JUSTITIEHUIZEN WERKEN VOOR SLACHTOFFERS ÉN DADERS

BRUG TUSSEN JUSTITIE EN WELZIJN

Justitiehuizen zijn er zowel voor slacht­offers als voor daders van feiten. De multi­disciplinaire aanpak staat voorop, waarbij de medewerkers van de justitie­huizen, de justitieassistenten, fungeren als de spin in het web die verbindingen creëert. Het nieuwe decreet op de Justitie­huizen benadrukt nog meer dan vroeger die brugfunctie. We gingen erover praten met Karine Moykens, secretaris-generaal van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en met Hans Dominicus, afdelingshoofd Justitiehuizen.

“Het doel van de justitiehuizen is om justitie toegankelijker te maken voor de burgers”, opent Karine Moykens. “Ook vandaag nog is justitie een vrij gesloten wereld; het is geen open huis waar iedereen zomaar binnenloopt. De zaak Dutroux heeft indertijd iets in een stroomversnelling gebracht. Niet toevallig opende in het zog van die zaak het eerste justitiehuis in Kortrijk, de stad van toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck. Verankerd in de FOD Justitie ontstonden daarna over het hele land justitiehuizen. De zesde staatshervorming bracht ze onder bij de gemeenschappen, samen met het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht. Omdat er een sterke link is vanuit de integratie in de maatschappij, heeft Vlaanderen ervoor gekozen om de justitiehuizen onder te brengen bij welzijn. Een van hun belangrijkste opdrachten is immers om daders die vrij zijn onder voorwaarden op te volgen en te helpen bij hun re-integratie.”

“Je kan de justitiehuizen zien als een politiek antwoord op de identiteitscrisis in justitie na de zaak Dutroux”, zegt Hans Dominicus. “Maar er is ook een organisatorisch aspect. Verschillende diensten samenbrengen gaat de versnippering tegen. Bovendien vervullen de justitiehuizen een brugfunctie tussen enerzijds welzijn en hulpverlening en anderzijds justitie. Die beweging zetten we ook voort vanuit Vlaanderen.”

“Die brugfunctie is cruciaal”, beaamt Moykens. “De basisregelgeving komt nog altijd vanuit justitie. Het is de federale wetgever die het kader en de opdrachten van de justitiehuizen bepaalt.”

“De justitiehuizen en het elektronisch toezicht vormen een schakel in de keten van opsporing, berechting en strafuitvoering. Het federale niveau bepaalt de alternatieve maatregelen en straffen, de rechter past ze toe en de Vlaamse justitie­huizen en het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht staan mee in voor de uitvoering en omkadering ervan. Goede samenwerking met de magistratuur is belangrijk. We moeten de ketenwerking goed afstemmen en niet in hokjes werken. Politie, parket, rechters, hulpverleners … Iedereen speelt een rol in het geheel”, benadrukt Dominicus.

“De opgelegde voorwaarden bij een voorwaardelijke invrijheidstelling zijn vaak welzijnsgericht, bijvoorbeeld een ontwenningskuur of relatiebegeleiding volgen. Een justitieassistent begeleidt de betrokkene daarbij en leidt hem of haar toe naar de voorzieningen: een CGG, een psychiatrisch ziekenhuis, een CAW, een initiatief beschut wonen … al naargelang de voorwaarden, de context en de noden”, zegt Moykens.

SLACHTOFFERONTHAAL

“Naast het toezicht op de voorwaarden van veroordeelden, hebben de justitiehuizen ook een opdracht in de zorg en ondersteuning van de slachtoffers. Met slachtofferonthaal maken ze deel uit van het grotere geheel van slachtofferzorg. Ook slachtofferhulp (CAW) en de slachtofferbejegening (politie) behoren daartoe. En alweer maakt die welzijnsgerichte invalshoek het verschil. In slachtofferonthaal draait alles rond het verhaal en de ondersteuningsnoden van het slachtoffer. We willen trouwens de slachtofferzorg verder versterken, door de linken aan te halen en goede contacten te verzorgen over de hele keten heen. De baseline van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin luidt niet voor niks ‘Zorgzaam samenleven’. Dat is wat al onze diverse opdrachten verbindt. Dat zorgzaam samenleven vertalen we ook naar de justitiehuizen, zowel met oog voor het slachtoffer als voor de dader. We zien streng maar correct toe op de strafuitvoering en we willen daders tegelijk een plek geven, zodat we recidive optimaal kunnen vermijden”, zegt Moykens.

“Naast het slachtofferonthaal en de daderwerking hebben de justitiehuizen nog een opdracht”, vertelt Dominicus. “Zo kunnen justitieassistenten via een maatschappelijk onderzoek in een echtscheidingszaak advies geven aan de familierechter over de verblijfsregeling van de kinderen, de uitoefening van het ouderlijk gezag, recht op persoonlijk contact van de grootouders met de kleinkinderen enzovoort.”

“Het nieuwe decreet Justitiehuizen geeft justitie­assistenten het mandaat om een wezenlijk verschil te maken in de Family Justice Centers. In die constructie werken politie, justitie en hulpverlening samen om intra­familiaal geweld en kindermishandeling tegen te gaan.”

BRUGFUNCTIE

“Het nieuwe decreet Justitiehuizen formuleert een bijkomende opdracht, met name op het kruispunt tussen zorg, welzijn, politie en justitie. Belangrijk in dat verhaal zijn de ketenaanpak en de Family Justice Centers, die anderhalf jaar geleden overgeheveld zijn van de provincies naar Vlaanderen. In die Family Justice Centers vinden we de meest doorgedreven samenwerking en afstemming tussen gerecht, politie, hulpverleners en de bestuurlijke actoren rond het thema van intrafami­liaal geweld en kindermishandeling”, zegt Moykens.

“Iedereen beseft dat we op casusniveau én op beleidsniveau multidisciplinair moeten samenwerken om tot goede resultaten te komen”, zegt Dominicus. “Die ketenaanpak is wezenlijk, of het nu gaat om intrafamiliaal geweld, zoals in de Family Justice Centers, of om internering of radicalisering … De verschillende werelden moeten elkaar beter leren kennen en samen het hele proces vormgeven. Het begint met elkaars doelstellingen te leren kennen en respecteren. Met die nieuwe opdracht die het decreet de Justitiehuizen geeft, kunnen we daarin nog beter investeren.”

“De justitiehuizen willen de spin in het web zijn dat politie, welzijn, zorg, justitie en andere actoren met elkaar verbindt. De justitiehuizen kunnen de verbindingen leggen. Altijd met die dubbele focus van re-integratie en het voorkomen van recidive. Zo’n web kan trouwens verschillende vormen aannemen. In Antwerpen huizen alle partners van het Family Justice Center samen op één locatie, elders komen de partners geregeld samen om casussen te bespreken. Die vrijheid willen we vanuit het beleid laten bestaan. Waar het om gaat, is dat de ketenaanpak werkt. Hoe dat gebeurt, kan verschillen van regio tot regio. We zien overal een mooie dynamiek. We willen afstemmen en vanuit eenzelfde visie werken, zonder eenheidsworst na te streven”, zegt Moykens.

“De geest is telkens weer de brugfunctie. Justitiehuizen reiken de hand naar de verschillende partners vanuit de casuïstiek. Afhankelijk van de casus zijn andere deeldomeinen betrokken. We sturen permanent aan op samenwerking. Dat is een unieke positie”, vertelt Dominicus.

“De lokale inplanting is belangrijk”, benadrukt Moykens. “Het gaat uiteindelijk om de toegankelijkheid van justitie. We moeten bereikbaar zijn voor burgers, slachtoffers, daders en de samenleving. We willen die lokale verankering verder versterken met antennes. We willen dat mensen over heel Vlaanderen gemakkelijk toegang hebben tot de justitiehuizen.”

“Justitie en welzijn vormen de twee polen die in de justitiehuizen altijd meespelen. Afhankelijk van de context ligt de nadruk op het ene of het andere. Maar altijd vanuit een multidisciplinaire benadering”, besluit Dominicus.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS