TOM VIEREN, DIRECTEUR VAN WOONZORGCENTRUM HEILIG HART PUTTE, OVER HET BALANCEREN OP EEN SLAPPE AKKOORD OM EEN GOEDE BEZOEKREGELING UIT TE WERKEN IN TIJDEN VAN COVID-19

Eerst applaus, nu pek en veren?

27 augustus 2020

De laatste dagen is er wel wat te doen rond bezoek – of althans de manier waarop dit al dan niet georganiseerd wordt – in de Vlaamse woonzorgcentra. Aanleiding is het feit dat sommige woonzorgcentra geen bezoek zouden toelaten terwijl bij hen geen sprake is van een besmetting. Tegelijk zijn er ook mensen die een probleem hebben dat de bezoekregeling in een woonzorgcentrum niet volledig overeenstemt met hun verwachtingen of overtuiging. De laatste tijd worden we vaak geconfronteerd met emotioneel beladen en soms uit de context gerukte berichten dat al onze ouderen in een woonzorgcentrum wegkwijnen van eenzaamheid en verdriet. Hierop vormt de publieke opinie een mening waardoor vrij snel alle woonzorgcentra over dezelfde kam worden geschoren. Een paar maanden geleden nog kregen we iedere avond uitgebreid applaus en zag men zorgverleners als helden, nu komt het over als worden we bijna overladen met pek en veren.

 

Tom Vieren, directeur Heilig Hart Putte

Zoals altijd is enige nuance op zijn plaats. Vooreerst: woonzorgcentra die de zaak hermetisch afsluiten van de buitenwereld zonder grondige reden – een uitbraak van Covid-19 dus – moeten hierop adequaat worden aangesproken. Overheid, doe hier uw werk. Voor alle duidelijkheid: dit gaat over een minderheid aan woonzorgcentra die het blazoen besmeuren van al wie het wel goed probeert te doen.

Vervolgens komen we dan bij het balanceren op een slappe koord: proberen het midden vinden tussen voldoende veilig contact of bezoek voor de bewoner en het zoveel mogelijk vermijden van het risico op besmetting. Een uniek recept daarvoor is er niet. Want alle woonzorgcentra zijn verschillend en ook de bewoners- en bezoekerspopulatie is vaak verschillend. Voor bewoners met dementie is er al een andere aanpak nodig dan bij bewoners zonder dementie. De ene begrijpt namelijk makkelijker hoe zich veilig te gedragen dan de andere. De ene bezoeker is ook de andere niet: sommigen zijn erg betrokken en begaan en volgen de maatregelen erg goed op, anderen vinden het allemaal maar ‘zever’ of zijn het niet eens en gedragen er zich dan ook naar. Die laatste categorie levert natuurlijk een groter risico. Een woonzorgcentrum is een woongemeenschap met veel mensen op één plaats. Een uitbraak van het virus houdt hierdoor meestal niet op bij één bewoner, hoe goed we ook aan preventie en opsporing doen. Er zijn woonzorgcentra die in hun gebouw minder mogelijkheden hebben om kleinere bubbels te maken, en aldus het risico op (zware) besmetting te verlagen, dan andere woonzorgcentra.

“De veiligheid en het welzijn van onze bewoners staan centraal, samen met het volgen van de veiligheidsmaatregelen die ons door de overheid opgelegd worden.”

En daar moeten we dan mee aan de slag. Hebben wij bij ons de mirakeloplossing voor bezoek en sociaal contact? Neen. Wij denken wel dat we de moeilijke evenwichtsoefening goed doorstaan. Zes op de zeven dagen is er bij ons bezoek in babbelboxen mogelijk. Er is iedere middag de mogelijkheid om met de bewoner coronaproof te eten in het familierestaurant. Er kan met de bewoner gewandeld en gefietst worden, ook daar met de nodige veiligheidsmaatregelen. Er wordt gebeld, geskypet en er worden kaartjes en brieven geschreven. Zijn er mensen die vinden dat we te streng zijn? Uiteraard. Zijn er mensen die vinden dat we niet streng genoeg zijn? Uiteraard. Alle meningen en alle verwachtingen met elkaar verzoenen, is immers een moeilijke, zo niet onmogelijke, opdracht. Maar het overgrote deel van onze bewoners en hun familieleden kan zich in ruime mate vinden in hoe we het aanpakken. Cruciaal daarbij is ook dat we duidelijk zeggen waarom we iets al dan niet doen: de veiligheid en het welzijn van onze bewoners staan centraal, samen met het volgen van de veiligheidsmaatregelen die ons door de overheid opgelegd worden.

Kwijnen onze bewoners hier weg van eenzaamheid en verdriet? Helemaal niet. De aandacht voor het wonen en leven, voor zinvolle dag- en tijdsbesteding is niet wegvallen door het coronavirus. Onze medewerkers hebben zelfs nog meer dan vroeger aandacht voor dat stukje welzijn van onze bewoners. We zien zelfs dat het samenleven en de groepsdynamiek van de bewoners onderling sterker is geworden. Willen wij terug naar een meer ‘normale’ wereld zoals die voor corona was? Uiteraard. Alleen is de situatie er nu niet naar en moeten we ons noodgedwongen aanpassen. Dus proberen ook wij met vallen en opstaan een situatie te creëren die het midden houdt tussen voldoende veiligheid en voldoende sociaal contact.

Mijn boodschap: mistoestanden moeten aangepakt worden. En in al die andere situaties: wat wederzijds begrip en overleg, wat geduld en samen zoeken, wat oog voor de specifieke context kan heel wat oplossen. Iedere avond applaus, dat vragen we niet. Maar die pek en veren, voeren we die maar terug af?


Gerelateerde berichten

Pleidooi voor nuance en dialoog

Heel wat schrijnende situaties uit Vlaamse woonzorgcentra halen dezer dagen de pers. Griet Robberechts, directeur van Woonzorgnet-Dijleland reageert en weerlegt.

Masterclass leidinggeven voor directies en coördinatoren uit de ouderenzorg

Lead to Care: goed leiderschap leidt tot betere zorg

Ouderenzorg van de toekomst

Margot Cloet pleit voor een fijnmazig netwerk van gedifferentieerde zorgvormen.