DE ROL VAN DEFENSIE TIJDENS DE CORONACRISIS

"Onze militairen voelden veel dankbaarheid"

Maart 2021

Defensie bood – en biedt – tijdens de coronacrisis hulp aan de natie: logistieke en medische ondersteuning, vooral in ziekenhuizen en woonzorgcentra. “De druk was zeer groot en onze mensen hebben veel flexibiliteit moeten tonen, maar ze blikken er met veel voldoening op terug”, vertelt Luitenant-kolonel Luc Gryson. 

De woonzorgcentra kregen het tijdens de coronacrisis zeer zwaar te verduren. Welke hulp heeft Defensie daar kunnen bieden? 

“In totaal hebben we 99 verschillende woonzorgcentra ondersteund, bij enkele loopt de steun vandaag nog verder. Wanneer de druk in zo’n woonzorgcentrum te groot werd door Covid-uitbraken, konden zij ons contacteren. Afhankelijk van de situatie stuurden we dan een team van twee tot veertien militairen. Zij bleven twee tot vijf weken, tot de extra steun overbodig werd. Het ging in de eerste plaats om verpleegkundigen en zorgkundigen, die de zwaar getroffen afdelingen konden ondersteunen. Maar we hebben ook vrij veel technisch personeel gestuurd, voor korte essentiële opdrachten in het heetst van de strijd. Denk aan afvalbeheer, ondersteuning in de keuken, ontsmetting…”

Voor de militairen was dat een heel nieuwe werkomgeving. Hoe hebben zij dat ervaren?

“Zij hebben zich in elk geval zeer flexibel moeten opstellen. Een militair die bijvoorbeeld in Marche-en-Famenne gestationeerd is, kon worden opgeroepen voor opdrachten in West-Vlaanderen. Dat betekent elke dag meerdere provinciegrenzen doorkruisen. Al waren er ook enkele situaties, vooral in West-Vlaanderen, met zeer besmettelijke uitbraken. Dan verbleven de betrokken militairen tijdelijk op hotel, om hun familie te beschermen. Zij moesten ook van het ene woonzorgcentrum naar het andere trekken, om telkens in zeer precaire omstandigheden te werken. Dat was fysiek én psychologisch behoorlijk zwaar. Onze mensen zijn moeilijke situaties gewoon, maar dit was totaal buiten hun comfortzone. Een woonzorgcentrum is niet de traditionele habitat van een militair. Let op: we hebben zeker geen klachten gekregen. Integendeel, onze mensen blikken met veel voldoening terug op die periode. Ze voelden dat ze echt een meerwaarde konden bieden. Maar het heeft toch ook veel van hen gevraagd. Gelukkig hebben wij bij Defensie een goed psychologenteam, onze militairen stonden er zeker niet alleen voor. En maar goed ook, want de confrontatie met zoveel fysiek en mentaal lijden was zeker niet evident.”

Welke reacties kregen jullie van de woonzorgcentra?

“Onze mensen zijn er altijd goed ontvangen en voelden veel dankbaarheid. Ik ben zelf negen jaar directeur geweest van een woonzorgcentrum: ik weet dat er hard gewerkt moet worden, maar het is ook een heel aangename setting. Maar een crisis als deze is natuurlijk ongezien. Ik kan me dus voorstellen dat de extra steun zéér welkom was. Onze mensen voelden alvast erg veel appreciatie.”

Hebben jullie alle hulpvragen van woonzorgcentra kunnen beantwoorden?

“De overgrote meerderheid wel. Maar we hebben toch een tiental vragen moeten weigeren. Al kwam dat niet door een tekort. We gingen telkens ter plaatse om de noodsituatie te bekijken. Soms kon die al opgelost worden met een reorganisatie of een extra opleiding door onze militairen. Maar in enkele gevallen hebben we ook hulp moeten weigeren omdat de hygiënemaatregelen niet voldoende opgevolgd werden. Al wil ik benadrukken dat dit zeer uitzonderlijk was: de meeste woonzorgcentra deden hun uiterste best in zeer moeilijke omstandigheden.”

Daarnaast opende Defensie ook drie ‘noodvleugels’ in bestaande ziekenhuizen.

“Dat klopt. Toen de nood in de ziekenhuizen het hoogst was, hebben we in drie ziekenhuizen in Luik, Charleroi en Brussel een volledige vleugel geopend, om niet-intensieve zorg te bieden aan Covid-patiënten. Daar werkten uitsluitend militairen en we gebruikten er ook onze eigen middelen, maar we konden uiteraard wel rekenen op de ziekenhuisstructuur: de keuken, het laboratorium enz. Ook dat was bijzonder ingrijpend voor onze medewerkers: ze werkten er 24 uur per dag, 7 dagen op 7. Maar ze beschouwden het ook als een verrijking. Het ging om een voor hen ongekende patiëntenpopulatie, dus ze hebben er veel geleerd op korte tijd. Al werden ze natuurlijk ook geconfronteerd met zeer moeilijke omstandigheden en verschillende overlijdens.”

Wat gebeurde er intussen in het Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek?

“Daar kozen we er bewust voor om enkel te focussen op onze specialisatie: brandwonden. Daar een extra corona-afdeling openen was geen optie, wegens de beperkingen van het ziekenhuis. Maar daardoor konden we tijdens de tweede golf bijvoorbeeld wél alle brandwondenpatiënten van België opnemen. Gelukkig maar, want alle afdelingen voor intensieve zorgen lagen vol met Covid-patiënten. En ook ons hyperbaar centrum, waar bijvoorbeeld mensen met duikongevallen worden opgenomen, bleef patiënten opvangen. Maar de druk was natuurlijk groot: omdat onze medische component vrij beperkt is, moesten medewerkers van het Militair Hospitaal soms ook inspringen in de andere ziekenhuizen en woonzorgcentra.”

Defensie bood ook nog op andere vlakken ondersteuning: leg eens uit.

“We werden inderdaad op veel verschillende fronten ingeschakeld. Onze medewerkers gaven bijvoorbeeld in heel het land cursussen over hygiëne en persoonlijke bescherming, er waren verschillende ontsmettingsploegen – om woonzorgcentra met grote uitbraken te helpen, maar bijvoorbeeld ook om ambulances te ontsmetten. Daarnaast stelden we verschillende transportmiddelen ter beschikking: heel wat ambulances en een helikopter. Er waren ook enkele ploegen om mensen te helpen testen op Covid, op plaatsen waar de nood zeer hoog was. Ons centrum voor geestelijke gezondheidszorg ondersteunde mee mensen uit de zorg met psychische problemen. En er was een akkoord met de FOD Justitie om extra ziekenhuisafdelingen te openen, mochten de zorgafdelingen in de gevangenissen volzet zijn geraakt. Uiteindelijk bleek dat nooit nodig, maar we moesten wel stand-by zijn. Daarnaast hebben we ook veel materiaal uitgeleend: beademingstoestellen, veldbedden, containers… En we speelden een cruciale rol bij de opslag en distributie van beschermingsmiddelen, zoals mondmaskers. Ten slotte boden we nog steun op federaal vlak: onze juristen hielpen bij de ministeriële besluiten, twee officieren werden verantwoordelijk voor de distributie van patiënten tussen ziekenhuizen, we waren aanwezig bij verschillende taskforces… Al had Volksgezondheid altijd het laatste woord: als er bijvoorbeeld een vraag kwam van een ziekenhuis of woonzorgcentrum, moesten zij eerst toestemming geven.”

“Wij hopen dat de voorbije periode zal bijdragen tot een positiever imago van Defensie.”

Intussen draait de vaccinatiecampagne op volle toeren: wat is daarin de rol van Defensie?

“Wij zijn betrokken bij de taskforce vaccinaties: zowel het Militair Hospitaal als enkele van onze kwartieren worden vaccinatiecentra, het vaccinatiecentrum in het Militair Hospitaal zullen we ook volledig zelf bemannen. Daarnaast zullen er mobiele vaccinatieploegen komen, die de vaccinatie mee zullen ondersteunen.”

Hoe groot was en is de druk op Defensie door al die extra opdrachten?

“Op het hoogtepunt van de crisis, eind november, boden op dagbasis 500 militairen – van medische én niet-medische componenten – actieve steun in de strijd tegen Covid. De druk was dus zeer groot. Onze medische component is relatief klein: er kunnen maximaal 350 mensen ingezet worden voor medische hulp aan de natie. En je mag ook niet vergeten dat onze standaardoperaties in het buitenland ook gewoon blijven doorlopen.”

In november zei Admiraal Michel Hofman, de stafchef van het leger, dat de voorbije jaren te weinig werd geïnvesteerd in de medische component. Was de coronacrisis een eye-opener?

“Wij hopen in elk geval dat de voorbije periode zal bijdragen tot een positiever imago van Defensie, wat belangrijk is voor de rekrutering van nieuwe krachten. Defensie heeft bewezen dat het in staat is om snel en gericht te handelen in onvoorziene omstandigheden. Gelukkig, want dat is onze core business. Maar het vraagt natuurlijk de nodige middelen, iets wat de voorbije jaren niet altijd evident was. Dit was voor Defensie – net als voor de hele samenleving – op nationaal niveau een van dé grote uitdagingen van de voorbije honderd jaar. En ik denk dat we optimaal hebben kunnen bijdragen aan het in stand houden van het zorgsysteem.”

Welke lessen trekken jullie hieruit voor de toekomst?

”Die evaluatie is  nog volop bezig. Een van de belangrijke kwesties is het nieuwe Militair Hospitaal, dat gepland is voor 2030. Het zal belangrijk zijn om de juiste politieke keuzes te maken. Willen we een crisishospitaal? Hoe groot moet dat zijn? Wélke crisissen moeten we aankunnen? Wat doen de medewerkers als er geen crisis is? Wordt het een puur militair hospitaal of een samenwerking met burgerziekenhuizen? Talloze vragen, en ik vermoed dat deze crisis de antwoorden wel mee zal beïnvloeden.”

 

TEKST: STEFANIE VAN DEN BROECK • BEELD: PETER DE SCHRYVER


WIE IS LUC GRYSON?

  • Verpleegkundige en Lic. Ziekenhuiswetenschappen
  • Reservist bij Defensie, Luitenant-kolonel
  • Werkte in AZ St-Rembert (Torhout), Odisee hogeschool en 2 woonzorgcentra
  • Sinds 2020 attaché bij het ministerie van Defensie, belast met de medische component en de steun van Defensie in de strijd tegen Covid-19

Lees ook de getuigenissen uit de zorg

Midden november kreeg woonzorgcentrum De Lichtervelde in Nazareth te maken met enkele zware corona-uitbraken. Er kwam toen heel snelle en flexibele hulp vanuit Defensie, vertelt algemeen directeur Gunther De Coen.
Lees hier over de interventie van Defensie in woonzorgcentrum De Lichtervelde

Tijdens de tweede coronagolf opende Defensie noodvleugels in drie ziekenhuizen, waaronder St-Michiel, een site van de Brusselse Europa Ziekenhuizen. “Wij waren erg onder de indruk van hun engagement, efficiëntie en professionalisme”, vertelt Lieven Mangelschots, directeur Zorg en Kwaliteit.
Lees hier het interview met Lieven Mangelschots