olivier bollen

ASSIP: ATTEMPTED SUICIDE SHORT INTERVENTION PROGRAM

SUÏCIDEPREVENTIE IN MOBIEL CRISISTEAM

Wie ooit een suïcidepoging heeft ondernomen, loopt een groot risico dat opnieuw te doen. Die mensen vormen dan ook een bijzondere doelgroep voor suïcidepreventie. Met ASSIP is er nu een specifiek programma voor hen. De eerste internationale resultaten zijn veelbelovend: tot 80% reductie van de kans op een nieuwe poging. Dr. Olivier Bollen en zijn team voeren sinds begin 2017 in ons land een pilootproject met ASSIP.

Als psychiater van het mobiel crisisteam Reling 2A Zuid in Limburg wordt dr. Olivier Bollen heel frequent geconfronteerd met suïcidaliteit. “In 2016 was meer dan 60% van de patiënten van ons mobiel team gelinkt aan suïcidale gedachten, 10% waren suïcideplegers. Al een hele tijd zijn we op zoek naar betere zorg voor die patiënten. We weten immers dat de grootste risicofactor op een suïcidepoging een eerdere poging is. Hoe meer pogingen iemand onderneemt, hoe groter de kans dat er nog een poging zal volgen. Als we willen inzetten op preventie, moeten we daarom sterk op die doelgroep focussen.”

“Op een congres van de Europese Vereniging Suïcidepreventie maakte ik enkele jaren geleden kennis met Konrad Michel. Hij sprak er over ASSIP – Attempted Suicide Short Intervention Program. Het gaat om een kortdurend programma, wat goed past binnen de opzet van het mobiel team, dat patiënten doorgaans een viertal weken opvolgt. Voor ASSIP bestond toen nog geen wetenschappelijke evidentie. Wel was er een boek over verschenen in het Duits en in het Fins. In 2016 volgde een eerste studie, gepubliceerd na onderzoek aan de universiteit van Bern. De resultaten waren veelbelovend, met 80% reductie op het risico van suïcide. Er verscheen ook een Engelse handleiding en ik ben me erin gaan verdiepen.”

NIEUW INZICHT

“Het idee achter ASSIP is dat de suïcide losstaat van de psychopathologie. Vaak beschouwen we de suïcidaliteit bijvoorbeeld als deel uitmakend van een depressie. De redenering is dat als je erin slaagt de depressie te behandelen, je dan ook de suïcidaliteit wegneemt. Natuurlijk zijn er overlappingen, maar ASSIP stelt dat het de moeite loont om bovenop de behandeling van de depressie afzonderlijk ook de suïcidaliteit aan te pakken. Concreet schrijft ASSIP drie sessies voor. Een eerste sessie bestaat uit een narratief interview: de patiënt keert al vertellend terug naar zijn suïcidepoging. Je brengt hem terug in die suïcidale modus. Wat heeft geleid tot de suïcidepoging, hoe voelde hij zich, wat ging er in hem om…? Het hele interview wordt op video opgenomen.”

“De tweede sessie is een exposure-sessie: de patiënt confronteren met de beelden. Samen met de patiënt bekijken we de video-opname van de eerste sessie in een veilige omgeving. We analyseren samen het narratief. Wat had de patiënt anders kunnen doen? Hoe had hij nog kunnen reageren? Na de tweede sessie krijgt de patiënt een psycho-educatieve huiswerkopdracht mee.”

“Dat huiswerk bespreken we tijdens de derde sessie. Aansluitend stellen we in overleg een veiligheidsplan op. Dat geeft de patiënt houvast en zo weet hij hoe hij kan reageren in een crisissituatie.”

“Na deze drie of soms ook vier sessies, krijgt de patiënt gedurende twee jaar semi-gestandaardiseerde brieven. Die polsen bij de patiënt hoe het hem vergaat en herinneren hem aan het veiligheidsplan. De brieven zijn vaste sjablonen, waar we kort iets persoonlijks aan toevoegen. Het eerste jaar krijgt de patiënt vier brieven, het tweede jaar nog twee. Patiënten die contact willen met ons, kunnen zich aanmelden via de huisarts. Maar voor de groep van hoogrisicopatiënten is de afspraak dat ze ons altijd rechtstreeks kunnen contacteren.”

DREMPELVERLAGEND

“Aanvankelijk stond ik wat sceptisch tegenover het gebruik van de video. Ik vreesde dat veel patiënten daarop zouden afhaken. Maar dat blijkt niet het geval. In januari 2017 zijn we met het ASSIP-programma gestart. We hebben ondertussen 44 patiënten na een suïcidepoging die we het ASSIP hebben voorgesteld, van wie er vijf hebben geweigerd, maar geen enkele door de video-opname. Drie patiënten vielen buiten de criteria, omdat er sprake was van herhaald zelfverwondend gedrag en dan is een meer intense begeleiding nodig. Ook mensen met een psychose of een matige of ernstige mentale beperking vallen buiten de doelgroep.”

“Na de drie sessies krijgt de patiënt gedurende twee jaar semi-gestandaardiseerde brieven. Die polsen bij de patiënt hoe het hem vergaat en herinneren hem aan het veiligheidsplan.”

“De indicatiestelling voor ASSIP gebeurt door mezelf als psychiater. Veel patiënten vertellen niet meteen dat er een suïcidepoging geweest is. De patiënt moet evenwel bereid zijn om erover te praten. Dat is dikwijls niet het geval. ‘Ik ben oké nu en ik wil het er niet meer over hebben’ is een veel voorkomende reactie. Wat ik wel vaststel, is dat de drempel om erover te praten verlaagt nu er een specifiek aanbod is dat zich richt op de suïcidaliteit. Sommige patiënten verkiezen zelfs om de gewone behandeling na enkele sessies te stoppen en enkel door te gaan met ASSIP, hoewel ASSIP in principe een behandeling is die bovenop de reguliere behandeling komt. Het ASSIP-programma zelf wordt trouwens begeleid door een psycholoog of een ervaren verpleegkundige van het mobiel team. Ook zij ervaren ASSIP als een heel positieve aanvulling op ons aanbod.”

PERSOONLIJKER VEILIGHEIDSPLAN

“Bijzonder aan onze aanpak is dat we de drie of vier sessies bij de patiënt thuis organiseren. In de studie van de universiteit Bern ging het om sessies in de consultatieruimte. De context is echter belangrijk: het lijkt ons gemakkelijker voor de patiënt om terug te keren naar de suïcidale modus in de eigen context.”

“Een sterk punt van ASSIP is het zeer gepersonaliseerde veiligheidsplan. Dat is te danken aan de video-opname en de gezamenlijke analyse van de beelden en het narratief. Elk veiligheidsplan is in principe wel gepersonaliseerd, maar in de praktijk blijven we vaak in algemeenheden steken. Dankzij dat narratief en de video gaan we dieper, samen met de patiënt. Het wordt nog meer hún plan.”

“Voor resultaten is het natuurlijk nog te vroeg”, zegt dr. Bollen. “Wel volgen we alles nauw op in samenwerking met het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie. Er zijn bijkomende studies nodig. Ook in Finland loopt op dit ogenblik een studie. Voor Vlaanderen zijn wij het eerste pilootproject. We hebben contact met de collega’s in Bern en wisselen ervaringen uit. Ik heb er een groot vertrouwen in dat ASSIP een meerwaarde zal blijken te zijn.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS