14 maart 2017

PROF. VEERLE FOULON OVER DE COME-ON STUDIE

HOE HET MEDICATIEGEBRUIK IN HET WOONZORGCENTRUM OPTIMALISEREN?

Het medicatiegebruik van bewoners in woonzorgcentra is een heikel thema. De voorbije jaren is al heel wat bijgestuurd en woonzorgcentra doen grote inspanningen om hun medicatiebeleid te optimaliseren. Op de studiedag “Pillen in the cloud” in Gent (16 maart) en Leuven (23 maart) geeft prof. Veerle Foulon een stand van zaken van de Come-on studie. Ook hier is het doel om het medicatiegebruik in de woonzorgcentra te verbeteren. Prof. Foulon is ervan overtuigd dat het kan en werkt hiervoor samen met de UCL op drie sporen: interdisciplinair overleg, een goed gebruik van het formularium en het verbeteren van het medicatiemanagement. 

Veerle Foulon is professor in de onderzoekseenheid “Klinische Farmacologie en Farmacotherapie” aan de KU Leuven. “De Come-on studie kwam er op vraag van het RIZIV, dat hiervoor ook middelen vrijmaakte”, vertelt ze. “De studie omvat drie doelstellingen in het kader van de optimalisatie van het geneesmiddelengebruik in woonzorgcentra. Ten eerste willen we de impact van een interdisciplinair overleg rond het oordeelkundig geneesmiddelengebruik in kaart brengen. Daarnaast willen we onderzoeken hoe het gebruik van het formularium kan worden geoptimaliseerd. En ten slotte focust het project op het verbeteren van het medicatiemanagement.”

“Voor het eerste luik hebben we samengewerkt met 63 woonzorgcentra. De helft daarvan verleende de gebruikelijke zorg en verzamelde gegevens. De andere dertig woonzorgcentra vormden de interventiegroep. Zij hebben een interdisciplinair overleg georganiseerd met de huisarts, de apotheker en de verpleegkundige om samen op een gestructureerde manier de medicatie van bewoners te bespreken. We ontwikkelden een webplatform waarop zorgverleners bepaalde informatie konden delen. Die data hebben we ook in ons onderzoek betrokken, met name over de indicaties en labo-waarden, klinische gegevens en medicatie. Tegen eind maart verwachten we een eerste tussentijds rapport.”

“Afgaande op buitenlandse studies verwacht ik wel degelijk een mooi resultaat. Het is een meerwaarde als medicatiereviews interdisciplinair worden georganiseerd. Met z’n drieën weet en zie je immers meer dan alleen. Een huisarts staat er gewoonlijk alleen voor en heeft niet altijd veel tijd voor reflectie. De apotheker is de expert wat betreft medicatie en de verpleegkundige kent het best de specifieke context van elke individuele bewoner. Zet die drie zorgverleners samen, en je krijgt een veel rijker verhaal en veel betere oplossingen.”

veerle foulon
MEETBARE INDICATOREN?

“Het tweede aspect van het onderzoek gaat over het formularium. In de praktijk is het onderzoek geïntegreerd in het eerste en het derde luik. In het kader van het interdisciplinair overleg hebben we bijvoorbeeld een blended-learning programma uitgewerkt om de kennis over polymedicatie bij ouderen te actualiseren. Dat bestond uit een e-learning pakket, gevolgd door een interdisciplinaire vormingsavond in het woonzorgcentrum en een specifieke training voor apothekers. Daarnaast werden er twee avonden georganiseerd per woonzorgcentrum: een avond over antidepressiva en een over hypolipemiërende middelen. Er is bijvoorbeeld geen evidentie dat statines bij een hoge cholesterol nog zin hebben bij bewoners ouder dan tachtig jaar in primaire preventie, maar veel zorgverleners durven hiermee vaak niet te stoppen. Het leren denken in evidence based guidelines is een belangrijk aandachtspunt.”

“Het derde luik wil het medicatiemanagement in het woonzorgcentrum op punt stellen. Hiervoor hebben we de literatuur onderzocht, maar we hebben ook in twaalf woonzorgcentra gestructureerde observaties georganiseerd om de flow in kaart te brengen van voorschrijven, bestelling, levering, bewaring, het klaarzetten, het toedienen en het opvolgen van de medicatie. We hebben hiervan een generieke flowchart ontwikkeld, die het medicatiemanagement in kaart brengt met zijn verschillende processen en de betrokken zorgverleners. Vervolgens zijn we de key-actoren gaan interviewen: waarom organiseren ze het zo, wat zijn de sterktes en de zwaktes in hun organisatie, wat zijn hun ervaringen… Tot slot werd dit onderzoeksluik afgesloten met een expertenmeeting en een “working symposium” ter aanvulling van de eerste bevindingen vanuit de observaties en interviews.”

“De woonzorgcentra zijn met heel veel projecten en initiatieven bezig. Maar het medicatiegebruik van bewoners is echt wel een issue. Als er iets negatiefs in de pers verschijnt, gaat het ook vaak daarover.”

“Op basis van al die input hebben we sleutel­activiteiten en best practices ontwikkeld voor alle processen in het medicatiemanagement. Die zijn intussen gevalideerd. Een volgende stap is nu om kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen die haalbaar zijn om te meten. Op dit ogenblik testen we een aantal indicatoren op hun haalbaarheid van het meten in vier woonzorgcentra. Je kunt bijvoorbeeld opperen dat elke bewoner elke maand een consultatie bij zijn huisarts moet hebben. Dat lijkt me meetbaar. Maar je kunt ook stellen dat elke medicatie die klaarstaat, moet worden gedubbelcheckt. Dat lijkt me al iets moeilijker meetbaar te zijn.”

DIALOOG MET DE SECTOR

“Omdat we nu indicatoren aan het ontwikkelen zijn, zijn we gaan praten met de Vlaamse overheid. Die toont alvast een grote interesse voor ons onderzoek. Maar ook de dialoog met de sector blijft cruciaal. Daarom kijk ik erg uit naar de studiedag. Ons onderzoek gebeurt op basis van vrijwilligheid en met de actieve medewering van 30 woonzorgcentra. Maar kunnen we de resultaten toepassen op de hele sector? Dat moeten we nog aftoetsen en daarvoor willen we de dialoog aangaan.”

“Een eerste initiatief waren focusgesprekken met zes Waalse en vijf Vlaamse woonzorgcentra. Er was een dubbel gevoel. Enerzijds was er enthousiasme omdat deze aanpak wel degelijk een verschil maakt, anderzijds was er de vraag of een interdisciplinair overleg voor elke bewoner altijd nodig is. Of het bijvoorbeeld niet voldoende is om dat overleg bij opname van een nieuwe bewoner te organiseren, of om de zoveel tijd. Wij pikken die feedback op, omdat we een zo gedragen mogelijk rapport willen neerleggen. Dat zou tegen eind september moeten gebeuren.”

“De data die we hebben verzameld, bevatten trouwens een schat aan informatie. We hebben de gegevens van ongeveer 1.800 bewoners. Die gegevens kunnen nog op diverse niveaus onderzocht worden. We zullen zien hoe ver we geraken tegen eind september, maar we hopen dat we ons onderzoek nadien nog kunnen voortzetten.” “De woonzorgcentra zijn met heel veel projecten en initiatieven bezig. Maar de kwaliteit in het woonzorgcentrum en het medicatiegebruik van bewoners zijn echt wel issues. Als er iets negatiefs in de pers verschijnt, gaat het ook vaak daarover. Voor de familie primeert vaak de zichtbare kwaliteit, terwijl het medicatiegebruik een meer verborgen aspect is, maar met een enorme impact voor de gezondheid, het welbevinden en ook financieel. De overheid moet hiervoor dan ook het juiste beleid voeren. We weten bijvoorbeeld allemaal dat bij een depressie praten en therapie effectiever zijn dan alleen medicatie geven. Het beleid is daarop echter nog onvoldoende afgestemd.”

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE