Marc Geboers

14 maart 2017

ZIEKENHUISNETWERKEN IN ONTWIKKELING

NOOD AAN DUIDELIJKHEID EN STABILITEIT VOOR GRONDIGE HERVORMING ZIEKENHUISLANDSCHAP

Het ziekenhuislandschap is volop in beweging. Overal ontstaan netwerken, de samenwerking groeit. Maar tegelijk is er nog veel onzekerheid over de toekomst. Dat maakt het voor ziekenhuizen moeilijk om belangrijke strategische beslissingen te nemen. Dr. Marc Geboers, directeur algemene ziekenhuizen van Zorgnet-Icuro, roept alle overheden op om samen de schouders onder dit project te zetten en een helder en duidelijk beleid uit te tekenen met een wetgevend kader dat stabiliteit garandeert. 2017 moet een sleuteljaar worden.

Op het ziekenhuiscongres “Together we care” van Zorgnet-Icuro in 2013 maakten we samen met de sector en alle betrokken experten een scherpe analyse van de toekomstige behoeften in de zorgsector. Patiënten met multimorbiditeit, meer chronische zorg, meer doen met alsmaar minder middelen… De behoefte om een omslag te maken in het huidige beleid was zonneklaar. De publieke opinie nam deze bezorgdheid over en de roep naar een gestructureerde aanpak van de problematiek werd ook door de politiek opgepikt. Bij de regeringsvorming in 2014 namen zowel de federale als de Vlaamse regering in het regeerakkoord als beleidslijn op dat nauwere samenwerking tussen de verschillende actoren een must is. In 2016 hebben zowel minister De Block als minister Vandeurzen hun ideeën hierover aan de sector kenbaar gemaakt. 2017 wordt nu het jaar om een en ander ook om te zetten in de praktijk.

“Hopelijk krijgt dit momentum om onze zorg op een meer patiëntgerichte manier te organiseren ook snel een wetgevend kader, zodat eenieder precies weet wat er wordt verwacht.”

KLINISCHE ZIEKENHUISNETWERKEN

De laatste maanden is er zowel op Vlaams als op federaal niveau hard gewerkt om de introductie van de klinische ziekenhuisnetwerken vorm te geven. Elke overheid probeert binnen haar bevoegdheden de contouren uit te tekenen voor deze belangrijke verandering in het zorglandschap. Het doel is om het zorgaanbod op een meer wetenschappelijk verantwoorde wijze af te stemmen op de vraag. Men wil komen tot een kwaliteitsvolle, toegankelijke en kostenbewuste organisatie. Hierbij wil men rekening houden met factoren zoals demografie, de incidentie en prevalentie van pathologie, evoluties in diagnostische en therapeutische aanpak en de medische technologie. Wat wel centraal blijft staan in een patiëntgeoriënteerde aanpak is de keuzevrijheid van de patiënt.

De introductie van de klinische netwerken vergt een aanpassing van de ziekenhuiswet. Niet langer het ziekenhuis zal de hoeksteen zijn, maar wel het netwerk. In die zin zal een ziekenhuis in de toekomst nog slechts als ziekenhuis kunnen omschreven worden als het deel uitmaakt van een klinisch netwerk. Men spreekt op het niveau van de samenwerkende ziekenhuizen binnen een geografische regio van een “locoregionaal ziekenhuisnetwerk”. De deelnemende partners zullen samen een zorgstrategie moeten uittekenen waarbij het pakket aan zorgopdrachten op een verantwoorde wijze wordt gespreid over de verschillende entiteiten. Die locoregionale netwerken krijgen ook de belangrijke opdracht om samen met de verschillende actoren in de regio noodzakelijke afspraken te maken om tot een goede taakverdeling te komen.

marc geboers
GOVERNANCE-STRUCTUUR

Als we kijken naar de structuur van de loco­regionale netwerken gaat het om regio’s van 400.000 tot 500.000 potentiële patiënten in een geografische aaneensluitende regio. Elk ziekenhuis kan maar deel uitmaken van één netwerk. In grootstedelijke gebieden zal het wellicht niet te vermijden zijn dat afgebakende locoregionale netwerken elkaar deels overlappen. Op die manier zullen in Vlaanderen een 14-tal netwerken worden gevormd. Er wordt een governance-structuur uitgetekend voor die netwerken, waarbij aandacht dient te worden besteed aan een actieve en geresponsabiliseerde input van de medisch specialisten. De functie van een overkoepelende hoofdgeneesheer zal verder nog moeten worden ingevuld. Dat geldt evenzeer voor een overkoepelende medische raad voor het netwerk. In ieder geval is het doel van deze governance-structuur vooral om de zorgstrategie van het netwerk te bepalen en te implementeren.

In de programmatie van de zorgopdrachten worden twee types van opdrachten weerhouden. Enerzijds zorgopdrachten die overal kunnen worden uitgevoerd, maar niet noodzakelijk in elk ziekenhuis van het netwerk dienen te gebeuren (bv. materniteit, pediatrie, gespecialiseerde spoedgevallendienst). Anderzijds zorg­opdrachten die in elk netwerk dienen te gebeuren, maar zeker niet in elk ziekenhuis (bv. zorgprogramma cardiologie).

SUPRAREGIONAAL NETWERK

Naast het locoregionale klinisch netwerk wordt ook het begrip “supraregionaal klinisch netwerk” geïntroduceerd. Hier gaat het om zorgopdrachten die minder frequent voorkomen of waarvoor een meer geavanceerde infrastructuur aangewezen is. Die zorgopdrachten worden toevertrouwd aan “referentiepunten”. Zo’n referentiepunt kan zowel in als buiten een locoregionaal netwerk gelegen zijn. De bedoeling is dat er samenwerkingsverbanden worden aangegaan tussen alle ziekenhuizen van het locoregionale netwerk en een dergelijk referentiepunt. Het referentiepunt kan wel wisselend zijn volgens de aard van de zorgopdracht. Voorbeeld hiervan is de uitbating van een PET-CT in het kader van oncologie, of zeer specifieke cardiale zorgopdrachten zoals elektro­fysiologie.

De federale overheid maakt zich sterk dat in de loop van de volgende jaren een weten­schappelijk verantwoorde programmatie kan worden uitgebouwd. Zorgopdrachten die momenteel worden genoemd om als eerste een programmatie te krijgen, zijn: materniteit, pediatrie, spoedgevallen, radiotherapie, stroke-­behandeling (S2) en chirurgie van weinig frequent voorkomende tumoren (pancreas, slokdarm, long). De programmatie moet transparant zijn, wetenschappelijk onderbouwd, evolutief in de tijd en proactief. Een nauwe samenwerking tussen federale en regionale overheden is hier een vereiste.

VERTROUWEN NODIG

Een belangrijk sluitstuk om deze plannen door te voeren, is een duidelijk beeld van de financiering. Momenteel wordt ook daar op verschillende plaatsen aan gewerkt. De ziekenhuizen willen voor de toekomst de nodige zekerheid om die opdracht met het nodige vertrouwen te kunnen aanpakken. Zorgnet-Icuro breekt een lans voor voldoende stabiliteit op financieringsgebied om deze heroriëntatie van de sector op een goede manier uit te kunnen voeren.

Het veranderende zorglandschap vraagt een aangepaste structuur. De eerste krijtlijnen worden duidelijk. De federale overheid wil snel vooruitgaan door de programmatiecriteria van een aantal zorgopdrachten zo snel mogelijk uit te schrijven en kenbaar te maken. Aansluitend zal dan een validatie moeten gebeuren van de netwerken die zich ondertussen op het terrein hebben gevormd. Het management van de ziekenhuizen in Vlaanderen geeft een duidelijk signaal dat het verder wil op die nieuwe weg. Hopelijk krijgt dit momentum om onze zorg op een meer patiëntgerichte manier te organiseren ook snel een wetgevend kader, zodat eenieder precies weet wat er wordt verwacht.

 

TEKST: FILIP DECRUYNAERE