Hanne Van Horebeek

DIVERSITEIT IN REVALIDATIECENTRUM PELLENBERG

EEN MENS IS MEER DAN ZIJN CULTUUR EN RELIGIE

Culturele diversiteit kan ook in een revalidatiecentrum tot spanningen en uitdagingen leiden. Dat blijkt uit de master­proef die Hanne Van Horebeek schreef onder begeleiding van prof. dr. Yvonne Denier, stafmedewerker ethiek bij Zorgnet-­Icuro en hoofddocent aan de KU Leuven. In de praktijk zien we veel goede wil en pragmatisme. Een meer structurele aanpak vanuit een duidelijke visie zou echter het verschil kunnen maken. Met ook aandacht voor de ontwikkeling van culturele competenties: kennis, houding en vaardigheden.

Hanne Van Horebeek is socioloog van opleiding, maar vanuit een brede interesse koos ze voor een extra master Management en beleid in de gezondheidszorg. “Diversiteit in de zorg is een actueel thema”, vertelt ze. “Patiënten ervaren ongelijkheid: een minder goede toegang, minder goede zorg, minder goede informatie … Het is niet gemakkelijk om die kloof te dichten. Men spreekt weleens over een disconnected care relationship. De zorgrelatie tussen patiënt of revalidant en zorgverlener is nochtans cruciaal. Voor revalidanten met een etnisch-cultureel diverse achtergrond staat die relatie onder druk. Hoe kunnen we inzetten op betekenisvolle interculturele zorgrelaties? Dat was de centrale vraag in mijn masterproef. Voorlopig bestaat daarover weinig internationaal literatuuronderzoek.”

“Concreet heb ik me over drie vragen gebogen: 

  • Welke uitdagingen zijn er voor de pa­tiënten met een etnisch-cultureel diverse achtergrond? 
  • Hoe gaan hulpverleners en het revalidatiecentrum daarmee om? 
  • En hoe kan het in de toekomst beter? 

Ik heb voor mijn masterproef elf uitgebreide interviews gedaan met zorgverleners.”

Hanne Van Horebeeck
DOELSTELLINGEN

“Wat de uitdagingen voor deze groep van revalidanten betreft, blijft de communicatie het grootste probleem. Als mensen elkaar niet verstaan, kan je moeilijk samenwerken. Het gaat om meer dan louter de vertaling van woorden. Ook de culturele verschillen moeten worden‘vertaald’. Als normen en waarden ver uit elkaar liggen en er daardoor connectie ontbreekt, kan je vast komen te zitten. In een revalidatiecentrum stellen hulpverlener en patiënt gezamenlijk de revalidatiedoelstellingen op. Maar als de visie op zorg en ziekte te zeer verschilt, dan wordt dat moeilijk. De hulpverleners hechten veel belang aan het inzetten op zelfstandig kunnen functioneren. Ze focussen daarbij onder meer op de activiteiten van het dagelijkse leven (ADL). Maar een moslimman kan daar heel anders over denken, vanuit een vrouwelijke zorgcultuur. Als de vrouw het thuis overneemt, waarom zou je dan nog zo hard inzetten op ADL-revalidatie? Zorgverleners kunnen die man leren hoe hij zich zelfstandig kan kleden en zelfstandig kan eten, maar thuis doet hij het niet. Dat kan tot frustratie aan beide kanten leiden.”

“Ook religieuze waarden zijn bij sommige moslims en joden zo uitgesproken dat ze leiden tot een ontkenning van de realiteit. ‘Als we veel en goed bidden, dan komt het wel goed.’ Zorgverleners daarentegen streven naar een confrontatie met de realiteit vanuit medisch perspectief. Ook de familie van de revalidant is een betrokken partij. Ze kan de ontkenning nog versterken. Dat zijn geen gemakkelijke uitdagingen.”

“Veel zorgverleners vragen naar meer opleiding over diversiteit.”

“Toch mogen we zeker niet in stereotypes vervallen. Niet elke joods man heeft er een probleem mee om een vrouwelijke hulpverlener een hand te geven. Elke mens is méér dan zijn cultuur en religie. Het onderzoek daarnaar is evenwel ook beperkt. Grote besluiten kunnen we daarover dan ook niet trekken.”

PRAGMATIEK

“Hoe gaan hulpverleners en organisaties vandaag om met dat soort situaties? In het algemeen heel pragmatisch en praktisch. Ze spreken Engels en Frans en vaak komt er ook gebarentaal aan te pas. En als een gebedsmoment even wat uitloopt en de patiënt moet naar de kinesitherapie, tja, dan wordt er wel tien minuutjes gewacht. Toch blijkt uit de gesprekken met hulpverleners dat het niet eenvoudig is om de focus van de revalidant op zijn behandeling te houden. Er is vaak veel creativiteit nodig. Een moslimvrouw die weigert te zwemmen, tot daar aan toe. Maar een moslimvrouw die niets van beweging wil doen, dat is een hele uitdaging in een revalidatiecontext. De ADL-doelstellingen blijken in de praktijk soms minimaal. Tot frustratie van de hulpverleners, die het als hun opdracht zien om er het maximum uit te halen voor elke patiënt. Het is zoeken naar een consensus: de focus op de revalidatie behouden, maar toch rekening houden met de waarden en normen van de revalidant.”

“Als het om praktische en redelijke dingen gaat, kan je natuurlijk wel een eind meegaan. Als het op afdelingsniveau mogelijk is, kan de organisatie bij de werkverdeling bijvoorbeeld rekening houden met een vrouw die niet behandeld wil worden door een man. In de praktijk gebeurt dat geregeld, maar niet altijd. Het is zorg op maat, zoals we die aan alle patiënten proberen te bieden. Ook over bezoekuren kan je afspraken maken. Het is in elk geval aan te raden om daarover met alle medewerkers op één lijn te zitten, zodat er een duidelijk beleid is.”

VISIE EN BELEID

“Hoe kan het in de toekomst beter? Wat opvalt, is dat veel zorgverleners vragen naar meer opleiding over diversiteit. Ze ervaren een gebrek aan kennis. De samenwerking met tolken en intercultureel bemiddelaars mag nog intensiever, vinden ze. Wat me als onderzoeker opviel, is dat bepaalde faciliteiten in campus Gasthuisberg wel aanwezig zijn, maar niet in campus Pellenberg. In Gasthuisberg is er een stille ruimte, in Pellenberg alleen een kapel. Daarover kan worden nagedacht.”

“Het thema diversiteit verdient aandacht in het beleid van de hele organisatie. Daarover heeft elke organisatie een visie nodig, die wordt vertaald in een beleidsplan. Die vertaling moet bijvoorbeeld ook gebeuren in het personeelsbeleid. Met een divers aanwervingsbeleid en met oog voor het ontwikkelen van culturele competenties: kennis, houding en vaardigheden. Dat soort zaken moet structureel worden ingebed in alle geledingen van een organisatie. Stel dat je een opleiding over medicatie geeft, dan kan je ook aandacht vragen voor diversiteit. Wat met het in­nemen van medicatie tijdens de ramadan, bijvoorbeeld?”

“Op het terrein merk ik soms wat schrik om met mensen van andere culturen te praten. Dat is nergens voor nodig. Je hoeft als hulpverlener niet op elk verzoek in te gaan. Maar erover praten, is wel aangewezen. Luisterbereidheid kan al veel oplossen. Zoals dat bij alle patiënten geldt. Probeer altijd de mens achter de patiënt te zien, met zijn cultuur en zijn religie. Dat is al een flinke stap in de goede richting.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: PETER DE SCHRYVER