INSPIRATIEGIDS OPTIMALISEERT BETROKKENHEID VAN DE MANTELZORG

Mantelzorg verhuist mee naar het woonzorgcentrum

Januari 2021

Een verhuis naar het woonzorgcentrum is een grote verandering. Niet alleen voor de oudere, maar ook voor de mantelzorgers. “Het gebeurt dat de mantelzorger na de verhuis wat aan de kant blijft staan”, vertellen Liesbet Van Vlasselaer en Katrien Peeters. Ze zijn beiden onderzoeker aan de University Colleges Leuven-Limburg (UCLL) en deden onderzoek over dit thema. Het resultaat is een inspiratiegids die wooncentra op weg helpt om mantelzorgers optimaal te betrekken. 

Liesbet Van Vlasselaer: “Mantelzorgverenigingen en woonzorgcentra vroegen ons expliciet naar handvaten bij de verhuis naar een woonzorgcentrum. Niet zozeer voor de bewoner zelf, maar vooral voor de mantelzorger. Hij of zij speelt al jaren een expliciete rol in het leven van de oudere en na zo’n verhuis zijn die mantelzorgers zoekende in hun nieuwe rol. Ze zijn nog altijd belangrijke figuren – daarover is geen twijfel – maar woonzorgcentra zoeken naar manieren om die rol in te vullen en de mantelzorger optimaal te betrekken. In 2017 kwam die vraag bij ons terecht, de Hogeschool UCLL Research and Expertise Health Innovation. Sinds 2018 werkten Katrien Peeters, Carolien Schalenbourg, Sabien Verbeek en ikzelf hierrond met een praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (PWO) gesteund door woonzorgcentra, Expertisecentrum Dementie, Familiehulp en mantelzorgverenigingen zoals Samana en Okra Zorgrecht.”

Hoe kwamen jullie uit bij de idee van een inspiratiegids?

Liesbet Van Vlasselaer: “In 2018 startten we met een literatuurstudie waarin we de noden en de behoeften van de verschillende partijen in kaart brachten. Wat hebben de ouderen, de mantelzorgers, maar ook de zorgverleners en de beleidsmedewerkers nodig? Daarna deden we meer dan 80 interviews waarin we mantelzorgers bevroegen: vóór, tijdens en zes maanden na de verhuis naar het woonzorgcentrum. We spraken ook met bewoners, zorgverleners en beleidsmedewerkers van het woonzorgcentrum. Die gesprekken leverden ons heel wat informatie waarmee we in het voorjaar van 2019 aan de slag gingen in co-creatiesessies. Mantelzorgers, zorgverleners en beleidsmedewerkers zaten samen rond de tafel om een antwoord te zoeken op de geformuleerde noden en behoeften.”

“Er moet meer georganiseerd overleg komen met de mantelzorger, waarbij het woonzorgcentrum het initiatief neemt.”

Katrien Peeters: “Al vrij snel werd duidelijk dat er al heel wat bestaat voor mantelzorgers. De initiatieven en informatie zijn echter enorm versnipperd, waardoor die onvoldoende hun weg vonden naar de mantelzorger. Initieel dachten we aan de ontwikkeling van een toolbox, maar gaandeweg evolueerde het naar een inspiratiegids met heel veel mooie samenwerkingsvoorbeelden. Naast de inspiratiegids werkten we twee coachingtrajecten uit waarin woonzorgcentra begeleiding krijgen van UCLL.”

Katrien Peeters
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten die naar boven kwamen? 

Liesbet Van Vlasselaer: “Eerst en vooral is het belangrijk om als woonzorgcentrum te weten wie de mantelzorger is. Meestal kijkt men in de richting van de familie, maar het kan evengoed een vriendin of een buur zijn. Daarnaast moet je beseffen dat mantelzorgers zich betekenisvol willen voelen. Participatie wordt op dit moment te vaak ingevuld als het delen van zorgtaken, terwijl het meer dan dat is. En ten slotte is het belangrijk om als woonzorgcentrum een visie te hebben op de rol van mantelzorgers. Welke rol zien wij voor hen weggelegd? Hoe kijken wij daarnaar? Ik denk bijvoorbeeld aan Oscar. Hij was mantelzorger voor zijn buur en onderhield vooral de tuin. Na de verhuis naar het woonzorgcentrum zocht hij een nieuwe manier om van betekenis te kunnen zijn. Op eigen initiatief hielp hij mee met afruimen na de eetmomenten. ‘Ze bedanken me elke keer. Ik ruim de tafel altijd al af en als ik er niet ben, zeggen ze dat ze me missen’, vertelde hij.”

Botsten jullie tijdens het onderzoek ook op nieuwe, verrassende inzichten? 

Katrien Peeters: “Ja toch wel. Zo bleek duidelijk dat zowel beleidsmedewerkers, zorgverleners als mantelzorgers allemaal vragende partij zijn voor meer overleg. Het gebrek aan overleg zorgt vaak voor frustratie en onbegrip dat makkelijk kan worden opgevangen. Een eerste belangrijke conclusie is dus dat er meer georganiseerd overleg moet komen waarbij de woonzorgcentra het initiatief nemen. Daarnaast moet er meer ruimte zijn voor spontaan overleg. Een los babbeltje met de mantelzorger in de gang van het woonzorgcentrum waar het niet enkel over de noden van de bewoner gaat, maar ook over die van de mantelzorger.”

Liesbet Van Vlasselaer: “De noden van een mantelzorger veranderen ook na verloop van tijd. In eerste instantie is een verhuis overweldigend. Vaak moeten mantelzorgers even op adem komen en loskomen van de intensieve zorg die ze soms jarenlang gegeven hebben, maar het kan goed zijn dat ze na verloop van tijd opnieuw hun talenten willen inzetten. Het zit vaak in kleine dingen. Zo vertelde een mantelzorger dat ze vroeger altijd haar strijk meenam wanneer ze op bezoek ging naar haar moeder. Ze miste het om wat bezig te zijn terwijl ze met haar mama babbelde en wou dat eigenlijk graag opnieuw doen in het woonzorgcentrum. Het centrum kon dat makkelijk oplossen door een ruimte te voorzien.”

Katrien Peeters: “Het viel ook op dat mantelzorgers heel weinig weten over het woonzorgcentrum vóór de verhuis. Ze gaan niet echt op prospectie, maar baseren zich op wat ze horen zeggen over een woonzorgcentrum. Velen schuiven een verhuis voor zich uit waardoor het een crisisopname wordt. Denk maar aan een oudere die thuis lelijk valt, in het ziekenhuis wordt opgenomen en van daaruit verhuist naar het woonzorgcentrum. Mantelzorgers hebben geen verwachtingen, kennen ook vaak de visie op zorg van het centrum niet en schikken zich naar de gang van zaken.”

“Mantelzorgers kunnen wel aangeven wat hun verwachtingen zijn voor de bewoner, maar het is voor hen vaak heel moeilijk om uit te spreken wat ze zelf verwachten van de verhuis. Ze uitten hun verwachtingen vooral in de vorm van hoop. Hoop om een aanspreekpunt te hebben, makkelijk informatie te verkrijgen over hun naaste en de hoop zich te kunnen thuisvoelen.”

Liesbet Van Vlasselaer: “Tijdens de gesprekken konden mantelzorgers wel aangeven wat hun verwachtingen waren voor de bewoner, maar het was vaak heel moeilijk om uit te spreken wat ze zelf verwachtten van de verhuis. Ze uitten hun verwachtingen vooral in de vorm van hoop. Hoop om een aanspreekpunt te hebben, makkelijk informatie te verkrijgen over hun naaste en de hoop zich te kunnen thuisvoelen.”

Liesbet Van Vlasselaer
Hoe kan een woonzorgcentrum aan de slag gaan met deze inspiratiegids?

Katrien Peeters: “De gids is opgebouwd rond de samenspelscan en het SOFA-model. Het SOFA-model gaat over de verschillende rollen die een mantelzorger kan opnemen en hoe een zorgverlener zich daartoe kan verhouden. Je kan samenwerken, ondersteunen, faciliteren en afstemmen. Stel dat een mantelzorger bijvoorbeeld in de rol van expert zit omdat hij al heel wat jaren expertise opbouwde in de zorg voor de oudere. Hoe ga jij als zorgverlener om met het gegeven dat de mantelzorger al zoveel expertise heeft? Het is daarom belangrijk om na te gaan waaraan de mantelzorger nood heeft en dan gericht ondersteuning te bieden. De samenspelscan is opgebouwd rond die vier rollen. Met 17 vragen kan je aftoetsen hoe je kan samenwerken met de mantelzorger, hoe je die het best kan ondersteunen, waar je moet faciliteren en hoe je best kan afstemmen. Zo ga je na wie de mantelzorger is en waar hij nood en behoefte aan heeft, zodat je gerichte ondersteuning kan bieden. Deze twee methodieken vormen de rode draad doorheen het traject en geven ook ruggensteun om naar die mantelzorgers te kijken.” 

Liesbet Van Vlasselaer: ”Per item bundelden we citaten, onderzoeksresultaten, inspirerende vragen die uitnodigen tot reflectie en enkele tips & tricks. Je kan er op drie manieren mee aan de slag gaan. Stel dat je als woonzorgcentrum aanvoelt dat mantelzorgers zich niet altijd welkom voelen, dan kan je heel gericht dat item eruit halen om je te laten inspireren. Wanneer een woonzorgcentrum weinig zicht heeft op hoe mantelzorgers zich voelen, kunnen ze instappen in het deeltraject. Dan zetten we de samenspelscan uit op de mantelzorgers en zorgverleners. Op die manier worden de hiaten in de werking duidelijk. Ten slotte kunnen woonzorgcentra ook in een coaching traject van twaalf maanden instappen. Hierin helpen we de zorginstelling om een visie te ontwikkelen rond de rol van de mantelzorger. We zetten tweemaal de samenspelscan uit bij mantelzorgers en zorgverleners zodat een effectmeting mogelijk wordt. 

Welke tips uit de inspiratiegids kunnen jullie al delen? 

Katrien Peeters: “Het is bijvoorbeeld heel zinvol dat een woonzorgcentrum de mantelzorger al leert kennen wanneer de oudere nog thuis woont. Dat is een uitgelezen moment om de verwachtingen goed op elkaar af te stemmen. In sommige woonzorgcentra doen ze dat door thuisbezoeken af te leggen voor de verhuis. Of stel dat uit de samenspelscan blijkt dat de mantelzorger nood heeft aan herkenbaarheid, dan kan je als woonzorgcentrum een contactpersoon aanstellen of vaste contactmomenten organiseren. In de gids staan voorbeelden hoe je dat kan organiseren. Voor elk woonzorgcentrum zal het accent anders liggen en daarom wil de gids vooral inspireren en mogelijkheden bieden tot een fijn samenspel met de bewoner én de mantelzorger.”

 

De inspiratiegids is vanaf begin maart te koop bij uitgeverij Politeia: www.politeia.be/nl/publicaties/256635-fijne+sofa+momenten+map

Op 5 maart start een online inspiratiereeks voor de residentiële ouderenzorg. De reeks start met een online event, gevolgd door een reeks webinars. Meer info en inschrijven via www.research-expertise.ucll.be/nl/actueel/items/online-inspiratiereeks-voor-ouderenzorg

Wil je meer informatie over de twee coachingtrajecten, neem dan contact op met mantelzorg@ucll.be

TEKST: KIM MARLIER • BEELD: SOPHIE NUYTEN