Eva Dumon

SUÏCIDEPREVENTIE BIJ OUDEREN

VLAAMS EXPERTISECENTRUM SUÏCIDEPREVENTIE ONTWIKKELT PRAKTIJKADVIEZEN VOOR HULPVERLENERS

Wereldwijd tonen sterftecijfers en stu­dies aan dat zelfdoding meer voorkomt bij mensen van zeventig jaar of ouder dan bij eender welke andere leeftijdsgroep. Ondanks die hoge cijfers rust er een groot taboe op het spreken over en het aanpakken van zelfmoordgedachten bij ouderen – zowel bij henzelf als in hun omgeving. Om dat stigma te doorbreken en zorg- en hulpverleners te ondersteunen in het herkennen, bespreekbaar maken en behandelen van die gedachten bij ouderen, werkte het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) enkele praktische adviezen en een e-learning module uit. Een initiatief dat tot stand kwam met de steun van de Vlaamse overheid en dat kadert in het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie. We spraken met Eva Dumon, wetenschapppelijk medewerker bij VLESP en mede auteur van de adviezen.

Wat maakt die ouderen zo kwetsbaar?
“Net zoals bij andere leeftijdsgroepen ontstaan zelfmoordgedachten bij ouderen vanuit een combinatie van een onderliggende kwetsbaarheid en stresserende levensomstandigheden. Het gaat daarbij steeds om een complexe interactie tussen neurobiologische, psychologische, psychiatrische en sociale factoren. Bij ou­deren vormen eenzaamheid en depressieve gedachten belangrijke stressfactoren, net als het omgaan met sociale of lichame­lijke verlieservaringen zoals het overlijden van iemand die hen dierbaar was of het minder autonoom kunnen functioneren. Kwetsbare ouderen zijn gevoeliger voor die verlieservaringen, geven er een andere betekenis aan en zien sneller geen uitweg of redding meer. Dat gebrek aan perspectief, hoop en zingeving kan uitmonden in concrete zelfmoordgedachten of -plannen. Dergelijke depressieve en suïcidale gedachten worden door de omgeving en hulpverleners vaak niet herkend en ten onrechte als ‘bij de leeftijd horend’ beschouwd. Verder zien we in onderzoek dat wanneer een oudere een suïcidepoging onderneemt, die veel vaker fataal afloopt dan bij andere leeftijdsgroepen, wat ook bijdraagt aan het hogere risico.”

Wie en wat willen jullie met deze adviezen bereiken?
“We richten ons met deze adviezen in de eerste plaats tot zorg- en hulpverleners, gaande van thuisverpleegkundigen en maatschappelijk werkers over huisartsen en medewerkers van woonzorgcentra tot gespecialiseerde hulpverleners in de ambulante en residentiële geeste­lijke gezondheidszorg. We hopen zo te kunnen bijdragen aan de preventie van zelf­doding bij ouderen in een zorgsetting. Suïcidepreventie wordt nog te vaak gezien als enkel een taak voor specialisten, zoals psychiaters of psychologen. Het is echter belangrijk dat elke zorg- en hulpverlener alert is voor signalen van suïcidaliteit en daarover in gesprek durft gaan met de oudere, waarna verdere zorg en opvolging kan worden opgenomen door een meer gespecialiseerde hulpverlener. Naast de adviezen en e-learningmodule wordt momenteel ook een training uitgewerkt voor zorg- en hulpverleners om zelfmoordgedachten met ouderen te kunnen bespreken.”

Hoe kunnen zorgverleners mee zorgen voor die bespreekbaarheid?
“Eerstelijnshulpverleners, zoals de huisarts of thuisverzorgers, spelen daarin een cruciale rol. Zij zijn immers vaak de eersten die signalen kunnen opmerken of worden aangesproken door ouderen wanneer het niet goed gaat. Wanneer zij dergelijke signalen opvangen, is het belangrijk dat ze die ernstig nemen en niet zomaar aan de leeftijd toeschrijven. Ze moeten de signalen benoemen en bezorgdheid uiten. Daarmee toon je als zorgverlener aan dat je er wil zijn voor die persoon en dat hij of zij bij jou terecht kan om over dergelijke beladen thema’s te praten. De zorg- of hulpverlener kan dan op zoek naar hoe de persoon die signalen ervaart, welke betekenis ze voor hem of haar hebben en welke impact ze hebben op zijn of haar leven. Het is belangrijk om te luisteren naar het verhaal van de persoon, begrip te tonen en zich te proberen inleven en erkenning te geven voor het lijden van de oudere. De eigen houding ten opzichte van doodswensen en suïcidaal gedrag bij ouderen is een belangrijke factor voor de kwaliteit van de geboden hulp. In welke mate is de hulpverlener ervan overtuigd dat suïcide te voorkomen is bij ouderen? Welke houding neemt die hulpverlener aan ten opzichte van een doodswens en zelfmoordgedachten bij ouderen in vergelijking tot bij jongeren? Een goed contact start met een open houding. Zonder vooroordelen kunnen praten over de doodswens, suïcidale gedachten en intenties leidt tot een dieper contact en kan zo de therapeutische relatie en de zorgkwaliteit versterken.”

Wat kan een hulpverlener doen wanneer de oudere aangeeft dat hij of zij aan suïcide denkt?
“In de eerste plaats kan het voor de oudere al ontzettend veel betekenen om daarover met de zorgverlener op regelmatige basis te kunnen praten. Voor de hulpverlener is het belangrijk om in kaart te brengen wat de aard van de suïcidale gedachten is (frequentie, intensiteit), of de persoon al een concreet plan heeft en welke risicofactoren (eenzaamheid, chronische pijn) en beschermende factoren (sociale steun van een familielid, vriend of buur) er meespelen. Op die manier kan het risico beter worden ingeschat en kunnen er interventies op maat worden opgestart. In de behandeling is het cruciaal zelfmoordgedachten specifiek en herhaaldelijk te bespreken en op te volgen. Onderzoek wijst immers uit dat zelfmoordgedachten niet automatisch afnemen wanneer enkel de ermee samenhangende psychische problematiek, zoals angst of depressie, wordt behandeld. Het is ook nodig en helpend om samen met de oudere, de naasten en andere betrokken hulpverleners maatregelen te bespreken om de veiligheid te bevorderen. Een goede tool daarvoor is het safety plan, een plan op maat dat zorgverstrekkers samen met de oudere kunnen invullen. Je kan het plan raadplegen in de adviezen of downloaden via www.zelfmoord1813.be/safetyplan. Meer interventies en mogelijkheden voor preventie vind je terug in de adviezen.”

Zit je met vragen over zelfmoord of ben je bezorgd over iemand uit je omgeving? Dan kan je terecht op Zelfmoordlijn 1813 of op www.zelfmoord1813.be


SIGNALEN VAN ZELFMOORDGEDACHTEN BIJ OUDEREN
  • Verandering in slaappatroon (vooral slape­loosheid)
  • Verandering in eetpatroon (vooral verlies van eetlust)
  • Gewichtsverlies
  • Extreme vermoeidheid
  • Verhoogde bezorgdheid over lichamelijk functioneren (herhaalde klachten over constipatie, diarree, krampen en pijn, duizeligheid, verhoogd hartritme)
  • Toename in alcoholconsumptie
  • Stemmingswisselingen (vooral lusteloosheid, apathie, boosheid, vijandigheid, nervositeit, snel geïrriteerd zijn, depressief of verdrietig lijken, zich terugtrekken)
  • Uiting van angsten zonder reden
  • Gedragsveranderingen (periodes van roepen, slaan of met dingen gooien of er niet in slagen overeen te komen met familie of vrienden)
  • Verdacht gedrag (buiten gaan op vreemde tijdstippen tijdens de dag of nacht, afscheid nemen)
  • Plotselinge (des)interesse in religie
  • Een doktersbezoek inplannen zonder reden of zeer kort na een eerder doktersbezoek
  • Afnemen van fysieke vaardigheden, algemene verwardheid of een verlies aan begrip, beoordelingsvermogen of geheugen

Die signalen wijzen niet altijd op de aanwezigheid van zelfmoordgedachten, maar moeten wel ernstig worden genomen en verder bevraagd. Zeker wanneer meerdere signalen gedurende langere tijd voor­komen. Extra alertheid is geboden tijdens risicovolle momenten zoals vakantie­periodes, feestdagen, verjaardagen van overleden naasten en overgangsperiodes tussen verschillende zorgtrajecten.

WAAR VIND IK DE ADVIEZEN EN E-LEARNING?

De adviezen zijn gratis te downloaden of te bestellen (in brochurevorm) op www.zelfmoord1813.be/ouderen. De e-learningmodule vind je op www.zelfmoord1813.be/sp-reflex. Zorg- en hulpverleners die een account aanmaken, ontvangen een certificaat na het doorlopen van de e-learning.

Voor vragen of meer info kan je terecht bij het Vlaams Expertisecentrum Suicide­preventie op info@vlesp.be.


TEKST: EVELIEN CHIAU • BEELD: PETER DE SCHRYVER