Axel Kerkhofs

INTERVIEW MET AXEL KERKHOFS, VOORZITTER WERKGROEP ICT

EFFICIËNTE EN GEÏNTEGREERDE TRANSMURALE GEGEVENSDELING BLIJFT GROTE UITDAGING

De ICT-ontwikkelingen in ziekenhuizen en in de bredere gezondheidszorg gaan razendsnel. Transmurale gegevens­deling, persoonsgegevensbescherming, de integratie van ICT-systemen in de ziekenhuisnetwerken … Het zijn stuk voor stuk enorme uitdagingen. Niet alleen technisch en financieel, maar ook op het vlak van veranderingsmanagement. “We hebben dan ook een strategie op langere termijn nodig”, zegt Axel Kerkhofs, voorzitter van de werkgroep ICT van Zorgnet-Icuro. Samen met hem overschouwen we enkele belangrijke werven voor vandaag en de komende jaren.

Axel Kerkhofs werkt al 25 jaar in AZ Sint-Maria in Halle. Eerst enkele jaren als stafmedewerker, daarna bijna 20 jaar als directeur Financiën & IT en sinds oktober 2015 als algemeen directeur. “De jarenlange combinatie van IT en financiën geeft me een helikopterview. IT is een rode draad doorheen al die jaren. Ook vandaag nog rapporteert de dienst IT rechtstreeks aan mij als algemeen directeur.”

Axel Kerkhofs zit voor AZ Sint-Maria de Algemene Vergadering van de Cegeka-­ziekenhuizen voor, een groep van een tiental ziekenhuizen die met de klinische software van Cegeka werken. Hij is ook lid van het begeleidingscomité Belgian Meaningful Use Criteria van de FOD. Dat comité volgt op hoe de ziekenhuizen tot een geïntegreerd elektronisch patiëntendossier (EPD) komen.

Sinds 2018 is hij voorzitter van de werkgroep ICT van Zorgnet-Icuro. “Vanuit mijn positie en ervaring kan ik een brugfunctie vervullen tussen de ICT en de algemene directies via het sectoraal bestuurscollege. Ik wil zeker niet veralgemenen, maar veel algemeen directeurs hebben minder interesse voor informatica. Ze zien het vooral ook als een kostenpost, terwijl ICT zoveel te bieden heeft.”

“De werkgroep ICT volgde tot voor kort de actuele ICT-kwesties op. Dat blijven we uiteraard doen. Er zijn veel evoluties die onze aandacht opeisen. De overheid moet de sector daar tijdig bij betrekken. Er is voorafgaande inspraak nodig. Die is er vandaag vaak niet. En dan moeten wij maar zien uit te voeren wat de overheid heeft beslist. Dat leidt soms tot onwerkbare situaties of tot ontevredenheid, ook bij de patiënt. Daarvoor moeten we dan ad hoc subwerkgroepen organiseren, zodat we met gefundeerde antwoorden constructief kunnen wegen op de overheid, lever­anciers of belangengroepen.”

“Daarnaast heb ik voorgesteld om met de werkgroep ICT ook een meer strategische blik te hanteren. Waar zou ICT voor de gezondheidszorg over tien jaar moeten staan? Met welke ontwikkelingen en tendensen die zich momenteel voordoen in de maatschappij qua ICT moeten we vandaag al rekening houden? Moeten we in de ziekenhuizen bijvoorbeeld nu al aandacht besteden aan Artificiële Intelligentie? Dit jaar starten we met die visionaire blik.”

“We willen een houvast en een baken creë­ren met een dynamisch memorandum voor transmurale gegevensdeling. Dynamisch, omdat de evoluties snel blijven gaan. Transmuraal, omdat de toekomst ligt in samenwerking over alle lijnen van gezondheidszorg en welzijn heen. De gegevensuitwisseling zoals die vandaag groeit, is een kluwen. Met de beste bedoelingen gemaakt, maar het is een uitdaging om in al die complexiteit nog helder te zien. Het memorandum wil een totaalkijk bieden, een leidraad waarop we terug kunnen vallen. Nu is er veel fragmentatie, vaak uitgaande van verschillende overheden: de ene dag werken we aan onze communicatie met Vitalink, dan weer aan de connectie met de woonzorgcentra, daarna bespreken we de werking van MyHealthViewer … We hebben nood aan één duidelijke visie, één beleid dat streeft naar optimale integratie. In AZ Sint-Maria hebben we een sterke traditie van goede relaties met de huisartsen, ook voor gegevensdeling. We zijn op dat vlak altijd voortrekkers geweest. Maar zelfs wij ervaren hoe moeilijk het is om alle ontwikkelingen te volgen en daarvan een goed begrijpbaar geheel te maken.”

NETWERKEN

“ICT zal een heel belangrijke rol spelen in de efficiëntie en de verdere uitbouw van de ziekenhuisnetwerken. Eenvoudig wordt dat niet. Ziekenhuizen in een netwerk hebben elk hun eigen verleden. Ze hebben vaak geïnvesteerd in verschillende oplossingen voor eenzelfde probleem. Voor een optimale kwaliteit en efficiëntie zouden we best al die systemen zoveel mogelijk in overeenstemming brengen.”

“Het is jammer dat de overheid de evolutie naar geïntegreerde elektronische patiëntendossiers niet voldoende heeft afgestemd op de ontwikkeling van de ziekenhuisnetwerken. We zien nu vaak dat er verschillende EPD’s in één netwerk aanwezig zijn. Er zijn mogelijkheden voor gegevensdeling, bijvoorbeeld via de HUB’s, maar optimaal is dat toch niet. Denk aan de artsen die in de toekomst allicht in verschillende ziekenhuizen van het netwerk zullen werken. Zij moeten dan de verschillende EPD’s kennen en zich iedere keer aanpassen aan de omgeving.”

“We mogen nooit uit het oog verliezen dat de netwerken klinische netwerken zijn. Dat betekent dat we eerst een klinische basis moeten uitwerken. Elk netwerk volgt daarbij uiteraard zijn eigen tempo en sommige staan dus al verder dan anderen. Niettemin werkt dit jaar iedereen aan een regionaal zorgstrategisch plan om vraag en aanbod in de eigen regio goed af te stemmen tussen de ziekenhuizen én transmuraal. Eigenlijk moeten we eerst die oefening doen, voor we werk maken van de ICT-integratie. ICT werkt immers ondersteunend en faciliterend. ICT kan veel bijdragen tot een goede werking van de ziekenhuisnetwerken. ICT is een enabler. Maar dan moeten we eerst een klinische strategie uittekenen. Dat betekent niet dat we nu volledig op de pauzeknop moeten duwen voor beschouwingen rond ICT-­integratie. We hebben nog veel denkwerk voor de boeg. Maar met beslissingen en de eigenlijke uitvoering wachten we beter tot de klinische strategie echt duidelijk is.”

BEDRIJFSCONTINUÏTEIT

“Een ander belangrijk thema blijft de beveiliging van de persoonsgegevens en de ICT-omgeving in het algemeen. Pa­tiëntengegevens zijn heel delicaat. Ze zijn gegeerd door mensen en bedrijven met minder goede bedoelingen. Een goede beveiliging is altijd belangrijk, maar de creativiteit en de inventiviteit van onrechtmatige gegevensverwerving is grenzeloos. We moeten dus meer en meer alert zijn. Daarbij komt dat ziekenhuizen, met alle ICT-ontwikkelingen en de integratie van systemen, steeds meer afhankelijk worden van software voor hun werking. Als ICT niet beschikbaar is, dan kan dat de continuïteit van de zorgen bemoeilijken. En dat mag natuurlijk niet. Daarom moeten we oog blijven hebben voor kritieke punten (single point of failures) en investeren in ontdubbelde systemen: als het ene systeem uitvalt, moet een ander systeem het onmiddellijk kunnen overnemen. Dat lijkt vaak eenvoudiger dan het in praktijk is. We moeten ook oog hebben voor geactua­liseerde noodplannen, met afspraken en procedures voor als we moeten overschakelen op manuele oplossingen. Hoe verder de informatisering oprukt, hoe moeilijker dat wordt.”

“De start van de GDPR-wetgeving vorig jaar heeft voor de ziekenhuizen veel extra werk met zich meegebracht. Positief is dat het de geesten opnieuw heeft aan­gescherpt: zijn we wel goed bezig? Het heeft voor een nieuw elan gezorgd, ook bij de leveranciers van softwareoplossingen. Aan de andere kant blijft het moeilijk om een goed evenwicht te vinden tussen een haalbare werking en de privacy.”

“We mogen niet blind zijn voor de vele voordelen van degelijke ICT-oplossingen voor de kwaliteit en patiëntveiligheid.”

“Wat gaan we trouwens met al die waarde­volle gegevens doen in de toekomst? De mogelijkheden zijn groot, als we het op de juiste manier aanpakken. Op basis van de massa data waarover we beschikken, kunnen we het beleid versterken en bijsturen waar nodig. Zowel op ziekenhuisniveau als op overheidsniveau. Ook bedrijven hebben interesse in ‘gepseudonimiseerde’ ge­gevens. Met heel waardevolle mogelijk­heden voor zorg­onderzoek en -ontwikkeling, maar waaraan ook commerciële aspecten kunnen verbonden zijn. Dan botsen we mogelijks op ethische vragen.”

BETAALBAARHEID?

“Met alle evoluties moeten we ook meer en meer investeren in opleiding. In ziekenhuizen werkt nog een generatie van mensen die minder met ICT zijn opgegroeid. We moeten die mensen blijven opleiden en betrekken, want we hebben een draagvlak nodig voor alle veranderingen. Digitaal is vaak onbekend en onbekend maakt onbemind. Maar we mogen niet blind zijn voor de vele voordelen van dege­lijke ICT-oplossingen voor de kwaliteit en patiëntveiligheid. Goed veranderings­management is nodig.”

“Ook de patiënt moeten we betrekken. Hij ziet uiteraard ook veel ICT op zich afkomen. Positief is dat hij stilaan zijn eigen gegevens kan raadplegen en in beperkte mate soms al eens een stap kan zetten in de digitale communicatie met een zorgverstrekker. Ook monitoring en behandeling op afstand komen dichterbij. Maar de weg is nog lang en complex. Zowel technisch als voor de financiering ervan. Daarbij moeten we altijd rekening houden met oudere patiënten met minder ICT-vertrouwdheid. We moeten de complexe systemen zo eenvoudig mogelijk maken qua gebruik. Ook de overheid, trouwens. Het plan eGezondheid moest door negen ministers worden goedgekeurd. Dat werkt de vereenvoudiging niet in de hand.”

“Tot slot nog iets over de betaalbaarheid van ICT in de zorg. Sinds kort is er een ICT-budget in het Budget van Financiële Middelen (BFM) dat de ziekenhuizen van de overheid krijgen, mits een uitgebreid ICT-plan. Maar hoe nuttig en belangrijk die bijdrage ook is, ze volstaat helemaal niet voor de nodige investeringen en werking van ICT in een ziekenhuis. Als de overheid echt wil inzetten op ICT als enabler in de zorgsector, ook transmuraal en op het vlak van screening en preventie, dan zijn veel grotere budgetten nodig. Wij kijken er alvast naar uit.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: PETER DE SCHRYVER