ROEL EERLINGEN (INTEGRO) PLEIT VOOR KLEINSCHALIGE WOON- EN LEEFGEMEENSCHAPPEN, BEWONERSPARTICIPATIE, VERBETERDE FINANCIERING EN MEER WAARDERING VOOR MEDEWERKERS IN DE OUDERENZORG

Muziek op het puin

November 2020

Kent u het beeld van Aeham Ahmad, de pianist uit Damascus die op het puin van de Syrische burgeroorlog besloot om piano te gaan spelen? Hij wilde aan de wereld tonen dat zijn land veel meer te bieden had dan hetgeen de wereld erover schreef.

Vandaag voel ik me een beetje Aeham Ahmad. Ik ben algemeen directeur van Integro, een social-profit groep van 8 Limburgse woonzorgcentra, ontstaan uit een fusie van 8 vroegere rusthuizen (aan alle journalisten: sedert 2010 heet dat woonzorgcentra), ooit ontstaan uit het initiatief van Christelijke geloofsgemeenschappen. De oorlog die we de afgelopen maanden meemaakten was schokkend. Maar wat er over geschreven en gezegd werd nog schokkender.

Roel Eerlingen, algemeen directeur Integro

Was er dan geen gemeen kantje aan de Covid-oorlog in de woonzorgcentra? Uiteraard wel. We hebben er vanaf dag één voor gekozen zeer transparant te zijn in de dramatische effecten van de pandemie. Mijn piëteit voor de familie en vrienden van alle door corona overleden bewoners is groot. Maar het getuigt van eerlijkheid om ook het positieve, dat mijns inziens ruimschoots de overhand haalt, te vertellen. Sta me toe een stukje piano te spelen en eindelijk het echte verhaal te vertellen. Hoewel hij geen muziek voor piano schreef, ben ik geneigd een stuk van Antonio Vivaldi te kiezen…

Het lijkt wel gisteren. Op 11 maart zat ik in Brussel voor een overleg met Zorgnet-Icuro waar ik kennismaakte met de eerste maatregelen. Nog geen 24 uur later verplichtte de Vlaamse Overheid ons om onze deuren te sluiten voor externen. Ik geloof oprecht dat we in de context van die tijd geen andere keuze hadden. Er was niet voldoende beschermingsmateriaal, we kenden het virus niet, testen waren nagenoeg niet beschikbaar, we wisten niet waar de vijand zich schuil hield. Wanneer ik achterom kijk, sta ik wel te kijken hoe gewillig de bewoners en hun families zijn geweest. Zonder dialoog werd hen alle vorm van fysiek contact afgenomen. Velen zullen de ernst wel begrepen hebben en daarom hebben laten begaan, maar het zegt ook iets over de wijze waarop ouderen en hun familie zich maar al te snel schikken naar de regeltjes van de dienstverlener. Het zijn de naweeën van een oud paternalisme in de gezondheidszorg, waarbij de zorgontvanger het een automatisme vond om zonder inspraak te aanvaarden hoe het aanbod er voor hem zou uitzien.

Die omgangsvorm met de bewoner en hun familie willen we niet. We zijn overtuigd van het empoweren van en dialoog met de zorgvrager en zijn omgeving. En het gaat dan niet over inspraak in de menukeuze, hoewel dat uiteraard heel belangrijk is, maar vooral ook over de grote keuzes die we als woonzorggroep maken. Het is een kwestie van gezond boerenverstand. Een bewoner van een woonzorgcentrum woont, weliswaar in groep met anderen, in zijn huis. Onze medewerkers komen diensten verlenen in hun huis. Waarom zouden we het in ons hoofd halen de regels van dat huis niet te bespreken met de bewoner? Ik wil de eerste dienstencheque kuisvrouw nog tegenkomen die bij haar werk bij u aan huis komt bepalen of en hoe laat er bezoek mag komen en of u het huis mag verlaten. Ook niet in coronatijden. Het overleg met de bewoner en familie kwam daarom ook snel op gang. Toen de nationale veiligheidsraad op 15 april zonder overleg met de sector besloot om onze campussen terug open te stellen waren de bewoners er als de kippen bij om dit niet te laten gebeuren.

Zij wisten, net zoals de medewerkers, verdomd goed dat de situatie nog niet onder controle was. En bovendien zagen we een verbazingwekkend copingmechanisme ontstaan. Waar we half maart bijzonder ongerust waren over de impact van de sociale isolatie bij de bewoners en familie, werden we verrast door de sterkte van menig bewoner. Voortschrijdend inzicht, heet dat. Door het feit dat bewoners van woonzorgcentra een gemeenschap vormden in de bubbel van de leefgroep waartoe ze behoren, was er veel minder sprake van vereenzaming en gemis dan voor ouderen in gewone thuissituaties. Liep dat binnen Integro dan overal perfect? Neen, we stelden vast dat onze centra, waar door de verouderde architectuur de leefbubbels minder konden floreren, bewoners ook veel meer lasten ondervonden van het sluiten van de deuren. Het heeft ons trouwens heel snel doen besluiten dat het creëren van cohortzones (leefgroepen voor gezonde bewoners scheiden van leefgroepen met bewoners met een besmetting) op vlak van welzijn de enige juiste keuze was. Trouwens het bleek ook de beste keuze om de epidemie in te dijken. Deze vaststelling onderschrijft opnieuw het pleidooi voor een reeds langgemaakte keuze binnen Integro: kleinschalig genormaliseerd wonen. Al onze nieuwbouwprojecten beantwoorden aan dit concept.

Het begrip is reeds decennia lang de standaard in de residentiële zorg voor personen met een handicap. Ik heb niet de ambities een wetenschappelijke uiteenzetting te geven over het concept, maar opnieuw grijp ik naar het gezond boerenverstand. Willen we met 30 bewoners tegelijk onze maaltijd nuttigen in een refter? Willen we dat doen in een huis waarvan we van op afstand al zien dat het veel meer heeft van een kliniek dan een woonhuis, waar kamertjes van 18m² opgesteld liggen langs gangen van 70 meter? Willen we later in een huis wonen waar, uitgezonderd een bezoeker, niemand anders binnenwandelt omdat het eigenlijk te ver van de dorps- of stadskern ligt? Woonzorgcentra van de toekomst zijn gewone huizen, midden in de gemeenschap, uiteraard aangepast aan de noden en veilig voor ouderen, maar waar niets ons nog doet denken aan het begrip instituut. We hebben binnen Integro daarvan toonaangevende voorbeelden.

Maar de bewoners van Integro hebben de eerste weken zeker ook doorstaan dankzij de honderden creatieve initiatieven van gemotiveerde medewerkers. Naast de aanwezige toestellen, hebben we geïnvesteerd in 40 tablets, onze technisch expert werd gemobiliseerd en overal werd zeer actief ingezet op skype-calls. Maar in al onze centra ontstonden ook de begrippen venstergesprekken en babbelboxen. Zware fysieke en psychologische druk van nietsontziende omstandigheden stonden de zorgverleners niet in de weg om deze extra inspanningen, creativiteit en motivatie naar boven te halen.

Dat brengt me naadloos bij de schamele waardering voor de sector ouderenzorg. De witte lakens en het applaus om 20u waren sympathieke gebaren, maar eerlijk? Ik ben de lakens een beetje beu. Het is tijd voor ernstige waarderende ingrepen. De zorgsector zit vol met mensen met een roeping. Tegenwoordig noemen we dat intrinsieke motivatie, gedreven door de inhoud van het werk. Maar studies en de praktijk wijzen uit dat een job aantrekkelijk is en blijft bij een evenwicht tussen energiegevers en energievreters. Het gaat over dienend leiderschap, een slimme arbeidsorganisatie, regelruimte voor de medewerkers. Maar de crisis heeft ook blootgelegd waar we reeds lang voor ijverden. Willen we echt werk maken van een toekomstbestendige ouderenzorg, waarin kwaliteit van leven op hoge leeftijd primordiaal is en willen we inclusieve, kleinschalige benaderingen, hebben we echt wel politiek beleid nodig dat een keuze maakt voor een solidaire samenleving waarin ook ouderenzorg volwaardig bejegend wordt. Geen enkele sector kan vergeleken worden met een ander, maar als we ons met ouderenzorg positioneren in een benchmark van gefinancierd personeel met andere gezondheids- en welzijnsinitiatieven, dan bengelen we met grote achterstand achterop.

Het aantal gefinancierde medewerkers ligt 40% lager dan in vergelijkbare Vlaamse welzijnssectoren. Bovendien wees een recente studie nog op het ondermaatse gemiddelde loon in de zorgsector, zowel voor bachelors, gegradueerde als beroepsopgeleide zorgverstrekkers. Mag ik tenslotte nog wijzen op de fnuikende tweesnelhedenpolitiek in dit land? En ja, intussen is in Vlaanderen het sociaal overleg over een nieuw akkoord gelukkig ook opgestart. Toch is het wraakroepend opnieuw te moeten lezen dat enkele dagen geleden de federale overheid budgetten vrijmaakt voor een extraatje voor het ziekenhuispersoneel, zonder daarbij zich ook maar iets aan te trekken van wat er in Vlaanderen gebeurt. Andermaal hinken de Vlaamse sectoren achterop. Het is de federale verpleegkundigen van harte gegund, maar als algemeen directeur krijg ik met de beste wil van de wereld niet meer uitgelegd dat een zorgverstrekker in onze Vlaamse ouderenzorg, minder betaald wordt dan haar collega in een federale gezondheidsinstelling. Motiverend is anders. Het is overigens maar één van de vele negatieve effecten van een staatssysteem waarin de sociale zekerheid versnipperd is over 9 ministers met een bevoegdheid in gezondheidszorg.

Maar, de pianist, hij speelde verder. Ik lees in de pers en op sociale media dat nog steeds een belangrijk aantal goedbedoelde woonzorgcentra erg restrictief zijn in de bezoekregeling. Bij Integro trekken we volop de kaart van welzijn en kwaliteit van leven. De context is vandaag ook anders. Hoger aantal geregistreerde Covid-besmettingen, dat wel. Maar we beschikken over kennis, beschermingsmiddelen en testmateriaal. Een geleidelijke versoepeling gedurende de afgelopen maanden, altijd in overleg met de bewoners, soms op maat van de plaatselijke situatie, brengt ons vandaag bij een veel meer liberaal beleid inzake bezoek. En uiteraard schakelen we in deze tweede golf nu wat terug. Wij zetten echter de verantwoordelijkheidszin van bewoners, bezoek en familie voorop. Wij zetten heel erg in op sensibilisering en informatieverstrekking. Wij herhalen, zijn creatief en soms ludiek in het brengen van deze boodschappen. We rekenen erop dat een goed geïnformeerde bewoner en familie zich verstandig gedraagt. Wij betuttelen niet. We zetten de bewoner en zijn familie in hun sterkte door zelf op een verantwoorde wijze met de epidemie om te gaan.

Gaat dat dan nooit fout? Zeker wel. Ook wij worden geconfronteerd met nieuwe besmettingen in deze tweede golf. Maar we handelen in functie van het afwegen van de waarden waarvoor je staat. Dat heet ethiek. Integro staat voor zelfbeschikking, kleurrijk leven en beleven, ook op leeftijd. Daar willen we niet in toegeven.

Terwijl ik de laatste noten speel, mijmer ik over de volgende compositie die moet worden gespeeld. Er bestaan, gelukkig maar, al heel wat toonaangevende initiatieven binnen en buiten Integro die reeds ver weg staan van het oude rusthuis-model. Maar vele woonzorgcentra van vandaag zijn nog het reproductief van vroegere rusthuizen, met een ondermaatse financiering voor werking en investering. Met een personeelsnormering die dringend nood heeft aan verdichting en flexibilisering. Maar ook een paradigmashift inzake principes van werking en dienstverlening. De ouderenzorgvraag van morgen zal worden gesteld door de babyboomgeneratie. Zij zullen en hoeven geen vrede te nemen met een dienstverlening die enkel geënt is op kwaliteit van gezondheidszorg. Een goede gezondheid is een voorwaarde om verder invulling te geven aan zingeving, cultuur, kwaliteit van leven. Het is een basisvoorwaarde die de ouderen van morgen in staat stelt in dialoog en op maat van de individuele vraag een pakket van diensten samen te stellen.

Het aanbod van morgen moeten woon- en leefgemeenschappen zijn waar de participatieve inbreng van de ouderen het zwaartepunt wordt van het design van die gemeenschappen. Een aangepast en beter financieringsmechanisme dringt zich daarvoor op. Vandaag kiest een bewoner in een woonzorgcentrum voor het gehele pakket van diensten of hij kiest niet (en kan bijgevolg niet komen). De bewoner van morgen ontvangt deze diensten in een omgeving die zo vertrouwd mogelijk is. Ofwel in zijn eigen woning, ofwel in een woning die zo genormaliseerd mogelijk is. Hij heeft hier het vertrouwen in sociale contacten, maar ook de garanties op privacy en voldoende persoonlijke ruimte. Het huis waar hij woont is kleinschalig en een onlosmakelijk deel van de reguliere gemeenschap, waardoor participatie aan het gemeenschapsleven maximaal is. Hij kan beroep doen op een team van professionals met complementaire expertises: een degelijke gezondheidszorg, een mature begeleiding op cognitief en psychosociaal vlak, klaar voor ethische vraagstukken en zingeving. Hij kan bovendien rekenen op de integriteit van de zorgondernemers van morgen. Zorg is geen commercieel product waar rendement wordt afgeroomd ten koste van de kwaliteit.

Koken kost geld. Dus we vragen moedige keuzes van de politiek inzake betere lonen en personeelsverdichting. Maar het is niet alleen het beleid dat verantwoordelijkheid moet nemen. Ook de sector en het werkveld moet aan de slag. Willen we slagkrachtig zijn, zullen krachten moeten worden gebundeld, over de grenzen van de ouderenzorg heen. We zullen ons moeten gedragen als professionele zorgondernemers. Het is de verantwoordelijkheid van de welzijnsactoren om de ter beschikking gestelde maatschappelijke middelen zo optimaal mogelijk in te zetten. Het is mijn overtuiging dat dit het beste kan met fundamentele samenwerkingsvormen. Dat is trouwens ook de inzet geweest van de fusie die aan de basis lag van het ontstaan van Integro. Als één viool alleen een concerto van Vivaldi aanvangt kan dat wonderlijke klanken voortbrengen. Als echter andere strijkers, de blazers en het slagwerk invallen, is er pas echter sprake van harmonie.