PASCAL DE DECKER GEEFT INKIJK IN DE WOONBEHOEFTEN VAN OUDEREN

"Woonzorgformules stimuleren tussen 'in je huis blijven' en 'het woonzorgcentrum'"

April 2021

In het boek Oud, arm en huurder geven Pascal De Decker en Emma Volckaert een stem aan een bevolkingsgroep die weinig zichtbaarheid geniet. Ze lieten 32 Gentse ouderen, die uit financiële noodzaak huren, aan het woord over hun woonsituatie. De Decker en Volckaert zijn respectievelijk socioloog en politicoloog. Beiden zijn verbonden aan de onderzoeksgroep P.PUL – Planning for People, Urbanity & Landscape — van de Architectuurfaculteit van de KU Leuven. Geëngageerde wetenschappers, met boeiende inzichten voor iedereen die van ver of nabij met zorg te maken heeft. En dat zijn we allemaal een beetje. Zorgwijzer kon Pascal De Decker strikken voor een interview.

Deze studie staat niet op zich. Eerder onderzochten jullie al de woonervaringen van oudere eigenaren op het platteland?

“Klopt. En daar bleken opvallende verschillen te bestaan tussen pakweg de Westhoek en de Kempen. Die hadden onder meer te maken met de nabijheid van de kinderen, wat dan weer samenhing met de beschikbaarheid van jobs. Nog een ander onderzoek peilde naar de woonrealiteit van de niet-onbemiddelde ouderen die hun oude dag aan de kust willen slijten.”

Jullie boek begint met een veelzeggend beeld: een zoekertje, amper een postzegel groot, dat op prangende wijze het uitgangspunt illustreert: “Man (81) zoekt vrouw om samen woning te huren. Alleen wonen is veel te duur.”

“Dat toont inderdaad de creativiteit die ouderen willens nillens nodig hebben om na betaling van de huur het einde van de maand te halen. Ze klussen bij, nemen geld aan van familieleden, halen een onderhuurder in huis, of begeven zich in de grijze zone, gewoon om rond te komen. En voor dat geld wonen ze in een onaangepast huis of een moeilijk toegankelijk appartement, terwijl bijna hun hele leven zich thuis afspeelt.”

Hun getuigenissen zijn uit het leven gegrepen. Beklijvende literatuur, waaruit een beeld naar voren komt van relatief mondige ‘plantrekkers’…

“Inderdaad, en zo zijn onze arme ouderen heus niet allemaal. De situatie zal in de realiteit dus best nog wel een stuk erger zijn. En eigenaar zijn biedt trouwens lang niet altijd de garantie dat de woning wél aangepast is aan de behoeften van de ouder wordende bewoners.”

Het probleem zit dus dieper?

“Onze ruimtelijke ordening is zeker mee schuldig aan het feit dat veel ouderen al te zeer aan hun woning gekluisterd zijn. In Vlaanderen is altijd uitgegaan van een woonmodel van eengezinswoningen; ze mochten ingeplant worden op de meest onmogelijke plekken. En op al die plekken, die linten langs onze Vlaamse steenwegen en de verspreid liggende verkavelingen, moeten de zorgverleners zich van de ene naar de andere ‘klant’ haasten. Recent zijn we wel meer appartementen gaan bouwen. Ze staan doorgaans op betere plekken, al blijven ze over het algemeen onaangepast aan een verminderde mobiliteit.”

Maar de thuisverzorger of -verpleegster moet niet vliegensvlug de auto in, naar de volgende geïsoleerde bejaarde en houdt wat tijd over voor een praatje?

“Als de appartementen aangepast zijn, is dat een potentieel voordeel van compacter wonen op redelijk goede plaatsen, maar ook daar hebben we kansen laten liggen. Er zijn er de afgelopen jaren immers al vele tienduizenden gebouwd. Ook al staan die appartementen op betere plaatsen, er staan er toch ook heel wat op plekken waar ze beter niet zouden staan. Er kan nog een drukke steenweg liggen tussen je appartement en de bakker of de buurtwinkel. Steek die maar over met je rollator. En het gaat vooral over hoe die appartementen ontworpen zijn. Als we bij het ontwerpen van die tienduizenden appartementen rekening hadden gehouden met de specifieke behoeften en beperkingen van oudere mensen, dan zagen onze boeken er misschien wel anders uit. Zo lang mogelijk in je huis blijven zou dan in elk geval een stuk realistischer zijn. Maar het gaat helaas nog altijd vaak om gebouwen waarvan de hal enkel via een trap te bereiken is, met een lift waar je met de rolstoel niet in raakt, als hij er al is en werkt uiteraard, met sokkels en opstapjes in de flats en noem maar op. Aangepast is dat niet, ook niet voor ouders met een kinderwagen trouwens. En dan hebben we het nog niet gehad over het openbaar vervoer in de omgeving, de staat van de stoepen, of het ontbreken van rustplekken.”

Onze overheid zet daar een ‘vermaatschappelijking’ van de zorg tegenover…

“Het ideaal dat de overheid ons voorhoudt, is dat van ageing in place: zo lang mogelijk thuis blijven wonen. We zien vandaag eigenlijk twee langetermijnprocessen samenkomen: de afbouw van voorzieningen die inderdaad verre van perfect waren en een bezuinigingslogica. Wie niet meer voor zichzelf kan zorgen, moet ‘het eigen netwerk’ inschakelen. Ik noem dat naïef. Uit ons onderzoek blijkt dat dat netwerk vaak zeer beperkt is. Bovendien moet de hulp ter plaatse geraken. Het woordje place is wel belangrijk: hoe die woonplaats eruit ziet en waar ze gelegen is. Je kan bewust kiezen voor de binnenstad en al wat die te bieden heeft aan winkels en andere functies. Maar als je echt naar mensen in armoede luistert, ontdek je een andere realiteit. Er is in de steden een dubbele instroom: de migratie die door onze respondenten maar matig geapprecieerd wordt en de instroom van hooggeschoolden. De winkels die er zich nu vestigen zijn hip, maar duur. Verkeersarm is leuk, maar de dokter komt niet met de bakfiets, om over de zware boodschappen nog maar te zwijgen, die de schoonzoon sinds het lussenplan van straten verder tot bij jou moet sleuren.”

“Vlaanderen is altijd uitgegaan van een woonmodel van eengezinswoningen; ze mochten ingeplant worden op de meest onmogelijke plekken. En zo moeten de zorgverleners zich van de ene plek naar de andere haasten”

De zogeheten gentrificatie…

“Ja, voor wat het aspect ‘arm’ betreft, maar ze zijn ook nog eens oud en in min of meerdere mate hulpbehoevend en vereenzaamd. Een partner is er in de meeste gevallen al niet of niet meer. Over kinderen in de buurt hebben we het al gehad. En armoede is zelden een geïsoleerde problematiek. Echtscheidingen, alcoholgebruik en andere toestanden hebben vaak al aan het netwerkje geknaagd. En dan nog dekt de zorg die familie en buren kunnen verstrekken lang niet altijd de behoeften. Dat een mantelzorger mee boodschappen doet voor jou is één ding. Dat hij of zij ook je rug komt insmeren of in bad stoppen, is nog heel iets anders.“

Maar dan is er toch nog altijd de professionele zorg?

“Zeker, ambulant en residentieel. Maar ook hier zijn er bezwaren: de kostprijs, de administratieve drempels … En nog eens: wij hebben ‘onze’ mensen bereikt via de verschillende organisaties die hier actief zijn. Als zij dat al een probleem vinden, wat dan met de velen die de weg naar hulp en ondersteuning niet vinden en onder de radar blijven? De bezwaren bij de assistentiewoningen en woonzorgcentra zijn deels dezelfde. De kostprijs, maar ook het imago van het ‘eindstation’. Dat is er sinds de Covid-19-crisis zeker niet beter op geworden. En er komt ook een verhuis bij kijken. Maar uit onze gesprekken blijkt dat de verhuisbereidheid groter is dan we doorgaans geneigd zijn te denken. Mensen hadden het zelfs over het buitenland en ‘naar den buiten’ verhuizen, of naar zee. Dat soort droomscenario’s.”

En als je nu eens zelfs mocht dromen… Wat zou er volgens jullie wel kunnen of moeten gebeuren?

“Het begint met een huzarenstuk, namelijk de nachtmerrie uit het verleden terugdraaien: het woonmodel dat niet de tand des tijds heeft doorstaan en een gigantische maatschappelijke kost met zich meebrengt. ‘Trek je plan’, was het devies. Eigenlijk hebben we al die tijd gedaan alsof iedereen jong en vitaal blijft. Vrij verbijsterend is dat. Maar de echte vergrijzing is nog maar pas ingezet. Het is nog niet te laat, op voorwaarde dat we er voortaan rekening mee houden. Ik zie geen tovermiddelen, maar een algemene verordening voor alle nieuwbouw zou een mooie eerste stap zijn. Laten we er ook van uitgaan dat die nieuwbouw compacte wooneenheden betreft, geconcentreerd rond overzichtelijke kernen met de juiste voorzieningen. En we moeten woonzorgformules stimuleren die zich situeren tussen de twee uitersten van ‘in je huis blijven’ en ‘het woonzorgcentrum’. Er zijn al goede voorbeelden. Bijvoorbeeld ‘Senioren onder de toren’ in Maldegem of het Triamant-project in Zottegem. Maar het mag niet bij die enkele experimenten blijven. Besef dat het straks om heel veel mensen gaat en dat we vandaag niet voorbereid zijn om mensen op de juiste plek en in de juiste woning ouder te laten worden. Ons verhaal is geen nieuw verhaal. Het wordt door dit nieuwe onderzoek alleen in zijn extreemheid bevestigd.”

En investeer in onderzoek naar deze complexe, beleidsoverschrijdende problematiek?

“Met onze onderzoeksgroep hebben we op dit vlak al een traject afgelegd en de respons vanuit de politiek en zelfs het middenveld is zeer beperkt. Hier zijn geen denktanks, geen lobby’s. We zijn er niet structureel mee bezig. Welzijn, wonen, ruimtelijke ordening zijn er niet mee bezig. Apart niet, laat staan samen. En het gaat nochtans om veel mensen. Meer zelfs: we krijgen er allemaal mee te maken.” 

 

TEKST: LUK VANRESPAILLE • BEELD: JAN LOCUS