Karin Van Mossevelde en Katrien Van Kets

INTERVIEW DIRECTEURS GEZONDHEID EN WELZIJN CHRISTELIJKE EN SOCIALISTISCHE ZIEKENFONDSEN

WE MOETEN DE HERVORMINGEN VERANKEREN

Met de Vlaamse Sociale Bescherming (VSB) krijgen de ziekenfondsen met de zorgkassen er extra taken bij. Het gaat om een van de vele recente hervormingen van de Vlaamse overheid. Nu minister van Welzijn Jo Vandeurzen heeft aangekondigd geen nieuwe termijn te ambiëren, is er her en der enige ongerustheid over de voortzetting van die hervormingen. Ook bij Katrien Van Kets en Karin Van Mossevelde,­ directeurs Gezondheid en Welzijn bij respectievelijk de Christelijke Mutualiteiten en de Socialistische Mutualiteiten. “De trein is net vertrokken: de Vlaamse Sociale Bescherming, de persoonsvolgende financiering, de eerstelijnszones … We kunnen niet alweer van richting veranderen. We moeten de veranderingen fundamenteel verankeren.”

Karin Van Mossevelde (SocMut): De Vlaamse Sociale Bescherming is een van de mooiste initiatieven van de jongste jaren in Vlaanderen. Ze creëert de mogelijkheid van een echt sociaal beleid in de Vlaamse gezondheidszorg en welzijn. Met één grote kritiek weliswaar: de forfaitaire bijdrage. Die bedraagt nu 52 euro – 26 euro voor mensen met de verhoogde tegemoet­koming – maar als ze stijgt, dan moet ze inkomensafhankelijk worden.

Katrien Van Kets (CM): Ik ben het daarmee absoluut eens. De VSB is een nieuw, zeer waardevol, maar pril systeem. We moeten dat verder uitbouwen. Er komen veel uitdagingen op ons af. We zullen keuzes moeten maken: wat vergoedt de VSB en wat niet? Er zijn veel noden, maar de middelen zijn altijd beperkt. De praktijk zal moeten uitwijzen hoe sterk we de VSB kunnen maken.

Van Mossevelde: De persoonsvolgende financiering (PVF) wordt nog een zware dobber. In theorie klinkt dat mooi: de patiënt of de cliënt krijgt zelfbeschikkingsrecht en kiest zelf zijn zorg op basis van zijn levensdoelen. De praktijk is iets weerbarstiger. De wachtlijsten worden in elk geval niet opgelost met de PVF. We moeten leren uit de ervaringen van de sector voor personen met een beperking.

Van Kets: Al mogen we daar ook niet te veel conclusies aan verbinden, denk ik. De PVF is een mooie kans om een beter zorgcontinuüm te organiseren. Met één inschaling – de BelRAI – over alle sectoren heen. Nu heeft elke sector zijn eigen systeem, wat alleen maar voor verwarring zorgt en samenwerking in de weg staat. Een grote verdienste van de PVF is het wegwerken van de muurtjes.

Van Mossevelde: Je hebt de PVF niet nodig voor een beter zorgcontinuüm met één inschaling. Ik vrees vooral dat het foutloopt als mensen een financieel rugzakje krijgen en zelf vrij de middelen mogen besteden. Misbruik, verkeerde keuzes … Het geld moet in principe naar zorg gaan, maar wat als iemand op het einde van de maand de eindjes moeilijk aan elkaar kan knopen en het geld voor andere dingen gebruikt? Bovendien gaan we sowieso altijd collectieve diensten nodig hebben. Bijvoorbeeld om kansarmoede te bestrijden. Je moet dus tegelijk blijven investeren in die overkoepelende dienstverlening.

Ik dacht niet dat het de bedoeling was om met de PVF in de ouderenzorg cash geld uit te keren?
Van Kets: Neen, en ik zou daarvan ook geen voorstander zijn. Je kan de doelgroep ouderen niet zomaar vergelijken met de doelgroep personen met een beperking. Zorgbehoevende ouderen zijn vaak heel kwetsbaar, op een andere manier dan mensen met een beperking. Maar een voucher of systeem met trekkingsrechten kan een goede oplossing zijn. De zorgkassen zouden dan als een soort van beheerplatform kunnen functioneren en de voorzieningen uitbetalen.

Van Mossevelde: Laat ons hopen dat dat inderdaad zo kan lopen. We moeten een evenwicht nastreven. Een basissubsidie voor de bestaande diensten is sowieso nodig. Je begint niet met een wit blad: het licht moet blijven branden. Zowel in de thuiszorg als in de residentiële zorg. Met het openbreken van de markt of meer zorg op maat heb ik uiteraard geen problemen.

GEZONDHEIDSFONDS

Wat is de rol van de ziekenfondsen in de VSB?
Van Kets: De basis van de VSB is gelegd rond de eeuwwisseling. Het was een politieke keuze om de VSB niet vanuit de ziekenfondsen zelf te organiseren. Daarom zijn de zorgkassen in het leven geroepen. Ook private verzekeraars mogen een zorgkas organiseren. Enkelen hebben dat geprobeerd. Maar ze zijn ondertussen allemaal gestopt. Omdat het niet rendabel genoeg was.

Van Mossevelde: Dat zegt genoeg, niet? De zorgkassen zijn gecreëerd door een groene minister die zich wou afzetten tegen de verzuiling. Maar wat bleek: onze administratiekosten liggen een pak lager dan die van de privé. Die aparte regelgeving was achteraf gezien dus helemaal niet nodig. De zorgkas moet één loket zijn, waar mensen met al hun vragen terechtkunnen. Wel, de ziekenfondsen hebben zo’n loket met een volledige dienstverlening.

Van Kets: Onze leden hebben er geen boodschap aan wat er achter de schermen allemaal gebeurt. De ziekenfondsen en zorgkassen hebben de voorbije jaren keihard samengewerkt met de Vlaamse overheid om de zesde staatshervorming in de praktijk te organiseren. Dat is een gigantische opdracht! Heel veel werk achter de schermen, maar voor de mensen is er één loket. Zo hoort het. De staatshervorming was geen cadeau voor ons. Het resultaat daarvan is bijzonder complex, maar wij moeten het voor de mensen transparant maken.

De VSB is de kroon op het werk van de hervorming van de Vlaamse zorg- en welzijnssector. Met meer regie bij de patiënt, vermaatschappelijking en meer aandacht voor de levenskwaliteit en de participatie van mensen. Dat laatste sluit mooi aan bij het concept van ‘positieve gezondheid’ waarmee CM zich profileert?
Van Kets: CM wil een gezondheidsfonds zijn in plaats van een ziekenfonds. Gezondheid is meer dan de afwezigheid van ziekte. Het gaat ook om gelukkig zijn, je goed voelen, niet eenzaam zijn, mentaal voldoende fit zijn … Dat nieuwe perspectief heeft ook te maken met de verschuiving van klemtoon van acute naar chronische zorg door de vergrijzing.

Van Mossevelde: Die verandering is al jaren aan de gang. Ziekenfondsen zijn al lang veel meer dan uitbetalings­organisaties. We begeleiden onze leden doorheen het leven. Zo nieuw is dat niet. Preventie, vroegdetectie, gezond leven … Elk ziekenfonds gaat daar op zijn manier mee om. Ook met het invullen van onze socio­culturele organisaties. Gezondheid is altijd positief.

Van Kets: CM wil uitdrukkelijk een ‘gezondheidsfonds’ zijn voor haar leden. Veel mensen denken nog te eng over gezondheid. We willen die nieuwe brede visie op gezondheid uitdragen.

Van Mossevelde: Dat begrijp ik. Vergelijk alleen nog maar de budgetten voor preventie met die voor de cure. Er is een immense kloof. Preventie en gezonde levensstijl verdienen terecht meer aandacht.

Er kwam ook kritiek op die nieuwe visie. Dr. Luc Bonneux was niet mals in De Standaard: “Zorgverzekeraars gooien zich nog meer dan vroeger op luxefrullen om klanten uit de kerngezonde middenklasse te lokken.”
Van Mossevelde: Daarover gaat het toch helemaal niet? En dat uit de mond van een arts! Gezondheid gaat samen met fysiek en mentaal welzijn. We zetten uiteraard niet alleen in op preventie. Als mensen ziek zijn, dan moeten we hen helpen. Dat is evident. Maar het is een kwestie van klemtonen. Het is geen luxe om na te denken over hoe we het psychisch welzijn van mensen kunnen versterken.

Van Kets: Ook voor mensen met chronische aandoeningen is de klemtoon op kwaliteit van leven geen luxe. Chronische aandoeningen genezen niet. Je moet ermee leren omgaan en ondanks eventuele beperkingen toch een kwaliteitsvol leven nastreven.

EENPERSOONSKAMERS DE NORM

De kostprijs van de aanvullende verzekering is begin dit jaar zowat overal gestegen. Gemiddeld met 6% en met uitschieters tot 20%. Hoe verklaar je die prijsstijgingen?
Van Kets: CM kiest vanaf dit jaar in heel Vlaanderen voor eenzelfde pakket diensten en voordelen. Daarbij willen we als gezondheidsfonds inzetten op die zaken waarmee we het grootste gezondheids­effect bereiken en waarvan onze leden zelf aangeven dat ze er veel belang aan hechten. Dat heeft een uitgebreid pakket van diensten en voordelen opgeleverd. Daar stond in veel regio’s een prijsverhoging tegenover, maar met een ledenbijdrage van iets meer dan zeven euro per maand behoort CM nog altijd tot de goedkopere op de markt.

“We maken dezelfde analyses. Solidariteit is belangrijk, mensen zijn gelijkwaardig en het middenveld verbindt.”

Van Mossevelde: Je moet ook altijd goed kijken wat er in de aanvullende verzekering zit. Wij zijn grote voorstanders van een zo uitgebreid mogelijke algemene en verplichte ziekteverzekering. Daar moet de focus liggen. Gelijke toegang tot de gezondheidszorg voor iedereen. Met de aanvullende verzekering leggen we accenten. Maar de echte noden moeten in de verplichte ziekteverzekering zitten. Vandaar, maak de ereloonsupplementen op eenpersoonskamers overbodig, dan kunnen we ook de hospitalisatiever­zekeringen overbodig maken.

Van Kets: Helemaal akkoord. Alles hangt aan elkaar vast, als dominosteentjes die samen moeten vallen: de financiering van de artsen, de financiering van de ziekenhuizen, de verzekeringen …

Van Mossevelde: Ons doel is om in fasen komaf te maken met de ereloonsupplementen. Eerst moeten we ze transparant maken en aftoppen. Daarna kunnen we ze via bijkomende investeringen afbouwen en er helemaal mee stoppen. Tegelijk moeten we de artsen en de ziekenhuizen anders financieren. Ereloonsupplementen zijn niet meer van deze tijd.

Van Kets: Eenpersoonskamers zouden de norm moeten worden.

Van Mossevelde: Kijk hoe streng de nieuwe privacywetgeving GDPR is. Pas dat ook eens toe op de fysieke situatie: twee of drie patiënten op een kamer en de arts die gewoon een gordijntje dichttrekt en een patiënt begint te onderzoeken, vragen stelt, opmerkingen geeft … In het bijzijn van een andere patiënt. Dat kan toch niet meer!

In mei zijn er verkiezingen. De N-VA heeft recent nog maar eens herhaald dat de “ziekenfondsen structureel overgefinancierd” zijn en dat hun rol herbekeken moet worden. Maakt dat jullie zenuwachtig?
Van Mossevelde: Zenuwachtig niet, maar ik word er ambetant van. Wees toch eens concreet! Wat is eigenlijk het probleem? We werken net goedkoper dan vele anderen en horen bij de meest gecontroleerde instanties van het land.

Van Kets: Wat is werkelijk het probleem? Dat er verschillende ziekenfondsen bestaan? Er bestaan toch ook verschillende banken of zorgvoorzieningen? En verschillende privéverzekeraars? Die diversiteit houdt de kwaliteit hoog. Mensen moeten keuzes kunnen maken. Het is een trigger om goed werk te blijven leveren en efficiënt te zijn. Het huidige systeem is gebaseerd op solidariteit tussen leden. Onderzoek wijst uit dat de Vlaming daarvan grote voorstander is. Stemmen, soms politiek gestuurd, die aangeven dat ieder beter voor zichzelf kan zorgen, worden door onze samenleving niet gedragen. Zelfs in een tijd waarin de solidariteit soms in vraag wordt gesteld, moeten wij krachtig ons model verdedigen en niet kiezen voor een extreem individualis­tische aanpak: alleen mijn eigen deur telt, niet de buren. Dat is niet de samenleving waarvoor wij kiezen. Vanuit het middenveld houden wij de samenleving alert en creë­ren we verbinding. Minister Vandeurzen heeft de afgelopen beleidsperiodes de standpunten van het middenveld steeds goed beluisterd. Hij heeft ons niet altijd onze zin gegeven, maar hij heeft tenminste geluisterd.

Van Mossevelde: Dat klopt. Zijn beleid is dan ook breed gedragen. Vandeurzen is een degelijke minister van Welzijn. Hij heeft niet alle problemen voldoende aangepakt. Denk maar aan de geestelijke gezondheidszorg en de jeugdzorg. Maar hij probeert rekening te houden met wat er leeft op het werkveld. Op het terrein werken de ziekenfondsen trouwens erg goed samen. Veel beter dan de mensen vermoeden. Zowel federaal in het Intermutualistisch Agentschap en MyCareNet als Vlaams. Bijvoorbeeld rond de BelRAI, ICT, de zorgkassen, het Geïntegreerd Breed Onthaal … We vertegenwoordigen elkaar zelfs op verschillende fora. Achter de schermen is er veel samenwerking.

Van Kets: Op Vlaams niveau is er het Vlaams Intermutualistisch College waarin we onder meer gemeenschappelijke standpunten formuleren voor het beleid. We zetten daar sterk op in en de samenwerking is de jongste jaren fel toegenomen. Tegelijk blijft het belangrijk dat de burgers kunnen kiezen. Zo houden ze ons ook scherp.

EERSTELIJNSZONES

Hoe kijken jullie naar de ontwikkeling van de eerstelijnszones?
Van Mossevelde: Dat is alweer een mooi theoretisch concept, maar in de praktijk hebben we nog maar de eerste stapjes gezet. Hetzelfde geldt voor het Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn (VIVEL). Het is goed om het hokjesdenken te doorbreken in zorg en welzijn. We werken nog te veel als silo’s naast elkaar. Maar dat heeft ook te maken met de subsidiëring. We moeten de eerstelijnszones goed aanpakken op het uitvoerende niveau. Het is aan de overheid om de krijtlijnen te bepalen en dan is het aan de zorgraden om dat uit te voeren in de eerstelijnszones.

Van Kets: Wat me zorgen baart, is dat het grootste deel van de financiering van de eerste lijn federaal is: de thuisverpleegkunde, de huisartsen … Vlaanderen heeft dus maar beperkte hefbomen om zijn beleid waar te maken. Dat is een groot risico, zeker vanuit het perspectief van geïntegreerde zorg.

Van Mossevelde: Een tweede risico is de verspreiding over 60 eerstelijnszones en evenveel zorgraden. Hoe gaan we daarin blijven investeren? Al die zorgraden moeten worden bemand. Liefst met mensen die van aanpakken weten. Maar die hebben we nodig op het terrein: de huisartsen, de thuisverpleegkundigen … Er is nu al een tekort. Gaan zij naar de vergaderingen komen? Maken we het niet bureaucra­tischer dan nodig?

Hoe kan je dat voorkomen?
Van Mossevelde: Door de krijtlijnen niet te breed te laten. Laat Vlaanderen maar de visie bepalen en de zorgraden het uitvoerende werk doen.

Van Kets: Met de mogelijkheid om regionale accenten te leggen, uiteraard.

Van Mossevelde: Overleg in de zorgraden moet over cliënten gaan, niet over structuren en wie er al dan niet moet in zitten.

Van Kets: Volkomen mee eens. We mogen geen nieuwe vergadercultuur installeren. Het is een blijvend aandachtspunt.

Van Mossevelde: Minister Vandeurzen heeft heel veel op de sporen gezet, maar nog niet alle wagons rijden. Bovendien: het is pas als de trein helemaal rijdt, dat we zullen zien hoeveel alles kost. Er zullen bijkomende investeringen nodig zijn. Er dreigen tekorten in de begroting, dat weet ik zeker. En straks komt er een nieuwe minister en die wil uiteraard weer eigen accenten leggen. En wat dan?

Van Kets: Dat is inderdaad een belangrijk aandachtspunt. Er staan veel goede zaken in de startblokken. We zitten echt in een overgangsfase. We moeten die lijn nu resoluut voortzetten. De trein is net vertrokken: de VSB, de PVF, de eerstelijnszones … We kunnen niet alweer van richting veranderen. We moeten de veranderingen fundamenteel verankeren.

Verschillen jullie over sommige thema’s wel nog van mening?
Van Mossevelde: Als het gaat over de rechten en de waarden waarvoor we moeten vechten, dan zie ik vandaag weinig verschillen.

Van Kets: We maken dezelfde analyses. Solidariteit is belangrijk, mensen zijn gelijkwaardig en het middenveld verbindt.

Van Mossevelde: Op ethisch vlak en in onze dienstverlening leggen we uiteraard eigen accenten.

Van Kets: Maar het belangrijkste is dat we samen opkomen voor alle mensen, maar zeker voor de meest kwetsbare mensen in onze samenleving.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS