Kenneth Arkesteyn

NAAR EEN BETERE SAMENWERKING VOOR NIET-DRINGEND PATIËNTENVERVOER

DUURZAME AFSPRAKEN KOMEN IEDEREEN TEN GOEDE

Hoe efficiënter het patiëntenvervoer met ambulancediensten kan verlopen, hoe beter voor de patiënten, de zorgvoorzieningen én de ziekenwagendiensten. De Belgische Beroepsvereniging van Ambulancediensten Belgambu pleit daarom voor goede afspraken met de ziekenhuizen. Tegelijk streeft Belgambu naar realistische tarieven die een duurzame samenwerking mogelijk maken en het patiëntenvervoer kwaliteitsvol, toegankelijk en betaalbaar houden. Voorzitter Kenneth Arkesteyn van Belgambu is alvast hoopvol gestemd.

Belgambu maakt samen met Zorgnet-­Icuro, het Vlaams Patiëntenplatform, Test-Aankoop en de verzekerings­instellingen deel uit van de Commissie ‘Niet-dringend liggend ziekenvervoer’. “Die commissie adviseert minister Jo Vandeurzen op het gebied van kwaliteit van het patiëntenvervoer”, vertelt Kenneth Arkesteyn. “Zo bereikten we in juni 2016 samen een protocolakkoord over kwaliteitsnormen. Het decreet daarover wordt binnenkort goedgekeurd en zal onze afspraken verankeren in wetgeving. Voor een duurzame kwaliteit is het evenwel ook nodig dat de ziekenwagendiensten financieel rond­komen. Daarover bestaan vandaag geen afdwingbare regels. Met als gevolg dat je veel ‘creativiteit’ ziet in de sector: schijnzelfstandigen, ongeschoolde vrijwilligers die voor ambulancier spelen, zwartwerk … Dat zorgt voor economisch onrealistische tarieven.”

“Minister Jo Vandeurzen heeft oren naar onze verzuchtingen en heeft een studie besteld om de kostprijs van het patiëntenvervoer te bepalen. Het is geen geheim dat de grootste kostendrijvers de personeelskosten zijn. Hoe efficiënter wij kunnen werken, hoe lager we de tarieven kunnen houden. Anders dan een taxidienst zetten wij patiënten niet zomaar af bij de ingang van het ziekenhuis. We begeleiden de mensen naar de afdeling of de consultatie waar ze verwacht worden. We helpen bij de administratie die bij de overdracht hoort en waar nodig wachten we op de ontslagpapieren. Ook als we een patiënt van het ziekenhuis terug naar het woonzorgcentrum brengen, helpen we logistiek en administratief. Alle momenten waarop we de patiënt niet vervoeren, worden evenwel niet vergoed. Hoe meer tijd we in een zorginstelling moeten wachten op een dossier of bij een verpleegpost, hoe meer druk op de tarieven. Daarom willen we, in overleg met al onze partners de tijd zo efficiënt mogelijk gebruiken door goede afspraken te maken.”

WIN-WINSITUATIES

Vorig jaar stapte Belgambu met een aantal voorstellen daarover naar Zorgnet-Icuro. “Er vonden goede, constructieve gesprekken plaats met de sociale diensten van de ziekenhuizen en met de beleidsmensen”, zegt Kenneth Arkesteyn. “De volgende stap is dat de ambulancediensten en de ziekenhuizen op het terrein met elkaar afspraken maken. Daarvoor doen we – in overleg met Zorgnet-Icuro – concrete aanbevelingen (zie kadertje). Het doel is om win-winsituaties voor alle partijen te creëren: het ziekenhuis, de patiënt én de ambulancediensten. Efficiëntie houdt het patiëntenvervoer betaalbaar: niemand moet niet-gemaakte kosten betalen. Het zou een hele stap vooruit zijn als alle zieken­huizen daarover een overeenkomst konden sluiten met de ambulancediensten waarmee ze samenwerken.”

Zo eenvoudig zal dat niet altijd liggen, aangezien niet alle ambulancediensten bij Belgambu aangesloten zijn. “Ja, er zijn nog steeds cowboys actief”, reageert Arkesteyn. “Het gebrek aan regelgeving speelt ons parten. Iedereen kan zich vandaag nog een gele bestelwagen met een blauw zwaailicht aanschaffen en zelf een tarief bepalen. In Wallonië was er onlangs een openbare aanbesteding van een zieken­huis met een geschatte waarde van 250.000 euro. Sommige ambulance­diensten dienden een voorstel in van 260.000 euro, andere van 240.000 euro en één van 45.000 euro. Het contract is gegund voor 45.000 euro. Toen een ziekenwagendienst de ziekenhuisdirecteur daarover een vraag stelde, klonk het heel laconiek “Pour le temps que ça dure.” Met andere woorden: “Zolang we ervan kunnen profiteren, zullen we het niet laten.”

Ook de mutualiteiten hebben een grote verantwoordelijkheid op de gehanteerde tarieven: zij zijn immers ook een belangrijke opdrachtgever. Ik zou alle opdracht­gevers willen oproepen: wees realistisch! Nu, het onderzoek dat minister Vandeurzen bestelde, zal daarbij helpen. Dertig euro per uur voor vervoer met twee personeels­leden erbij, dat kan gewoonweg niet meer. Het nieuwe decreet laat de ruimte dat de landsbonden en de ambulancediensten samen tot een tariefakkoord kunnen komen. Lukt dat niet, dan kan de minister een prijsvork opleggen met een minimum en een maximum. Voor ons is dat prima. We zijn hoopvol gestemd. Ook de veel te hoge tarieven die sommige ambulancediensten aan particulieren aanrekenen, moeten eruit wat ons betreft. Die overdreven hoge tarieven zijn voor sommige ziekenwagendiensten een compensatie voor de te lage tarieven die opdracht­gevers nog steeds hanteren. Een duidelijke prijsvork zou voor iedereen eerlijker en transparanter zijn.”

“Het overleg en de samenwerking met Zorgnet-Icuro verlopen voorbeeldig. Dat komt omdat we vertrekken vanuit dezelfde doelstellingen: de patiënt kwaliteitsvol, toegankelijk en betaalbaar patiëntenvervoer aanbieden. Heel wat ziekenhuizen hebben al goede afspraken met hun ambulancedienst. Die good practices willen we graag meer algemeen invoeren. Samen kunnen we duurzame oplossingen uitwerken.” “Sommige ziekenhuizen zijn vooruitstrevend en voorzien een soort van lounge waar ontslagen patiënten op hun vervoer kunnen wachten. Ambulanciers kunnen de patiënten dan op één plaats afhalen en hoeven niet langer naar de afdelingen. Een voorbeeld van hoe je kwaliteit, patiëntentevredenheid en efficiëntie kan combineren”, stelt Kenneth Arkesteynde.


GOOD PRACTICES: ENKELE VOORBEELDEN

In veel ziekenhuizen moeten patiënten een nummertje nemen en kunnen ze om de beurt naar de balie. Ambulanciers die een patiënt begeleiden vragen voorrang, zodat ze geen tijd verliezen in de wachtrij. Als de ambulancier patiënten op een brancard naar een onderzoek brengt, moet hij in het ziekenhuis dikwijls zelf nog op zoek naar een bed of een brancard van het ziekenhuis. Dat kost tijd.

Het ontslag van patiënten uit het ziekenhuis vindt plaats op twee piek­momenten: om 10 uur en om 14 uur. Alle ritten op die tijdstippen organiseren, is voor de ambulancediensten onmogelijk. Zij willen hun ritten kunnen spreiden, zodat ze het aantal ‘lege ritten’ zonder patiënt kunnen beperken. Een onderscheid tussen tijdsgebonden (bv. voor een onderzoek) en niet-tijdsgebonden (bv. bij een ontslag) ritten kan helpen. Voor niet-tijdsgebonden ritten kan met tijdssloten gewerkt worden. Patiënten worden dan niet meer om 10 uur opgehaald, maar bijvoorbeeld tussen 9 uur en 11.30 uur, op voorwaarde dat de ambulancier het ziekenhuis of de afdeling vooraf het tijdstip laat weten. Tijdssloten laten ambulanciers toe om hun ritten zo efficiënt mogelijk te organiseren, wat de tarieven laag kan houden.

Een goed intern patiëntenvervoer kan ambulancediensten veel tijd besparen, bijvoorbeeld door patiënten die voor een extern onderzoek vervoerd moeten worden op één plaats in het ziekenhuis samen te brengen. Ook die goede praktijk bestaat al in enkele ziekenhuizen.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: PETER DE SCHRYVER