Edgar Eeckman

MACHT, AFHANKELIJKHEID EN EMPOWERMENT

GENEZEN IS OOK HET HERSTELLEN VAN AUTONOMIE

Heeft het internet de relatie arts-patiënt veranderd? Op het vlak van informatie en communicatie allicht wel. Maar daarmee is de machtsbalans tussen patiënt en arts niet fundamenteel gewijzigd. Dat zegt Edgard Eeckman, die een doctoraats­thesis maakte over macht, afhankelijkheid en patient empowerment. “Zorgverstrekkers kunnen patiënten empoweren door hen controle of het gevoel van controle te geven. Dat doe je door adequate communicatie”, stelt hij.

“De interpersoonlijke communicatie tussen patiënt en zorgverlener is uiterst belangrijk in de gezondheidszorg”, opent Edgard Eeckman. “Het is méér dan zomaar een relatie tussen een klant en de leverancier van een product. In de gezondheidszorg staat het interpersoonlijke proces centraal. Een cruciaal element in die zorgrelatie is het concept ‘macht’. Niet zozeer in de betekenis van dominantie of dwang, wel door de afhankelijkheid van resources die de arts bezit: informatie, kennis, tijd, vaardigheden, aanhankelijkheid en de wettelijke macht om iets te labelen als een ziekte, en geneesmiddelen en ziekteverlof voor te schrijven. Hoe belangrijker en zeldzamer een resource, hoe afhankelijker de patiënt. Omgekeerd is ook de arts afhankelijk van de resources van zijn patiënt. Zoals informatie, tijd, affectie en economische afhankelijkheid. Zonder de informatie van de patiënt kan een arts moeilijker een correcte diagnose stellen en de meest aangewezen behandeling voorschrijven. Er is dus sprake van wederzijdse afhankelijkheid. De vraag is of die machtsbalans tussen zorgverlener en patiënt veranderd is door het internet. Ik heb daarvoor jarenlang onderzoek verricht bij de doelgroepen ‘volwassen Nederlandstalige patiënten’ en ‘huisartsen’. Maar de conclusies van dat onderzoek zijn ook perfect van toepassing op ziekenhuisartsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners.”

Edgard Eeckman
AUTONOMIE EN AFHANKELIJKHEID

“Een belangrijk inzicht is dat het afhankelijk zijn van de zorgverlener het gedrag en de communicatie van een patiënt kan beïnvloeden. Bovendien geeft die afhankelijkheid de patiënt een onaangenaam gevoel. We dragen allemaal onze autonomie en vrijheid hoog in het vaandel. Als we ziek worden, is het evenwicht verstoord: we worden afhankelijk en dat vinden we niet prettig. Sommige patiënten worden daardoor zelfs nog zieker of bieden weerstand. Dat onaangenaam gevoel van afhankelijkheid kan nog worden versterkt door onzekerheid, het gepercipieerde risico, de gepercipieerde angst en het vertrouwen dat al tussen de patiënt en de arts is opgebouwd. Toen mijn dochter vlak voor de bevalling haar gynaecoloog opzocht en in de plaats van hem een arts-in-opleiding te zien kreeg, was ze verbaasd dat de arts dat niet had aangekondigd. Maar ze zei er hem niets over omdat ze de vertrouwensrelatie met hem niet wilde schaden. Dat illustreert hoe vertrouwen de afhankelijkheid bij de patiënt kan vergroten”.

“Je hebt vaak een jarenlange relatie opgebouwd met je arts en hoe sterker die relatie, hoe afhankelijker je wordt. Een oudere vriend van me voelde zich helemaal van slag na het overlijden van zijn huisarts. Ook dat gevoel kan je verklaren door de afhankelijkheid die ontstaat door vertrouwen en aanhankelijkheid.”

“Informatie en kennis zijn bronnen van afhankelijkheid waarop het internet wel degelijk een impact heeft. Ook laat het de patiënt toe meer mee te praten en dus meer invloed uit te oefenen. Maar er zijn ook resources waarop het internet geen pak heeft, zoals de wettelijke macht om een diagnose te stellen, medicatie voor te schrijven of ziekteverlof toe te kennen, of zoals de vaardigheden van een arts.”

“De afhankelijkheid mag in theorie dan wel wederzijds zijn, in de praktijk zijn zorgverleners minder afhankelijk van hun pa­tiënten dan omgekeerd. De economische afhankelijkheid is zeer relatief, omdat de meeste huisartsen genoeg patiënten hebben. Bovendien werken huisartsen meer en meer in groepspraktijken met een secretariaat voor een betere werk-privébalans. Dat vermindert dan weer de afhankelijkheid van de huisarts van zijn patiënten. Patiënten zijn dus meer afhankelijk van de zorgverlener dan omgekeerd. Ondanks het internet blijft de machtsbalans in de zorgrelatie onevenwichtig”.

“Ik heb die afhankelijkheid op drie niveaus bestudeerd: het interpersoonlijke niveau, het niveau van de gezondheidszorg met bijvoorbeeld de artsensyndicaten en de patiëntenverenigingen, en het niveau van de samenleving met de overheid die bijvoorbeeld beslissingen neemt om een medicijn al dan niet terug te betalen. Dat betekent meteen ook dat artsen en pa­tiënten niet alle elementen in eigen handen hebben: ze zijn ook samen afhankelijk van resources op andere niveaus. Totale patient empowerment hangt van meer af dan enkel de interpersoonlijke relatie”.

EMPOWERMENT

“Om de machtsbalans tussen patiënt en zorgverlener zoveel mogelijk in evenwicht te brengen, kunnen we de patiënt em­poweren. In wezen gaat het er om dat de zorgverlener de patiënt controle of een gevoel van controle geeft. Totale controle is sowieso niet mogelijk: een patiënt die geopereerd moet worden, heeft geen andere keuze dan vertrouwen te hebben. Maar het gevoel van controle kan je wel versterken. Afhankelijkheid hoeft op zich niet negatief te zijn. Een baby is ook afhankelijk van zijn moeder. Vertrouwen is een sleutelwoord. En de beste manier om vertrouwen te creëren, is adequate communicatie. Het delen van informatie, het uitwisselen van argumenten, het samen beslissen en het werken aan self-efficacy of het geloof in eigen kunnen. Genezen is daarom ook het herstellen van de autonomie van een mens. Ervoor zorgen dat de patiënt de draad van zijn leven terug kan opnemen.”

“De afhankelijkheid mag in theorie dan wel wederzijds zijn, in de praktijk zijn zorgverleners minder afhankelijk van hun pa­tiënten dan omgekeerd.”

“Dat gevoel van controle is voor veel patiënten enorm belangrijk. Toch kan je dat niet opdringen. Niet iedereen beschikt over participatieve vaardigheden en sommige mensen laten de controle liever aan hun arts over: ‘Dokter, beslist u maar’. Maar open communicatie daarover is wel belangrijk. Dat vergt competenties, zowel van de patiënt als van de zorgverlener. Maar bovenal is het een zaak van attitude: je benadert elkaar in de relatie patiënt-­zorgverlener op een andere manier. Dat is dan ook mijn centrale boodschap aan alle zorgverleners: het gaat om een egalitaire relatie, wederzijds respect en gedeelde verantwoordelijkheden. Dat leidt tot een relatie van hoge kwaliteit, en dat is essentieel voor zowel de patiënt als de zorgverlener.”

Op 1 oktober 2019 vindt op de Brussels Health Campus in Jette het symposium ‘Patiënt en zorgverlener: piloot en co-piloot?’ plaats. Alle informatie op: www.patient-zorgverlener.be.

Meer over het doctoraat van Edgard Eeckman op www.patientempowerment.info.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS