23 mei 2017

GEZINSVERPLEGING BIJ KINDEREN EN JONGEREN IN OPZ GEEL

EEN GOEDE CONTEXT KAN KINDEREN MET EEN ONTWIKKELINGSACHTERSTAND ENORM DOEN GROEIEN

Het OPZ in Geel heeft een jarenlange ervaring met gezinsverpleging voor volwassenen en ouderen. In 2009 werd ook een werking opgestart voor kinderen en jongeren. Vandaag verblijven er elf van hen bij twaalf zorggezinnen. “Het systeem werkt, we zouden veel meer kinderen en jongeren kunnen opvangen maar met de huidige middelen zitten we aan onze limiet.” Psycholoog gezinsverpleging Wilfried Bogaerts en teamcoördinator Annemie Wauters doen een warme oproep om meer gelijkaardige werkingen op poten te zetten.

Het systeem van gezinsverpleging bestaat al eeuwen in verschillende vormen. Na positieve ervaringen met de volwassenen- en ouderenwerking is het OPZ Geel in 2009 gestart met een aangepast systeem voor kinderen en jongeren die zowel een verstandelijke beperking als psychische problemen hebben. Niet eenvoudig om dat te realiseren binnen de wetgeving die vooral op volwassenen is toegespitst. Initieel via een VAPH-project en vanaf 2014 via een samenwerking met Pleegzorg Vlaanderen en met bijkomende financiering vanuit Jongerenwelzijn die decretaal werd vastgelegd, blijkt de behandelmethode ook bij -18-jarigen succesvol.

PERMANENTE WERKING

Het OPZ Geel is steeds op zoek naar zorggezinnen. “We zoeken niet echt gericht, maar we steken wel voortdurend onze voelsprieten uit ”, vertelt Wilfried Bogaerts. “De meeste gezinnen die zich aanmelden, kennen wel bijna allemaal een ander zorggezin. De vertrouwdheid met het gegeven is groot in Geel. Ze weten dus vaak al wat het inhoudt, maar we informeren bij kennis­making altijd zo breed mogelijk over de verschillende vormen en mogelijkheden. Sommigen kennen bijvoorbeeld alleen de volwassenenwerking, waardoor ze zich ook geen kandidaat stellen voor de jongerenwerking. Dat kan veranderen als we uitleggen welk type gezin we zoeken en wat de noden zijn.”

De gezinnen die zich aanmelden variëren: een alleenstaande mama, een gepensioneerde leerkracht, gezinnen met kinderen… “We merken bij de jeugdwerking wel dat meer kandidaten een vooropleiding hebben in de zorg, zoals opvoeders en onderwijzers”, zegt Annemie Wauters. “Terwijl dat niet wordt verwacht, maar mensen met die vooropleiding voelen zich misschien meer aangetrokken tot opvang van kinderen of jongeren. Meer dan bij volwassenen heeft het zorggezin hier ook een opvoedende rol. De basisregels zijn dezelfde als bij volwassenen, zoals het permanentiesysteem waarbij contact op elk uur van de dag mogelijk is. We geven ons engagement als ziekenhuis om steeds paraat te zijn voor als er iets zou foutlopen.”

“Dat is nodig om gezinnen de stap te laten zetten om zorggezin te worden”, vult Wilfried Bogaerts aan. “Er is een ernstige problematiek, dat is een vaststaand feit. Garantie voor een constante back-up is nodig , hoewel we merken dat er zelden crisissituaties zijn waarvoor een dringende interventie of opname nodig is .”

PERSPECTIEF VAN HET KIND

De screeningsprocedure neemt wel enige tijd in beslag. Na een eerste infogesprek gaat Wilfried Bogaerts enkele keren naar het potentieel zorggezin, telkens met een andere collega. Aansluitend gaat ook de kinder- en jeugdpsychiater samen met een casemanager op huisbezoek. “Daar wordt afgestemd of beide partijen hetzelfde beeld hebben over gezinsverpleging. Komt dat overeen met de realiteit van elke dag, is het gezin daartegen opgewassen? Op die manier krijgt het team een zicht op de verwachtingen. Niet zozeer om die bij te sturen, wel om te weten wat het gezin kan bieden. Daarna begint het echte werk, want dan pas begint de matching met het kind en wordt bekeken wie past in het gezin.”

Op dit moment verblijven 11 kinderen in 12 gezinnen. Het jongste is drie en al een jaar bij de pleegmoeder. Sommige jongeren starten in de werking als kind en stromen later door naar het begeleidingsteam voor volwassenen in hetzelfde gezin. Tot vandaag werden al 42 kinderen begeleid, vier van hen hebben de overstap naar de volwassenenwerking gemaakt. “Een deel van de kinderen wordt door de jeugdrechter geplaatst”, licht Annemie Wauters toe. “Wanneer een jeugdrechter bepaalt dat een kind door context of problematiek niet thuis kan blijven, is dat vaak voor een langere periode. Over het algemeen blijven die kinderen ook de volledige week bij het zorggezin, maar dat wil niet zeggen dat ze geen contact meer hebben met de natuurlijke context. De andere helft van de jongeren verblijft partieel bij een zorggezin. Hier gaat het meer om een gedeeld traject, waar de kinderen een paar dagen thuis en een paar dagen in een zorggezin verblijven.”

Alle formules zijn mogelijk voor gezinsverpleging, maar het mandaat van de natuurlijke omgeving is cruciaal. “Als de ouders niet akkoord gaan dat een ander gezin het kind opvangt, loopt het zeer moeilijk. Een begeleiding staat of valt met de natuurlijke context. Daarom wordt van bij aanvang al een kennismaking georganiseerd met het opvanggezin. In een samenwerkingsovereenkomst komen alle afspraken. Die kunnen gaan over simpele dingen, zoals naar de kapper gaan, maar ze moeten wel duidelijk zijn. We houden rekening met iedereen, maar vertrekken altijd vanuit het perspectief van het kind en bekijken altijd of een beslissing de ontwikkeling van een kind ten goede komt. We proberen daar transparant in te zijn naar de ouders toe en dat lukt tamelijk goed. Bij kinderen en jongeren wil je nog meer dan bij volwassenen loyaliteitsconflicten vermijden. Dat is een issue van pleegzorg in het algemeen. We proberen daar heel zuiver mee om te gaan en een kind dat daarmee worstelt heel goed op te volgen. We hebben ook regelmatig gesprekken met het kind om te horen hoe het verloopt in het gezin.”

DELEN VAN ZORG

De sterkte van de gezinsverpleging zit volgens Annemie Wauters en Wilfried Bogaerts onder meer in het ziekenhuis als buffer. “Wij hebben de mogelijkheid om als ziekenhuis de link tussen het kind en het zorggezin te leggen. Als er iets foutloopt, bieden we een back-up. We hebben nog niet vaak moeten interveniëren, maar het is wel mogelijk indien nodig. De psychiater is snel oproepbaar. We hebben de hulp van de K-dienst wel eens moeten inroepen toen een kind helemaal blokkeerde. Na een paar weekends op de dienst kregen we de situatie opnieuw gekanteld en kon het kind terug naar het zorggezin, afgebakend met periodes. De mogelijkheid om zorg te delen is een sterkte van het concept.”

En die methode komt de ontwikkeling van de kinderen en jongeren ten goede. “We zien dikwijls dat er zeker bij het begin van een verblijf enorme sprongen worden genomen in ontwikkeling”, klinkt het. “Een kind bijvoorbeeld bij wie testing een matige mentale beperking uitwees, haalde na een jaar in een zorggezin zijn ontwikkelingsachterstand ruimschoots in. Een goede context kan kinderen met een achterstand enorm doen groeien. Dat is het voordeel van dat 1-op-1-contact, wat in een voorziening zelf vaak niet kan. Zal die problematiek volledig verdwijnen? Waarschijnlijk niet, en daar moeten we het zorggezin ook mee leren omgaan. We moeten voortdurend de oefening maken of het gezin het aankan en temporiseren als team.”

De ervaring van beiden toont aan dat het systeem werkt. “We zouden meer kinderen en jongeren kunnen opvangen, maar met de huidige middelen zitten we aan onze limiet.  Het is administratief ook een hele klus, want we moeten rekening houden met de regelgeving van het ziekenhuis en van pleegzorg die decretaal bepaald is. Wij ontfermen ons over de screening en matching, pleegzorg geeft onze gezinnen dan een pleegzorgattest op basis van onze informatie en bekijkt welke pleegzorgmodule nodig is. Afhankelijk daarvan financiert pleegzorg een deel van de vergoeding. Omdat we met een moeilijke doelgroep, kinderen met een verstandelijke beperking en een psychiatrisch probleem, te maken hebben, ligt de vergoeding van onze zorggezinnen hoger. De samenwerking met pleegzorg is een mooi voorbeeld van krachten bundelen en intersectoraal samenwerken. Hierdoor kunnen meer kinderen opgroeien in een gezinssituatie, en hoeven ze niet in een voorziening opgevangen te worden.

De werking past mooi in vermaatschappelijking van zorg. “Wij zien hier grandioze vooruitgangen”, zegt Annemie Wauters. “Spijtig dat we maar een beperkt aantal kinderen kunnen begeleiden. Zorgouders leveren fantastisch werk, en kunnen dat ook omdat wij hen ondersteunen. We werken echt wel met een speciale groep, maar slagen er door een intensieve samenwerking met de gezinnen in om die kinderen relatief stabiel groot te krijgen.”


Bij gezinsverpleging komen mensen met een psychiatrische problematiek terecht in een gezin, vaak op lange termijn. Het zorggezin kan rekenen op een sterk ondersteunend systeem, waarbij een team van casemanagers te allen tijde beschikbaar is. In een samenwerkingsovereenkomst worden de afspraken vastgelegd. Het gezin is verantwoordelijk voor de alledaagse  zorg, het team staat in voor de behandeling en heeft de regie in handen. De garantie van zorgovername blijft. Iedereen die betrokken is kan aangeven dat het niet lukt en dan wordt naar een andere oplossing gezocht. De ervaring leert dat dat nog niet vaak nodig is gebleken.

 

TEKST: DEBORAH SCHOLLAERT • BEELD: MINE DALEMANS