decorte

WAT ALS EEN ASO MAAR 48 UUR PER WEEK ZOU WERKEN?

GETUIGENIS VAN EEN STUDENTENOEFENING

“Ik was een beetje verbaasd toen jullie mij contacteerden. Zindert dat nu nog na? Het was voor mij gewoon het zoveelste groepswerk”, lacht Sien De Corte. Afgelopen juni hield de 25-jarige huisarts-in-opleiding (HAIO) een betoog tijdens een debatavond aan de Gentse geneeskundefaculteit. De laatstejaarsstudenten brachten er hun ultieme voorstel voor de hervorming van de gezondheidszorg. Onder andere prof. em. Huisartsgeneeskunde dr. Jan De Maeseneer, Domus Medica-voorzitter dr. Roel Van Giel en Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro, tekenden present. 

“Als dochter van een huisdokter en CLB-arts, valt de appel niet ver van de boom”, steekt Sien De Corte van wal. “Sinds juni heb ik mijn diploma geneeskunde op zak. Ik startte net de driejarige opleiding tot huisarts en draai nu mee als HAIO in een groepspraktijk.”

Wat als jij het voor het zeggen had in de gezondheidszorg? Met die vraag moesten wij als laatstejaarsstudenten geneeskunde aan de slag. Er werden uiteenlopende voorstellen gedaan: van EHBO-onderwijs op de lagere school en de co-locatie van de huisartsenwachtpost en spoedafdeling, tot de rekrutering van basisartsen als zaalarts op diverse ziekenhuisdiensten. Wij stelden de invoering van een 48-urige werkweek voor arts-specialisten in opleiding (ASO’s) voor.

OPTING-OUT

“Wettelijk is de wekelijkse arbeidsduur voor artsen, artsen-in-opleiding en studenten-stagiairs vastgelegd op max. 48 uur. Daarnaast is er de mogelijkheid tot opting-out: het tot 12 uur per week bijkomend presteren in het kader van wachtdiensten. De absolute maximale arbeidsduur bedraagt dus 60 uur per week. In het onderzoek voor haar masterproef stelde Nele Van Dievoort (2015) vast dat ASO’s gemiddeld 55 tot 60 uur per week werken, en dat optingout heel frequent voorkomt. De Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad spreekt in zijn rapport van 2013 zelfs van werkweken van gemiddeld 60 tot 80 uur. In ons voorstel wilden we daar paal en perk aan stellen.”

“Uitputting is geen teken van toewijding,
maar een onacceptabel risico”

“We moesten onze visie in een korte presentatie uiteenzetten. In een eerste ronde kwamen alle groepen aan bod, waarna de studenten mochten stemmen voor hun favoriete ideeën. Het onze bleek populair en we stootten door naar de tweede ronde. Daar hielden enkele tenoren van de Vlaamse gezondheidszorg ons voorstel tegen het licht. Ik was onder de indruk van de aanwezigen, ja. Je legt niet elke dag verantwoording af tegenover het kopstuk van Zorgnet-Icuro!”

NADELEN VOOR DE ASO EN DE PATIËNT

“Eerst schetsten we de actuele situatie en formuleerden we kritiek, waar mogelijk wetenschappelijk onderbouwd.” “Aan de huidige werkdruk zijn heel wat nadelen verbonden, niet alleen voor de ASO, maar ook voor de patiënt en de gezondheidszorg in het algemeen. Neem nu de opleidingskwaliteit. Uit de jaarlijkse bevraging van de Vereniging voor Arts-Specialisten in Opleiding (VASO) blijkt dat één op twee ASO’s – en dat percentage blijft gelijk doorheen de jaren – akkoord is met de stelling: Ik leer al doende, maar heb door de zware werkdruk weinig energie over voor zelfstudie. Dat vind ik opvallend en bedenkelijk.”

“We namen ook het psychosociaal welzijn van de ASO onder de loep. De hoge werkdruk gaat gepaard met negatieve spanning, slaaptekort… Shifts van 24 uur en meer verhogen de kans op burn-out. Nele Van Dievoort stelde vast dat bijna één op drie ASO’s risico loopt op burn-out. Bijna één op tien had er effectief een! Dat aandeel is groot ten opzichte van artsen en verpleegkundigen.”

“En laten we ook de patiënt niet vergeten. Slaaptekort maakt artsen minder handvaardig. Geef mij maar een alerte chirurg! Vermoeidheidsgerelateerde depressie en frustratie kunnen leiden tot een gebrek aan empathie voor de patiënt… Depressieve ASO’s zouden ook zesmaal meer medicatiefouten maken.”

OPLOSSINGEN OP MACRO-, MESO- EN MICRONIVEAU

“We concretiseerden ook onze visie op verschillende beleidsniveaus. Op macrovlak stellen we een budgetverhoging voor om een hogere bestaffing en een ‘gecentraliseerde persoonsgebonden financiering’ te bekostigen. Als je ASO’s minder uren laat werken, heb je meer mensen nodig om hetzelfde werk te doen. Er zullen dus maatregelen nodig zijn om meer studenten toe te laten tot een specialisatie. Momenteel werkt de overheid aan een gecentraliseerde persoonsvolgende financiering van ASO’s, naar analogie met de HAIO’s. Wij worden niet betaald door onze opleider, maar door een centrale vzw. Dat maakt ons onafhankelijker. Als degene die je betaalt ook je begeleider is, kan dat soms delicaat zijn. Een ASO kan bij een dispuut over zijn opleidings- of werkomstandigheden enkel terecht bij wie zijn opleiding beoordeelt en zijn latere werkgever zou kunnen worden. Passen voor de opting-out doe je niet ongestraft – dat is althans de perceptie…”

“Op mesoniveau pleiten we voor een andere arbeidsorganisatie: flexibele en voorspelbare werktijden, respect voor de maximale arbeidsduur en betere admini­stratieve ondersteuning. Ook ploegen­arbeid is een idee. Nu zijn shiften van 24 uur geen uitzondering. Waarom verdelen we die niet over meerdere artsen?”

“Op microniveau moeten we naar een mentaliteitswijziging streven. Uitputting is géén teken van toewijding. Het houdt risico’s in. Volgens mij kloppen ASO’s, ondanks vermoeidheid, ontieglijk veel uren omdat de sociale en de werkdruk zo hoog zijn, omdat ze een goede beoordeling willen… Ik denk dat zij en hun opleiders zich minder bewust zijn van de risico’s.”

KRITIEK ONTKRACHTEN

“We moesten ook de kritische tegenwerp­ingen weerleggen. Over de opleidingskwaliteit bijvoorbeeld: hebben ASO’s die minder werken niet minder leerkansen? Misschien, maar met meer tijd voor zelfstudie en reflectie kan de ASO meer uit elke leerkans halen. En over patiëntveiligheid: als ASO’s elkaar frequenter aflossen, moet er meer overdracht van patiënten gebeuren. Is dat niet nadelig voor de zorgcontinuïteit? Misschien, maar een andere arts kijkt met een andere, open blik naar die patiënt. Zo wordt inadequate zorg mogelijk sneller bijgestuurd.”

NIET BEWUST

“Ik begon onze presentatie met de woorden: Sommigen onder jullie starten over enkele maanden als arts-specialist. Ik niet en dat beklaag ik me niet! Ik zou het ritme van een ASO-bestaan niet aankunnen, je sociaal leven schiet erbij in. Onlangs kwam ik een medestudente tegen. Ze gaat voor pediatrie en had er net een werkweek van 80 uur opzitten. ‘Het is wel zwaar…’, zei ze. En of! Ik zou dat niet volhouden. Als HAIO werk ik zo’n 40 uur per week. Heel wat medestudenten met wie ik deze presentatie heb gemaakt, hebben voor een specialistische opleiding gekozen. Het voorstel om iets rond die 48-urige werkweek te doen, kwam van hen.”

“Stond ik hier eerder bij stil? Ja en nee. Ik ben tijdens mijn stages wel een paar uitgebluste ASO’s tegengekomen, maar de meesten zijn toch vooral gepassioneerd en gemotiveerd. Je houdt het anders niet vol. Ik was wel verrast door de burn-outpercentages die uit onderzoek naar voor komen. Wie werkzaam is in de gezondheidszorg, verwaarloost soms de zorg voor zichzelf. Ik ben beducht voor een burn-out. Mijn stagebegeleidster heeft me op het hart gedrukt om tijdens mijn opleiding en verdere loopbaan mijn vrije tijd goed te benutten en er voldoende energie uit te halen. Maar wie 80 uur per week werkt, heeft weinig tijd over om zijn batterijen op te laden…”

SOLIDARITEIT EN OFFICIËLE VERTEGENWOORDIGING

“Niet alleen wij pleiten voor verandering. Dit jaar voegde de Orde der artsen twee nieuwe ‘geboden’ toe aan zijn Code van Medische Deontologie: De arts heeft aandacht en zorg voor zijn eigen gezondheid en De arts streeft naar een evenwicht tussen zijn beroepsactiviteit en zijn privéleven. Een duidelijk signaal, lijkt mij.”

“Margot Cloet stelde zich vragen bij het kostenplaatje van ons voorstel. Volgens het groenboek van minister De Block zijn investeringen in onze scholing verantwoord omdat een goede opleiding van artsen uiteindelijk de financiële stabiliteit van de verplichte ziekteverzekering ten goede komt… Ik meen dat de financiering van ASO’s ook samenhangt met de ziekenhuisfinanciering. Artsen staan een deel van hun loon af aan het ziekenhuis. Het ziekenhuis is financieel afhankelijk van de prestaties van hun artsen. Dat creëert een incentive om meer prestaties te doen en te laten verrichten door hun ASO’s. Ik denk dat een gezonde ziekenhuisfinanciering tot een 48-urige werkweek kan bijdragen (en omgekeerd).

“Ik geloof dat het werkregime een reële spanningsbron is voor ASO’s en een terechte bezorgdheid van hun omgeving. Toen we aan deze opdracht werkten, dacht ik: hieraan verandert nooit iets. Toch hoop ik dat de bal aan het rollen gaat…”

 

TEKST & BEELD: MIEKE VASSEUR