11 maart 2018

GROTE EENSGEZINDHEID OP DENKDAG CONTRACTSTAGE

WILLEN WE STERKE VERPLEEGKUNDIGEN? DAN MOETEN WE DAAR SAMEN WERK VAN MAKEN

Hoe diep is het water tussen hogescholen en zorgvoorzieningen? Dat leek vooraf de meest prangende vraag bij de deelnemers aan de ‘Denkdag contractstage’ op 19 februari. Werkgevers, onderwijs en beroepsverenigingen kwamen op initiatief van Zorgnet-Icuro en zorgambassadeur Lon Holtzer samen om de krijtlijnen van de nieuwe contractstages voor vierdejaarsstudenten bachelor verpleegkunde vorm te geven. De sfeer was open en constructief en hoe verder de dag vorderde, hoe meer eensgezindheid er groeide.

De bacheloropleiding verpleegkunde is met één jaar verlengd: van drie naar vier jaar. Het vierde jaar zal onder meer bestaan uit een ‘contractstage’. Het doel is om studenten beter voor te bereiden op de praktijk en om, nog meer dan vroeger, assertieve, sterke, zelfbewuste en kwaliteitsvolle verpleegkundigen op te leiden. De eerste studenten met een contract­stage komen eraan in 2019. Iedereen is het erover eens: zowel voor de studenten, de hogescholen als de voorzieningen bieden die contractstages waardevolle opportuniteiten. Het komt er alleen op aan om die ook te grijpen.

IEDEREEN AAN TAFEL

“Eerder had op vraag van Zorgnet-Icuro hierover een eerste overleg plaats met onder meer zorgambassadeur Lon Holtzer en kabinetsmedewerkers van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits”, vertelt stafmedewerker Tom Braes van Zorgnet-Icuro. “Op basis van dat verkennende gesprek hebben we toen verschillende pistes uitgewerkt. Maar om verdere stappen te nemen, wilden we met alle betrokken partners aan tafel. Daarom hebben we, samen met Lon Holtzer, deze denkdag voorbereid.”

We moeten onze teams die de stagiairs ontvangen hierop voorbereiden. We moeten afstappen van het klassieke model en de studenten de ruimte geven om te leren én te sturen. Dat zal een mentaliteitsshift vergen.

“Om het debat alle kansen te geven, hebben we ons beperkt tot 60 deelnemers: 30 van werkgeverszijde en 30 van onderwijs en beroepsverenigingen. We hebben ons verdeeld over 6 tafels van 10 deelnemers. Er waren heel wat kwesties te bespreken. Hoe kunnen we de lat zo hoog mogelijk leggen? Wat is de rol van de hogescholen? Wat mag van de voorzieningen verwacht worden? Worden de studenten betaald voor de contractstages? Met welke middelen? Moeten ze dan ook solliciteren? Hoe wordt dat juridisch geregeld? Enzovoort.”

“Het voordeel van alle partijen samen te hebben, is dat we kunnen luisteren naar elkaar en onze standpunten duidelijk kunnen maken”, pikt stafmedewerker Bob Van Santbergen in. “We hadden deze denkdag goed voorbereid en we verwachtten er veel van, maar je weet vooraf nooit hoe het zal lopen. Kiezen de partijen voor een defensieve stelling? Of zijn ze bereid open en constructief na te denken vanuit een gezamenlijke visie, een gedeelde doelstelling? Dat laatste bleek al snel het geval te zijn. Er was een positieve dynamiek en het water bleek helemaal niet zo diep te zijn als sommigen vooraf vreesden.”

DE KERN VAN DE ZAAK

Ann Cleerbout, opleidingshoofd verpleegkunde aan de Karel de Grote Hogeschool en Wim Van de Waeter, algemeen directeur patiëntenzorg van ZNA, kregen op de denkdag de rol van verslaggevers. Ook zij waren aangenaam verrast door de constructieve dynamiek. “Het was een spannende dag” zegt Ann Cleerbout. “Soms lijkt de afstand tussen onderwijs en zorgsector groot. Maar de denkdag heeft getoond dat als we naar de wederzijdse verwachtingen luisteren, we grotendeels op dezelfde lijn zitten. De discussies verliepen vlot, open en ongeremd en gingen snel tot de kern van de zaak. Hoe verder de gesprekken vorderden, hoe meer ik het gevoel had dat we voor dezelfde doelen gingen. We willen sterke en kritische verpleegkundigen met een beroepsfierheid en de nodige assertiviteit. Verpleegkundigen die klinisch kunnen redeneren en die gericht zijn op steeds betere kwaliteit. Die doelstellingen kunnen we als hogescholen alleen bereiken in samenwerking met de zorgorganisaties. We hebben elkaar nodig. Studenten moeten tijdens het vierde jaar de ruimte en het vertrouwen krijgen om in de voorzieningen verder te groeien tot krachtige en kritische verpleegkundigen. De teams in de voorzieningen zullen hierop moeten worden voorbereid.”

Ook over het al dan niet betalen van de studenten en over de financiering van de contractstages was er een grote eensgezindheid. “De hogescholen vinden het niet nodig dat studenten betaald worden voor hun contractstage”, zegt Ann Cleerbout. “Integendeel: laat de studenten student zijn. Zodra je ze betaalt, dwing je ze in een werknemersrelatie en veranderen als vanzelf de wederzijdse verwachtingen. Studenten vragen ook niet om vergoed te worden voor de stage: zij zien het als deel van hun opleiding. Waar wij wel op aandringen, is dat de nodige middelen worden voorzien voor een goede begeleiding van de studenten tijdens die stages. De nieuwe context vergt extra inspanningen van de teams in de zorgvoorzieningen, van de mentoren en de begeleiders. Die moeten ondersteund worden. Gebeurt dat niet, dan lopen we het risico naast de mooie kansen te grijpen. Dat zou zonde zijn.”

MENTALITEITSSHIFT

Wim Van de Waeter is het daarmee volledig eens: ‘’Noch het onderwijs noch het werkveld heeft de middelen om de omkadering van de contractstages te versterken. Toch zal dat nodig zijn. We moeten hierover creatief nadenken. Misschien kunnen we bestaande middelen heroriënteren? Misschien kunnen nieuwe middelen aangesneden worden? In elk geval moeten de mentoren goed voorbereid worden en moeten ze ook – meer dan vandaag het geval is – de tijd en de ruimte krijgen om de vierdejaarsstudenten optimaal te begeleiden. De voorzieningen hebben hier alle belang bij. Willen we sterke verpleegkundigen op de werkvloer, die beter gewapend zijn voor de complexe uitdagingen van de toekomst, dan zullen we daar zelf ook werk moeten van maken. Het zal niet vanzelf gebeuren. We moeten onze teams die de stagiairs ontvangen hierop voorbereiden. We moeten afstappen van het klassieke model en de studenten de ruimte geven om te leren én te sturen. Dat zal een mentaliteitsshift vergen. Maar het enthousiasme hiervoor is groot.

We beseffen dat de verpleegkundige van morgen over andere vaardigheden moet beschikken. Het gaat alsmaar sneller, met meer technologie, meer culturele diversiteit, meer complexe zorg, een kortere ligduur… Alles is zoveel complexer geworden. Het draagvlak om te werken aan beter opgeleide verpleegkundigen is dan ook groot. Bovendien zullen zorgvoorzieningen die investeren in betere stageplekken hiervan zelf de vruchten kunnen plukken. Wie die ruimte krijgt om te groeien, zal niet alleen een sterkere verpleegkundige worden, hij/zij zal ook een goede band ontwikkelen met de zorgvoorziening en dus meer geneigd zijn om er na de stage aan de slag te blijven. Het momentum voor verandering is er. Laat ons er met zijn allen werk van maken!”

GROTE EENSGEZINDHEID

Bob Van Santbergen: “Het verslag van de denkdag zal nu teruggekoppeld worden naar de werkgevers en de hoge­scholen, en ook naar studenten en patiënten. Op basis van hun feedback willen we als volgende stap een whitepaper schrijven met een groot draagvlak. Ook die zal nog eens aan alle betrokken partijen voorgelegd worden. We willen zo snel mogelijk samen met Lon Holtzer en andere betrokkenen de besprekingen met de kabinetten Onderwijs en Welzijn aanvatten. Het enthousiasme bij hogescholen en zorgvoorzieningen is er. De eensgezindheid is groot. We willen deze gedeelde verantwoordelijkheid samen opnemen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we daarin zullen slagen.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: PETER DE SCHRYVER