Lieve Blancquaert
11 december 2018

LIEVE BLANCQUAERT OVER OUDER WORDEN EN STERVEN

IEDEREEN WIL LANG LEVEN, MAAR NIEMAND WIL OUD WORDEN

Hoe kunnen we de negatieve manier waarop we kijken naar oud worden en sterven veranderen? Het is een van de vragen waarmee fotografe en reportagemaakster Lieve Blancquaert worstelt na het maken van Last Days. De reportages en het boek vormen het indrukwekkende orgelpunt van de trilogie die begon met Birth Day en Wedding Day. We zochten Lieve Blancquaert op in haar atelier in Gent.

Hoe hebt u deze trilogie aangepakt? Als reportagemaakster of als een persoonlijke queeste?
Lieve Blancquaert: Beide. Het is mijn werk, maar tegelijk is het veel meer dan dat. Ik was supergemotiveerd. Het begon met een documentaire die ik maakte voor Vranckx. Ik bezocht een materniteit in Congo en geraakte daar niet weg. Als journalist heb ik altijd de neiging om rond te lopen. Ik wil alles zien. Maar daar ben ik lang op één plek gebleven. Dat heeft me enorm geïnspireerd. Vaak blijf je als reportagemaker bijna als een toerist in de marge werken. Daar had ik het gevoel dat ik in de kern zat. Er was geen ruimte voor theater. Het ging om eerlijke verhalen, religie, rituelen … Allemaal heel concreet. Na die documentaire heb ik het voorstel gedaan voor Birth Day. Daarna volgde Wedding Day. Maar Last Days zat ook van meet af aan in mijn hoofd. We worden allemaal naakt geboren en zo sterven we ook, zonder iets mee te nemen.

“Ik heb moeite met de enorme negativiteit rond het ouder worden.”

De trilogie heeft enorm veel van me gevergd, maar ik heb er geen seconde spijt van gehad. Het was heftig. Ik ben er jaren mee bezig geweest. En ik ben onderweg een ander mens geworden.

Hoe stond u zelf tegenover ouderdom en sterven voor u op onderzoek trok?
Ook ik was doordrongen van onze cultuur, die bijzonder negatief staat tegenover het oud worden. Ik ken bijna niemand die blij is om oud te worden. Als een man een vrouw van middelbare leeftijd ontmoet, lijkt het zelfs onkies om naar haar leeftijd te vragen. We willen er allemaal jong en fris uitzien. Daar is op zich niets verkeerds mee. Maar ik heb wel moeite met de enorme negativiteit rond het ouder worden. Er is nauwelijks ruimte om er nog iets positiefs aan te zien. Terwijl er eigenlijk maar één alternatief is: jong sterven. Als je daarover nadenkt… dat is om zot van te worden. Iedereen wil lang leven, maar niemand wil oud worden.

Binnenkort word ik 55 jaar. Over tien jaar ben ik afgeschreven voor de arbeidsmarkt. Dan tel ik niet meer mee. Vanaf dan gaat het zogezegd achteruit. Dat hoeven we toch niet te pikken? Waarom zouden we niet meer actief mogen zijn als we 70 jaar zijn? En dan heb ik het niet over fietsen of cruises maken. Kijk naar Cuba. Daar blijven ook oudere mensen deel uitmaken van het economisch systeem. Ook al presteren ze iets minder. Dat moet een eigen keuze zijn. In Cuba zie je mensen van 80 jaar aan de universiteit studeren. Hier krijgen die mensen te horen dat ze niet meer rendabel zijn. Hier telt alleen het economische, kapitalistische verhaal.

Wat heeft u het meest verrast bij het maken van Last Days? Wat blijft u het meest bij?
In negatieve zin de manier waarop mensen omgaan met dode lichamen in de stad Accra in Ghana. Elke begrafenis moet er een spektakel zijn en kost handenvol geld. Veel mensen moeten heel lang sparen om dat te kunnen betalen. In afwachting blijven de lijken wachten om begraven te worden. De meest verschrikkelijke beelden hebben we niet getoond. Dat was te onmenselijk.

In positieve zin zal Sulawesi in Indonesië me altijd bijblijven. De Torajastam leeft samen met zijn doden. Letterlijk. Ze kennen er geen angst voor de doden. De waarde daarvan lijkt me ongelooflijk. Niet dat ik ervoor pleit om onze doden ook in huis te houden, maar in onze cultuur staan we er wel heel ver vanaf. Mensen hier zijn zo bang voor de dood, dat we ons eigen leven dichtknijpen. En waarom? Gisteren was ik bij een begrafenisondernemer. Ik zag er vijftien lichamen opgebaard. Het heeft iets moois, die rust als je je leven loslaat. Ik maak geen promotie voor de dood hoor. Maar we maken onze kinderen zo bang. Wie durft vandaag nog een geliefde dode in de armen te sluiten? We leven alsof we nooit zullen sterven, alsof het ons niet zal overkomen. Tot we op een dag wakker worden en beseffen dat ook wij eindig zijn – en dan slaat de angst ons om het hart. Dat is jammer.

Last days

Dood betekent vaak vergeten, maar niet bij de Torajastam op het Indonesische eiland Sulawesi. Daar leven ze samen met hun doden. Lieve Blancquaert kon het amper geloven en reisde naar de andere kant van de wereld om de unieke dodencultuur van de Toraja’s van dichtbij mee te maken. (Stockbeeld)

Hebt u de angst voor de dood kunnen afschudden?
Ik sta er niet om te springen, maar ik heb wel een stap gezet. Zeker weten. Ik ben ook niet meer bang van een dood lichaam. Ik heb al veel dode mensen gezien. Het kan oké zijn. Alleen de manier waarop ik zal sterven, kan me nog angst inboezemen.

Een vroedvrouw vertelde mij ooit dat ze het als een groot voorrecht ervoer om als allereerste een nieuwgeboren mens te mogen aanraken. Heel liefdevol en warm sprak ze daarover. Ik vond dat een hele fijne gedachte. Er is iemand die mij ooit voor het eerst heeft aangeraakt. En zo zal er ook iemand zijn die mij voor de allerlaatste keer aanraakt. Dat hoop ik toch. Misschien is dat wel mijn grootste angst: alleen te moeten sterven. Als je gedragen wordt, kan sterven mooi zijn. Onlangs is mijn schoonmoeder overleden. Dat was een heel bijzonder en intens moment. Ze was omringd door veel mensen en heel veel liefde.

Hoe we naar ouderdom en dood kijken, heeft veel te maken met onze cultuur en religie. Is het een nadeel om niet gelovig te zijn?
De secularisatie en het wegvallen van het geloof heeft in elk geval een gat geslagen. We missen rituelen en proberen dat gemis op allerlei manieren in te vullen. Voor wie 100% gelooft in een hiernamaals, is sterven veel gemakkelijker. Maar zelf geloof ik niet. We hebben allicht de godsdienst uitgevonden om de dood draaglijker te maken. Om de angst voor het grote niets weg te nemen. Soms vind ik het wel jammer dat ik niet geloof. Ik snap dat mensen daaraan nood hebben. Maar je kan daar niet voor kiezen. Daarom zoeken we alternatieven. Yoga en meditatie bijvoorbeeld. We betalen geld voor hetzelfde effect als bidden. Hoe moslims bidden, heeft ook veel weg van meditatie.

De cultuur waarin je opgroeit weegt zwaar door. Ik zou het geloof ook niet aan mijn kinderen hebben kunnen doorgeven. Dat hoeft ook niet. Er zijn andere manieren van zingeving. Laat ons vooral ophouden om alleen naar succes te streven. Er zijn zoveel waardevollere dingen dan geld op de bank. Zonder zingeving is het een leeg bestaan. Om depressief van te worden. Vraag aan mensen op het einde van hun leven waarover ze spijt hebben en je krijgt steevast hetzelfde antwoord: ik heb te hard gewerkt, ik heb te weinig tijd gemaakt voor vrienden en familie. Hoe komt het dat we daar zo moeilijk uit leren? Mijn opa zei het, maar ik dreig ook in diezelfde val te trappen. Al heb ik het gevoel dat mijn kinderen er al wat anders naar kijken. Ze zijn 20 en 21 jaar en minder materialistisch. Slimmer ook. Soms kijken ze naar hun ouders met een blik van: doe eens normaal!

In eigen land bracht u voor Last Days een bezoek aan een begrafenisondernemer. U kent onze cultuur door en door. En toch was u verrast en moest u uw oordeel bijstellen?
Ja, zoveel liefde en respect had ik niet verwacht. Dat was niet in me opgekomen. Het is vreemd om je dode lichaam in handen te geven van mensen die je niet kennen. Heel raar eigenlijk. Omdat we zelf niet in staat zijn om ervoor te zorgen. De rituelen ontbreken ons. Anders dan bij moslims, bijvoorbeeld. Maar het bezoek aan de begrafenisondernemer heeft me gerustgesteld. Ze doen dat goed. De kleur is grijs, maar de sfeer is niet koud.

Komt u vaak in woonzorgcentra?
Ja, toch geregeld. Om foto’s te maken, maar ook om mensen te bezoeken. Ik hoop dat ik er nooit naartoe moet. Ik geloof graag dat er goede plekken bestaan. Ik wil zeker niet alle woonzorgcentra afschieten. Maar ik hoop uit de grond van mijn hart dat er andere manieren van samenleven zijn als ik oud ben. Ik wil niet in zo’n klein afwasbaar plekje zitten. Dat isolement. Op je kamer wachten tot een verpleegkundige langskomt. Ik heb knuffels nodig en warmte.

“Laat ons ook proberen te genieten van het ouder worden. Laat ons zoeken naar nieuwe oplossingen, andere vormen van samenwonen.”

Die laatste momenten lijken me enorm belangrijk. Vroeger bleven mensen in het gezin. Met de kinderen en de kleinkinderen. Natuurlijk werd daarover weleens gezaagd en geklaagd, maar het gebeurde. Dat kan nu niet meer. Want we streven naar succes. Succes en geld. We hebben het zo druk allemaal. Ik ook hoor. Ik zou mijn ouders ook niet in huis nemen. Er zijn andere oplossingen nodig. Kangoeroe­wonen gaat in de goede richting. Nieuwe vormen van samenwonen met verschillende generaties die zorg dragen voor elkaar.

Mensen gaan vandaag ook maar naar het woonzorgcentrum als het thuis echt niet meer lukt.
Maar waar ligt de norm? Wanneer gaat het niet meer? Wanneer ben je 100% hulpbehoevend?

Als de druk op de mantelzorgers te groot is? Als mensen het thuis niet meer aankunnen?
Dan komt er misschien te veel druk op één paar schouders? Ik zou dat graag anders doen. Met vrienden een plek zoeken waar we samen kunnen wonen. Een groot huis met tien kamers. Als iemand van een koppel wegvalt, dan blijft de ander niet eenzaam achter. En heeft iemand zorg nodig, dan is er altijd wel iemand in huis. Het zou ook goedkoper en ecologisch meer verantwoord zijn om zo samen te wonen. Echt waar, ik ben actief op zoek een groot huis. Het probleem is dat je geschikte huizen vooral in de Ardennen vindt, terwijl ik in de stad wil blijven wonen.

Op het Japanse eiland Okinawa leven mensen het langst. Maar is lang leven een doel op zich?
Als je energiek en gezond blijft, waarom niet? Maar je hebt gelijk: de mensen in Okinawa leven nogal strikt en een beetje saai misschien. Ik geniet graag van het leven. Ook al moet ik dan wat jaren inboeten. Toch genieten ook de mensen in Okinawa van hun manier van leven. Ze zijn strikt wat voeding betreft, maar ze hechten ook veel belang aan beweging en sociale contacten. Je kan niet zonder je vrienden, je buren, je familie. Daar valt wel wat voor te zeggen.

Een hoogtepunt vond ik het fragment over ikigai.
Je kan hele dikke boeken schrijven over de betekenis van ikigai, maar in feite is het simpel: je moet een doel hebben in je dagelijkse bestaan. Een reden om ’s morgens je bed uit te komen. Dat kan een heel klein doel zijn: soep maken bijvoorbeeld. Of de moestuin onderhouden. Kleine dingen, die echter ook belangrijk zijn voor andere mensen, voor de gemeenschap. Je betekent iets.

Elke intro van Last Days drukte de kijker met de neus op de feiten: per dag sterven 155.520 mensen. Waarom was het belangrijk om dat te benadrukken?
De intro van Birth Day gaf elke keer aan dat er per dag 364.501 mensen geboren worden. Alleen al die twee cijfers naast elkaar zetten, is een reality check. 155.520 mensen die sterven, geeft ook de boodschap: er is geen ontsnappen aan. Iedereen is gelijk. Ooit komt ook uw en mijn beurt. En dat is oké. Het zou eigenlijk veel zwaarder vallen als alleen ik zou moeten sterven en anderen niet. Dat zou pas eenzaam en ondraaglijk zijn.

Met zo’n cijfer kan je ook alles kapot relativeren?
Relativeren is nodig, maar het mag niet doorslaan. Mijn boodschap was positief: we delen allemaal hetzelfde verhaal. We zitten in hetzelfde schuitje. Laat ons er samen het beste van maken. Laat ons onze tijd niet verdoen met domme dingen.

Hoe staat u tegenover beslissingen over het levenseinde?
Ik ben blij dat de mogelijkheid tot euthanasie bestaat, maar vind het een heel complex iets. Het is gemakkelijk om van op een afstand te zeggen ‘natuurlijk moet dat kunnen’. Jonge mensen zweren bij hoog en laag dat als dit gebeurt of dat voorvalt, dan hoeft het allemaal niet meer. Maar als het moment daar is, voor jezelf of voor iemand uit je omgeving, dan is het een ander verhaal. Ik vind dat een van de moeilijkste beslissingen die je kan maken. Het is ongelooflijk zwaar om erover na te denken. Ik heb het net nog ervaren met mijn schoonmoeder. Je weet dat het haar keuze is, maar dan ligt er plots een dag en een uur vast. En dan wordt alles zo heftig. Het voelt heel tegennatuurlijk. Maar de zoveelste chemobehandeling voelt ook tegennatuurlijk. Je kan daar niet licht overgaan. Als puntje bij paaltje komt, is er veel moed nodig om de juiste beslissing te nemen. Om het even wat die beslissing is. We hebben op een heel mooie manier afscheid kunnen nemen van mijn schoonmoeder. Door haar keuze voor euthanasie. Ze wou het zo en het was goed zo.

U hebt de wereld rondgereisd voor verhalen over geboorte, liefde, ouderdom en sterven. Op welke plek zou u het liefst geboren worden en leven?
Geboren word je vandaag nog altijd het beste in het Westen. Laat daar geen twijfel over bestaan. Hier krijg je de meeste kansen. Ook voor de liefde en het huwelijk is het Westen een goede plek. Voor ouderdom en dood ben ik minder zeker. Niet dat het hier zo gruwelijk is, maar we missen toch iets.

In interviews liet u al verstaan dat u een kleine revolutie wil starten om onze kijk op ouderdom en dood te veranderen? Hoe gemeend is dat? Hebt u concrete plannen?
Op mijn eentje kan ik zoiets niet ombuigen, maar ik hoop oprecht dat ik met mijn reportagereeks, mijn boek en mijn lezingen iets kan veranderen. Ja, ik wil mijn generatie mobiliseren om het anders te doen. We zijn met velen. Onze attitude tegenover ouder worden zit niet goed. Wat hebben we aan al die negativiteit? Niets! Wat helpt het om jaloers te zijn op de jeugd? Wij hebben toch ook onze jonge jaren gehad? Laat ons ook proberen te genieten van het ouder worden. Laat ons zoeken naar nieuwe oplossingen, andere vormen van samenwonen. Ik aanvaard niet dat mijn leven op 65 jaar stopt. Ik wil zelfbeschikkingsrecht. Zonder druk van de economie, de reclame, de tv en heel die kapitalistische tredmolen. Ik heb niet de energie om dat op mijn eentje te trekken. Maar ik wil de discussie voeden en het zelf ook anders aanpakken.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE • BEELD: VIA LIEVE BLANCQUAERT