mie moerenhout

26 september 2017

MIE MOERENHOUT, VOORMALIG DIRECTEUR VLAAMSE OUDERENRAAD

PARTICIPATIE IS IN DE EERSTE PLAATS EEN ATTITUDE

Mie Moerenhout werkte 15 jaar als directeur van de Vlaamse Ouderenraad. Begin dit jaar ging ze met pensioen, al hoort ze dat woord niet zo graag. “Schrijf liever dat ik mijn professionele loopbaan afgerond heb”, lacht ze. Wat helemaal niet betekent dat Mie Moerenhout niet meer actief is. Voor een gesprek over inspraak en participatie van ouderen maakt ze graag tijd vrij. Wat de participatie van bewoners in woonzorgcentra betreft, is ze duidelijk: kleinschaligheid en luisteren, dat is de basis.

“Ik was 40 jaar toen ik besliste om gerontologie te studeren aan de VUB. Ik wou iets doen met en voor ouderen. Aangezien ik geen verpleegkundige opleiding had, bleek dat in de praktijk niet zo eenvoudig. Tot toenmalig minister Mieke Vogels besliste om de Vlaamse Ouderenraad – toen nog het Vlaams Ouderen Overleg Komitee – te subsidiëren. Ik solliciteerde en werd de eerste – en toen ook enige – medewerker. Ik heb de kans gekregen om de Vlaamse Ouderenraad mee uit te bouwen. Van meet af aan was het perspectief niet alleen de zorg, maar de hele levenssfeer van de ouderen. Oud zijn betekent niet noodzakelijk ‘zorgbehoevend zijn’. Ouderen hun stem laten horen over alle aspecten van hun leven in de samenleving: dat was ons streven. Thema’s als mobiliteit, sport en cultuur, wonen en inkomen, zijn even belangrijk als het thema zorg.”

“Al in de jaren 1970 waren er tal van lokale initiatieven die de inspraak van ouderen probeerden in goede banen te leiden. Vandaag bestaat in 90% van de gemeenten een lokale ouderenraad. De aanwezigheid in het maatschappelijk weefsel is dus groot. Ouderen vinden het normaal dat de gemeente voor projecten die een impact hebben op het leven van ouderen, de ouderenraad consulteert. Bijvoorbeeld als het over de bouw van assistentie­woningen gaat. Ook op provinciaal niveau zijn er ouderenraden actief. Met de herschikking van de bevoegdheden is er op dat niveau echter nog onzekerheid. Vlaanderen zou die bevoegdheden overnemen, maar hoe dat in de praktijk zal verlopen, is nog koffiedik kijken. Verder is er ook op federaal niveau een ouderenraad, net als in Brussel, Wallonië en in de Duitstalige Gemeenschap. Daarnaast maakt de Vlaamse Ouderenraad ook deel uit van het Age Europe Platform, een soort van Europese ouderenraad. Om maar te zeggen: de structuren zijn er vandaag alleszins.”

WE ZIJN ER NOG NIET

“De participatie is in de loop der jaren toegenomen, maar we zijn er nog niet. Ouderenparticipatie moet op heel wat terreinen nog meer ernstig genomen worden. In het debat over de pensioenen bijvoorbeeld, worden ouderen niet betrokken. Ja, de federale ouderenraad wordt om advies gevraagd, maar daar houdt het op. De vakbonden zijn wel een gesprekspartner, maar de ouderen zelf, die aan den lijve ondervinden wat het betekent om te leven met een pensioen, worden niet uitgenodigd. Dat maakt dat in die en in andere beslissingen vaak te weinig rekening gehouden wordt met de realiteit waarin ouderen leven.”

mie moerenhout

“Van alle beleidsdomeinen is Welzijn en Zorg het domein dat het meest een beroep doet op de Vlaamse Ouderenraad. Geregeld wordt om advies gevraagd. Dat is uiteraard prima, maar het blijft jammer dat ouder worden blijkbaar nog grotendeels beperkt blijft tot het zorgthema. Er wordt nog te veel vanuit het medisch model gedacht. In de taskforce die het nieuwe ouderenzorgbeleid voorbereidt, is de Vlaamse Ouderenraad betrokken partij. Daarmee willen we wegen op de decreetwijzigingen. Dat willen we ook op andere terreinen.”

“Op lokaal niveau is het iets gemakkelijker om de stem van de ouderen te laten horen. De lokale ouderenraden maken memoranda en adviezen. Ze handelen over concrete dossiers waarvan ouderen wakker liggen. Bijvoorbeeld het mobiliteitsthema, over de begaanbaarheid van voetpaden, fietspaden en de ruimtelijke ordening. Hetzelfde geldt voor het thema wonen. Ouderen willen, zoals weleer, liefst thuis blijven wonen. Assistentiewoningen zijn vaak veel te duur. Ze worden te dikwijls als mastodonten gebouwd, vlakbij een woonzorgcentrum: het lijken wel getto’s. Kleinschaliger projecten en een betere spreiding over de gemeente zijn veel aantrekkelijker voor ouderen, die graag in hun vertrouwde omgeving blijven wonen. We moeten bij het bouwen en verbouwen inzetten op meegroeiwoningen, wat de aanpassing van de woning faciliteert. Het is ook niet evident om als 80-plusser je huis te verbouwen. Vaak ontbreekt de energie om je dat nog allemaal aan te trekken. Je verandert die realiteit niet in één-twee-drie. Daarom pleit ik voor een langetermijnvisie van alle beleidsniveaus. Want als we er vandaag niet mee beginnen, dan worstelen we over 20 jaar nog altijd met dezelfde problemen.”

INSPRAAK IN WOONZORGCENTRA

“Wat de inspraak en participatie van ouderen in woonzorgcentra betreft, heb ik het gevoel dat er nog een hele weg af te leggen is. Wat betekent een bewoners- of familieraad als die maar eens in de twee maanden samenkomt? Bewoners moeten voortdurend beluisterd worden. Zij wonen en leven daar wel hé. Ik merk in de praktijk dat er veel regeltjes zijn. Onlangs nog vroeg een koor om ’s avonds in het woonzorgcentrum te repeteren. Helaas: de regel in dat woonzorgcentrum zegt dat om 19u de deuren sluiten. Voor de veiligheid. Een beetje meer soepelheid zou hier wel mogen om de wisselwerking met de samenleving mogelijk te maken. Kwaliteit is voor mij een kwestie van er zijn voor de mensen. Tijd maken, luisteren, luisteren en nog eens luisteren. Met de huidige middelen is dat mogelijk, maar dat vraagt een andere aanpak. Het klopt niet als bewoners hun leven hele­maal moeten veranderen als ze naar het woonzorgcentrum verhuizen. Het woonzorgcentrum moet de kans geven om hun leven voort te zetten. Mensen zijn huiselijkheid en kleinschaligheid gewoon en plots moeten ze collectief gaan leven. Ze verliezen de controle over hun eigen leven. Hoe kan er dan nog sprake zijn van actief ouder worden, participatie en inspraak? Vandaar nogmaals mijn pleidooi voor een kleinschalige aanpak waar met de bewoners onderhandeld wordt en het welzijn bereikt wordt door maatwerk.”

“Participatie en inspraak is eerst en vooral een houding, een attitude. Als medewerkers en bewoners in het woonzorgcentrum evenwaardig zijn, samen dingen doen, luisteren naar elkaar en rekening houden met elkaar, dan krijg je participatie en inspraak. Participatie dwing je niet af via wetgeving, een bewonersraad en klachtenbehandeling. Neem gewoon de tijd om te luisteren naar mensen. Dat is het begin van alles. In participatie dient van beide kanten geïnvesteerd te worden. Zo kan iedereen waardig ouder worden.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: PETER DE SCHRYVER