PUBLICATIE SPLITSING TUSSEN ZORGACTIVITEIT EN PATRIMONIUM

LEIDRAAD VOOR HET AFWEGEN VAN VOOR- EN NADELEN

Februari 2020

Hoeft het nog gezegd? De zorgsector is volop in beweging. Zorgvoorzieningen gaan meer en meer samenwerken, over de muren heen. De overheid moedigt die samenwerking ook aan. In alle zorgsectoren en tussen verschillende types zorgaanbieders. Dat doet bestuurders en directie nadenken over hun organisatie- en beheersvorm. In een recente publicatie bekijkt Zorgnet-Icuro de mogelijkheden om zorgactiviteit en het beheer van het patrimonium te scheiden. Lore Geukens, stafmedewerker bij Zorgnet-Icuro, geeft tekst en uitleg.

Vanwaar het initiatief van Zorgnet-Icuro voor deze publicatie?
De vraag komt oorspronkelijk van de ouderenzorg – hoewel alle zorgverenigingen hun zorgactiviteiten van hun patrimonium kunnen splitsen. In de ouderenzorgsector is namelijk al enige tijd een grote opkomst van commerciële initiatieven. Die aan­gescherpte concurrentie zorgt ervoor dat de social-profitorganisaties zichzelf onder de loep nemen, op zoek naar mogelijkheden om te optimaliseren. Tot slot zijn er ook de hervormingen van de Wetboeken Economisch Recht en Vennootschappen en Verenigingen. 

Vroeger was het voor de wet eenvoudig: een vennootschap heeft als doel winst te maken en die zoveel als mogelijk uit te keren aan haar aandeelhouders; een vereniging daarentegen is per definitie niet op winst belust. Door de hervorming van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (WVV) kunnen ook verenigingen nu met allerlei activiteiten winsten boeken. Hun winst gaat wel niet naar de aandeelhouders, maar naar het belangeloze doel.

Door de hervormingen in het Wetboek Economisch Recht kunnen verenigingen nu ook failliet gaan. Vroeger kon dat niet. Een vereniging was namelijk geen handelaar en viel daarom buiten de toepassing van de faillissementswet. Nu is de handelaar gemoderniseerd tot ondernemer en behoort de vzw ook tot de ondernemingen. Dat heeft natuurlijk invloed op de manier waarop verenigingen “zaken doen”.

Door die evoluties maken heel wat voorzieningen de overweging om het eigen patrimonium los te koppelen van de zorgactiviteit. Ze gaan ervan uit dat dat kan zorgen voor meer bescherming en budgettaire ademruimte. 

Is dat ook zo?
Alles hangt af van de huidige situatie van een vereniging en wat de organisatie in de toekomst van plan is. Voor sommige verenigingen zal het afleiden van het patrimonium naar een andere rechtspersoon een goede beweging zijn, voor andere zal het nauwelijks verschil maken.

Een voorbeeld. Stel, ik ben directeur van een woonzorgcentrum en ik wil nauw samenwerken met een andere ouderenzorgvoorziening in de buurt. Ik heb echter heel wat gebouwen en gronden in bezit van mijn vzw, de andere voorziening heeft dat niet. Dan kan het voor mij interessant zijn om, vooraleer we zouden fuseren, mijn patrimonium af te leiden naar een andere rechtspersoon: een vzw, een stichting, een coöperatieve vennootschap… Zo verhinder ik dat mijn gebouwen ooit gebruikt worden als pasmunt om eventuele schulden na de fusie af te betalen.

Wat is dan de beste optie? Een stichting, een vzw of een coöperatieve vennootschap?
Een patrimonium-entiteit kan eender welke rechtsvorm aannemen. Dat kan zelfs een commerciële vennootschap zijn die huurt, verhuurt, verbouwt, verkoopt… Maar zelfs als ondernemer zijn vzw’s beperkt. Het WVV geeft de vzw enkel de mogelijkheid om haar patrimonium in te brengen in een andere vzw of een stichting. Een vzw ligt het meest voor de hand. Een stichting is onbekender, maar valt te overwegen. Zeker wanneer we kunnen spreken van een stichting van openbaar nut omdat je dan ontheven wordt van de patrimoniumtaks. Let wel, niet iedereen kan een stichting van openbaar nut opzetten. De organisatie moet gericht zijn op filantropisch, religieus, levensbeschouwelijk, wetenschappelijk, pedagogisch of cultureel werk. Een erkenning moet worden aangevraagd bij het ministerie van Justitie en wordt toegewezen bij koninklijk besluit. Bovendien moet aangetoond worden dat je het niet zomaar doet om die patrimoniumtaks te omzeilen. Het moet wel degelijk een ander doel dienen. 

Met een tussenstap kan nog wel naar een commerciële rechtspersoon overgestapt worden: eerst een vzw oprichten om die dan om te zetten naar een vennootschap. Als we de coöperatieve vennootschap onder de loep nemen, dan geldt de voorwaarde dat de vennootschap de gemeenschap moet dienen. Dat is niet makkelijk aan te tonen. Een voorbeeld: alle woonzorgcentra van West-Vlaanderen verenigen zich in een coöperatieve om hun patrimonium in onder te brengen. In de praktijk is dat moeilijk haalbaar.

Zijn er gevolgen voor de VIPA-subsidies?
De subsidies van VIPA zijn bestemd voor de gebouwen van een zorginstelling. Bovendien moet de zorginstelling gedurende 25 jaar over het onroerend goed beschikken. Bij een vervreemding zonder toestemming van VIPA zal de voorziening de subsidies integraal moeten terug­betalen. Tenzij er dus voorafgaandelijke goedkeuring wordt gevraagd aan VIPA. Om goedkeuring te krijgen zal de instelling een gebruiksrecht moeten kunnen voorleggen, én een financieel haalbaarheidsplan. Met dergelijk plan moeten zowel de oude als de nieuwe entiteit aantonen dat ze hun activiteiten op een verantwoorde manier kunnen uitoefenen.

De waarborg, die VIPA verleent ter dekking van de lening voor investeringen aan het onroerend goed, zal ook vervallen als de lening naar een andere rechtspersoon doorgeschoven wordt. Een vereniging zal dus moeten kunnen aantonen dat ze nog het gebruiksrecht heeft op de gebouwen die het heeft afgesplitst. In de feiten komt dat dus neer op een soort sale and lease back-operatie.

Wat is jouw advies aan organisaties die overwegen om hun patrimonium van de zorgactiviteit af te splitsen?
Bedenk goed waarom je het zou doen, met welk doel en noteer de motivatie in beslissingsdocumenten. Iedere vereniging op zich bevindt zich in een unieke situatie. Er is geen allesomvattend advies te geven voor een hele sector. Vooreerst raad ik aan er enkel aan te beginnen als je het niet louter doet om allerlei taksen te ontwijken. Dergelijke beslissingen moeten vooraf­gegaan worden door een goede balans van de voor- en nadelen. De hele operatie is in ieder geval geen tovermiddel om verliezen in winsten om te buigen of om extra bewoners of patiënten aan te trekken.

De publicatie Splitsing tussen zorgactiviteit en patrimonium in zorgvoorzieningen. Schets van het juridisch kader: structuren, technieken en fiscaliteit is beschikbaar in de ledenzone van www.zorgneticuro.be. Leden van Zorgnet-Icuro kunnen een gedrukt exemplaar aanvragen via post@zorgneticuro.be

 

TEKST: JENS DE WULF • BEELD: PETER DE SCHRYVER