TECHNOLOOG MEDISCHE BEELDVORMING

SILKE WULTEPUTTE

Februari 2020

Met een dikke 100 zijn ze, de studenten die de opleiding volgen om ‘technoloog medische beeldvorming’ te worden. Een zeer specifieke studierichting die Vlaamse studenten maar op één plek kunnen volgen: Hogeschool Odisee in Brussel. “Maar dat betekent niet dat er jaarlijks 100 technologen medische beeldvorming afstuderen,” aldus Silke Wulteputte die de CT-scans doet in het Onze Lieve Vrouw Ziekenhuis van Aalst. “Na drie jaar studeren, schieten er maar een 30-tal over. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de afdelingen radiologie in alle ziekenhuizen op zoek zijn naar bijkomend personeel.”

Silke Wulteputte is sinds 2017 aan de slag in het OLV Ziekenhuis van Aalst als technoloog medische beeldvorming. “Voor mij was het al bij al een evidente jobkeuze. Ik ben gebeten door de medische sector. Zo heb ik lang getwijfeld om geneeskunde te studeren, maar ik knapte af op het lange studietraject. In de opleiding technoloog medische beeldvorming vond ik alles terug wat ik zocht: een band met de medische sector, focus op techniek en het contact met patiënten. De werkzekerheid is ook een pluspunt: je kan in elk ziekenhuis aan de slag. Overal zijn de diensten radiologie naar extra werkkrachten op zoek.”

CT-SCAN VS MRI-SCAN

“Als je op onze dienst begint te werken, moet je meteen een keuze maken. Je kiest ervoor om de CT-scans, RX-scans of MRI-scans te bedienen. Ik heb voluit de keuze gemaakt voor CT-scans. Het verschil is vrij eenvoudig: een MRI-scan is voornamelijk een meerwaarde om meer weke delen in het lichaam te onderzoeken zoals spieren, pezen en weefsel. Een MRI-scan is meestal niet hoogdringend, er wordt een tijdje op voorhand een afspraak vastgelegd en het duurt al snel een 20-tal minuten vooraleer de foto’s gemaakt zijn. Een CT-scan daarentegen gaat sneller: na 5 minuten zijn de foto’s al klaar voor analyse. Als er zich acute situaties aandienen zoals blessures bij een verkeersongeluk of een hartaderbreuk dan zal men door de snelheid van de apparatuur dus steeds kiezen voor een CT-scan. Pas op, wij hebben wel degelijk ook een dagplanning, maar er kan al eens iets gebeuren waardoor die planning overhoop gegooid wordt en een scan bij hoogdringendheid wordt ingepland. Dat geeft best wel adrenaline. Het is een van de dingen die ik het leukste vind aan de job. Ik heb die rush nodig. Voor mij dus geen overstap naar de MRI-scans.”

Wulteputte vertelt met veel passie over haar job, maar ziet ze ook nadelen? “Ja, als ik een nadeel moet benoemen, dan is het dat je bij de CT-scans ‘van wacht’ kan zijn. Hartaderbreuken of verkeersongelukken gebeuren namelijk ook ’s nachts. We zijn met acht om de periodes van wacht te verdelen. Afgelopen kerstmis bijvoorbeeld was ik aan de beurt.”

CONTACT MET DE PATIËNT

Als technoloog medische beeldvorming doe je meer dan enkel de foto’s nemen; ook het contact met de patiënt is belangrijk. “En dat vergeten de mensen weleens wanneer ze zich een beeld vormen van onze job”, aldus Silke Wulteputte. “Wij ontvangen de mensen die onder de scanner moeten. Op een gewone werkdag zijn dat er zo’n 80 à 90. Immens veel dus, maar het proces neemt dan ook weinig tijd in beslag. Het is belangrijk dat wij die mensen geruststellen, ervoor zorgen dat ze zich op hun gemak voelen. Zeggen wat je gaat doen helpt als je merkt dat ze wat gestresseerd zijn. Nadat de foto’s genomen zijn, sturen we ze door naar de radioloog. Hij maakt dan de analyse en stuurt ze vervolgens naar de arts-specialist. Het is die laatste die de patiënt op de hoogte brengt van het resultaat is van het onderzoek. Wij mogen zelf geen diagnoses stellen. Al merken wij het vaak ook wel op als er zich onvoorziene zaken op de scan aftekenen. In dat geval halen we er snel een arts bij. De patiënt heeft dan meestal wel door dat er mogelijk iets niet pluis is, maar wij mogen niet communiceren met de patiënt over wat we gezien hebben.”

STRALINGEN DOSEREN

Een scan nemen om te achterhalen wat nu exact de boosdoener is van een bepaalde ziekte of kwetsuur is een gangbare praktijk. Toch is het niet altijd even onschuldig, zo bevestigt ook Silke Wulteputte: “Het is algemeen geweten dat straling niet goed is voor het menselijk lichaam. Daarom doseren we de scans zoveel als mogelijk. Als het kan, proberen we de patiënten niet bloot te stellen aan stralingen. Op korte termijn is er geen negatief effect, op de langere termijn, na twintig tot dertig jaar, is dat wel mogelijk. Al is een eventuele ziekte op latere leeftijd niet eenduidig

terug te brengen tot een teveel aan scans. Er zijn ook andere factoren die schadelijk kunnen zijn. Denk maar aan de tijd dat iemand wordt blootgesteld aan de zon, maar ook voedsel en reizen met het vliegtuig spelen een rol.”

“Op de afdelingen radiologie van ieder ziekenhuis worden de patiënten goed opgevolgd. Er wordt minutieus bijgehouden hoeveel stralingen iemand al heeft ondergaan. Ook het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) houdt een oogje in het zeil: zij stellen referentiewaarden op voor de dosis stralingen waarbinnen men per onderzoek moet blijven. En als een patiënt reeds in een ander ziekenhuis scans heeft ondergaan, dan is er afstemming tussen de diensten radiologie van de betrokken ziekenhuizen. Wij, als technologen medische beeldvorming, ondervinden nauwelijks hinder. Wij komen amper in aanraking met de stralingen. Behalve als we moeten assisteren bij interventionele procedures zoals puncties of bij bij PET-scans, een vorm van nucleaire geneeskunde. Maar dan beschermen we onszelf zoveel als mogelijk.”

“Wij hebben een dagplanning, maar er kan al eens iets gebeuren waardoor die planning overhoop gegooid wordt en een scan bij hoogdringendheid wordt ingepland.”

Is er een speciaal beleid voor kinderen die onder de scanner moeten? “Ook hier geldt: goed afwegen of een CT-scan nodig is. We proberen zoveel mogelijk met echo’s op te lossen. Maar als een kind op zijn hoofd valt, dan kan je het niet maken om het risico te nemen geen CT-scan te nemen. Dan moet je nagaan of er een hersenbloeding is. We nemen steeds het zekere voor het onzekere. In het belang van de patiënt.” 

 

TEKST: JENS DE WULF • BEELD: PETER DE SCHRYVER