PROCESBEGELEIDING OM VALLEN TE VOORKOMEN

"Een val- en fractuurpreventiebeleid uitrollen: da's teamwork"

September 2021

Er wordt veel gevallen in Vlaanderen. 30% tot 70% van de 65-plussers in woonzorgcentra valt minstens één keer per jaar, 15% tot 40% daarvan valt doorheen het jaar zelfs meerdere malen. Een val zorgt niet alleen voor verhoogde zorg en een verhoogde zorgkost, maar er is ook een duidelijk verband tussen het vroegtijdig overlijden van een bewoner en een val of een breuk. WZC Zonnewende in Kapellen stapte daarom mee in het project procesbegeleiding rond val- en fractuurpreventie. 

“In ons WZC registreren wij alle valincidenten”, vertelt Els Krijnen, kinesitherapeute en val- en fractuurpreventiecoördinator in wzc Zonnewende Kapellen. “Omdat onze valcijfers iets hoger lagen dan het gemiddelde wilde onze directie meestappen in het project van het Vlaams Instituut Gezond Leven rond ‘val- en fractuurpreventie’. We stelden ons online kandidaat en kort nadien kregen we bericht dat we konden participeren. Vallen zullen we nooit helemaal kunnen voorkomen, maar het is wel belangrijk om risicofactoren te beperken of uit te schakelen.”

Ondersteunende rol

“De directie vroeg mij of ik dit project wou coördineren op een moment dat ik wel zin had in een nieuwe uitdaging. Het thema ligt binnen mijn vakgebied en ik zag het helemaal zitten om hiervoor tijd vrij te maken. De komende twee jaar zal Tinneke Claes ons bijstaan. Ze is procesbegeleider bij het Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen (EVV).”

Els Krijnen

“Een procesbegeleider is allesbehalve een kritische inspecteur die komt controleren. Tinneke brengt heel veel kennis mee over dit onderwerp en slaagt erin om de volledige werkgroep te motiveren. Zij is op dit moment altijd aanwezig op onze vergadering, maar vanuit een ondersteunende rol. Op termijn is het de bedoeling dat ik de vergaderingen op mij zal nemen, maar op dit moment stelt het mij enorm gerust dat ik op haar kan rekenen.”

Mooie mix 

“Omdat we een vrij grote voorziening zijn, stelde Tinneke voor om ons te richten op een deel van het woonzorgcentrum. Zo konden we het project behapbaar houden. We concentreren ons nu op vier woongroepen en stelden een werkgroep samen die bestaat uit twee collega’s per woongroep. Het is een mooie mix van kinesitherapeuten, ergotherapeuten, verpleegkundigen, zorgkundigen, onderhoudspersoneel en begeleiders wonen en leven, aangevuld met een stafmedewerker en uiteraard onze procesbegeleider.”

 

“Een werkgroep waaraan mensen met uiteenlopende verantwoordelijkheden deelnemen, is nu al een meerwaarde. Net door andere collega’s te betrekken komen er nieuwe inzichten en pijnpunten naar boven”

“Het gegeven van een werkgroep waaraan mensen met uiteenlopende verantwoordelijkheden deelnemen, is nu al een meerwaarde. Vroeger werkten wij met kwaliteitskringen rond bv. het thema mobiliteit, maar die bestonden voornamelijk uit kinesitherapeuten. Net door andere collega’s te betrekken komen er nieuwe inzichten en pijnpunten naar boven. Vanuit kinesitherapie bekijken wij of de bewoner zijn wandelstok goed gebruikt en of hij al dan niet de juiste schoenen draagt. Mensen van het onderhoud komen dagelijks in de kamers en letten op andere zaken. Liggen de elektriciteitskabels niet in de weg? Is de vloer droog? De collega’s van wonen en leven zijn een belangrijke schakel om alles uit te dragen naar de bewoners. Zorgkundigen en verpleegkundigen staan dan weer aan de basis van de meeste medische aspecten, zoals de evaluatie van bv. bloeddrukval, urinaire incontinentie, medicatie en zicht.”

Helder stappenplan

“Vanuit het EVV kregen we een heel uitgebreid stappenplan dat het proces helder schetst. Als eerste stap moet je de directie engageren. In ons geval was dat niet zo moeilijk omdat de vraag net van hen kwam. Daarnaast hebben we ons team voorgesteld aan alle collega’s en alle mensen die er baat bij hebben om te weten dat wij werken aan val- en fractuurpreventie. Dat gaat van apothekers, familieleden, studenten tot verenigingen die hier komen optreden. We ontwierpen een leuke poster om uit te hangen in het woonzorgcentrum en schreven de stakeholders aan om onze plannen bekend te maken.”

Het waar en waarom

“Als tweede stap proberen we inzicht te krijgen in de beginsituatie. We nemen daarbij de cijfers van het afgelopen jaar onder de loep, die ons tonen waar de problemen zitten. Waar wordt het meest gevallen? Wanneer? Tijdens die analyse ontdekten we al een eerste aandachtspunt, namelijk dat het registratieformulier niet altijd volledig wordt ingevuld. Het elektronisch dossier is nieuw en dat invullen is voor collega’s niet altijd evident. Val- en fractuurpreventie omvat zoveel dat het soms moeilijk te omschrijven is, maar het is een belangrijk werkpunt om die cijfers zo correct mogelijk te krijgen.”

“Heeft deze oudere wel de juiste schoenen aan? Worden de juiste hulpmiddelen gebruikt?’ De zorgverlener die aan het bed staat van de bewoner moet zich automatisch die vragen stellen.”

“Uit onze registratie blijkt nu al duidelijk dat de bewoners voornamelijk vallen op hun kamer en het vaakst bij het rechtstaan of het gaan zitten. Het voordeel is dat we weten waarop we onze maatregelen moeten toespitsen. We zoeken uit hoe het komt dat mensen vooral vallen op hun kamer door de risicofactoren gedrag en omgeving te evalueren. Zo kunnen we ontdekken wat er misloopt.”

Successen vieren

“Op dit moment staan we nog aan het begin van het traject. Na de nulmeting zullen we onze visie en missie rond val- en fractuurpreventie helder uitschrijven en prioriteiten stellen. Er zijn twaalf valrisicofactoren. Denk maar aan het gebruik van de rem op de zetel, medicatie of het gebruik van de wandelstok. Uit de nulmeting moet blijken waar de grootste oorzaken liggen in ons woonzorgcentrum en die moeten onze prioriteit worden. Daarnaast willen we een positieve cultuur rond val- en fractuurpreventie creëren. Wij hebben al leuke plannen met een posterreeks om in de toiletten op te hangen, een plek waar mensen altijd wat tijd hebben om te lezen. In deze periode zullen we onze collega’s ook bijscholen op vlak van val- en fractuurpreventie. Wij hebben een e-learning platform en plannen om dit in te zetten om online bijscholing te organiseren.”

“We hebben tot februari 2022 de tijd om dit to-do lijstje af te werken.  Dan buigen we ons over een multidisciplinair actieplan waarin de gekozen prioriteiten volgens het SMART-principe worden uitgeschreven. Dat kan bijvoorbeeld gaan over de fysieke assessments in het kader van evaluatie door de kinesitherapeut of ervoor zorgen dat alle brillen goed gepoetst zijn. De komende maanden zullen dus uitwijzen waar we landen met onze prioriteiten. We maken er wel een punt van om elke afgewerkte stap bewust te vieren met een hapje en een drankje. Om er bij stil te staan dat we weer een stukje verder staan binnen dit proces.”

Uitvouwen van het plan

“Na het uitschrijven van het actieplan begint de lange fase van dit project, namelijk het uitrollen van het actieplan naar alle woongroepen en collega’s in heel het woonzorgcentrum. Dat zullen we doen via de teamvergaderingen op woongroepniveau, het WEB, de wekelijkse bijeenkomsten van de teamcoaches, de VEVA, het maandelijks overleg tussen diensthoofden, directie en dagelijks verantwoordelijken. Het is de bedoeling dat ik als val- en fractuurpreventiecoördinator elke maand op de VEVA de valcijfers in kaart breng, zodat we die samen bekijken en interpreteren. Deze periode zal lopen tot december 2022.”

Nieuwe inzichten verankeren

“In januari 2023 zullen we opnieuw meten, evalueren en bijsturen waar nodig om dan de nieuwe inzichten te verankeren. Die stappen zullen elk jaar terugkomen en zijn de belangrijkste om de implementatie te doen slagen. Op die manier willen we gewoontes en automatismen creëren. Uiteraard mogen we de dialooggestuurde zorg niet uit het oog verliezen. We kunnen vanuit het oogpunt van val- en fractuurpreventie wel willen dat de bewoners goede schoenen dragen, maar als Georgette graag een open slipper draagt kunnen wij enkel wijzen op de risico’s. Ze blijft vrij om te dragen wat ze wil. Mogelijks kunnen we dan bij Georgette werken rond een andere risicofactor? Het is belangrijk om de bewoners mee te krijgen in dit verhaal en daarin spelen de begeleiders wonen en levenn het onderhoudspersoneel een belangrijke rol.”

Mee zijn in het verhaal

“We zien nu al verschillen. Dit merk je uiteraard nog niet in de valcijfers, maar collega’s zijn er zich van bewust dat de registratieformulieren goed moeten worden ingevuld. Omdat we er op dit moment veel over praten en dat er overal posters uithangen, let iedereen beter op bijvoorbeeld de brillen en de schoenen. Onze bewoners zullen blijven vallen, daarin moeten we realistisch zijn. Ik vind het belangrijker dat iedereen op de werkvloer de risicofactoren in het achterhoofd heeft, zodat we groeien naar een multifactoriële valpreventie-aanpak. Wanneer het geen verplichting is om te controleren of de bril gepoetst is, maar een automatisme, dan ben ik tevreden.”

 

Als woonzorgcentrum een gratis procesbegeleiding aanvragen? Of procesbegeleider worden voor de thema’s mondzorg, ondervoeding of val- en fractuurpreventie? Surf naar www.gezondleven.be/procesbegeleiding

 

TEKST: KIM MARLIER • BEELD: SOPHIE NUYTTEN


Gerelateerde berichten

Bereidheid om samen te werken is groot

Zorgraden uit de startblokken: West-Meetjesland. Voorzitter Elke Vastiau: “Natuurlijk betekent dit een engagement en een investering in tijd en middelen. Maar ik geloof erin."

“Dankzij kwaliteitshandboek hebben we voorsprong om strenge hygiënemaatregelen te implementeren”

Woonzorgcentrum De Linde in het Oost-Vlaamse Lievegem blijft tot nu gespaard van het coronavirus. Ann De Vrieze, de kwaliteitscoördinator van de voorziening: “We hebben altijd al enorm ingezet op een goede handhygiëne. Die lijn trekken we nu ook door naar onze bewoners.”

Geef ruimte en tijd om de zorg te coördineren

Levenseindezorg wordt steeds belangrijker thema