BEROEPSPORTRET

Milieucoördinator Tom Havermans

Maart 2021

De milieucoördinator is een cruciale schakel in een zorgsector die steeds meer de nadruk legt op duurzaamheid. Ziekenhuizen hebben naast hun enorme sociale invloed, ook een grote milieu-impact op de omgeving. Denk maar aan het medisch afval – waarvan een deel risicohoudend is –, maar ook het afvalwater, de geluidsimpact, luchtemissies… Zorgwijzer knoopte een gesprek aan met Tom Havermans, milieucoördinator bij Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA): “De rol van milieucoördinator wordt steeds uitgebreider. We waken in het ziekenhuis mee over de harmonie tussen milieu, het sociale aspect en het financiële.”

Tom Havermans studeerde af als bouwkundig ingenieur. Al op jonge leeftijd werd hij echter geconfronteerd met een visuele beperking waardoor hij zich heroriënteerde en koos voor een postacademische opleiding als milieucoördinator. Intussen werkt hij in die functie al 17 jaar voor ZNA: “In het begin zat ik hier nog in mijn eentje op de milieudienst van het ziekenhuis, maar naarmate de jaren vorderden kwamen er steeds meer to do’s bij op mijn takenlijst. Nu ben ik blij dat ik kan rekenen op twee fijne collega’s. Het was niet alleen maar meer de vergunningen in orde maken en waken over de VLAREM- of milieuwetgeving. Door ons JCI-accrediteringstraject kwam er bijvoorbeeld een gans beleid bij rond ‘gevaarlijke materialen’. Nog wat later werd duidelijk dat wij als ziekenhuis ook heel erg gevat waren door de ADR-wetgeving (de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg), de klimaatkwestie kwam steeds meer op het voorplan… En wat je zeker niet mag vergeten: ZNA is een van de grootste multisite-organisaties in België. Om daar meer duiding bij te geven: qua aantal bedden staat ZNA ongeveer op gelijke voet met UZ Leuven, maar daar zijn de bedden verspreid over 2 campussen, bij ZNA over 10. En 10 campussen, dat betekent ook de vergunningen in orde brengen voor 10 stookplaatsen, 21 afvalwaterlozingspunten, 400 koelinstallaties, 4 mortuaria…”

Zijn er ook voordelen verbonden aan het feit dat alles zo verspreid zit? “Ja, dat ondervinden we nu bijvoorbeeld met corona. Alle afval dat voortkomt uit de strijd tegen het virus werd in het begin bestempeld als ‘risicohoudend medisch afval’. We gingen echter na hoelang het virus op dat afval kan overleven en vanaf wanneer we het dus kunnen catalogeren als ‘niet-risicohoudend’. Dat bleek 72 uur te zijn. Vanaf dan  plaatsten we onze perscontainers 3 dagen in quarantaine en konden we het afval afvoeren als ‘niet-risicohoudend medisch afval’. Die werkwijze konden wij hanteren doordat ZNA over veel kleinere campussen beschikt. Voor de grotere ziekenhuizen was de afvalberg per dag te groot. Zij konden dat niet.”

“Als jonge mensen bij ZNA komen solliciteren, vragen ze vaak naar onze inspanningen op vlak van duurzaam ondernemen, beter bekend als de 3 P’s: hoe staat het financiële (Profit) in verhouding tot het milieu (Planet) en het sociale aspect (People). Dat is hoopgevend.”

2,2 miljoen kilo afval per jaar

Milieucoördinator is niet de eerste functie die je te binnen schiet als je aan een ziekenhuis denkt, maar toch wint de positie binnen de organisatie aan belang. “Per jaar fabriceert ZNA met al zijn campussen 2,2 miljoen kilo afval. Om je maar een idee te geven dat de impact van een ziekenhuis op het leefmilieu groot is. Daarnaast zijn er ook nog het afvalwater, geluid… Ik hoef je niet te vertellen dat een stookplaats van een ziekenhuis in de winter aardig wat lawaai kan maken. Maar ik heb de indruk dat mensen zich daarvan meer en meer bewust worden. Ik zie het alvast als een taak van mezelf om collega’s op hun rol te wijzen om het milieu minder te belasten. Een concreet voorbeeld: onze aankopers en ingenieurs geven we steeds vaker tips waar ze, concreet op vlak van duurzaamheid, rekening mee kunnen houden bij het aanschaffen van nieuwe toestellen en producten. Ik probeer dat niet als politieman te doen, dat zou niet werken. Maar goed communiceren is belangrijk. Intern, maar ook extern. De omgeving inlichten over wat je doet, neemt al veel onzekerheid en wrevel weg.”

Spelen met dezelfde blokken

Soms ontstaat het beeld dat ziekenhuizen verwikkeld lijken te zijn in een concurrentiestrijd ten opzichte van elkaar. Daarmerkt Tom Havermans binnen zijn domein weinig van: “voor energie werken we heel nauw samen. De aankoop van aardgas en elektriciteit bijvoorbeeld: daarvoor bundelen de ziekenhuizen de krachten waardoor we veel sterker tegenover leveranciers staan en we een groepsaankoop kunnen doen. Eigenlijk moet je weten dat ziekenhuizen allemaal blokkendozen zijn. Bij de ene zijn de blokken anders gestapeld dan bij de andere, maar het zijn wel dezelfde blokken. Ook onze uitdagingen op vlak van milieu en duurzaamheid zijn nagenoeg identiek. Onder de milieucoördinatoren van de Vlaamse ziekenhuizen heerst dan ook een grote solidariteit. We zien elkaar geregeld bij VMx, de beroepsvereniging van Vlaamse milieuprofessionals, en daar ontstaat een echte kruisbestuiving. We maken van het platform gebruik om elkaar ongehinderd vragen te stellen en te zoeken naar gezamenlijke oplossingen. Onder andere de implementatie van Sustacare, een tool die Zorgnet-Icuro op voorzet van ZNA met EY heeft opgezet om duurzaamheidsinitiatieven in de zorg te stroomlijnen, wordt daar druk besproken (lees ook het interview met Hannah Bohez en Peter Raeymaekers in dit nummer va Zorgwijzer). Wat ook helpt voor een goed contact: je komt steevast dezelfde gezichten tegen bij VMx. Wat ervoor zorgt dat zo weinig milieucoördinatoren van job veranderen? Ongetwijfeld de variatie binnen ons takenpakket. Geen enkele dag is hetzelfde als de vorige.”

Een goede milieucoördinator heeft financiële feeling

Eerder al duidde Havermans het belang van goede communicatie als milieucoördinator, zowel met collega’s als met de omgeving. Maar welke eigenschappen zijn volgens hem nog onontbeerlijk? “Je moet een goed financieel aanvoelen hebben. Uiteraard wil je als milieucoördinator je collega’s nudgen, aanporren om bij toekomstige investeringen steeds de meest duurzame oplossing te kiezen, maar je moet ook meedenken met jouw organisatie: de investeringen moeten binnen de perken blijven zodat ze op een redelijke termijn kunnen worden terugverdiend. Daarnaast is natuurlijk ook kennis van de eigen organisatie en de milieuwetgeving belangrijk. Al moet je vooral je weg kennen in het wetboek. Het is niet nodig om alle regeltjes van buiten te blokken. Ze makkelijk kunnen opzoeken en juist interpreteren is belangrijker. Bovendien zijn we verplicht om jaarlijks minsten 30 uur bijscholing te volgen zodat we helemaal mee zijn met de nieuwste zaken. Tot slot is een netwerk enorm nuttig. Als milieucoördinator kom je vaak in contact met de overheid. Bijvoorbeeld als je subsidies wil aanvragen bij de Vlaamse overheid via VIPA of in het geval van een milieu-inspectie. Dan helpt het als je weet tot wie je je moet richten.”

Vlaanderen haast zich langzaam

Dat er in Vlaanderen steeds meer aandacht is voor het milieu en een meer duurzame werking van de zorgsector, zorgt er echter niet voor dat we bij de koplopers in Europa zijn. “In Nederland hebben ze hun tweede Green Deal in de zorg al achter de rug terwijl wij nog aan onze eerste moeten beginnen. Maar goed, dat hoeft ook geen ramp te zijn. De koploper betaalt ook steevast het meeste leergeld. Wat me vooral plezier doet, is dat de nieuwe generatie veel meer de duurzaamheidsgedachte omarmt. Als jonge mensen bij ZNA komen solliciteren, vragen ze vaak naar onze inspanningen op vlak van duurzaam ondernemen, beter bekend als de 3 P’s: hoe staat het financiële (Profit) in verhouding tot het milieu (Planet) en het sociale aspect (People). Dat is hoopgevend. Het is ook iets waar we op inzetten door onze leerstoel ‘Chair in Management Education for Sustainability’ aan de Antwerp Management School. En bovendien sijpelt de groene gedachte ook steeds meer binnen bij de al wat oudere bestuurders in het ziekenhuis. Het is belangrijk dat we iedereen meenemen in het duurzaamheidsverhaal. Ik citeer hiervoor graag de Zwitserse berggids: “Blijven stappen, haast u langzaam.” Langzaam, want iedereen moet de top bereiken, maar ook haast, want we hebben geen tijd te verliezen.”

 

TEKST: JENS DE WULF