ANALYSE WHO-RAPPORT "AGEISM"

"Onze biologische evolutie verhoudt zich omgekeerd evenredig met de psychologische aanvaarding ervan"

Mei 2021

Ongeacht onze leeftijd zijn we allemaal vatbaar voor leeftijdsdiscriminatie. Zelden zijn we er ons van bewust dat we ons vergrijpen aan ageism, dat al even hardnekkig en mensonterend is als seksisme of racisme. Een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) brengt het probleem in kaart en doet aanbevelingen. “Voor velen zal het een eyeopener zijn dat we ons niet alleen schuldig maken aan ageism, maar dat we er vaak ook slachtoffer van zijn”, zegt gerontoloog Lien Van Malderen, stafmedewerker woonzorg bij Zorgnet-Icuro.

Dat leeftijdsdiscriminatie intergenerationaliteit in de weg staat, is geen kwestie van vandaag. Waarom komt het met een nieuw woord – ageism – nu terug op de agenda?

“Het is terug van nooit weggeweest, maar de geesten rijpen, globaal. Ageism is een internationaal begrip. We blijven er ons schuldig aan maken. We praten over de jeugd van tegenwoordig, ouderen bestempelen we als oudjes. We benoemen hen met één kenmerk, taxeren daarop hun hele zijn en spreken en beslissen over hun hoofden heen. Als we daarop worden gewezen, minimaliseren we het probleem. Dat bewijst hoe het zit ingebakken in onze samenleving, tot in de wet toe. Ageism is wereldwijd een probleem van alle tijden en van alle leeftijden. Daarom zijn we zo blij met dit rapport van de WHO. Het bevestigt de visie die bij vele van onze leden en partners leeft. We moeten nog meer sensibiliseren en doorzetten.”

Zijn vooral ouderen het slachtoffer van ageism?

“Nee, kinderen en jongeren worden ook uitgesloten op basis van leeftijd, maar om andere redenen. Vanaf een zekere leeftijd word je gestereotypeerd met kwetsbaarheden en beperkingen. En dat keert als een boomerang terug. We willen niet oud worden. Eens zelf de jeugd voorbij willen we aan die stereotypes ontsnappen. Voeding en cosmetica moeten ons redden van de sterfelijkheid. Onze biologische evolutie verhoudt zich omgekeerd evenredig met de psychologische aanvaarding ervan. We zouden ons echter veel ongeluk kunnen besparen als we elkaar respectvol benaderen en stoppen met ons in te prenten dat je als oudere minder waard wordt, stoppen met oud worden eenzijdig te bekijken. Het verouderingsproces hoort nu eenmaal bij het leven. Ouderen – in al hun diversiteit – hoeven geen betutteling of zijn niet schattig. Ze hebben onze sympathie niet nodig, wel onze empathie. Net zoals adolescenten die nodig hebben. Hen met kinderlijkheden bejegenen toont alleen maar aan dat we hen niet gelijkwaardig vinden. Het is ook geen wij-zij-verhaal, ageism is niet alleen gericht tegen een ‘andere’, maar tegen onze toekomstige zelf.”

Lien Van Malderen: “We praten over de jeugd van tegenwoordig, ouderen bestempelen we als oudjes. We benoemen hen met één kenmerk, taxeren daarop hun hele zijn en spreken en beslissen over hun hoofden heen.”

Op welke domeinen speelt ageism ons parten?

“Het rapport van de WHO duidt op ingrijpende gevolgen van ageism zoals een verhoogde mortaliteit, eenzaamheid en armoede. Ageism doet zich zeer breed voor in onze samenleving, in de algemene beeldvorming, in media, in films en op tv, op de arbeidsmarkt, in het vormingsbeleid, met de verplichte pensioenleeftijd, op de immomarkt. Leeftijd lijkt een gerechtvaardigd criterium tot uitsluiting. Professor Jean Paul Van Bendegem heeft er een boek aan gewijd – Wijs, grijs en puber – waarin hij meteen oproept voor een beweging van burgerlijk ongehoorzame senioren. Hij wijst onder meer op de doodsteek die een verplichte pensioengrens kan betekenen. Je levert van de ene dag op de andere je waarde in, en je zingeving. Als je geluk hebt, mag je op nog op de kleinkinderen passen. Dat is niet voor iedereen een even groot verlangen.”

Sommige culturen hebben wel respect voor hun ouderen, kunnen we daarvan leren?

“Sommige culturen includeren hun ouderen op andere domeinen dan in onze westerse cultuur, maar evengoed spelen daar ook discriminaties op basis van leeftijd. De gedaante van de discriminatie kan internationaal verschillen, maar ze heeft gemeen dat ze door de gemeenschap van generatie op generatie geïncorporeerd wordt. Onze kijk op ouderen bepaalt ook onze kijk op ouderenzorg. Kwetsbare mensen worden gediscrimineerd, oudere mensen worden gediscrimineerd. Voor kwetsbare ouderen gaat het dus dubbelop.”

“Ouderen – in al hun diversiteit – hoeven geen betutteling of zijn niet schattig. Ze hebben onze sympathie niet nodig, wel onze empathie.”

Wat kunnen we doen?

“Zorgnet-Icuro ijvert ervoor om bijvoorbeeld in de regelgeving bepaalde leeftijdsgrenzen op te heffen. Waarom heeft iemand die na zijn 65ste een beperking oploopt geen recht op het statuut van persoon met een handicap en op de bijhorende tegemoetkoming, en personen jonger dan 65 wel? Personen met een psychische aandoening lopen op hun 18de en hun 65ste tegen breuken in hun ondersteuning aan, gewoon omdat we gemakshalve leeftijdsgrenzen leggen op het recht op zorg of ondersteuning. Maar eigenlijk bestaat er voor die grenzen geen menselijke motivatie. Mensen met een beperking of aandoening moeten dan opnieuw ingeschaald worden en intakes herhalen, waarbij het lang niet zeker is of ze op dezelfde zorg kunnen rekenen. In werkgroepen bekijken we hoe we daaraan kunnen verhelpen. Dat is een beleidsmatige aanpak. 

De mentaliteit die in onze cultuur en samenleving ingebakken zit, is een heel andere kwestie. We hebben onszelf opgelegd niet te klagen over onze leeftijd en te leren leven met wat ons enigszins hindert. Maar we zijn daar duidelijk niet goed in. Een rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) geeft ook aan waarom: het is met de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen slecht gesteld. Hun depressie is niet minder zwaar dan bij mensen op jongere leeftijd, maar dit wordt vaker genormaliseerd, alsof het eigen is aan het verouderingsproces. Ook daar pleiten we voor veranderingen.”

Is de ouderenzorg zich dan niet bewust van ageism?

“In de ouderenzorg is ageism niet steeds zo zwart-wit aanwezig. Om ageism tegen te gaan, pleit de WHO voor intergenerationele contacten. Die zijn net sterker aanwezig in de ouderenzorg, zij het vaak in een zorgrelatie. Ageism is verweven in de samenleving en krijgen we van kindsbeen mee, waardoor het voor iedereen, inclusief zorgverleners, niet altijd herkenbaar is. Het is natuurlijk ook in de zorg belangrijk om meer sensitiviteit te ontwikkelen, al vanaf de opleidingen, zodat we een genuanceerder beeld op ouder worden creëren. Zorgnet-Icuro is aanwezig in werkgroepen om te bekijken hoe we de samenleving, maar ook de sector gevoelig kunnen maken voor ouderen en ouderenzorg. Voorzieningen kunnen we bijvoorbeeld bewust maken van hun handelingen, van de beelden en de terminologie die ze hanteren. Ook vanuit Zorgnet-Icuro zal hiermee altijd zorgvuldig omgegaan worden. Het zit soms in kleine dingen: luid praten of infantiliserende taal gebruiken.”

Een mentaliteitswijziging vraagt tijd. Kan de regelgeving het proces versnellen?

“Zeker. De babyboomers die in de woonzorg terechtkomen zullen al veel dingen niet meer aanvaarden, maar we moeten hun mondigheid ook niet overschatten. Vanuit Zorgnet-Icuro zetten we ook sterk in op het versterken van werken rond participatie. Vlaams welzijnsminister Wouter Beke wees er al op dat de pandemie duidelijk heeft gemaakt dat de participatie van ouderen cruciaal is voor het beleid. Dat is een nieuwe ontwikkeling. Toch moet het beleid ook verder gaan en moet leeftijdsonafhankelijke zorg in de wetten en decreten vastgelegd worden. Daar wil ik wel aan toevoegen dat we de oplossing niet mogen reduceren tot een louter rechtendiscours. Zelfs als rechten worden gerespecteerd kan er sprake zijn van ageism. Je neemt daarmee het stereotyperen en discrimineren van personen wegens hun leeftijd niet weg. Soms lost het probleem zich voor een deel vanzelf op als je mensen bij elkaar brengt, als er ruimte en tijd is voor ontmoeting, voor een relatie. Het is net die relationele zorg die een belangrijk deel uitmaakt van het kwaliteitsstreven van Zorgnet-Icuro.”

 

TEKST: NICO KROLS • BEELD: JAN LOCUS