ZORGNET-ICURO EN LISANGA INVESTEREN SAMEN IN HET CONGOLESE KUTU

Van ontwikkelingshulp naar samenwerkingsontwikkeling

Juli 2021

Wist je dat er zoiets bestaat als ‘de werkgroep Internationale Solidariteit’ binnen Zorgnet-Icuro? Neen? Dan ben je vast ook niet op de hoogte dat er vanuit Zorgnet-Icuro jaarlijks 50.000 euro wordt vrijgemaakt om projecten te ondersteunen met een link naar de gezondheidszorg in de derde wereld. Een vijfde van dat budget gaat dit jaar naar het Congolese Kutu om er een kleinschalig en zelfvoorzienend initiatief voor landbouw en veeteelt uit te bouwen, met daaraan gekoppeld een educatief luik. Het project werd bij Zorgnet-Icuro ingediend door Manu Langerock, directeur van wzc Sint-Rafaël in Liedekerke én kersvers voorzitter van vzw Lisanga, een organisatie die kleinschalige projecten in gezondheidszorg en onderwijs in Congo ondersteunt. Voor een hedendaagse visie op solidariteit en samenwerking trok Zorgwijzer naar Manu Langerock zelf en Naiké Costa, directeur van wzc Sint-Jozef in Assenede en lid van de raad van bestuur van Lisanga. 

De wortels van vzw Lisanga liggen bij de zusters van de Kindsheid Jesu. 75 jaar lang waren zij actief in het missioneringswerk in Congo. In 2002 keerden de zusters definitief terug naar Vlaanderen. Om hun werk en inzet levendig te houden, richtte de groep woonzorgcentra Zorg-Saam in 1992 de vzw Lisanga op. 

De naam Lisanga werd niet zomaar gekozen, welke betekenis zit erachter?

Manu Langerock: “Lisanga betekent ‘samenwerken in vriendschap’ in het Lingala. Een passende naam, want dat is essen-
tieel in onze werking én het is een teken van solidariteit. Wij streven een vriendschappelijke samenwerking na tussen Belgen en Congolezen. Samenwerking duidt op wederkerigheid. Hoe wij de band tussen België en Congo absoluut niet willen zien, is als die waarbij de ene alleen maar geeft en de andere alleen maar krijgt. Neen. Er is een ruilwerking in beide richtingen. Zij kunnen van ons leren op vlak van medische zorg bijvoorbeeld, maar wij kunnen net zoveel van hen leren op vlak van openheid, positief in het leven staan, lachen ondanks de ellende…” 

Naiké Costa: “Ik denk dat we heel complementair kunnen zijn als we open staan om van elkaar te leren. En om van elkaar te leren is het belangrijk dat je je niet boven de ander plaatst. Ik spreek bijvoorbeeld ook niet graag van ‘hulp’. Dat impliceert eigenlijk dat er een band is tussen een sterkere en een zwakkere. Hoewel ik goed genoeg besef dat vrienden mekaar ook gewoon kunnen helpen. Samenwerken is misschien toch een neutraler woord. Op die manier kan je elkaar ook beter leren kennen.”

“Zullen er in de toekomst nog geldtransfers zijn in het kader van internationale solidariteit? Hoogstwaarschijnlijk wel. Maar dan wel met duurzame investeringen tot gevolg, op het tempo van de lokale bevolking en tegemoetkomend aan hun wensen”

Manu, jij wil het woord ‘ontwikkelingshulp’ liefst niet meer gebruiken, jij verkiest samenwerkingsontwikkeling. Kan je dat toelichten?

Manu Langerock: “Het gevaar van hulp bieden is dat degene die krijgt afhankelijk wordt van de donor. De Congolese bevolking rekende er in het verleden steeds op dat ze geld van België zouden krijgen en dat gevoel verhindert eigenlijk het zelf zoeken naar oplossingen en onafhankelijk worden. Het uitgangspunt van onze vriendschapsband met de mensen uit Congo moet zijn dat we de tijd nemen en de moeite doen om te luisteren naar hun dromen en hun wensen. Wij moeten vervolgens bekijken in welke mate we hen daarbij kunnen steunen. Het mooie daarbij is dat we niet allemaal ‘gelijk’ moeten zijn om eenzelfde doel na te streven. Een mooi voorbeeld is het woonzorgcentrum: er is het onthaal, de administratie, de zorg- en verpleegkundigen, de directie… allemaal andere profielen, maar wel met dezelfde uitkomst voor ogen: zo goed mogelijke zorg voor de bewoners bieden. Dat is vergelijkbaar met onze band met de Congolezen: zolang we in alle vriendschap samenwerken en het kompas africhten op hetzelfde doel, zetten we stappen in de goede richting.”

De Zusters Kindsheid Jesu zijn dan al even vertrokken uit Congo, hun werk is overgenomen door de Soeurs de l’Immaculée Conception. Hoe belangrijk zijn zij voor de werking van Lisanga?

Manu Langerock: “De zusters zijn de eigenaars van de initiatieven. Het zijn zij die de prioriteiten bepalen en verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de projecten. Door hun permanente aanwezigheid zijn zij ook best geplaatst om de continuïteit van de projecten te verzekeren.”

Naiké Costa: “De zusters zijn essentieel in de werking van Lisanga. Het zijn dikwijls nog erg jonge mensen die bovendien een flinke scholing genoten hebben. Zij zijn onze brug naar de lokale bevolking.”

Naiké Costa: “Microbudgetten helpen een lokale economie op gang te brengen, het kan tewerkstelling genereren. Lokale economie kan dan de ruggengraat worden van de samenleving.”

Het uiteindelijke doel van Lisanga is om de plaatselijke bevolking de nodige autonomie te geven om zelfstandig te kunnen leven. Op welke manieren willen jullie dat realiseren? 

Manu Langerock: “De Congolezen willen l’indépendance, onafhankelijkheid. Onze visie daarop is dat we hen die onafhankelijkheid best kunnen geven door naar hen te luisteren. Daarom dat het zo belangrijk is dat ze zelf eigenaar kunnen zijn van de projecten en dat we naar hen luisteren. We moeten in het westen afstappen van het idee dat wij weten wat goed voor hen is. Zij weten dat zelf beter dan wie ook. Een simpel voorbeeld: met de pandemie zijn we in het westen massaal digitaal beginnen vergaderen. Zou het niet erg makkelijk zijn mochten zij ook via hun computer via Teams verbinding met ons kunnen maken? Misschien wel, maar willen ze dat? Dat is de vraag. We moeten het hen vragen.”

Naiké Costa: “Een manier om die autonomie te bekomen is door microbudgetten onder de bevolking te verdelen. Microbudgetten helpen een lokale economie op gang te brengen, het kan tewerkstelling genereren. Lokale economie kan dan de ruggengraat worden van de samenleving. Het project in Kutu dat vanuit Zorgnet-Icuro mee ondersteund wordt, is zo’n voorbeeld van een kleinschalig initiatief dat draait op microbudgetten.”

Manu Langerock: “Zorgnet-Icuro ondersteunt het project in Kutu met 10.000 euro; wij leggen daar nog eens 4500 euro bij. Dat is een mooie ondersteuning, maar vanzelfsprekend kunnen we daarmee niet de wereld veranderen. Lisanga heeft dit jaar een budget van 80.000 euro, bestemd voor kleinschalige projecten. En dat is goed. We hebben geen enkele ambitie om een NGO te worden.”

Schaft in een ideale wereld internationale solidariteit zichzelf af? Heel concreet: als een project succesvol is en de bevolking is nadien een pak autonomer, trekt Lisanga zich dan terug? 

Manu Langerock: “Wie die visie onderschrijft, focust in mijn ogen te veel op de geldelijke steun en te weinig op de samenwerking. Die band van samenwerking zal namelijk altijd nodig blijven. We moeten afstappen van het koloniale denken.”

Naiké Costa: “Je kan je dezelfde vraag stellen over de geldtransfers die nu van hieruit naar daar vertrekken. Zullen die er in de toekomst ook nog zijn? Hoogstwaarschijnlijk wel. Maar dan wel met duurzame investeringen tot gevolg, op het tempo van de lokale bevolking en tegemoetkomend aan hun wensen.”

Manu Langerock: “Inderdaad. We mogen niet uitgaan van het feit dat wij hier voor eeuwig welgestelder zullen zijn dan de Afrikanen. Zij hebben ongelooflijke troeven die ze vandaag helaas niet altijd kunnen uitspelen. De realiteit is dat er nog altijd veel armoede en zelfs hongersnood is in grote delen van Congo. Dat kan niet zomaar opgelost worden. Onze rug daarnaartoe keren zou niet goed zijn. Maar naast geldelijke steun,zijn er nog veel manieren om samen te werken zodat onze vrienden daar uiteindelijk autonoom worden.”

Manu Langerock: “We financieren nu vooral infrastructuur, vorming en kleinschalige initiatieven. Dat zijn investeringen met het oog op de lange termijn. Vroeger financierden we vooral de dringendste acute noden zonder stil te staan bij enkele jaren later.”

Jullie hameren erop duurzame investeringen te willen doen met Lisanga, hoe definiëren jullie ‘duurzaam’?

Naiké Costa: “Kijk bijvoorbeeld naar investeringen in onderwijs die we daar doen of investeringen in gezondheidszorg. Die investeringen zijn niet uit te drukken in winstpercentages, maar een gezonde en opgeleide bevolking is een basisvoorwaarde om ook op economisch vlak flink wat stappen te kunnen zetten.”

Manu Langerock: “We beogen een multiplicatoreffect. In het concrete geval van Kutu subsidiëren we de opstart van de kippenboerderij en spreken we af om na een tijd een tweede boerderij op te starten. We kopen bijvoorbeeld ook naaimachines waarmee de bevolking een productie kan starten. We financieren nu vooral infrastructuur, vorming en kleinschalige initiatieven. Dat zijn investeringen met het oog op de lange termijn. Dat was misschien vroeger minder het geval, toen financierden we vooral de dringendste acute noden zonder stil te staan bij enkele jaren later.” 

“Het uitgangspunt van onze vriendschapsband met de mensen uit Congo moet zijn dat we de tijd nemen om te luisteren naar hun dromen en hun wensen. Wij moeten bekijken in welke mate we hen daarbij kunnen steunen”

Hoe zien jullie de toekomst van Lisanga?

Manu Langerock: “De toekomst is rooskleurig. We hebben een zeer enthousiast en deskundig team samengebracht. Nu is het zaak om onze organisatie verder te versterken en te professionaliseren. Ons voornemen is ook om meer te gaan samenwerken met Congolese Belgen. Zij vormen de derde grootste bevolkingsgroep met een migratieachtergrond in ons land en bovendien delen we met hen een koloniaal verleden. Maar er is ook de vrees dat de overheid de kraan van de subsidiëring zal dichtdraaien. We moeten onze bevolking sensibiliseren over het belang van solidariteit te midden van een economische crisis.”

 

TEKST: JENS DE WULF • BEELD: JAN LOCUS


Project en Werkgroep Internationale Solidariteit

Zorgnet-Icuro houdt in zijn begroting naar jaarlijkse gewoonte een bedrag van €50.000 vrij in het kader van de internationale solidariteit. Een werkgroep, bestaande uit leden en medewerkers van Zorgnet-Icuro, buigt zich over de ingediende projecten en staat in voor de verdeling van deze middelen. 

Voor 2020 werden niet één, maar twee oproepen gelanceerd naar de leden: een bijzondere oproep waarvoor 10.000 euro werd vrijgehouden en een algemene oproep. Projecten  binnen ‘de algemene oproep’ situeren zich in het domein van gezondheidszorg, hebben een meerjarenbegroting en hebben een duidelijke link met de indiener: het volstaat namelijk niet een project te vinden in de derde wereld zonder dat er enige band is tussen het project ter plekke en de interne werking van de voorziening hier. Onder deze projecten wordt 40.000 euro verdeeld.

Het project in Kutu, ingediend door de vzw Lisanga, werd door de werkgroep als sterkste project naar voor geschoven binnen ‘de bijzondere oproep’ en kon zo 10.000 euro steun in de wacht slepen. Projecten in de bijzondere oproep kunnen een ruimere insteek hebben dan gezondheidszorg. Zo kunnen bijvoorbeeld kleinschalige economische projecten die op indirecte wijze bijdragen tot gezondheidszorg eveneens in aanmerking komen. De sterke punten van het project in Kutu waren voornamelijk de kleinschaligheid: men vertrok van een lokale behoefte, in dit geval de wil om hongersnood tegen te gaan en de inwoners een evenwichtiger voedingspatroon aan te bieden, een projectwerking met microbudgetten en het versterken van de lokale bevolking.

In 2021 zal er opnieuw, naast de algemene oproep, een ‘bijzondere oproep’ vertrekken vanuit de Werkgroep Internationale Solidariteit. Het grote verschil voor de algemene oproep is dat na screening enkel de eerste 20 projecten zullen weerhouden worden. Voor de bijzondere oproep blijven de criteria uit 2020 behouden, ook het bedrag van 10.000 euro blijft hetzelfde. Er zal evenwel meer belang worden gehecht aan de kwaliteit van de ingediende projectfiche en de mogelijkheden om communicatief het project in the picture te zetten.


Soeurs Immaculée Conception over het project in Kutu

In de marge van het gesprek met Manu Langerock en Naiké Costa konden we Marie Gabrielle, veearts én een van de plaatselijke zusters van de Soeurs Immaculée Conception, kort interviewen over de samenwerking tussen België en Congo en het belang van de geldelijke steun voor het project in Kutu.

Wie zijn de Soeurs Immaculée Conception (SIC)?

“Wij zijn een congregatie die is ontstaan uit de congregatie van de Zusters van Jezus van Gent. De Soeurs Immaculée Conception werden opgericht in 1969 in het bisdom Inongo in de provincie Mai-Ndombe. We werken in het  onderwijs, medische en sociale dienstverlening, maar we bewerken ook het land, naaien…”

Hoe willen jullie de varkenskwekerij uitbouwen met een sociale component?

“We willen jonge delinquenten, weduwnaars en anderen een plaats geven in de samenleving. De fokkerij sturen we zelf aan. Onze wens is om de varkenshouderij uit te breiden. Daarom gaan we een varkensstal bouwen in Bokoro en Oshwe, zodat andere mensen de kans krijgen om de varkens groot te brengen.”

Hoe kan de steun van 14.500 euro hieraan bijdragen?

“Met die geldsom kunnen we investeren in een waterput en een zonnepomp die ons zal helpen om de varkensstal schoon te maken. Daarnaast kunnen we ook de groenten water geven en drinkwater verdelen onder de bevolking. Met het resterende geld kunnen we een schuur bouwen die door weduwes zal worden gebruikt voor onder andere vormingen en vergaderingen, maar kunnen we ook uien telen, net als bananen en andere gewassen. In Bokoro en Oshwe kunnen we een varkensstal bijbouwen om de fokkerij uit te breiden.”

Welke projecten willen jullie de komende 4 tot 5 jaar realiseren?

“Hoog op het lijstje staat de uitbreiding van de veeteelt, het bouwen van een voedingscentrum en de aanleg van een plantage van fruitbomen. Daarnaast willen we iedereen toegang geven tot drinkbaar water en een koelkast op zonne-energie aankopen waarmee we vaccins goed kunnen bewaren om de gezondheid van onze dieren te garanderen. In de hele provincie Mai-Ndombe is er namelijk geen dierenarts. De fokkers ondervinden daar hinder van.”

Hoe zien jullie de steun uit België in de toekomst evolueren?

“We zijn dankbaar voor de hulp die we ontvangen. Zonder hulp van België kunnen we niet verder evolueren. De hulp die we ontvangen, is een duw in de rug voor de ontwikkeling van onze mensen.”