de dam was en we volop vragen uit woonzorgcentra kregen, hebben we de contactopsporing moeten loslaten om ondersteuning te verlenen bij uitbraken. In het begin was het erg moeilijk. Er was een tekort aan materiaal en aan testen. Iedereen keek naar ons voor extra materiaal. Ik dacht een bestelling te plaatsen via het UZ Leuven, maar daar was de boodschap duidelijk: ‘Het lukt niet meer, heel Europa is op zoek naar materiaal.’ We hebben toen het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid ingeschakeld om met de medewerkers van Flanders Investment and Trade (FIT) in Azië ter plekke op zoek te gaan naar betrouwbare leveranciers van degelijk beschermingsmateriaal. Geloof me, dat was geen sinecure. Als we certificaten opvroegen, dan kregen we die letterlijk in het Chinees. In de media is veel kritiek verschenen. Je voelt je machteloos op zo’n moment. ‘Overheid, los het op’, klonk het plots van alle kanten.

“In de media is veel kritiek verschenen. Je voelt je machteloos op zo’n moment. ‘Overheid, los het op’, klonk het plots van alle kanten.” – Dirk Dewolf

Karine Moykens: Elke voorziening is verantwoordelijk om voldoende beschermingsmateriaal achter de hand te hebben. Maar niemand had kunnen voorzien dat de uitbraak zo groot zou zijn. Er was gewoon onvoldoende beschermingsmateriaal voorradig en de markt was in elkaar gestuikt.

De crisis leert ons dat we altijd een strategische voorraad moeten hebben én dat we in nood zelf beschermingsmateriaal moeten kunnen vervaardigen?

Karine Moykens: Dat klopt. We hebben ook gezien dat wakkere ondernemers van bij ons die kans gegrepen hebben en hun productie hebben aangepast aan de noden. Er kwam wat improvisatie aan te pas, maar de flexibiliteit van onze ondernemers is toekomstgericht. De behoefte aan mondmaskers gaat niet meer weg. En we mogen inderdaad niet langer afhankelijk zijn van de internationale markt voor essentiële beschermingsmaterialen. Het lijkt me een goed idee dat Vlaanderen naast de federale voorraad een eigen ‘rollende’ stock voorziet, die telkens hernieuwd wordt, voor de Vlaamse voorzieningen. Interfederaal heeft men ervoor gekozen om de ziekenhuizen, waar het natuurlijk cruciale beschermingsmaterialen waren, eerst te bedienen. De residentiële voorzieningen werden als minder prioritair beschouwd.

 

Karine Moykens, secretaris-generaal departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Voelde u zich op dat moment in de rug gestoken door de federale overheid?

Dirk Dewolf: Dat is te scherp gesteld. De nood in de ziekenhuizen was groot. Het gevoel dat overheerste was meer: hoe is het in godsnaam mogelijk dat de Europese markt niet in staat is voldoende materiaal te leveren? We hebben het in Turkije geprobeerd, maar dat is op een sisser afgelopen. India was ook een optie, maar dat sloot eind maart alle grenzen. Alleen China bleef over. We stonden met de rug tegen de muur. Maar we zijn keihard blijven werken. Ook op het terrein. In woonzorgcentra waar het virus uitbrak, gingen we ter plekke helpen met de organisatie van cohorten en testen. Dat was slopend en intensief. Ook tijdens het paasweekend waren onze medewerkers voortdurend op pad. De woonzorgcentra beleefden toen een piek van sterfte. Wij hebben er overigens voor geopteerd om alle overlijdens door Covid-19 te registreren, ook de vermoedelijke. Andere landen doen dat niet, waardoor wij bovenaan staan in internationale rankings van sterfgevallen. Dat komt omdat we transparant waren, dat heeft Eurostat ondertussen bevestigd.

Dat moet frustrerend zijn?

Karine Moykens: Neen, ik voel me niet gefrustreerd. Herinner je je de beelden uit het Italiaanse Lombardije? Wat zich daar in de ziekenhuizen afspeelde? Iedereen was geschokt. Iedereen was het er toen mee eens dat de aandacht in eerste instantie naar de ziekenhuizen moest gaan. We hebben nooit beelden of sterftecijfers uit de Italiaanse woonzorgcentra gezien. Omdat ze die toen niet gerapporteerd hebben. Niemand had door wat zich daar afspeelde. Iedereen keek in de eerste plaats naar de ziekenhuizen. Ook bij ons.

“We mogen niet langer afhankelijk zijn van de internationale markt voor essentiële beschermingsmaterialen. Het lijkt me een goed idee dat Vlaanderen naast de federale voorraad een eigen ‘rollende’ stock voorziet, die telkens hernieuwd wordt, voor de Vlaamse voorzieningen.” – Karine Moykens

Op 12 maart gingen de woonzorgcentra op slot. Er was geen bezoek meer mogelijk. Op 8 april had de Vlaamse overheid haar noodplan klaar en ging de taskforce van start. Dat is op één dag na exact vier weken na het sluiten van de woonzorgcentra. Had een noodplan niet klaar moeten liggen nog vóór er sprake was van een crisis? Zoals ziekenhuizen noodplannen hebben?

Karine Moykens: Ook woonzorgcentra hebben noodplannen. Zij weten wat ze moeten doen in geval van een infectie. Ze oefenen daar ook op. Maar dit was een pandemie. Met tekorten aan materiaal, met personeelsuitval, met nood aan psychosociale ondersteuning… Het is niet zo dat er nog niets gebeurd was of dat er niets voorhanden was; het tienpuntenplan van minister Beke kon wel onmiddellijk als basis gebruikt worden.

Een crisisplan op Vlaams niveau houdt toch rekening met dat soort worst-case-scenario’s?

Dirk Dewolf: We hebben ook effectief onmiddellijk ingegrepen. Minister Beke heeft meteen de medische reserve opgeroepen en dat heeft geleid tot het inzetten van een 700-tal zorgvrijwilligers. Dat is nauwelijks vermeld in de media. De perceptie zat van meet af aan tegen. Vanaf begin maart overlegden we op geregelde basis met Zorgnet-Icuro en de andere betrokken actoren. Het klopt niet dat alles pas op 8 april is gestart. Het overleg liep al, nog vóór we dat de taskforce zijn gaan noemen.

“Veel woonzorgcentra hebben vandaag al een functionele binding met een ziekenhuis. We moeten die binding intensifiëren en minder vrijblijvend maken.” – Dirk Dewolf

De eerste opdracht van de taskforce was om rust te brengen in de woonzorgcentra en de andere sectoren. Dat is gelukt?

Karine Moykens: Ja, ik denk het wel. Door van het overleg een gestructureerd platform te maken, met de taskforce die vanaf 9 april dagelijks bijeenkwam en verschillende projectgroepen die om de twee dagen samen kwamen. Naast de koepelorganisaties zaten onder meer de mutualiteiten, Domus Medica en Vivel mee aan tafel. Alle beslissingen van de taskforce werden bovendien afgestemd met het federale en andere niveaus. Geen bureaucratie, maar daadkracht en resultaat. De taskforce heeft rust gebracht en heeft de negatieve perceptie deels kunnen keren. Maar nogmaals, het overleg was al langer bezig, alleen was het anders gestructureerd.

“We moeten voorzichtig blijven, maar we mogen ook niet te veel schrik hebben. In de buitenlucht is het niet alleen veiliger, het is ook beter voor ons psychosociaal welbevinden. Dus aan alle voorzieningen die de kans hebben: ga naar buiten met de bewoners.” – Karine Moykens

Een ander element van de taskforce was om ook de overige Vlaamse sectoren te betrekken. Uit de ervaring in de woonzorgcentra konden we leren hoe we uitbraken konden voorkomen bij andere kwetsbare groepen: voorzieningen voor personen met een handicap, psychiatrische verzorgingstehuizen, revalidatiecentra… Zo hebben we in die sectoren rust kunnen houden of brengen.

 

Dirk Dewolf, administrateur-generaal Zorg en Gezondheid

Dirk Dewolf: De ontreddering die er op een bepaald moment was in de woonzorgcentra, had veel, zo niet alles te maken met het gebrek aan beschermingsmateriaal en testen.

Voorzieningen konden online ondersteuning vragen. Zowel op medisch, psychisch als technisch vlak. Waar zaten de grootste noden?

Karine Moykens: Op het vlak van personeel was al heel veel opgelost dankzij de medische reserve die was opgeroepen en de helpdeskmedewerkers. Voor de cohortezorg konden we een beroep doen op de thuisverpleging en gezinszorg. Het psychosociaal welzijn van bewoners én medewerkers heeft van in het begin onze aandacht gehad. Er waren ook veel vragen over communicatie en management.

 Dirk Dewolf: We hebben in totaal 15 crisismanagers aangesteld in woonzorgcentra met een zware uitbraak. Dat heeft goed gewerkt.

Sommige critici opperen dat er tijdens de crisis te weinig aandacht ging naar het psychisch welzijn. Dat er een te grote en eenzijdige nadruk lag op de fysieke gezondheid.

Karine Moykens: Neen, daar ben ik het niet mee eens. Een van de projectgroepen van de taskforce boog zich net over de psychosociale ondersteuning. Ook mooie initiatieven als De ZorgSamen, waarvan Zorgnet-Icuro aan de basis lag en waarop de andere koepels zich hebben ingeschreven, hebben dit mee opgenomen. Denk ook aan het mooie werk van de CAW’s, Tele-Onthaal, de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg, Artsen Zonder Grenzen… Ik vrees dat het hier opnieuw om verkeerde perceptie gaat.

“Wat mij vooral is opgevallen, is de grote solidariteit. Ook bij de overheidsdiensten. Er was een heel grote cohesie.” – Dirk Dewolf

Dirk Dewolf: Het was in de eerste plaats ook een kwestie van overleven. Mensen sterven aan het virus. Het is logisch dat we dan eerst aandacht hebben voor de fysieke gezondheid. Ook nu alle maatregelen versoepeld worden, moeten we alert blijven. Tegelijk raad ik iedereen aan uit zijn kot te komen en de buitenlucht op te zoeken. We hebben er allemaal nood aan na zo lang binnen gezeten te hebben.

Karine Moykens: We moeten voorzichtig blijven, maar we mogen ook niet te veel schrik hebben. In de buitenlucht is het niet alleen veiliger, het is ook beter voor ons psychosociaal welbevinden. Dus aan alle voorzieningen die de kans hebben: ga naar buiten met de bewoners. Vergeet niet dat de kans bestaat dat er in het najaar een tweede golf komt. We moeten onszelf even respijt gunnen.

Zorgmedewerkers in woonzorgcentra hadden de indruk dat ze opdrachten moesten uitvoeren waarvoor ze niet of onvoldoende opgeleid waren. Hygiënisten en gespecialiseerde verpleegkundigen uit ziekenhuizen moesten bijspringen. We horen pleidooien voor een sterkere aanwezigheid en een grotere betrokkenheid van de coördinerend en raadgevende arts (CRA). Dreigen we na jaren meer klemtoon op wonen en leven weer meer plaats te moeten ruimen voor medische zorg in de woonzorgcentra?

Dirk Dewolf: We moeten de verpleegkundige expertise in de woonzorgcentra erkennen. Mensen blijven steeds langer thuis wonen, waardoor de mensen die in een woonzorgcentra verblijven veel meer zorgbehoevend zijn dan vroeger. Veel woonzorgcentra hebben vandaag al een functionele binding met een ziekenhuis. We moeten die binding intensifiëren en minder vrijblijvend maken. Dat ziekenhuishygiënisten opleidingen geven in woonzorgcentra is prima. Te vaak is er nog een grote kloof tussen sectoren, mee door de bevoegdheidsverdeling. We moeten meer bruggen slaan. Dat is in het belang van de medewerkers én van de bewoners. Een geriatrisch consult in het woonzorgcentrum zou bijvoorbeeld ongetwijfeld onnodige ziekenhuisopnamen kunnen voorkomen.

Karine Moykens, secretaris-generaal departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Karine Moykens: Ik wil dat opentrekken naar andere sectoren. De medische expertise moet beschikbaar zijn, maar ze hoeft niet per se tot het vast personeelskader te behoren. De eerstelijnszones zijn een goed platform voor samenwerking die toelaten om snel te schakelen. Maar de meerwaarde van een betrokken CRA en sterke verpleegkundigen in het woonzorgcentrum zijn wel gebleken.

Hoe hebt u de samenwerking met de federale overheid ervaren tijdens de coronacrisis?

Karine Moykens: Die samenwerking is heel goed verlopen. Niet alleen met de federale collega’s, trouwens, maar ook met de andere gemeenschappen en gewesten. De contacten tussen de administraties zijn opperbest. We kennen elkaar goed, van lang vóór de coronacrisis. Dat speelt in ieders voordeel.

Nu de crisis op zijn einde loopt, worden hier en daar al conclusies getrokken. Vaak hoor je dat sommige doelgroepen te weinig aandacht hebben gekregen: ouderen, kinderen, jongeren… Akkoord?

Dirk Dewolf: We spreken hier wel over een epidemie. Vergeet dat niet. Het virus afstoppen heeft een sociale kostprijs. Maar het was noodzakelijk om mensenlevens te redden. We tellen in ons land nu al meer dan 9.500 doden. Dat is niet weinig. Hebben de nabestaanden van die overleden mensen voldoende aandacht gekregen? Neen. Achteraf is het allemaal gemakkelijk praten.

“In de media overheerst nog altijd het discours van de ‘luie ambtenaren die niets goeds uitrichten’. Dat komt hard binnen.” – Karine Moykens

Karine Moykens: Ik kan veel doelgroepen noemen die extra afgezien hebben: alleenstaanden, mensen in armoede, mensen zonder tuin, ouderen… Er was gewoon weinig keuze in het begin. We moesten drastische maatregelen nemen. Zodra het kon, hebben we wel een doelgroepenbeleid gevoerd. Voor kinderen en het onderwijs. Voor ouderen. Voor personen met een handicap. We hebben voortdurend bijgestuurd, mee op basis van de jongste wetenschappelijke inzichten.

Vlak voor de coronacrisis zaten we in Vlaanderen in een besparingsdiscours, ook in zorg en welzijn. Dat mogen we nu even vergeten?

Dirk Dewolf: De context is helemaal anders vandaag. De samenleving ziet meer dan ooit het belang van essentiële sectoren, waaronder de zorg. Een sterke zorg- en welzijnssector is essentieel om de samenleving draaiend te houden.

Karine Moykens: Toch hebben de besparingen ook tot meer efficiëntie geleid. En er zijn ook nieuwe investeringen gevolgd. In de CAW’s, bijvoorbeeld. Eerst besparen om daarna weer te investeren. Dat was het plan en zo is het ook uitgevoerd.

Dirk Dewolf: We staan financieel wel aan de vooravond van een bijzonder zware periode, vrees ik. Niet alleen bij ons, maar over de hele wereld. Ik houd mijn hart vast voor wat nog komt.

Wat hebt u persoonlijk geleerd uit deze crisis?

Dirk Dewolf: Wat mij vooral is opgevallen, is de grote solidariteit. Ook bij de overheidsdiensten. We hebben met iedereen heel goed samenwerkt: de Inspectie van Financiën, de juristen, het Facilitair Bedrijf… Er was een heel grote cohesie. Wat mij persoonlijk betreft, vond ik dit een zeer zware periode. Mijn medewerkers en ik hebben enorm hard gewerkt en krijgen daarvoor weinig appreciatie van de buitenwereld. Ik heb het daar soms moeilijk mee. Vooral voor mijn medewerkers. We zijn onafgebroken bezig sinds februari. We zijn allemaal aan rust toe, maar voorlopig zit dat er nog niet in.

Karine Moykens: Ik sluit me daar volmondig bij aan. Mijn eigen departement, de collega’s van het Agentschap Zorg en Gezondheid, van Zorginspectie… We hebben alle weekends doorgewerkt. Niemand heeft op een uur gekeken. We zijn continu beschikbaar. Waar de crisis het hevigst toesloeg, gingen we ter plaatse om bij te springen. Maar in de media overheerst nog altijd het discours van de ‘luie ambtenaren die niets goeds uitrichten’. Dat komt hard binnen. Ik ervaar het als ambtenaren-bashen. Terwijl alle ambtenaren, van alle overheden, keihard hebben doorgewerkt.

Dirk Dewolf: ‘Alweer geklungel van de overheid’ lees je dan in de krant. Ja, dat doet pijn. Ik nodig iedereen uit om eens enkele dagen mee te lopen. Gelukkig hebben we uit de sectoren wel af en toe waardering gekregen. Dat doet deugd. We zijn ook maar mensen.

Karine Moykens: We snakken naar wat rust om de batterijen op te laden. Zodat we weer present staan als de tweede golf komt. We blijven civil servants. Op ons kan je rekenen.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE – BEELD: JAN LOCUS


Gerelateerde berichten

“Meer dan ooit tevoren vormen we een hecht team en voelen we ons met elkaar verbonden”

Maxime Huyghe is als ergotherapeut en preventieadviseur aan de slag bij vzw De Hoeksteen. De coronacrisis weerhoudt er hem niet van om creatief uit de hoek te komen om de bewoners een goede tijd te bezorgen.

Samen kunnen we de bakens verzetten

IN4CARE wil brug slaan tussen zorgsector en innovatie

Mensen verbinden en bruggen bouwen

Lokaal dienstencentrum als ontmoetingsplek