HOSPICE AULIGHEM IN AVELGEM VANGT OUDEREN OP DIE TERMINAAL ZIEK ZIJN

DE LAATSTE ZORGEN VLAKBIJ HUIS

9 december 2019

Voor ouderen die terminaal ziek zijn, is een ziekenhuisopname niet altijd nood­zakelijk. Thuiszorg is voor velen echter niet meer haalbaar. Het is voor die doelgroep dat Hospice Aulighem, een pilootproject van woonzorgcentrum Sint-Vincentius in Avelgem, bestaat. Hier kunnen zij in een vertrouwde omgeving van warme en kwaliteitsvolle zorg genieten in hun laatste dagen. Met dit project is de voorziening pionier in Vlaanderen. Ken Wagner, directeur van woonzorgcentrum Sint-Vincentius, ziet nochtans veel interesse bij andere Vlaamse woonzorgcentra: “We hebben al tientallen directieleden en mede­werkers van andere ouderenzorgvoorzieningen over de vloer gekregen. Velen zijn het concept van een ‘hospice’ genegen, maar de financiering is voor de meesten een struikelblok.”

NABIJHEID ALS KRACHT

Aulighem: het is op de topografische kaarten uit lang vervlogen tijden de vroegere benaming van Avelgem. Dat beklemtoont meteen ook het regionale karakter van het palliatieve initiatief. “Maar vergis je niet, we richten ons zeker niet uitsluitend tot de Avelgemnaren. Het is een regiogebonden project, dat wel, maar het gaat breder dan de grenzen van een gemeente,” schetst Nele Vandommele, referentiepersoon palliatieve en pastorale zorg in het woonzorgcentrum. “In de feiten zien we dat we mensen bereiken binnen een straal van een 25-tal km. Tenslotte bepalen de ouderen en hun familie zelf hoe ver ze willen rijden om naar onze ‘hospice’ te komen. De kracht van een hospice is de nabijheid. Mensen die in de laatste fase van hun leven zitten, krijgen hier in een vertrouwde omgeving en vlakbij vrienden en familie de laatste zorgen toegediend. De kamers voor de palliatieve patiënten zijn zo ingericht dat familieleden kunnen blijven overnachten,” vertelt directeur Ken Wagner.

Het pilootproject voor terminale ouderen bestaat intussen een viertal jaar. Het idee kwam van Wagner zelf: “Als ondervoorzitter van het palliatief netwerk Zuid-West-Vlaanderen heb ik sowieso een grote gevoeligheid ontwikkeld voor het thema palliatieve zorg. Koppel daaraan nog eens het verhaal dat ik opving van een man die zijn terminale partner dagelijks moest opzoeken in het ziekenhuis in Kortrijk. Dat echtpaar woonde hier net om de hoek. Die combinatie zorgde ervoor dat bij mij het idee rijpte om een ‘snelle palliatieve opvang’ (de allereerste benaming van het pilootproject) aan ons woonzorgcentrum te koppelen.” Van de zes kamers voor kortverblijf kregen er twee de bestemming om er palliatieve ouderen in onder te brengen.

“De kracht van een ‘hospice’ is de nabijheid. Mensen die in de laatste fase van hun leven zitten, krijgen hier in de vertrouwde omgeving en vlakbij vrienden en familie de laatste zorgen.”

GLUREN BIJ DE HOLLANDSE BUREN

Het concept en de benaming ‘hospice’ komt uit Nederland. Bij onze noorder­buren is het concept helemaal ingeburgerd. Daar zijn er intussen om en bij de 200 van dergelijke palliatieve units die gekoppeld zijn aan een woonzorgcentrum. Je kan dus stellen dat wzc Sint-Vincentius voor hun initiatief de mosterd uit Nederland haalde. Wagner: “In Nederland is het concept intussen inderdaad goed ingeburgerd. Als je dan de parallel trekt met België en denkt aan het verhaal van die man die zijn vrouw iedere dag moest opzoeken in Kortrijk: ook hier bij ons is er nood aan een vorm van medium care. Het is niet omdat je terminaal ziek bent, dat je nood hebt aan high-tech zorg. Het is voor die mensen dat een ‘hospice’ een nuttige bestemming kan zijn: zij die niet thuishoren in een ziekenhuis, maar voor wie het evenzeer te zwaar is om nog thuis verzorgd worden. Je mag de belasting voor de mantelzorgers zeker en vast niet onderschatten. Vanuit die vaststelling, dat vacuüm, hebben we Hospice Aulighem opgestart.”

Ken Wagner

Woonzorgcentrum Sint-Vincentius zet specifiek in op levenseindezorg en wil hierin een referentie zijn binnen de ouderenzorg. Nele Vandommele: “Oorspronkelijk ben ik hier een tiental jaar geleden begonnen als ergotherapeute. Maar ik was altijd gefascineerd door de specifieke zorg aan het levenseinde. Ik kreeg de kans van mijn directie om de referentenopleiding pallia­tieve zorg te volgen. Ook aan de verzorgenden die op de afdeling van de hospice staan, wordt gevraagd om minstens die basisopleiding te volgen. Doorheen het jaar is er continu interne specifieke vorming in palliatieve zorg. Dat is nodig. Het vergt ook als medewerker een bijzondere instelling om met de korte passage van terminaal zieke ouderen om te kunnen. De gemiddelde verblijfsduur in de hospice is namelijk amper 38 dagen.” Dat is een van de grote verschillen met de reguliere palliatieve zorg inwoonzorgcentra. Ook de opnamecriteria zijn anders: “Je kan enkel toetreden tot onze hospice als je een bepaalde score haalt op de Palliative Performance Scale (PPS-schaal) en de Palliatieve zorgindicator tool (PICT). Kort gesteld: er verblijven op deze specifieke afdeling mensen die maximaal nog 3 maand te leven hebben. Als ze langer blijven dan die termijn, of hun gezondheid verbetert, dan heroriënteren we die bewoners. Dat kan richting het woonzorgcentrum zijn, maar even goed kunnen ze terug naar huis. Mensen die al in ons woonzorgcentrum wonen, gaan echter niet naar de hospice voor hun levenseindezorg. Tot op heden kampen we nog niet met een wachtlijst, maar op jaarlijkse basis zitten we toch aan een bezettingsgraad van 90%,” aldus Ken Wagner.

Nele Vandommele

FINANCIËLE UITDAGING

De levenseindezorg is intensief. Intensiever dan de zorg voor ouderen die in een woonzorgcentrum verblijven. Dat betekent dus dat er meer personeel nodig is voor Hospice Aulighem dan voor andere afdelingen in het woonzorgcentrum. Een speciaal statuut voor hospices is er tot op heden echter niet. Meteen de reden waarom de hospices in Vlaanderen nog niet als paddenstoelen uit de grond schieten volgens Wagner: “We krijgen hier geregeld geïnteresseerde directieleden van andere woonzorgcentra over de vloer die een kijkje komen nemen naar ons proefproject, maar velen houden nog de boot af. In Tienen is intussen wel ‘De Klaproos’ opgericht, een initiatief van de Broeders alexianen. Er is ook nog Hospice CODA in Wuustwezel, maar dat is niet gelinkt aan een ouderenzorgvoorziening.

Als je weet dat in een ziekenhuis een palliatieve patiënt anderhalve medewerker krijgt toegewezen, dan weet je dat je met de huidige bestaffing in de ouderenzorg in de verste verte niet toekomt. Wij moeten dus als woonzorgcentrum de putjes zelf effenen. We zijn daarmee al een kleine vier jaar bezig, maar dit kan niet blijven duren. We zijn met verschillende partners in gesprek voor een speciaal statuut. De Vlaamse overheid is onze voornaamste gesprekspartner. We hopen op een regeling zoals die werd uitgewerkt voor personen met jongdementie. Daarnaast praten we ook met Kom Op Tegen Kanker. Eens we een billijk financieringsmodel kunnen afspreken, zullen – net als in Nederland – de hospices in ons land in alle uithoeken aanwezig zijn. Daar ben ik 300% zeker van,” besluit directeur Wagner.

 

TEKST: JENS DE WULF • BEELD: PETER DE SCHRYVER