annemie vanden bussche

23 mei 2017

ZEG NIET ANIMATOR MAAR BEGELEIDER WONEN EN LEVEN

NAAR EEN WOONLEEFPLAN VOOR ELKE BEWONER

Na het geanimeerde debat over de rol van de animator in de woonzorgcentra vorig jaar, lijkt de functie een nieuwe naam en een frisse invulling te krijgen. De ‘begeleider wonen en leven’ ziet in de toekomst allicht toe op het woonleefplan van elke bewoner. Annemie Vanden Bussche geeft tekst en uitleg.

Al 20 jaar voert Zorgnet-Icuro in opdracht van de Vlaamse overheid jaarlijks een project uit ter ondersteuning van de animatiewerking in de woonzorgcentra. Vorig jaar hield het project een grondige evaluatie in van 30 jaar animatiewerking. Het doel was toen ook om de krijtlijnen voor de toekomst uit te tekenen, rekening houdend met de ontwikkelingen in de ouderenzorg. Het project dit jaar bouwt daar op voort. Projectmedewerker Annemie Vanden Bussche van Cairos verzorgt de begeleiding.

“Uit het onderzoek van vorig jaar bleek dat de waarde van de animatiefunctie na 30 jaar nog altijd overeind blijft”, begint Annemie Vanden Bussche haar verhaal. “Sommigen durfden die waarde wel eens in twijfel trekken. Onterecht dus. Toch zijn er ook knelpunten aan het licht gekomen. Zo is de animatiefunctie in veel organisaties geïsoleerd. De animatoren hebben in de praktijk een heel verscheiden achtergrond. Dat maakt dat de animator er soms eenzaam en alleen voor staat.”

TEKEN AAN DE WAND

“Dat de functie van animator na al die jaren nog op zoek is naar een eigen identiteit, is een teken aan de wand. Ook dat wonen en leven vaak zo moeilijk zijn weg vindt naast de zorg, valt op. We moeten hieraan dringend iets doen. We willen twee kaarten trekken. Ten eerste moeten de voorzieningen en het beleid investeren in wonen en leven. Die aspecten zijn minstens zo belangrijk als de zorg. Hiervoor moeten we een gepaste cultuur en structuur installeren. Het schuilt soms in kleine dingen. Vanuit het perspectief van de zorg lijken de drie dagelijkse maaltijden misschien een ‘verstoring’ van de zorg. Maar vanuit het oogpunt van de bewoner zijn die momenten de ankerpunten waarrond hun leven draait. Dat is een totaal andere manier van denken. Als we onze organisatie hierop enten, moeten we ons anders organiseren. Ten tweede moet de rol van animator als specialist met een agogische achtergrond beter in de verf worden gezet.”

“De term animator is wat ongelukkig. In overleg met de overheid introduceren we daarom een nieuwe term: begeleider wonen en leven. Dat klinkt eenvoudig, maar de vlag dekt tenminste de lading. De begeleider wonen en leven ontfermt zich over al wat het wonen en leven van de bewoner betreft. Om de functie te verhelderen, zijn zes rollen uitgewerkt. Door die rollen te benoemen, moet je ook keuzes maken: welke rollen neem je op als persoon of als voorziening? Dat is een andere insteek dan een opsomming van taken die moeten worden uitgevoerd. Die rollen werken bevrijdend voor de begeleiders wonen en leven en bieden de directies een kapstok. Tot zover in grote lijnen het resultaat van ons onderzoek vorig jaar: de functie van animator blijft waardevol, maar moet worden versterkt en krijgt het best een andere naam: begeleider wonen en leven.”

WOONLEEFPLAN VOOR ELKE BEWONER

“Dit jaar lopen er twee ondersteuningsprojecten met de steun van minister Jo Vandeurzen: één in samenwerking met de VVSG en één met Zorgnet-Icuro. “Het onderzoek met de VVSG focust op de verdere uitwerking van de zes rollen en het ontwikkelen van instrumenten, tips en tricks voor deze functie. Het onderzoek met Zorgnet-Icuro gaat over het beleid rond wonen en leven en het ontwikkelen van instrumenten hiervoor. Beide onderzoeken versterken elkaar. Er is een gezamenlijke digitale werkplek met de resultaten van het onderzoek vorig jaar en informatie over de projecten die nu lopen. Iedereen kan de ontwikkelingen volgen op www.woonleefwijzer.be.”

“Met Zorgnet-Icuro werken we onder meer aan een woonleefplan, naar analogie van het zorgplan. In dat woonleefplan maken we plaats voor de levenswijze en de voorkeuren van de bewoner: wat wil hij, wat doet hij graag, welke ambities en dromen koestert hij, hoe kunnen we hem de regie geven en hem empoweren… Het gaat over simpele maar wezenlijke elementen die de kwaliteit van leven en wonen bepalen. Hecht de bewoner belang aan netheid en orde? Of juist niet? Dat is een totaal andere focus dan het zorgplan, maar beide plannen vullen elkaar aan. Daarom willen we het woonleefplan graag integreren in het zorgdossier, zodat het voor elke zorgmedewerker toegankelijk is en het multidisciplinaire team hiermee aan de slag kan.”

“Een tweede groot aandachtspunt is het versterken van een persoonsgerichte wooncultuur. Welke instrumenten kunnen we hiervoor aanreiken? We denken bijvoorbeeld aan intervisie over wat belangrijk is voor de bewoner. Ook de vrijwilligerswerking moet hierop worden afgestemd. Veel zaken bestaan al, maar gefragmenteerd en solitair. Wij streven naar een structurele inbedding voor de aandacht voor leven en wonen. We onderzoeken welke instrumenten bestaan en brengen die samen. Het is maar door een groot aantal van die instrumenten gezamenlijk en gelijktijdig in te zetten, dat we echt resultaat kunnen boeken. We zijn ondertussen al op heel wat mooie praktijken gebotst. In enkele woonzorgcentra vindt de bewonersbespreking bijvoorbeeld al plaats met de bewoner erbij. Dat zou een evidentie moeten worden.”

BEGELEIDERS STERKER MAKEN

“Om de functie van begeleider wonen en leven te versterken, willen we de vroegere animatoren sterker maken met vorming. Het is niet aan ons om er een diploma­specifieke functie van te maken, maar enige agogische achtergrond is toch op zijn plaats. De begeleider wonen en leven moet een visie op wonen en leven en op zijn rol daarin kunnen ontwikkelen. Vandaag wordt de functie van animator door mensen met heel diverse achtergronden ingevuld. De ‘Opleiding animator’ van de VSPW (Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk) wordt in elk geval al aangepast aan het kader met de zes rollen die wij vorig jaar hebben uitgetekend. We zijn daarover in gesprek met de VSPW. Competenties als gespreksvaardigheden en begeleidingsvaardigheden krijgen hierbij meer aandacht.”

UITSMIJTER

Betekenen deze ontwikkelingen ook dat de discussie over het afschaffen van de animatiefunctie definitief achter ons ligt? “Dat is een goede vraag”, glimlacht Annemie Vanden Bussche. “Wij hebben de Vlaamse overheid voorstellen gedaan en die voorstellen zijn goed ontvangen. Maar politieke beslissingen kunnen wij niet nemen. We proberen er een positief verhaal van te maken en ik heb het gevoel dat we op de goede weg zijn.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: JAN LOCUS