Vandekerckhove

PROF. DR. PHILIPPE VANDEKERCKHOVE, GEDELEGEERD BESTUURDER RODE KRUIS-VLAANDEREN

MET EMPATHIE ALLEEN KOM JE NERGENS


WIE IS PHILIPPE VANDEKERCKHOVE

Prof. dr. Philippe Vandekerckhove behaalde zijn MD/PhD diploma als klinisch bioloog aan UZ Leuven. Hij volgde een opleiding management aan INSEAD en aan Harvard Business School. Hij is al meer dan 14 jaar gedelegeerd bestuurder van het Rode Kruis-Vlaanderen. Hij is ook deeltijds docent aan de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven.


Het Rode Kruis-Vlaanderen is actief op uiteenlopende domeinen, waaronder de gezondheidszorg. De jongste jaren investeert de organisatie meer en meer in onderzoek. Evidence-based werken is een must, zegt gedelegeerd bestuurder prof. dr. Philippe Vandekerckhove. Wij zochten hem op in de hoofdzetel in Mechelen voor een gesprek over onderzoek, QALY’s, communicatie, hr, vrijwilligers, migratie en zoveel meer. 

De opdrachten van het Rode Kruis zijn heel breed: van hulp bij evenementen en opleidingen eerste hulp, over niet-dringend ziekenvervoer, onderzoek en bloedvoorziening, tot en met sociale activiteiten, de opvang van asielzoekers, voedselhulp in Zuid-Soedan en bijstand na de aardbeving in Indonesië. Is dat brede spectrum een kracht van het Rode Kruis of – door een gebrek aan focus – veeleer een zwakte?
Philippe Vandekerckhove: Beide zijn waar. Ons portfolio van activiteiten is inderdaad heel divers. Het grote nadeel daarvan is de communicatie. Iedereen kent het Rode Kruis. Onze naambekendheid is zelfs groter dan die van Coca-Cola. Maar als je mensen vraagt wat het Rode Kruis doet, dan krijg je een grote variatie aan antwoorden, afhankelijk van de eigen ervaringen. Sommige mensen geven bloed, andere zijn al eens geholpen door vrijwilligers op een festival, nog anderen kennen ons als een van de organisaties in het consortium 1212. Dat zorgt voor een diffuus beeld. Tegelijk hebben we door al die activiteiten doorheen de jaren een enorme expertise opgebouwd. Dat is onze kracht. Maar in een tijd waarin fondsenwerving aan belang toeneemt en overheidssteun minder evident wordt, groeit het belang van heldere communicatie. Dat is dus een aandachtspunt voor het Rode Kruis vandaag. Mensen moeten het nut van onze organisatie beseffen en gezien de veelheid aan activiteiten is dat niet altijd gemakkelijk te communiceren.

Hoe zou u de rol van het Rode Kruis in de Belgische gezondheidszorg omschrijven?
Wereldwijd zijn er 191 Rode Kruisverenigingen. We zijn in bijna elk land aanwezig. Maar onze rol varieert sterk. In armere landen neemt het Rode Kruis opdrachten op die bij ons door de overheid gebeuren, zoals de ziekenhuiszorg. Het Rode Kruis doet telkens die zaken die (nog) niet door anderen gebeuren. Zodra er een structureel antwoord is op een nood, dan steekt het Rode Kruis daarin geen energie meer. In ons land ondersteunen we op het gebied van gezondheidszorg vooral de pre-hospitaalzorg. Met eerstehulpopleidingen leren we de bevolking vaardigheden aan. We organiseren niet-dringend ziekenhuisvervoer en zorgen voor bloedvoorziening. Als de context verandert, passen wij onze werking aan. Zo merken we een toenemend probleem van eenzaamheid bij minder mobiele oudere mensen zonder mantelzorger. Om daaraan iets te doen, heroriënteren wij de inzet van onze vrijwilligers.

Hoe kijkt het Rode Kruis naar alle huidige veranderingen in de gezondheidszorg? Hebt u daar een uitgesproken mening over?
Wij spreken ons niet uit over structuren, wel over prioriteiten en de toegankelijkheid. We voeren daar ook onderzoek naar. Dat is nodig. De mogelijkheden in de gezondheidszorg zijn vandaag groter dan we kunnen betalen. We moeten dus keuzes maken. Waarop gaan we die keuzes baseren? Meer en meer landen, waaronder ook België, experimenteren met het concept van QALY’s: quality-adjusted life year. Daarbij berekent men hoeveel extra gezonde levensjaren een bepaalde beslissing of actie aan een mensenleven toevoegt. Dat is een economische factor die de effectiviteit van het beleid meet. In België wordt doorgaans een norm van 50.000 euro voor een QALY als aanvaardbaar beschouwd. Het Rode Kruis heeft in het buitenland projecten van 8 euro per QALY, bijvoorbeeld het aanleren van eerste hulp. In een ander land kost het voorzien van een ambulance met een vrijwilliger 10 euro per QALY. Omgekeerd zijn we soms wettelijk verplicht om een activiteit uit te voeren van meer dan 1 miljoen euro per QALY. Om hiv-besmetting te voorkomen moeten we in sommige gevallen bijvoorbeeld twee testen doen, terwijl die tweede test eigenlijk maar één keer om de zoveel jaar zijn nut bewijst. Is dat dan een goede investering? Er is altijd een logica die je kan verdedigen. Ondertussen neemt de schaarste toe en groeien de (technologische) mogelijkheden. We moeten daarover een rationeel debat voeren met oog voor alle voor- en nadelen. Het rare is dat we voor die hele dure activiteiten subsidies krijgen, terwijl we voor die veel goedkopere acties waarmee we veel meer mensen kunnen helpen, zelf de middelen bijeen moeten zoeken. Dat zou eigenlijk omgekeerd moeten zijn.

Overigens kan je alle beleid in QALY’s uitdrukken. Ook voor ontwikkelingsbeleid, verkeer, milieu, landbouw … Een mooi voorbeeld is het onderzoek naar preventie van zelfmoord op de Golden Gate Bridge in San Francisco. Wie van die brug springt, is 100% zeker dood. Een vangnet aan die gigantische brug hangen, kost 50 miljoen dollar. Dat is een hoog bedrag. Maar onderzoek wijst uit dat je die investering kan vertalen naar een QALY van 5 tot 7 euro, wat erg laag is. Door het aanbrengen van dat vangnet kan je meer QALY’s realiseren dan met sommige geneesmiddelen. Of nog een voorbeeld: je kan perfect berekenen hoeveel QALY’s het zou opleveren als we alle dieselbussen zouden vervangen door elektrische.

Het Rode Kruis staat voor een rationeel beleid, gebaseerd op feiten, niet op emoties. Dat kan vreemd klinken voor een organisatie die heel empathisch is. Die empathie bepaalt onze visie, maar met goede intenties alleen kom je er niet. Je moet effectief werken. Een softe doelstelling betekent niet dat je voor een softe werking staat. Ken je het boek Factfulness van Hans Rosling? Hij toont feilloos aan hoe verkeerd ons beeld van de werkelijkheid soms is.

EVIDENCE BASED

QALY’s bieden ongetwijfeld een goede leidraad, maar kunnen ze als enig criterium gelden bij het maken van beleidskeuzes?
We mogen niet simplificeren. Er is nog meer onderzoek nodig. Dat is een van de redenen waarom het Rode Kruis-Vlaanderen investeert in een Centrum voor Evidence-Based Practice. Eigenlijk is dat niet onze taak, maar iemand moet het doen. We zijn allemaal gewonnen voor evidence-based policy, maar wat we vandaag zien, is eerder policy based evidence seeking. In plaats van het beleid te baseren op wetenschappelijke gronden, worden vandaag vaak argumenten gezocht om beleidskeuzes te verantwoorden. Het Rode Kruis-Vlaanderen is, naast die in de Verenigde Staten, de enige Rode Kruisvereniging die zo hard werkt op weten­schappelijke basis. Tradities en veronderstellingen zijn geen goed fundament om je beleid op te baseren. Wereldwijd gaat jaarlijks 40 tot 50 miljard euro in de internationale hulpsector om. Dan mag je toch al eens vragen stellen bij de effectiviteit van wat we doen.

Onderzoek naar bloedvoorziening lijkt me nog evident voor het Rode Kruis, maar u voert bijvoorbeeld ook onderzoek naar hoe we eenzaamheid bij ouderen kunnen bestrijden?
Natuurlijk! Onze actie Spring eens binnen wil vrijwilligers motiveren om een eenzame oudere te bezoeken. We hebben 14.000 vrijwilligers, maar hun tijd is beperkt. We willen hen dan ook zo effectief mogelijk inzetten. We zouden vrijwilligers één bezoek aan huis per week kunnen laten doen. Daalt daarmee het eenzaamheidsgevoel? Of kunnen we misschien beter twee Skype-­gesprekken per week voeren? Wat is daarvan het effect? Hoe kunnen we met onze beperkte middelen een maximale impact hebben? Dat is de cruciale vraag die we telkens stellen.

“Het Rode Kruis staat voor een rationeel beleid, gebaseerd op feiten, niet op emoties. Empathie bepaalt onze visie, maar met goede intenties alleen kom je er niet.”

Daarom investeren we ook in e-learning. Wat mensen thuis kunnen leren, hoeven onze vrijwilligers op het veld niet meer te doen. Zij kunnen dan al hun tijd steken in oefenen met poppen en in real life. We voeren wetenschappelijk onderzoek op vier domeinen: twee op humanitair vlak en twee voor de Dienst voor het Bloed. Humanitair onderzoek gaat over onderricht van eerste hulp en over eerste hulp in de praktijk, bijvoorbeeld bij rampen. Voor de bloedvoorziening voeren we onderzoek naar donorschap en naar de aanmaak van bloedplaatjes. Daarover bestaat nog relatief weinig onderzoek, en dan vrijwel alleen van firma’s die betrokken partij zijn. Wij verrichten daarop onafhankelijk onderzoek.

Het Rode Kruis-Vlaanderen is ook betrokken bij de ontwikkeling van een instrument voor Eerste Hulp Bij Psychische problemen?
Dat gebeurt op initiatief van Vlaams minister Jo Vandeurzen en in samenwerking met Zorgnet-Icuro en andere partners. Het Rode Kruis heeft veel ervaring in eerstehulponderricht. Psychisch lijden krijgt terecht meer en meer aandacht. Er bestaan al veel goede initiatieven, zoals de Zelfmoordlijn, maar die zijn versnipperd. De bedoeling is dat we overkoepelend een lessenpakket ontwikkelen waarvan iedereen gebruik kan maken.

Hoe komt het eigenlijk dat het Rode Kruis-Vlaanderen zo hard inzet op onderzoek?
Ik ben zelf actief geweest als arts, onderzoeker en klinisch directeur in het UZ Leuven. Toen men mij vroeg om directeur van de Dienst voor het Bloed te worden bij het Rode Kruis-Vlaanderen, sloot dat perfect aan bij mijn achtergrond. Een jaar later werd mijn collega-directeur Wim Coumans van de dienst Humanitaire zaken kabinetschef. Ik heb toen beide diensten opgenomen en ben de principes van evidence-based medicine en gezondheidseconomie ook beginnen toepassen op andere gebieden. Dat leek mij logisch, maar het bleek heel nieuw te zijn.

Een van de grote uitdagingen voor de hulpverleningssector is daarom ook de human resources. Hoe kunnen we de juiste profielen aantrekken? Hoe overtuigen we wetenschappers om in onze sector aan de slag te gaan, terwijl ze meer kunnen verdienen in de farmaceutische sector? Intern is er ook nog wat weerstand tegen die verwetenschappelijking. Veel mensen uit de humanitaire sector voelen zich er niet 100% comfortabel bij. Ik begrijp dat ook. Maar we evolueren in de goede richting. We hebben alle medewerkers een basiscursus statistiek laten volgen en bespreken samen op regelmatige basis wetenschappelijke artikelen.

Talent én communicatie: dat zijn de twee grote uitdagingen voor het Rode Kruis-Vlaanderen. Elke keer dat we erin slagen een talentrijk iemand binnen te brengen, zie je de dingen snel evolueren. Het talent van mensen maakt het verschil, met strategie alleen kom je er niet.

VRIJWILLIGERS

Afgelopen zomer voerde het Rode Kruis een actie met golfkarretjes aan zee en er was ook een campagne om jongeren te overtuigen om bloeddonor te worden. Is het moeilijk om altijd aan voldoende bloed te komen?
De zomer is altijd de moeilijkste periode: het mooie weer, de vakantie, de reizen, het WK Voetbal … Dat heeft een impact. In het algemeen zien we elk jaar een percentage donoren uitvallen door verschillende redenen: ziekte, leeftijd, mindere mobiliteit … We zoeken dus continu nieuwe donoren om onze basisvoorziening op peil te houden, ook al daalt het volume dat we nodig hebben. In Vlaanderen kennen we gelukkig een goede donortraditie. Vaak gaat de traditie over van ouders op kinderen. We hebben ook een uitgebreid netwerk van donorcentra. En toch: 70% van de mensen heeft ooit in zijn leven bloed nodig, terwijl maar 3% van de mensen bloed geeft. Maar we doen beter dan andere landen en dat moeten we koesteren.

In juni reageerde u op een artikel in The Economist waarin gepleit werd om mensen te betalen om plasma te doneren. U bent daarvan geen voorstander.
Als voorzitter van de European Blood Alliance, de koepel van bloedbanken in de Europese Unie, beschik ik over heel wat informatie. In België is het wettelijk verboden om te betalen voor bloedgiften, maar dat is niet overal zo. In sommige landen is er een ‘kostencompensatie’. Waarover gaat het echter in essentie? We voeren in Europa plasma in uit de Verenigde Staten. Daar worden donors wél betaald. In België kunnen we in 60% van het benodigde plasma zelf voorzien en we streven in overleg met de overheid de komende jaren naar 5% extra per jaar. Andere Europese landen voeren veel meer in. De vraag naar plasma stijgt bovendien wereldwijd door nieuwe medische toepassingen en door ontwikkelingslanden die aan een inhaalbeweging bezig zijn. Elk land, zeker de rijkere landen, zou ernaar moeten streven zelfvoorzienend te zijn.

“Het Rode Kruis wil hulp bieden en neutraal zijn. Als we het ergens niet mee eens zijn, dan brengen we dat niet in de pers, maar spreken we rechtstreeks de minister aan.”

Betalen voor bloed- of plasmadonatie is geen goede piste. Dat is geen louter economische transactie. Mensen doen het uit burgerzin. Met enige inspanning lukt het op die manier. Why fix it, if it ain’t broken? Als je begint met betalen, dan maak je er een economische transactie van en dan zullen mensen doneren omdat ze geld nodig hebben. Er bestaat daarover voldoende onderzoek. Neem het voorbeeld van de kindercrèche die het beu was dat sommige ouders vijf minuten te laat kwamen. De kinderverzorgster moest dan elke keer langer blijven, wat niet prettig is. Daarom besliste men op een bepaald moment om wie te laat kwam, een toeslag te laten betalen. Met als doel iedereen op tijd te doen komen. Het draaide anders uit: omdat de mensen het gevoel hadden dat ze hun te-laat-zijn konden afkopen, kwamen ze nog later.

Betalen maakt de bloedbanksector in de VS kapot. In Vlaanderen hebben we nooit problemen gehad met de bloedveiligheid, ook niet in de beginjaren van hiv. In de VS zijn toen tienduizenden mensen besmet. Die hoge kwaliteit hebben wij te danken aan ons veilig, vrijwillig en conservatief beleid.

U bent ook geen voorstander om vrijwilligers te vergoeden. Toen vorig jaar sprake was van de wet op bijklussen, kroop u in de pen.
Het ging toen vooral over de verwarring die gecreëerd werd door onduidelijke communicatie. In de pers had men het over vrijwilligers, terwijl het eigenlijk om ‘semi-agorale arbeid’ ging – zo luidt de officiële term. Een vrijwillig brandweerman is helemaal geen vrijwilliger. Een vrijwilliger is iemand die niet betaald wordt voor zijn tijd en inzet; vrijwillige brandweerlui worden wel vergoed, ook voor hun wachttijd. Het onbelast bijklussen sloeg bijvoorbeeld op trainers van jeugdploegen, van wie nu het statuut verbeterd is. Onze vrijwilligers vallen daar niet onder, en dat willen we ook zo houden. De intrinsieke waarde van het vrijwilligerswerk mag niet verloren gaan.

Veel zorgvoorzieningen ervaren dat het moeilijker wordt om goede vrijwilligers te vinden. Het Rode Kruis ook?
Het Rode Kruis-Vlaanderen telt 14.000 vrijwilligers, tegenover 1.400 personeelsleden. Wij ervaren niet dat het moeilijker is om jonge mensen te motiveren, maar ze binden zich niet meer voor langere per­iodes. De bereidheid voor vrijwilligerswerk is groot, maar jongeren veranderen sneller van omgeving. De jonggepensioneerden zijn ook een dankbare groep. De zorgbibs van het Rode Kruis zijn misschien niet overal zo bekend, maar wij hebben er ondertussen 350 en elke maand komen erbij. Ons motto is Een boek, een bezoek. Het gaat over méér dan het loutere boek: het gaat om contact, een babbel, een moment dat de eenzaamheid doorbreekt. Die zorgbibs zijn de sterkste groeier wat onze vrijwilligerswerving betreft. We werken er doelbewust aan, in de strijd tegen de eenzaamheid.

DE OVERHEID HELPEN

Het Rode Kruis-Vlaanderen is ook actief in de opvang van asielzoekers. Hoe krijgt die betrokkenheid vandaag vorm?
Dat is een moeilijk punt. Migratie is bij ons en in vele andere landen hét dominante politieke thema. De angst voor het vreemde zien we overal opduiken. Het is een complex onderwerp. Het Rode Kruis wil hulp bieden en neutraal zijn. Als we het ergens niet mee eens zijn, dan brengen we dat niet in de pers, maar spreken we rechtstreeks de minister aan. Als je openlijk een kant kiest, kan je moeilijker hulp bieden aan mensen in nood. We hebben een draagvlak nodig in de samenleving. In Zweden heeft men enkele jaren veel migranten toegelaten, maar de samenleving heeft die niet geabsorbeerd, wat duidelijk bleek uit de jongste verkiezingsuitslag. Het is noodzakelijk om een balans te vinden. Maar wij gaan met het Rode Kruis niet mee in een wij-zij-denken. Wij willen menswaardige hulp bieden binnen het kader van de Belgische overheid. Dat kader is overigens niet slecht. Het beleid is niet onmenselijk en er zit continuïteit in. Wat nieuw is, is de minder serene communicatie. Dat zet onnodig extra druk op de problematiek. De sociale media versterken dat nog.

Ook hier pleit ik voor een evidence-based benadering. Neem de cijfers erbij en je merkt al snel dat de perceptie ver staat van de werkelijkheid. Er is geen asiel­crisis, maar een crisis van het beleid. De Europese Unie heeft het lastig. De unie heeft indertijd voor de vlucht vooruit gekozen. Een eenheidsmunt introduceren zonder een gedeeld monetair beleid. Open grenzen maken zonder een gedeeld beleid. De gevolgen zien we vandaag.

Als het Rode Kruis het niet eens is met het gevoerde beleid, dan spreekt u de minister – of de staatssecretaris – rechtstreeks aan. Is dat al vaak gebeurd de jongste tijd?
Onze activiteiten zijn zo divers dat we continu in contact staan met tien tot vijftien ministers van de Vlaamse en de federale regering. Ook principiële beleidskeuzes kaarten we aan. Maar onze positie is duidelijk: het Rode Kruis is géén NGO, wij zijn er om de overheid te helpen. Elke Rode Kruisafdeling wordt opgericht door het Internationale Rode Kruis in Genève in samenwerking met de betrokken overheid. Onze opdracht is om de overheid te helpen en tegelijk onze onafhankelijkheid te bewaren. Als helper van de overheid hebben we regelmatig overleg. Alleen als beleidsbeslissingen in zouden gaan tegen de Conventie van Genève over het internationaal humanitair recht, zullen we openlijk reageren. Maar we zijn daarin erg terughoudend.

Onze vrijwilligers stellen ons daarover ook soms vragen, en terecht. Maar het Rode Kruis voert een duidelijke strategie: wij willen er zijn en er blijven. Stel dat we ergens een politiek gevangene kunnen bezoeken die slecht behandeld wordt. Dan zouden we dat kunnen aanklagen en in de media brengen, met als gevolg dat we dan niet meer binnen mogen in de gevangenis en dat de gevangene geen bezoek meer krijgt. Wij weten uit ervaring hoe belangrijk het voor gevangenen is om iemand te zien en om een brief of een pakje te krijgen en mee te kunnen geven. Dat primeert voor ons. Daarom doen we niet altijd iets met de informatie die we hebben. Sommige mensen maken zich daarover boos, maar het is een balans die we zoeken. We werken vooral achter de schermen. Het Internationale Rode Kruis heeft bijvoorbeeld een kritisch rapport geschreven over de gevangenen in Guantanamo en dat bezorgd aan de Amerikaanse overheid. Dat rapport is later gelekt in de pers, maar zelf brengt het Rode Kruis die zaken niet in de openbaarheid. Tegelijk is het goed dat andere organisaties de mistoestanden wél openlijk aanklagen. We vullen elkaar aan, we spelen een andere rol. Onze rol is niet om dingen aan te klagen, maar om hulp te bieden. Ook al levert ons dat af en toe kritiek op.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: PETER DE SCHRYVER