Paul Dendale

TELEMONITORING BREEKT DOOR

HET IS MÉÉR DAN LOUTER TECHNOLOGIE

“Telemonitoring staat voor de poort van de grote doorbraak”, zegt prof. Paul Dendale, cardioloog in het Jessa Ziekenhuis. Zelf is hij een pionier in telemonitoring, onder meer bij patiënten met hartfalen en bij revalidatiepatiënten. “Telemonitoring verhoogt zowel de kwaliteit van leven als de kwaliteit van de zorg.
Ze plaatst de patiënt mee aan het stuur van zijn zorg. De mogelijkheden zijn schier eindeloos.”

“Twaalf jaar geleden kreeg ik het bezoek van ondernemer Maarten Wolters. Die had toen een spin-off van een callcenter opgericht voor een product dat hij ontwikkeld had: een bloeddrukmeter en een weegschaal met tele­monitoring via een gsm. In die tijd bestond de smartphone nog niet. Hij was al bij veel ziekenhuizen langsgegaan met zijn idee, maar hij ving overal bot. Ik wou het idee een kans geven en we zijn een proefproject gestart met jongere patiënten met hartfalen. Gewoon om te kijken of het werkte. Het RIZIV zag er ook wel iets in en steunde het project, waarbij uiteindelijk zeven grote ziekenhuizen betrokken waren. We deden een klinische, gerandomiseerde studie. De resultaten waren heel goed. Er was een significante daling in mortaliteit en in heropnames bij de doelgroep. Het systeem werkte dus.”

“Toch liep niet meteen alles van een leien dakje. Het spin-off bedrijfje was zijn tijd ver vooruit, net als wij met onze ideeën over telemonitoring. Lang niet iedereen geloofde erin. Ondanks de goede resultaten kregen we ook veel negatieve reacties. Uiteindelijk is dat bedrijfje zelfs overkop gegaan. Maar er kwam snel een andere kleine start-up, die wou investeren in telerevalidatie. Met een bewegingsmeter zouden we de activiteiten van revalidatiepatiënten meten. De gegevens hiervan werden automatisch doorgestuurd naar een centrale computer. Ook hier voerden we een studie uit, een telerehabilitationstudie, en ook die gaf goede resultaten: patiënten toonden meer vooruitgang, waren beter gemotiveerd, hadden een betere conditie en kenden minder heropnames.”

“Het eenvoudig meten en terugkoppelen van de gegevens naar de patiënt bleek effect te hebben. Ondertussen is dat verder uitgewerkt in een uitgebreid revalidatieprogramma met advies over het gewicht, een rookstopprogramma, tips voor een gezondere levensstijl enzovoort. Allemaal in één app en gepersonaliseerd per patiënt. Wie bijvoorbeeld niet rookt, krijgt ook geen tips om te stoppen met roken. De eerste uitgebreide testen met die app lopen op dit ogenblik.”

SPECTACULAIR

Van bij de allereerste studie over tele­monitoring bij hartfalen waren de resultaten vrij spectaculair. Er was sprake van een daling van de mortaliteit van 28% naar 7%. Prof. Dendale: “Dat was een relatief beperkte studie, maar de resultaten logen er niet om. Mortaliteit kan je niet verkeerd interpreteren. Ja, ik was toen verrast. Maar die daling met 75% kan je niet louter en alleen aan de technologie toeschrijven. Het is complexer: telemonitoring zorgt ervoor dat de zorg verbetert, bijvoorbeeld door de samenwerking tussen eerste en tweede lijn te bevorderen. Tien tot vijftien jaar geleden durfden de meeste huisartsen niet te raken aan de voorschriften van cardiopatiënten zoals de dosis van vochtafdrijvende middelen. Maar bij warm weer verandert de context en moet de patiënt zijn gedrag aanpassen, bijvoorbeeld door minder van die medicatie te nemen of meer te drinken. Dankzij telemonitoring konden veranderingen in de toestand van de patiënt veel sneller en nauwkeuriger worden opgevolgd en hadden ook de huisartsen meer houvast om waar nodig de cardiopatiënt advies te geven. Zo moet je die daling in mortaliteit en heropnames interpreteren.”

“Want toegegeven, er zijn ook studies over telemonitoring die geen duidelijk beter resultaat tonen. Het hangt ervan af wat je met de gegevens doet. Alarmen doen afgaan, volstaat niet. Je moet ook juist reageren, in het ziekenhuis, maar ook de huisartsen. Dat vergt dus een andere organisatie van de zorg. En die is nog volop in ontwikkeling. Vandaag hebben we bijvoorbeeld in het Jessa Ziekenhuis enkele gespecialiseerde verpleegkundigen voor hartfalen en telemonitoring-verpleegkundigen. Maar die worden momenteel nog niet gefinancierd door de overheid, waardoor de mogelijkheden beperkt blijven. Dat remt de ontwikkelingen af, we hadden al een stuk verder kunnen staan. Er kan vandaag al veel, bijvoorbeeld ook met tele-opvolging van pacemakers. En op een kosteneffectieve manier. Maar de overheid talmt.”

KRACHTEN GEBUNDELD

Is het niet vreemd dat het RIZIV er twaalf jaar geleden als de kippen bij was om het proefproject met telemonitoring te ondersteunen, maar het daarna liet afweten? “Ja, dat heeft ons erg ontgoocheld”, zegt prof. Dendale. “Het RIZIV was in het begin erg enthousiast en wou mee op dat spoor van innovatie. Maar daarna is het gestopt, ondanks de heel positieve resultaten. Je moet dat ook in de context van toen zien: er waren geen grote bedrijven actief in die sector, alleen kleine start-ups. Er waren ook juridische vragen over verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Ook de privacy was toen nog niet zo goed geregeld als nu. Vandaag is de situatie anders. Grote bedrijven als Philips zijn helemaal mee. We staan voor de poort van de grote doorbraak. Ook in andere disciplines. Denk aan de projecten die minister De Block nu ondersteunt en waar wij ook aan meewerken.”

“Maar de voorbije jaren hebben we het op eigen houtje moeten rooien. Van project naar project, met de hulp van bedrijven die ons hun apparatuur lieten gebruiken. En we hebben ook de krachten gebundeld in het Limburg Clinical Research Program (LCRP), met onder meer het ZOL en de UHasselt. Die samenwerking heeft ervoor gezorgd dat we in Limburg konden blijven pionieren in telemonitoring. In de cardiologie, gynaecologie, orthopedie, pneumologie… Met erg praktische toepassingen: het opvolgen van parameters van zwangere vrouwen met een verhoogd risico op zwangerschapsvergiftiging, het opvolgen van COPD-patiënten… Ook onze revalidatie-app is met kleine aanpassingen bruikbaar in heel wat andere contexten, bijvoorbeeld voor diabetespatiënten. De mogelijk­heden zijn schier eindeloos.”

PATIËNT AAN HET STUUR

“Telemonitoring verbetert zowel de kwaliteit van leven als de kwaliteit van zorg”, zegt prof. Dendale. “De monitoring geeft de patiënt een veilig gevoel: hij wordt in het oog gehouden. In meer dan één studie bleken patiënten na het proefproject te weigeren om hun toestel terug te geven. Dat zegt al genoeg. Bovendien plaatst tele­monitoring de patiënt mee aan het stuur, samen met de huisarts en het zieken­huis. Elk speelt zijn rol, zonder de ander voortdurend te hoeven storen, want de data worden altijd gedeeld. De huisarts beschikt over dezelfde informatie als het ziekenhuis. Patiënten moeten daardoor minder op controle naar het ziekenhuis en er zijn minder heropnames.”

“Ik verwacht nog mooie ontwikkelingen. Een voorwaarde is wel dat we de zorg­organisatie helemaal herdenken. De patiënt zit mee aan het stuur en wij moeten ons zo organiseren dat een structurele opvolging van chronische ziekten mogelijk wordt. Op technologisch vlak verwacht ik veel van de implanteerbare sensoren uit de nanotechnologie. Patiënten zullen meer en meer zelf kunnen doen. Artsen, huisartsen en gespecialiseerde verpleegkundigen zullen de stroom aan data in het oog moeten houden. We staan op dat gebied pas aan het begin. In Limburg is er een heel open en constructieve samen­werking, maar er is ondersteuning nodig. Die evolutie is trouwens in heel Europa bezig. Telemonitoring is een hot item op alle grote symposia. We zijn de fase van de early adopters voorbij. Telemonitoring wordt standaard. Het wordt dan ook hoogtijd dat men werk maakt van de financiering ervan. Ik verwacht en ik hoop dat de eHealth-projecten van minister De Block de aanzet hiertoe zullen vormen. Het is ook uitdrukkelijk de bedoeling van die projecten om een kosten-batenanalyse te maken. Ik kijk al uit naar de resultaten en de beslissingen in 2018.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE