dirk van herpe

23 mei 2017

NETWERK KLEINSCHALIG GENORMALISEERD WONEN

ONZE MEDEWERKERS LUISTEREN NAAR 176 DIRECTEURS

Directeur Dirk Van Herpe van wzc Den Olm in Bonheiden is sinds twee jaar voorzitter van het Netwerk Kleinschalig Genormaliseerd Wonen (KGW). De voorzieningen die deel uitmaken van dat netwerk organiseren de zorg voor mensen met dementie volgens vijf principes die de ‘normalisatie’ in de hand werken. “Wij respecteren zoveel mogelijk de autonomie van elke bewoner. Maar ook geborgenheid is belangrijk”, stelt Dirk Van Herpe.

“Toen ik voorzitter werd, wou ik onze drijfveren en uitgangspunten opnieuw helder krijgen. Daarom hebben we een ‘reiswijzer’ opgesteld voor al wie interesse heeft in KGW voor personen met dementie. Naast KGW, dat uitgaat van 8 tot 16 bewoners per wooneenheid, zijn er immers tal van andere kleinschalige initiatieven. Specifiek aan onze benadering is de visie op zorg en welzijn die ook oog heeft voor het bouwkundige en architecturale, voor de buurtgerichtheid en de sociale aspecten. We werken met vijf principes vanuit de aandacht voor ‘normalisatie’.”

INTEGRATIE EN PARTICIPATIE

“Een eerste werkingsprincipe is de integratie en de participatie van de bewoner. Dat begint met heel open en breed te luisteren naar de noden van de cliënt zelf. In het geval van iemand met dementie horen daar ook de familie en de mantelzorgers bij. Wij beschouwen dementie overigens als een groeimodel, niet als een deficit model. Dat betekent dat we vertrekken vanuit de mogelijkheden van elk individu, niet vanuit de beperkingen, en dat we de maat en het ritme van de bewoner volgen. We denken niet vanuit de organisatie, maar vanuit de cliënt. Logisch toch? In de praktijk is dat niet altijd even gemakkelijk.”

“Niet onze normen en wensen staan centraal, noch die van de familie, maar in de eerste plaats die van de cliënt zelf. Wij proberen altijd de meest kwetsbare te beschermen.”

“Het hoort tot de cultuur van een huis hoe er wordt omgegaan met vragen van een bewoner. Neem nu iets simpels als opstaan en ontbijten. We willen iedere bewoner de kans geven om zelf te kiezen wanneer hij opstaat voor een ontbijt. Maar de realiteit zorgt voor praktische grenzen. Daarom werken wij zoals in een hotel: bewoners kunnen ontbijten tussen 8.00 en 10.00 uur. En als mensen zich ziek voelen of ervoor kiezen om tot 11.00 uur te slapen, dan kan dat ook. Een ander belangrijk aspect is het respect van de regie over het eigen leven. Zodra mensen zorgafhankelijk worden en de autonomie over hun lichaam verliezen, hebben we als zorgverleners de neiging om tussen te komen en over te nemen. We doen dat vaak zonder daar verder vragen bij te stellen. Toch moeten we dat doen. Door de bewoner expliciet te vragen hoe hij de verzorging ‘s morgens wenst, laat je hem de regie houden. Het lijkt iets kleins, maar het maakt een wereld van verschil. We moeten ook onze routines los durven te laten. Natuurlijk is het goed als we alle bewoners in de voormiddag kunnen verzorgen. Maar misschien kan het klein toilet ’s morgens gebeuren en kan de bewoner in de namiddag in bad? Dat geeft meer ruimte voor de bewoner om zelf te kiezen en te beslissen, weg van het paternalisme. Dit zorgt trouwens ook voor minder stress en werkdruk tijdens de ochtend­uren, waardoor de zorg rustiger en op het tempo van de bewoner kan verlopen.”

“Zo zijn er duizend kleine en grote vragen. We moeten luisteren naar wat iemand belangrijk vindt en zo weinig mogelijk overnemen. Dat moet in het hoofd van de directie, de staf en de leidinggevenden ingebakken zitten, maar evenzeer in dat van elke medewerker. Ons model is een sociaal-agogisch model van wonen met zorg. Door het wonen veel aandacht te geven en de zorg met maximale inspraak van de bewoner te verlenen, verhogen we de kwaliteit en het welzijn voor de bewoner. Het is een uitdaging om die cultuur elke dag waar te maken. Het is ook een ethisch aandachtspunt. Zo had een team onlangs een discussie over wat wij intussen de ‘ethiek van de puree’ hebben genoemd. Wat als een bewoner alleen puree wil eten en geen groenten? Sommige zorgverleners zullen toch proberen de bewoner te overhalen ook vis en groenten te nemen. Anderen zullen de keuze van de bewoner respecteren. Zorg op maat gaat trouwens veel gemakkelijker in een kleinschalige omgeving. In een leefgroep met 8 of 16 bewoners kennen de zorgmedewerkers elke bewoner door en door en dan lukt het beter om de principes van normalisatie te respecteren.”

ZORG OP MAAT

“Het tweede werkingsprincipe van KGW is zorg op maat. Dat houdt in dat je oog hebt voor de mens achter de bewoner, voor zijn levensgeschiedenis, zijn interesses, voor wat hij kan en wil. En daar moet je je zorg en ondersteuning dan op afstemmen. Luisteren naar elke individuele cliënt, heeft bijvoorbeeld een impact op de activiteiten die je organiseert. Elke bewoner heeft zijn eigen hobby’s en interesses. Dat zie je aan het aantal ateliers dat we aanbieden: kaarsen maken, tekenen, schilderen,… We sluiten zo goed mogelijk aan bij vroegere of actuele interesses van bewoners. Voor elke vraag proberen we een aanbod te ontwikkelen. Ook hier is de uitdaging om in nauwe samenwerking met mantelzorgers en vrijwilligers steeds opnieuw de bewoner centraal te stellen en ons aanbod en werkwijze hierop af te stemmen. Mantelzorgers participeren ook in de zorg en er zijn tal van formele en informele contacten.”

dirk van herpe

“Voor veel mensen ben ik de ‘directeur’ van Den Olm, maar ik zeg wel eens aan onze medewerkers dat zij 176 directeurs hebben: het zijn de bewoners naar wie ze moeten luisteren. Ook hier weer zijn de kleine aandachtspunten belangrijk. Medewerkers moeten niet alleen aankloppen voor ze een kamer binnengaan, ze moeten ook het antwoord afwachten en de toestemming krijgen om binnen te komen. Dat is pas respect voor de privacy.”

KWALITEIT VAN LEVEN

“Het derde principe is de kwaliteit van leven. Ook hier geldt dat de cliënt aan het roer staat. Niet wij beslissen wat kwaliteit van leven voor hem is, neen, dat bepaalt hij zelf. Dat is zo voor wie beginnend wordt geconfronteerd met dementie tot en met voor wie palliatieve zorg krijgt. Wij gaan mee met het traject van de individuele bewoner. Niet onze normen en wensen staan centraal, noch die van de familie, maar in de eerste plaats die van de cliënt zelf. Wij proberen altijd de meest kwetsbare te beschermen. Als ik van een familielid de vraag krijg hoe wij tegenover euthanasie staan, antwoord ik dat dat niet de juiste vraag is: wat de cliënt wil, telt. Het is altijd een heel individueel verhaal, zonder vooringenomenheid of vooroordelen. Ook dit derde principe kan je eigenlijk maar realiseren in een kleinschalige omgeving: je moet de bewoner echt goed kennen om zorg op maat te kunnen bieden.”

KWALITEIT VAN RELATIES

“Kwaliteit van relaties is het vierde principe. Sociale contacten zijn ontzettend belangrijk in elk stadium van de ziekte. Dankzij de voortdurende aandacht voor presentie van de medewerkers, vrijwilligers, familie en mantelzorgers zijn er veel sociale contacten in KGW. Dat is een absolute meerwaarde voor de bewoner met dementie. Door de rust en de presentie in een kleine unit ontstaan er zinvolle kwalitatieve relaties, zowel bij de maaltijden als bij andere momenten tijdens de dag. En net zoals thuis zijn bewoners ook af en toe eens alleen in een leefruimte, maar op korte afstand steeds omringd. Door deze manier van familieparticipatie ontstaat er lotgenotencontact, dat voor familieleden waardevol en ondersteunend kan zijn.”

TUSSEN AUTONOMIE EN GEBORGENHEID

“Het vijfde principe, ten slotte, heet ‘tussen autonomie en geborgenheid’. Wij respecteren zoveel mogelijk de autonomie van elke bewoner. Vrijheidsbeperkende maatregelen worden maar zelden toegepast en nooit als ‘gemakkelijkheidsoplossing’. Zolang mensen het kunnen, beleggen ze zelf hun boterham en scheppen ze zelf hun eten op. Maar ook geborgenheid is belangrijk.

Dementie is een evoluerende ziekte. Als het niet meer alleen gaat, dan bieden wij een veilig kader, een kader van geborgenheid. Soms moeten we volledig overnemen en is autonomie niet meer mogelijk, al blijft de regie over de beslissingen zo lang en zo veel mogelijk bij de cliënt.”

“Kleinschalig genormaliseerd wonen bestaat al enige tijd, maar verdient vandaag een nieuwe impuls. De kern is dat we kijken en luisteren naar de persoon achter de bewoner. De bewoners van morgen zullen meer nog dan die van vandaag op hun onafhankelijkheid en hun autonomie staan. Zij stellen andere eisen en komen met andere verwachtingen naar het woonzorgcentrum. Mensen worden mondiger, ook in het woonzorgcentrum. De regie over het eigen leven wordt voor de komende generatie een nog belangrijker aandachtspunt. Samen in een kring zitten en zingen? Dat zal niet meer zo evident zijn, lijkt me. We zullen creatiever uit de hoek moeten komen en beter inspelen op de wensen van de mensen. Investeren in een goede visie, organisatie en architectuur biedt groeikansen en uitdagingen om het huidig woonzorgcentrum met wooneenheden voor 30 bewoners om te vormen. Verandering en out-of-the-box denken biedt ruimte voor innovatie en kwaliteitsverbeteringen.”

Waarom worden de principes van KGW eigenlijk alleen voor mensen met dementie naar voren geschoven, willen we tot slot graag weten. Dirk Van Herpe: “Je hebt een punt: die basisprincipes zijn in alle zorgcontexten belangrijk. Maar wij focussen op de meest kwetsbare groep: mensen die erg zorgafhankelijk zijn maar toch ook autonomie, kwaliteit van leven en de regie over hun leven nastreven. Bovendien verwacht ik een evolutie waarbij mensen met een fysieke zorgafhankelijkheid andere woonvormen gaan zoeken. Zij kunnen vaak langer thuis blijven wonen met de nodige omkadering. De persoonsvolgende financiering die er naar verluidt tegen 2020 aankomt, zal die evolutie nog versterken. Mensen zullen gemakkelijker iemand betalen om thuis voor hen te zorgen. Je kunt fysiek afhankelijke mensen ook gemakkelijker even alleen laten, bijvoorbeeld met een oproepsysteem. Bij mensen met dementie ligt dat moeilijker. Het is een aparte doelgroep, voor wie aanwezigheid en continue afstemming en begeleiding zoveel rust brengen. En wat je voor de meest kwetsbare ouderen doet, is automatisch van toepassing is voor andere doelgroepen.”


NETWERK KLEINSCHALIG GENORMALISEERD WONEN

Het Netwerk Kleinschalig Genormaliseerd Wonen (KGW) bestaat een tiental jaar. Vandaag telt het 17 voorzieningen. Bijkomende initiatieven starten op en kunnen mogelijks later aansluiten. Het netwerk wordt wetenschappelijk ondersteund door LUCAS (KU Leuven) en door het Expertise­centrum Dementie Vlaanderen.

Op vraag van het kabinet WVG werkt het Netwerk KGW mee aan een project om good practices aan te leveren voor een integraal referentiekader kwaliteit van zorg, wonen en leven voor mensen met dementie. Dat gebeurt in samenwerking met het Expertisecentrum Dementie.

Daarnaast werd het Netwerk KGW gecontacteerd in het kader van PREZO Woonzorg om input te geven voor een verdiepingsmodule dementie en de uitwerking van een kwaliteitslabel KGW.

“De kracht van het Netwerk KGW is dat we onze visie daadwerkelijk in de praktijk hebben gebracht. Drie pijlers zijn belangrijk in onze werking. Die versterken elkaar in een formule van vermenigvuldiging: visie x organisatie x architectuur. Als één van deze elementen nul is, dan is het resul­taat automatisch ook nul. Je hebt ze alle drie nodig voor KGW.”

“Wij laten onze eigen voorzieningen trouwens zelf ook geregeld screenen. We visiteren elkaar en houden elkaars werking kritisch tegen het daglicht. Want uiteindelijk moet onze visie op de werkvloer worden gerealiseerd. Ook andere organisaties kunnen trouwens van onze expertise gebruikmaken”, besluit Dirk Van Herpe.

Huidige leden van het Netwerk KGW: 
De Weister (Aalbeke); Regina Coeli (Brugge); Sint-Anna (Bulskamp); Het Gulle Heem (Gullegem); De Korenbloem (Kortrijk); Lichtendal (Kortrijk); Zorggroep H. Hart (Kortrijk); Morgenster (Sijsele-Damme); Den Olm (Bonheiden); Hof van Arenberg (Duffel); De Bijster (Essen); Huis Perrekes (Geel); Ten Kerselaere (Heist op den Berg); Ambroos (Hofstade); De Wingerd (Leuven); Floordam (Melsbroek); Meeren (Neerijse).

Meer informatie bij: dirk.van.herpe@denolm.be.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS