johan truyens

26 september 2017

OKRA PLEIT VOOR BEWONERSVERTEGENWOORDIGER IN RAAD VAN BESTUUR WOONZORGCENTRA

RESPECT VOOR HET LEVENSVERHAAL VAN DE BEWONER: DAT IS PARTICIPATIE

De ouderenvereniging OKRA zet zich sinds jaar en dag in voor de rechten van ouderen, ook in woonzorgcentra. Het thema participatie ligt OKRA dan ook nauw aan het hart. Johan Truyers is adjunct-algemeen directeur van OKRA en verantwoordelijke voor de studiedienst. Hij pleit voor respect voor het levensverhaal van elke bewoner én voor een vertegenwoordiger van de bewoners in de raden van bestuur.

“OKRA werkt al sinds het einde van de jaren 1970 constructief met woonzorgcentra en de bewoners samen”, zegt Johan Truyers. “Dat gebeurt vooral vanuit de lokale gemeenschap. Het openstellen van activiteiten van OKRA voor bewoners van woonzorgcentra hebben we altijd beschouwd als een vorm van participatie. Vroeger waren woonzorgcentra eilandjes op zich, los van de maatschappij. Met de KBG, zoals OKRA toen nog heette, wilden we dat doorbreken. Als bewoners van woonzorgcentra kunnen participeren aan activiteiten in de lokale gemeenschap, dan blijven ze deel uitmaken van die gemeenschap. OKRA bezoekt ook haar leden in woonzorgcentra. Wij laten niemand los. Ook de zwaar zorgbehoevenden blijven we zoveel mogelijk betrekken. Dat is onze basisfilosofie. Dankzij de 1.100 lokale trefpunten van OKRA lukt dat vrij goed.”

“Woonzorgcentra staan open voor samenwerking met OKRA en andere verenigingen. We zijn daar erg blij om. Alleen toen in 2003 de animatiefunctie in woonzorgcentra gesubsidieerd werd, hebben wij het even lastig gehad. Veel vrijwilligers die voor OKRA werkten, zijn toen onder impuls van de animatoren als vrijwilliger naar een woonzorgcentrum getrokken. OKRA heeft toen grote inspanningen gedaan om nieuwe vrijwilligers aan te trekken, wat ook gelukt is.”

KLACHTENDOSSIERS

“Sinds 2010 is OKRA erkend als gebruikers- en mantelzorgorganisatie. Wij vertegenwoordigen dus ook officieel de gebruikers. Dat betekent onder meer dat bewoners en familieleden bij ons terechtkunnen met klachten over woonzorgcentra. Jaarlijks gaat het om een 100 à 150-tal meldingen. Daar zitten soms stevige dossiers bij, waarvoor we dan samenwerken met de admini­stratie en met de inspectie. Wij proberen die klachten beleidsmatig te vertalen.”

“Zo was er een woonzorgcentrum van een commerciële groep, waar zelfs de basisprocessen compleet verkeerd liepen. Familieleden van bewoners hadden zelfs een beurtrol afgesproken, zodat er toch telkens iemand aanwezig was bij de medicatieronde en de maaltijden. Uiteindelijk hebben die familieleden OKRA gecontacteerd. De inspectie heeft het woonzorgcentrum bezocht en er werd een remediëringsplan opgesteld. In de praktijk veranderde er echter maar weinig. Op vraag van de families is OKRA toen met dat dossier naar de pers gestapt. Ja, soms zit er weinig anders op. De directies in de commerciële centra zijn dikwijls ook maar pionnen in een groot concern. Overleg is dan moeilijk.”

johan truyens

“Maar ook vanuit niet-commerciële woonzorgcentra krijgen we uiteraard weleens klachten. Een dochter die jarenlang zelf voor haar moeder had gezorgd, had het heel moeilijk met de manier waarop de zorg georganiseerd werd in het woonzorgcentrum. Dat lag bijzonder emotioneel. We hebben de twee partijen samengebracht, maar dat heeft ons niet veel verder geholpen. Wij raden woonzorgcentra daarom aan om bij een opname voldoende tijd te nemen om te luisteren naar de levens­geschiedenis van de bewoner: wat vindt hij of zij belangrijk, waaraan hecht hij waarde, welke eetgewoonten heeft hij… En na zes maanden volgt best een evaluatie met de bewoner en de familie: is de bewoner geïntegreerd? voelt hij zich thuis? Hoe meer woonzorgcentra rekening houden met die persoonlijke geschiedenis van elke individuele bewoner, hoe gelukkiger de mensen zullen zijn. Die aandacht voor het levensverhaal is ook participatie. Daarvoor is vandaag soms te weinig tijd. Een opmerking die we vaak horen van familieleden, is dat ze voelen dat er personeelstekort is in de woonzorgcentra.”

INSPRAAK EN PARTICIPATIE

“De inspraak van bewoners en familie in de woonzorgcentra neemt gelukkig toe. Er is de klachtenbehandeling, de bewonersraad, de familieraad… Toch hebben wij met OKRA het gevoel dat dat allemaal erg geformaliseerd is. Nogmaals: het integreren van het levensverhaal van elke bewoner in de dagelijkse zorg- en woonafspraken, kan een wezenlijk verschil maken. Misschien ligt hier een coördinerende rol voor de animatieverantwoordelijke? Het mag natuurlijk niet zo zijn dat de zorg aan de zorgmedewerkers wordt toevertrouwd en het levensverhaal aan de animator: het zijn geen gescheiden werelden. Verder zou elke bewoner een eigen aanspreekpersoon in de organisatie moeten hebben. Iemand die ook de levensgeschiedenis kent, een vertrouwenspersoon is en de contacten met de familie onderhoudt.”

“Ook het bewonersdossier kan een instrument zijn om de participatie te bevorderen. Dat zou een soort leerplan moeten worden dat gedurende heel de opname telkens aangevuld en aangepast wordt in functie van wijzigende omstandigheden of bijzondere gebeurtenissen. Zo zou de familie die bijvoorbeeld in het weekend op bezoek komt, bepaalde informatie hieruit moeten kunnen inzien. Daarom niet alles, maar toch zo dat de familie weet of er iets bijzonders gebeurd is: een valaccident, een slechte dag, verloren gelopen… De medewerkers die hierbij betrokken waren, zijn er vaak niet in het weekend, waardoor die informatie moeilijk doorsijpelt of verloren gaat. Een toegankelijk bewonersdossier zou de interactie zeker ten goede komen.”

RAAD VAN BESTUUR

“Op termijn moeten we evolueren naar een vertegenwoordiging van bewoners in de raden van bestuur, zoals dat vandaag al het geval is in Nederland. Met reële inspraak van de bewoners in wie hen vertegenwoordigt. Die persoon moet dan regelmatig contact onderhouden met de bewoners en hun families. In Nederland staat de cliëntenraad op hetzelfde niveau als de ondernemingsraad. Bij ons is daarvan nog geen sprake. Sommigen zullen opmerken dat bewoners daarvan niet wakker liggen, maar de familie wel. Bovendien zal de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de bewoners de manier waarop de raad van bestuur werkt en communiceert, grondig veranderen. Dat zien we ook in de sector voor personen met een beperking, waar de eerste aanzet in die richting gegeven is. De besluitvorming loopt er anders, met andere discussies en andere beslissingen. Zelfs als de cliëntenvertegenwoordiger geen stemrecht heeft, dan nog maakt zijn aanwezigheid het verschil. Zijn aanwezigheid herstelt de voeling met de cliënt, die nu soms ontbreekt op een raad van bestuur, zeker bij de grote commerciële groepen. Die cliëntenvertegenwoordiging zou trouwens niet meer dan normaal zijn: 50% van de middelen van een woonzorgcentrum komt van de overheid, 50% van de bewoners. Voor de duidelijkheid: die vertegenwoordiger hoeft geen bewoner te zijn, maar wel iemand met het juiste profiel; iemand die kan meepraten op het niveau van een raad van bestuur en die kan terugkoppelen naar de bewoners en hun familie.”

“Met OKRA zien we het begrip participatie trouwens breder dan louter de zorg. Bewoners leven 24 uur op 24 in het woonzorgcentrum. Dat zijn mensen met bepaalde interesses, vrijetijdsbeleving, een culturele belangstelling… Hoe houden we daarmee rekening? Gelukkig zien we meer en meer woonzorgcentra die initiatieven nemen in die richting. Jammer genoeg ontbreken hiervoor vaak de middelen. Elk woonzorgcentrum moet prioriteiten stellen, dat besef ik maar al te goed. Vandaar dat ons pleidooi geen verhaal is van OKRA tegenover de woonzorgcentra. Integendeel, we willen constructief met de woonzorgcentra samenwerken. We hebben nog een hele weg af te leggen. Hopelijk biedt het nieuwe woonzorgdecreet hiervoor de nodige ruimte en incentives.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: PETER DE SCHRYVER