WZC HEILIGE FAMILIE IN KUURNE KNOOPT DE STRIJD AAN TEGEN ONDERVOEDING

DE GROOTSTE PREVENTIE ZIT IN HET AANTREKKELIJK MAKEN VAN DE MAALTIJD

Maart 2020

Ondervoeding is een reëel probleem in woonzorgcentra. Uit de cijfers van het Vlaams Instituut Gezond Leven blijkt dat 13% van de bewoners in een woonzorgcentrum ondervoed is. 43% loopt risico op ondervoeding. Dat wil zeggen dat meer dan de helft van de bewoners nauw opgevolgd moeten worden. Woonzorgcentra kunnen daarom een beroep doen op het project ‘procesbegeleiding voor preventie binnen zorg en welzijn’, een initiatief van de Vlaamse Overheid dat het Vlaams Instituut Gezond Leven coördineert. “Het is de beste manier om op korte termijn heel wat kennis over preventie in huis te halen”, vertelt Sjarel Van Cauter, interne voedingscoördinator van het project in wzc Heilige Familie Kuurne. 

Voor een woonzorgcentrum staat de gezondheid van de bewoners voorop. Daarom startte het Vlaams Instituut Gezond Leven, samen met een stuurgroep, het project ‘procesbegeleiding voor preventie’ op. In dat project zetten ze in op vier thema’s: val- en fractuurpreventie, ondervoeding, preventieve mondzorg en psychofarmaca. Woonzorgcentra kunnen zich kandidaat stellen om samen te werken met een externe begeleider rond één van deze vier thema’s. De procesbegeleider werkt op maat van het woonzorgcentrum. Sjarel Van Cauter is interne voedingscoördinator in wzc Heilige Familie Kuurne en werkt samen met een procesbegeleider aan het thema ondervoeding: “Door mee te stappen in dit project kunnen we onze werking op een gerichte manier bijsturen,” vertelt Sjarel Van Cauter.Ondervoeding kan veroorzaakt worden door verschillende redenen. Eerst en vooral hebben ouderen doorgaans minder eetlust, een snellere verzadiging en een trager verteringsstelsel. Daarnaast komt ondervoeding ook vaak voor bij bewoners met dementie, mond- of gebitsproblemen, voedselproblemen of door interactie met de medicatie.”

Hoe start je met een preventieproject?
Sjarel Van Cauter: “We hadden geen zicht op projecten die werken rond ondervoeding en we hadden ook geen idee wat de voedingstoestand van onze bewoners was. Daarom zijn we gestart met een nul­meting. Die hebben we gedaan via de Mini Nutritional Assessment, een vragenlijst die bestaat uit 14 punten en peilt naar bijvoorbeeld de mobiliteit van de bewoner. Heeft hij of zij de laatste drie maanden gewicht verloren? Wat is de Body Mass Index van de bewoner? Aan de hand van die bevraging konden we afleiden hoe het gesteld is met de voedingstoestand van de bewoners in ons woonzorgcentrum. Daaruit bleek dat wij op het gemiddelde zitten van alle Vlaamse woonzorgcentra. 44% van onze bewoners heeft risico op ondervoeding; 13% is ondervoed. We hebben die bevraging nu systematisch in onze werking opgenomen. Dat houdt in dat we bij elke intake deze vragenlijst voorleggen aan de nieuwe bewoner. Zo kunnen we dit nauwer opvolgen in samenwerking met de verzorging, verpleging en eventueel huisarts.”

Ligt er dan nu een plan klaar om ondervoeding aan te pakken?
“Zo simpel is het niet. Het is niet zo dat je met één scenario aan de slag kan. We proberen per bewoner te achterhalen wat de reden van de ondervoeding is. Het is een probleem dat echt een persoonlijke aanpak vereist. Het kan zijn dat het vooral een fysiek probleem is. Ik denk bijvoorbeeld aan een bewoner die zelf het eten niet meer naar zijn mond kan brengen. In zo’n geval kunnen we werken met aangepast bestek of bekers, zodat die persoon weer wat vlotter kan eten. We kunnen ook in samenspraak met de keuken ‘bouwstenen’ aanbieden. Dat is een compact gerecht dat veel weg heeft van een mooi taartje en waar alle nodige voedingsstoffen inzitten. Het is heel klein en makkelijk om op te eten en op die manier heeft de bewoner alle nodige eiwitten, vitamines en andere essentiële voedingsstoffen binnen. In de toekomst willen we ook fingerfood aanbieden. Kleine, aantrekkelijke hapjes die de bewoners met hun handen kunnen eten.

De bewoners die een risico lopen op ondervoeding volgen we nauwgezet op. Onvoldoende eten kan verschillende redenen hebben. Heeft iemand dementie, mond- of gebitsproblemen, verminderde eetlust door medicatie of gaan ze door een periode van rouw? Het is belangrijk dat we het eetgedrag in de gaten houden. De logistieke medewerkers noteren dagelijks wat de bewoners eten en drinken. Op die manier houden we de vinger aan de pols.”

Welke preventieve maatregelen nemen jullie voor de groep die risico loopt?
“De grootste preventie zit volgens mij in het aantrekkelijk maken van het eten. Onze bewoners hebben elke dag de keuze om te eten in de leefruimte van hun eigen afdeling of in de bistro. We proberen in de bistro een restaurantgevoel te creëren met een mooie inrichting, zachte muziek op de achtergrond en eten dat mooi gepresenteerd wordt. Soms organiseren we een speciale maaltijd. Zo serveerden we tijdens de Week van de Senioren een uitgebreid ontbijt met niet alleen brood en beleg zoals gewoonlijk, maar ook met eitjes, vers geperst fruitsap en boterkoeken.

Er loopt op dit moment ook een proefproject waarin we experimenteren met desserts. Drie keer per week kunnen de bewoners nu kiezen voor fruit en dat wordt goed ontvangen. Hetzelfde doen we met het soepmoment in de voormiddag. Wie wil kan ook een bordje pap of een glas karne­melk vragen. Kortom, we doen er alles aan om van het eetmoment iets te maken waar bewoners naar uitkijken. Of ze nu eten in de leefruimte of in de bistro. Het is belangrijk dat onze bewoners niet met tegenzin eten, dat ze op hun gemak zitten in een huiselijk en gezellig kader waar er tijd is om te eten en om na te praten. Om dit huiselijk kader te creëren, nemen we op dit moment een enquête af bij onze bewoners. Zo willen we peilen naar hun mening over het maaltijdgebeuren. Door te luisteren naar hun ervaringen proberen we zo gericht mogelijk te werken en het maaltijdgebeuren daaraan aan te passen.”

Welke rol speelt de procesbegeleider in dit verhaal?
“De sterkte van dit project is dat je als woonzorgcentrum wordt begeleid door een externe begeleider die veel expertise heeft, in ons geval op vlak van ondervoeding. Isabelle, onze procesbegeleider zit elke twee maanden samen met het multidisciplinair team. Ze brengt een pak kennis en praktijkervaring mee en reikt ons heel wat expertise aan. Samen met haar doorlopen we het stappenplan en wordt er ook vorming voor ons eigen personeel georganiseerd. Zo worden alle zorg- en logistieke medewerkers binnenkort ondergedompeld in belevingsgerichte simulatieoefeningen. Door de samenwerking met de procesbegeleider wordt zo op korte termijn heel wat knowhow in de organisatie geïnjecteerd.”

Merk je een verschil in de werking nu jullie ondersteund worden door een proces­begeleider?
“Ja, heel zeker. Net door die input merken we dat er heel wat leuke ideeën opborrelen in het multidisciplinair team. Ik ben dan ook heel fier op de input en het enthousiasme van de uiteenlopende disciplines uit de zorg- en woondiensten van het woonzorgcentrum en het centrum voor dagverzorging. Maar misschien nog belangrijker is dat de nieuwe voorstellen gedragen worden. In een grote organisatie is het niet altijd evident om iets nieuws op te starten. Maar met de steun van de procesbegeleider is het team enorm gemotiveerd om nieuwe zaken uit te proberen. Zo experimenteren we sinds kort om meer verschillende dranken aan te bieden, waaronder karnemelk. In het team werd ook gesignaleerd dat sommige bewoners ’s nachts onrustig waren omdat ze honger hadden. Nu zijn we aan het nadenken over hoe we een snack kunnen aanbieden tijdens de avondronde en hoe we dat systematisch over het hele woonzorgcentrum kunnen organiseren. We moeten natuurlijk wel rekening houden met het feit dat we een onderdeel zijn van een groter geheel. Dat merkten we bijvoorbeeld toen we de maaltijden meer wilden spreiden. Wanneer we het middagmaal een kwartier later laten starten, loopt de rest van de dag ook vertraging op. De puzzel met het dagprogramma moet dan helemaal opnieuw gelegd worden.”

“De procesbegeleiding werd opgestart in april 2019 en loopt tot 2021. In die twee jaar kunnen we 65u beroep doen op onze procesbegeleider. Maar nu al staat vast dat we deze maatregelen zullen bestendigen en verankeren in onze werking. Het verschil is duidelijk zichtbaar. Onlangs liep ik de bistro binnen tijdens het middageten en ik voelde dat er een goede sfeer hing. Er speelde mooie muziek, de bewoners aten zichtbaar met smaak. Ze namen hun tijd en bleven wat langer zitten om na te praten. Kortom, ze genoten niet alleen van het eten, maar van het hele gebeuren errond. Wel, als ik dat zie, dan ben ik een tevreden mens.”


> Procesbegeleider worden voor de thema’s mondzorg, val- en fractuurpreventie of ondervoeding? Surf naar www.gezondleven.be/projecten/procesbegeleiding-voor-preventie-in-woonzorgcentra/meedoen-als-pb
> Als woonzorgcentrum een gratis procesbegeleiding aanvragen? www.gezondleven.be/projecten/procesbegeleiding-voor-preventie-in-woonzorgcentra


 

TEKST: KIM MARLIER • BEELD: PETER DE SCHRYVER